Wikisage, de vrije encyclopedie van de tweede generatie, is digitaal erfgoed

Wikisage is op 1 na de grootste internet-encyclopedie in het Nederlands. Iedereen kan de hier verzamelde kennis gratis gebruiken, zonder storende advertenties. De Koninklijke Bibliotheek van Nederland heeft Wikisage in 2018 aangemerkt als digitaal erfgoed.

  • Wilt u meehelpen om Wikisage te laten groeien? Maak dan een account aan. U bent van harte welkom. Zie: Portaal:Gebruikers.
  • Bent u blij met Wikisage, of wilt u juist meer? Dan stellen we een bescheiden donatie om de kosten te bestrijden zeer op prijs. Zie: Portaal:Donaties.
rel=nofollow

Curaçao

Uit Wikisage
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
rel=nofollow

Curaçao (Papiaments: Kòrsou) is een eiland in de zuidelijke Caraïbische Zee, voor de kust van Venezuela. Met het onbewoonde Klein Curaçao is Curaçao een land binnen het Koninkrijk der Nederlanden. Tot 10 oktober 2010 was het een eilandgebied en het grootste eiland van de Nederlandse Antillen. De hoofdstad en grootste plaats op het eiland is Willemstad, tevens voormalig hoofdstad van de Nederlandse Antillen.

Geschiedenis

Prekoloniale geschiedenis

De vroegste sporen van menselijke bewoning op Curaçao zijn te vinden in Rooi Rincon. Het betreft een abri, een natuurlijke overhang in de rotsen gebruikt door preceramische bewoners. Deze indianen waren niet bekend met aardewerk. De resten die zijn aangetroffen bestaan uit afvalhopen van schelp, dierlijk botmateriaal en steen. De voorwerpen zijn van steen en schelp gemaakt, die voor verschillende doeleinden kunnen zijn gebruikt. Ook zijn hier rotstekeningen aanwezig. De datering van deze oudste resten van Curaçao ligt tussen ca. 2900 en 2300 v.Chr. Vergelijkbare resten en menselijke graven zijn bekend van de St. Michielsberg, ca. 2000 tot 1600 v.Chr.

Resten van aardewerk uit de ceramische periode zijn gevonden bij onder andere Knip en San Juan. De dateringen liggen tussen ca. 450 en 1500 na Christus. Het materiaal behoort tot de Dabajuroid-cultuur. Deze mensen worden Caquetio genoemd. Op basis van hun taal deelt men deze voormalige Indiaanse bewoners in bij de Arowakken. De Caquetíos leefden in kleine nederzettingen met tot ongeveer 40 inwoners. De dorpjes lagen vaak in de buurt van binnenbaaien aan voornamelijk de zuidkust. De latere Caquetíos leefden van kleinschalige verbouw van onder meer cassave, van visserij, het verzamelen van schelpdieren en van jacht op klein wild. Daarnaast dreven zij handel met Indianen van andere eilanden en van het vasteland. Woonplaatsen zijn gevonden bij onder andere Knip en Santa Barbara.

Wetenschappelijke aandacht voor de eerste bewoners van de Nederlandse Antillen was er al vroeg. Zo voerde de amateur A.J. van Koolwijk in de 19e eeuw veldverkenningen uit. Ook inventariseerde hij de rotstekeningen op het eiland. Sindsdien hebben velen zich beziggehouden met de vroegste bewoners van Curaçao.

Spaanse periode

Bestand:Brionplein Willemstad.JPG
Willemstad, Brionplein
Bestand:Penha building Curacao 2010.jpg
Het Penhagebouw, een van de gebouwen op de Werelderfgoedlijst
Bestand:Handelskade Willemstad.jpg
De Handelskade in Willemstad

Curaçao werd in 1499 op 26 juli "ontdekt" door de Spanjaard Alonso de Ojeda. Op dat moment woonden er ongeveer 2000 Caquetio op het eiland. In 1515 werden vrijwel alle Caquetio als slaven weggevoerd naar Hispaniola. De Spanjaarden vestigden zich op het eiland in 1527. Het eiland werd echter bestuurd vanuit een van de Spaans-Venezolaanse steden. De Spanjaarden importeerden veel exoten naar Curaçao. Paarden, schapen, geiten, varkens en rundvee werden vanuit Europa of een van de Spaanse koloniën op het eiland geïntroduceerd. Ook diverse uitheemse bomen en planten werden door de Spanjaarden aangeplant.

Dat was vaak een kwestie van trial and error. Daardoor komt het dat zij ook gewassen en landbouwmethoden van de Caquetio leerden kennen en gebruiken. Parallellen op andere Caraïbische eilanden zijn uit bronnen bekend. Niet alle ingevoerde exoten hadden evenveel succes. Met het vee ging het in het algemeen goed; de Spanjaarden lieten het vee los lopen in de kunuku en op de savannes. Het vee werd gehoed door Caquetio en Spanjaarden. Schapen, geiten en rundvee deden het relatief het beste. Volgens historische bronnen waren er duizenden op het eiland. Met de landbouw ging het daarentegen beduidend slechter. Omdat de opbrengsten van de Curaçaose agricultuur teleurstellend waren, de zoutpannen geen hoge opbrengst hadden en er geen edelmetalen te vinden waren, noemden de Spanjaarden het eiland een "isla inutil", een nutteloos eiland.

Na verloop van tijd nam het aantal Spanjaarden dat op Curaçao woonde af. Daarentegen stabiliseerde het aantal Indiaanse bewoners zich. Vermoedelijk vond er door natuurlijke aanwas, terugkeer en kolonisatie, zelfs bevolkingstoename van de Caquetio plaats. In de laatste decennia van de Spaanse bewoning werd Curaçao gebruikt als een grote veehouderij. Spanjaarden woonden dan rond Santa Barbara, Santa Ana en in dorpjes op het westelijke deel van het eiland. Caquetio woonden voor zover bekend verspreid over het eiland.

De West Indische Compagnie

De op het eiland aanwezige Spanjaarden gaven zich na een inval van de West-Indische Compagnie (WIC) in augustus 1634 bij San Juan over. De ongeveer dertig Spanjaarden en een groot deel van de Taíno werden door de Nederlanders naar Venezuela gebracht en daar aan wal gezet. Ongeveer dertig Taíno-gezinnen mochten op het eiland blijven wonen. De reden voor de inval en verovering was, dat de WIC op zoek was naar een uitvalsbasis voor handel en kaapvaart. Curaçao lag gunstig ten opzichte van de Spaanse koloniën op het vasteland. Ook had het de beste haven tot dan toe bekend in het Caraïbisch gebied. Daarnaast zocht de WIC naar een goede bron van zout. Zowel op de kust van Venezuela als op Bonaire waren goede zoutpannen te vinden. Op Curaçao zelf was campêchehout, een grondstof voor een natuurlijke verf, vee, kalk en brandstof te vinden.

Na de verovering consolideerde de WIC zijn aanspraken door fortificaties te bouwen. Omdat drinkwater van levensbelang was werd in 1634-35 een fort gebouwd bij de waterbron aan de noordoostkant van de Sint Annabaai. Dit fort bestond uit aarden wallen met een palissade en enkele stukken geschut. Rond het fort werden voetangels gestrooid. In 1635-36 werd begonnen met de bouw van Fort Amsterdam op Punda. De eerste bouwfase werd onder leiding van admiraal Johan van Walbeek aangelegd in de vorm van een vijfpuntige ster en bestond uit een kern van aarde en koraal. Hiertegen werd een schil opgetrokken van met klei gemetseld koraal. Later werd deze schil opgetrokken uit metselwerk.

In de eerste drie jaren waren de leefomstandigheden voor de WIC'ers slecht. Voor voedsel en bouwmateriaal was men grotendeels afhankelijk van import uit Europa. De toevoer was zeer onregelmatig, er kon meer dan een half jaar voorbijgaan zonder aanvoer. Gevolg was dat veel loslopend vee werd gevangen en geslacht. Ander voedsel ging op rantsoen. Water moest vanaf de bron naar de Punda worden gebracht. Soldaten en oversten sliepen in tenten. Een deel van de soldaten werd door barre woonomstandigheden, slechte voedselvoorziening en het harde werk, maar vooral door de eentonigheid en verveling ontevreden. Er leek muiterij op handen, maar dit werd afgewend door de rantsoenen te verhogen en drank aan te bieden. Van Walbeek schreef naar de Heren XIX, dat hij aanraadde om de salarissen en rantsoenen te verhogen, omdat de soldaten niet waren aangenomen om fortificaties te bouwen.

Consolidatie

De Spanjaarden smeedden plannen om Curaçao te heroveren op de Nederlanders. Informatie over troepenmacht, fortificaties, buitenposten, voedselvoorraad en ammunitie werd verzameld op drie manieren. Indianen die op Curaçao woonden werden ontvoerd en verhoord. WIC-ers die zout kwamen halen op de kust van Venezuela werden gevangengenomen en verhoord. Ten slotte stuurden Spanjaarden spionnen naar Curaçao. Twee landingsplaatsen lagen voor de hand: Piscaderabaai en het Spaanse Water. Het Schottegat was te goed verdedigd. De Spanjaarden brachten hun plannen ten uitvoer en voeren uit met een aantal schepen. Deze zijn door een storm afgedreven en hebben Curaçao nooit bereikt. Voor de WIC een geluk; de Spaanse troepenmacht was sterker en had vermoedelijk gewonnen.

De Heren XIX in Amsterdam waren vanaf 1634 verdeeld over de toekomst van Curaçao. De fortificaties en manschappen hadden veel geld gekost en de opbrengsten waren mager. Toch werd Curaçao aangehouden, vermoedelijk meer een gevolg van besluiteloosheid dan van een beredeneerd besluit. Na verloop van tijd bewees Curaçao zijn waarde voor de WIC. Na het verlies van Nederlands-Brazilië in 1654 werd Curaçao steeds belangrijker. Door de gunstige geografische positie was zowel handel op Terra Fierme, in Venezuela, als op andere Caraïbische eilanden mogelijk. Ook onderhield men contacten met koloniën in Noord-Amerika, waaronder Nieuw-Nederland.

De Curaçaose bevolking groeide gestaag, mede door de komst van Sefardische Joden uit Brazilië. Ook stelde de WIC Curaçao open voor planters; Europeanen die zich wilden vestigen om landbouw te bedrijven. Ook soldaten die hun tijd uitgediend hadden waren welkom om te blijven. Vanzelfsprekend was het doel om voldoende voedsel voor de Curaçaose bevolking te produceren. Daarnaast wilde de WIC ook, dat planters handelsgewassen gingen verbouwen. Hiertoe behoorden onder meer indigo, katoen, tabak, Turkse tarwe of sorgo en suikerriet. De oudste tuinen, dat waren de boerderijen, worden vermeld vanaf het begin van de Nederlandse aanwezigheid. De eerste plantages werden aangelegd vanaf rond 1650. Hato, Savonet, St. Barbara, Santa Maria, Piscadera, Groot en Klein Sint Joris en San Juan zijn er enkele van. Een deel van de plantages bleef in bezit van de WIC.

Slavenhandel en vrijhaven

In 1665 begon de WIC met slavenhandel. De slaven werden aangevoerd uit West-Afrika en werden op Curaçao aan land gebracht, waar ze na de "middle passage" enige tijd konden aansterken. De slaven werden verhandeld op een plaats die nu Asiento heet, en ook op de plantage Zuurzak. (nu villapark zuurzak) Al snel ontstond hier de belangrijkste regionale slavernij. De WIC leverde slaven tegen zeer scherpe prijzen en concurreerde zo de Engelse, Franse en Portugese handelaren de markt uit. Slaven werden door handelaren gekocht en vervolgens verscheept naar diverse bestemmingen in Midden-Amerika en Zuid-Amerika. Een relatief klein deel van de aangekomen Afrikanen bleef op Curaçao. De meesten hiervan kwamen terecht op een van de plantages. Een deel werd door handelaren en ambachtslieden gekocht en bleven zo in de omgeving van Willemstad. Willemstad ontstond in de tweede helft van de 17e eeuw en lag direct naast het fort, op het huidige Punda. In de 18e eeuw werden ook (pak)huizen op Otrobanda gebouwd. Vanwege de vrije geschutslinies waren er wel regels verbonden aan de bouw van huizen op Otrobanda.

De WIC maakte Curaçao in 1674 tot vrijhaven waardoor het een sleutelpositie verkreeg in de internationale handelsnetwerken. Mede hierdoor werd het in de 17e eeuw een van de welvarendste eilanden in het Caraïbisch gebied. Dit zette kwaad bloed bij andere mogendheden, met name Engeland en Frankrijk. Een gevolg daarvan was dat Curaçao in 1713 korte tijd werd belegerd door de Franse kaapvaarder Jacques Cassard, die zich ten slotte liet afkopen. De belegering had nadeel berokkend aan de bewoners van het eiland. Uitvoerig gespecificeerde lijsten van de geleden schade zijn bewaard gebleven in het OAC in het Nationaal Archief Den Haag. In 1716 brak er een kleine slavenopstand uit, maar de opstandelingen werden opgepakt. Tien opstandelingen, waaronder Maria, werden ter dood veroordeeld.

In de 18e eeuw probeerde Curaçao zijn handelspositie te consolideren. De handel in Venezuela en andere Spaanse koloniën werd echter verhinderd door de Spaanse kustwacht. Deze was speciaal aangesteld om de illegale handel vanuit Venezuela in tabak en cacao een halt toe te roepen. De Engelsen en Fransen werden in het Caraïbisch gebied steeds sterker. De positie van Curaçao nam mede door deze factoren in belang af. Ook was van belang, dat Curaçao niet geschikt was voor de grootschalige verbouw van suikerriet, katoen, tabak of andere tropische plantagegewassen. Pogingen daartoe werden eind 17e en begin 18e eeuw gestaakt. De landbouw van Curaçao richtte zich op voedselvoorziening voor de eigen bevolking. Desondanks moest een deel van het voedsel worden geïmporteerd. Slavenhandel bleef de belangrijkste bron van inkomsten voor de Nederlanders, niet het minst vanwege de concurrerende prijzen van de slaven.

Nederlandse kolonie

Bestand:Curaçao1836.png
Kaart van Curaçao in 1836

Na het faillissement van de WIC in 1791 werd Curaçao een echte Nederlandse kolonie. In 1795 kwamen de slaven op Curaçao in opstand. De opstand stond onder leiding van Tula, een slaaf die een centrale rol speelt in de geschiedenis van Curaçao, de opstand werd na een korte periode neergeslagen. In 1800 werd Curaçao bezet door de Britten, die in 1803 door de plaatselijke bevolking werden verdreven. In 1807 veroverden de Britten het eiland opnieuw. In 1816 kregen de Nederlanders Curaçao terug en viel Curaçao weer onder het Nederlands bestuur. Om de bestuurskosten te verlagen werden de West-Indische koloniën in 1828 teruggebracht tot één kolonie met een Gouverneur-Generaal in Paramaribo. In 1845 kwam men hier gedeeltelijk op terug omdat het besturen van de eilanden vanuit Suriname niet goed werkte. Vanaf dat jaar waren er weer twee West-Indische koloniën:

In navolging van Engeland (1834) en Frankrijk (1848) werd door de Nederlandse regering in 1863 de slavernij afgeschaft. De slaveneigenaren werden voor het verlies van hun eigendom door de Nederlandse staat met 200 gulden per slaaf gecompenseerd.

Tot in het begin van de twintigste eeuw leefde Curaçao van handel, landbouw en visserij. Het economische tij keerde in 1914 toen grote aardoliereserves in Venezuela werden ontdekt. Shell vestigde meteen een olieraffinaderij op het eiland, Raffinaderij Isla, bij Asiento - waar eerder in slaven gehandeld werd. Tijdens de Tweede Wereldoorlog speelde het eiland een belangrijke rol bij de levering van brandstof voor de geallieerde troepen.

In 1954 verkreeg Curaçao samen met de andere Nederlandse Antillen politieke autonomie.

Arbeidersopstand van 1969

Zie Trinta di mei voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

In de jaren veertig en vijftig bracht de raffinaderij welvaart en modernisering voor het eiland, maar de welvaart was ongelijk verdeeld. De pas ontstane Curaçaose arbeidersklasse werd steeds ontevredener met de loonpraktijken van de Koninklijke Shell. Ook was de deelname van de Afro-Curaçaose bevolking aan het politiek proces nog beperkt. Op 30 mei 1969 brak een arbeidersopstand uit bij de ingangspoort van de Shellraffinaderij. Tijdens de opmars naar de binnenstad werd onder andere de vakbondsleider Wilson Godett neergeschoten en staken woedende arbeiders panden in Punda en Otrobanda in brand.

Nadat de lokale regering Nederlandse mariniers had laten overvliegen om de orde te herstellen, werd er flink gewerkt om de overheid te 'Antillianiseren'. Deze gebeurtenis gaat de boeken in als Trinta di mei. Wilson Goddett heeft zelfs enige tijd een bestuurlijke functie vervuld.

In de jaren tachtig verliet Shell Curaçao. De olieraffinaderij werd van toen af aan door het eilandgebied verhuurd aan de Venezolaanse staatsoliemaatschappij, de PDVSA. De olieraffinaderij veroorzaakt vrijwel permanent een ernstige luchtverontreiniging op een strook van het eiland ten zuidwesten van de raffinaderij. Hier ontstaat steeds meer weerstand tegen. Een en ander wordt op Curaçao "de schande van Shell" genoemd.

Status aparte

Hoewel het op 10 oktober 2010 een status aparte heeft gekregen vergelijkbaar met Aruba is de band met Nederland nog sterk. Dat blijkt uit het rechtstreeks inhuldigingsverslag van Willem-Alexander der Nederlanden.[1]

In tegenstelling tot Nederland, maakt het eiland geen deel uit van het grondgebied van de Europese Unie en hoeft om die reden Curaçao, gelijk Aruba en Sint Maarten , dan ook niet te voldoen aan het Europees recht noch de euro als wettelijk betaalmiddel in te voeren. Door de bijzondere relatie met Nederland, de zgn. LGO-status, komen de eilanden wel in aanmerking voor Europese fondsen en EU brede samenwerkingsovereenkomsten zoals het Erasmus+ programma. Verder bezitten de inwoners van het Caribische deel van het Koninkrijk der Nederlanden naast de Nederlandse nationaliteit ook het Europees burgerschap.[2]

Werelderfgoed

Op Curaçao zijn veel overblijfselen van het koloniale verleden. Het duidelijkst is dat terug te zien in de bijzondere architectuur van 17e tot vroeg-20e-eeuwse panden in Willemstad.

Vanwege de aard en dichtheid van de gebouwen staat een gedeelte van de binnenstad van Willemstad op de Werelderfgoedlijst van UNESCO. Ook zijn er landhuizen en voormalige plantagehuizen tot monument verklaard.

Etymologie

Over de oorsprong van de naam Curaçao bestaan verschillende theorieën:

Een legende is dat eind 15e eeuw gedurende een van Christoffel Columbus' reizen een aantal Portugese zeelieden scheurbuik opliepen. Omdat het vooruitzicht dat ze op zee zouden sterven en hun lichamen overboord gegooid zouden worden ze tegenstond, vroegen ze om op een van de nabijgelegen eilanden afgezet te worden. Na het eten van het plaatselijke citrusfruit met een overvloed aan het toen nog onbekende vitamine C herstelden ze volledig. Toen Columbus' schepen een aantal maanden later weer langs de eilanden voeren, verbaasden de zeelieden hun oude maatjes door ze vanaf het strand toe te wuiven. Sindsdien werd het eiland "Curaçao" genoemd, naar het Portugese woord voor genezing.

Een andere gangbare verklaring is dat het is afgeleid van het Portugese woord voor hart, coração, wat zou verwijzen naar het eiland als een centrum van handel. Dit werd dan door Spanjaarden overgenomen als Curaçao,[bron?] wat werd gevolgd door de Nederlanders. Een andere uitleg is dat Curaçao verwant is met de naam die de oorspronkelijke inwoners gebruikten om zichzelf mee aan te duiden.[3] Deze theorie wordt ondersteund door vroege Spaanse reisverslagen, die de inboorlingen aanduidden als "Indios Curaçaos". De naam "Curaçao" heeft een associatie gekregen met een specifieke blauwtint, en wordt soms gebruikt als een bijvoeglijk naamwoord, afkomstig van een diepblauwe likeur met de naam blauwe Curaçao.

Geografie

Bestand:Curaçao - Encyclopaedie van Nederlandsch West-Indië-Antilles part 2, left.gif
Een gedetailleerde kaart van Curaçao uit de Encyclopaedie van Nederlandsch West-Indië 1914-1917.

Curaçao is een tropisch eiland, gelegen in het zuidelijke deel van de Caribische Zee. Het vormt samen met Bonaire en Aruba de Benedenwindse Eilanden, ook wel de ABC-eilanden genoemd. Curaçao is van deze drie eilanden het grootst. Curaçao bestaat uit het eiland Curaçao en het eiland Klein Curaçao, dat 10 kilometer vanaf de oostkust ligt. Het hoogste punt is de Sint Christoffelberg met 375 m. Het eiland bestaat uit koraalkalk en vulkanisch gesteente.

Curaçao heeft zes natuurlijke havens, ontstaan doordat de zee de koraalkalk heeft uitgehold. Aan de zuidwestkant ligt de grootste daarvan, het Schottegat, de haven van Willemstad. Gezegd wordt dat dit de grootste natuurlijke haven ter wereld is. Het Schottegat wordt bereikt via de Sint Annabaai.

Bestand:Container Curacao.jpg
Een containerschip verlaat de haven van Curaçao
Bestand:Pontonbrug Willemstad.jpg
Pontjesbrug Willemstad
de Koningin Emmabrug
Bestand:Diplora strigosa.jpg
Hersenkoraal, Diplora strigosa
Bestand:Flamingos op Curacau.JPG
Flamingo's in het natuurgebied bij Sint Willibrordus

Aan weerszijden hiervan liggen de beide stadsdelen van Willemstad: in het oosten het oudste gedeelte: Punda, De Punt, met vele winkeltjes en in het westen de wijk Otrobanda, Papiaments voor De Andere kant. Beide delen worden sinds 1888 door een houten pontonbrug, de Koningin Emmabrug, met elkaar verbonden. Aan de De Ruyterkade is een levendige 'drijvende markt' waar veelal Venezolanen vanuit hun bootjes koopwaar aanbieden aan klanten op de kade.

Plaatsen

De hoofdstad is Willemstad. In de loop der jaren is deze stad het hele gebied rond de grote natuurlijke haven, het Schottegat, gaan beslaan. Daardoor zijn veel dorpjes die eerst los lagen, aaneengegroeid tot een groot verstedelijkt gebied. De stad beslaat ongeveer een derde van het hele eiland in het oosten. De bekendste wijken van Willemstad zijn:

  • Punda, het historische stadscentrum met de Handelskade aan de Sint Annabaai
  • Otrobanda, ligt aan andere kant van de Sint Annabaai
  • Julianadorp, rond 1928 in opdracht van Shell gebouwd voor haar personeel
  • Saliña, ligt tegen Punda aan en is voorzien van vele winkels en restaurants
  • Brievengat, een buitenwijk in het noorden van de stad.

Enkele andere plaatsen op het eiland ten westen van Willemstad zijn:

Klimaat

Het klimaat van Curaçao is semi-aride. Volgens de klimaatclassificatie van Köppen heeft Curaçao voor het grootste deel een tropisch semi-aride steppeklimaat (BSh). Het westelijk deel van het eiland is vochtiger, hier heerst een tropisch savanneklimaat (As). De meeste regen valt tussen oktober en december, het regenseizoen. Er valt gemiddeld ongeveer 600 mm regen per jaar, op de westelijke zijde iets meer en op de oostelijke helft in het algemeen wat minder. Deze gemiddelde neerslagsom is ongeveer vergelijkbaar met de jaarlijkse neerslagsom van Nederland, maar omdat de verdamping op Curaçao veel groter is, is het eiland daardoor toch vrij droog. Bovendien varieert de jaarlijkse neerslag enorm. In sommige jaren valt er meer dan 1000 mm regen, terwijl andere jaren kurkdroog blijven.

De temperaturen zijn relatief constant met kleine verschillen door het hele jaar heen. De passaatwinden brengen overdag verkoeling en dezelfde passaatwinden brengen 's nachts warmte. De jaargemiddelde temperatuur is overdag 31,2°C en 's nachts 25,6°C. De koudste maand is januari met een gemiddelde temperatuur van 26,5°C en de warmste maand is september met een gemiddelde temperatuur van 28,9°C. De hoogste temperatuur ooit gemeten was 38,3°C en de laagste ooit was 19,7°C, gemeten op 2 januari 2014. De maanden februari tot en met augustus behoren tot de droogste maanden van Curaçao. Het seizoen van de orkanen loopt van oktober tot en met januari, maar tropische stormen of orkanen bereiken zelden Curaçao. De laatste tropische stormen en orkanen, die dicht bij het eiland langskwamen waren Joan in 1988, Cesar in 1996, Felix in 2007 en Omar in 2008. In 2010 kreeg Curaçao te maken met de staart van orkaan Tomas, die grote waterschade aanrichtte. Orkaan Matthew heeft in 2016 voor veel waterschade gezorgd in het westelijke gedeelte van Curaçao.

Weergemiddelden voor Curaçao
Maand jan feb mrt apr mei jun jul aug sep okt nov dec Jaar
hoogste maximum (°C) 32,8 33,2 33,0 34,7 35,8 37,5 35,0 37,4 38,3 36,0 35,6 33,3 38,3
gemiddeld maximum (°C) 29,7 30,0 30,5 31,1 31,6 32,0 31,9 32,4 32,6 31,9 31,1 30,1 31,2
gemiddeld minimum (°C) 24,3 24,4 24,8 25,5 26,3 26,4 26,1 26,3 26,5 26,2 25,6 24,8 25,6
laagste minimum (°C) 19,7 20,6 21,0 22,0 21,6 22,6 22,4 21,3 21,7 21,9 22,2 21,1 19,7
neerslag (mm) 44,7 25,5 14,2 19,6 19,6 19,3 40,2 41,5 48,6 83,7 96,7 99,8 553,4
bron: Meteorological service of Netherlands Antilles and Aruba: [1] (1971-2000)

Natuur

De vegetatie van kunuku bestaat voornamelijk uit verschillende soorten cactussen, laag struikgewas en lage bomen. De dividivi is een van de bekendste bomen. Aloësoorten en agaves komen in verwilderde vorm voor. Daarnaast groeien er verschillende kruiden en komen er ook orchideeën voor.

In het westen van het eiland bevinden zich twee natuurgebieden:

  • het gebied rond de Christoffelberg, het Christoffelpark, een nationaal park en
  • aangrenzend hieraan het Nationaal park Shete Boka. In dit gebied komen zeeschildpadden voor. Tevens bij Boka Ascencion nabij landhuis Ascencion komen zeeschildpadden voor. Bij Sint Willibrordus met de zoutpannen van Jan Kok is er een natuurreservaat, waar flamingo's voorkomen.
  • In hofi Pastoor vindt men de oudste boom van Curaçao de "kapok boom" ( kibra hacha ) en diverse andere vegetatie van het eiland.

Verder leven er op het eiland verschillende soorten hagedissen. De grootste hiervan is de groene leguaan. Deze leguanensoort komt in bijna heel Midden- en Zuid-Amerika voor. Ook leven er allerlei soorten tropische vogels en insecten. In de grotten op het eiland leeft een aantal vleermuissoorten die behalve op Curaçao en Bonaire nergens anders voorkomen. Op het hele eiland is de gestreepte anolis te vinden, een hagedis die alleen voorkomt op Curaçao, Klein Curaçao en Aruba.

Stranden

Bestand:Grote Knip (Curaçao).jpg
De Grote Knip

Curaçao kent een groot aantal stranden. De meeste liggen aan de zuidkant van het eiland. De bekendste zijn:

Demografie

Bevolking

Curaçao heeft zo'n 158.000 inwoners. Curaçao kent zeer diverse bevolkingsgroepen. Er woonden 102 verschillende nationaliteiten op het eiland in 2006, en 107 in het jaar 2010. De meerderheid is Creool. Dit zijn mensen van gemengde Afrikaanse en Europese afkomst die als inheems worden beschouwd. Daarnaast zijn er ook minderheden van Europese Nederlanders, Chinezen, Libanezen, Joden, Portugezen, Surinamers, Indiërs, Dominicanen, Haïtianen, Jamaicanen, Brits Guyanezen, Colombianen en Venezolanen. Met name de laatste groep zorgen in het tweede decennium van de 21e eeuw voor een toename van ±10%.

Taal

Nederlands was lange tijd de enige officiële taal, maar sinds 2007 zijn Papiaments, Nederlands en Engels gezamenlijk officiële talen. Papiaments is ook moedertaal voor de meeste inheemse Curaçaoënaars. Naast deze talen spreekt men ook Spaans. Verreweg de meeste Curaçaoënaars beheersen alle hiervoor genoemde talen in meerdere of mindere mate, maar er zijn ook buitenlanders die andere talen spreken zoals Frans, Arabisch, Haïtiaans, Portugees en in mindere mate Chinees. Volgens de volkstelling van 2001 spreekt op Curaçao 81% Papiaments als huistaal, 8% spreekt thuis Nederlands, 6% Spaans, 3% Engels en 2% een andere taal.

Religie

Bij de volkstelling van 2001 bekende 80,1% van de Curaçaose bevolking zich als rooms-katholiek. Andere grotere godsdienstige genootschappen zijn de protestantse kerk (3,6%), de pinkstergemeenten (3,5%), de zevendedagsadventisten (2,2%), Jehova's getuigen (1,7%) en de joodse gemeente (0,8%). 4,6% van de bevolking gaf aan geen godsdienst aan te hangen.

Politiek

Curaçao maakte tot 10 oktober 2010 als eilandgebied deel uit van de Nederlandse Antillen, die samen met Nederland en Aruba tot het Koninkrijk der Nederlanden behoorden. Dit was vastgelegd in het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden op 15 december 1954. Het bestuur van het eilandgebied bestond uit een bestuurscollege en een eilandsraad, die elke vier jaar door de bevolking werden verkozen.

Curaçao had 14 zetels in de 21 zetels tellende Staten van de Nederlandse Antillen.

Op 10 oktober 2010 namen de eilandsraad en het bestuurscollege de vorm aan van respectievelijk de Staten van Curaçao en het Kabinet van Curaçao.

Staten van Curaçao

Op 27 augustus 2010 vonden verkiezingen plaats voor de eilandsraad van Curaçao. De 21 gekozen leden vormden voor 10 oktober 2010 de eilandsraad, na die datum vormden zij de Staten. Op 10 oktober 2010 werd Ivar Asjes gekozen tot eerste voorzitter van de Staten van Curaçao. De eerste plechtige vergadering van de Staten werd bijgewoond door de voorzitters van de Eerste en Tweede Kamer van de Staten-Generaal van Nederland, René van der Linden en Gerdi Verbeet, en de voorzitter van de Staten van Aruba, Paul Croes.

Historisch verloop zetelverdeling Eilandsraad/Staten van Curaçao
Eilandsraad van Curaçao Staten van Curaçao
Partij 1951 1955 1959 1963 1967 1971 1975 1979 1983 1987 1991 1995 1999 2003 2007 2010 2012 2016 2017
Nationale Volkspartij (PNP / NVP) 9 9 10 12 6 7 6 5 7 8 10 4 5 2 2 1 1 2 0
Democratische Partij (DP) 8 9 9 9 13 7 4 6 5 4 2 1 0 0 1 0 0 0 0
Frente Obrero i Liberashon 30 di Mei (FOL) - - - - - 3 8 1 1 1 5 2 4 8 2 1 0 - -
Partido MAN (MAN) - - - - - 1 * 6 8 6 3 6 2 2 5 2 2 4 5
Partido Alternativa Real (PAR) (v/h Partido Antiá Restrukturá) - - - - - - - - - - - 8 5 5 7 8 4 4 6
Partido Laboral Krusada Popular (PLKP) - - - - - - - - - - - - 4 3 - - - - -
Pueblo Soberano (PS) - - - - - - - - - - - - - - 1 4 5 2 1
Movementu Futuro Korsou (MFK) - - - - - - - - - - - - - - - 5 5 4 5
Forsa Kòrsou (FK) - - - - - - - - - - - - - - 1 - - - -
Lista Niun Paso Atras (LNPA) - - - - - - - - - - - - - 1 2 - - - -
Un Pueblo Nobo (UPN / ORDU) - - - - - - - - - - - - 1 0 0 - - - -
Nos Patria - - - - - - - - - 0 1 0 0 0 - - - - -
Soshal Independiente (SI) - - - - - - - - - 2 0 0 - - - - - - -
Partido Social Democratico (PSD) - - - - - - 3 3 0 - - - - - - - - - -
Movemento pa Adelanto Social Antillano (MASA) - - - - - 3 ** - - - - - - - - - - - -
Union Reformista Antiyano (URA) - - - - 2 - - - - - - - - - - - - - -
Katholieke Volkspartij (KVP) 3 2 2 0 - - - - - - - - - - - - - - -
Curaçaose Onafhankelijke Partij (COP) 1 1 *** - - - - - - - - - - - - - - - -
Partido pa Adelanto I Inovashon Soshal (PAIS) - - - - - - - - - - - - - - - 0 4 0 -
Kòrsou di Nos Tur (KdNT) - - - - - - - - - - - - - - - - - 3 2
Partido Inovashon Nashonal (PIN) - - - - - - - - - - - - - - - - - - 1
Movementu Progresivo (MP) - - - - - - - - - - - - - - - - - 1 1
Un Kòrsou Hustu (Hustu) - - - - - - - - - - - - - - - - - 1 -
Totaal 21 21 21 21 21 21 21 21 21 21 21 21 21 21 21 21 21 21 21

* MAN-kandidaten staan op FOL-lijst
** MASA-kandidaten staan op PSD-lijst
*** COP-kandidaten staan op NVP-lijst

Een "-" in de tabel betekent dat de betreffende partij geen kandidatenlijst had ingediend.

Kabinet

Zie Kabinet-Betrian voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Gerrit Schotte (MFK) was tot september 2012 de minister-president van Curaçao. Na een conflict met het parlement is hij met zijn kabinet ontslagen, en is een ad interim kabinet aangesteld onder leiding van Stanley Betrian. Bij de daaropvolgende verkiezingen van 19 oktober 2012 wisten de partijen die Schotte's coalitieregering vormden hun oorspronkelijke meerderheid in de Staten van 11 zetels uit te breiden naar 12: Pueblo Soberano 5 zetels, MFK 5, MAN 2. Op 25 oktober 2012 tekenden deze drie partijen een Bereidwilligheidsverklaring tot het vormen van een nieuwe regering.

Voormalig bestuurscollege

Het laatste bestuurscollege was als volgt samengesteld:

De rol van waarnemend gezaghebber werd op Curaçao niet door een gedeputeerde maar door een onafhankelijk persoon vervuld. Hij nam enkel waar indien de gezaghebber afwezig was of anderszins zijn functie niet kon uitoefenen.

Staatkundige hervormingen

Zie ook: Staatkundige hervormingen binnen het Koninkrijk der Nederlanden

In 1993 werd een eerste referendum over de staatkundige toekomst van Curaçao gehouden. Hoewel de regering pleitte voor een autonome status, koos de bevolking toen in overgrote meerderheid voor voortzetting en herstructurering van de Nederlandse Antillen.

Uitslag van referendum 19 november 1993
Optie Stemmen %
A: herstructurering van de Nederlandse Antillen 48.587 73,56
B: status aparte voor Curaçao 11.841 17,93
C: integratie in Nederland 5.299 8,02
D: volledige onafhankelijkheid 325 0,49
Blanco en ongeldige stemmen ? -
Opkomst ? ?

Naar aanleiding van deze uitslag trad de regering af en bij nieuwe verkiezingen won de toen nieuwe partij PAR, die bestond uit voorstanders van herstructurering van de Antillen. De gelijktijdig opgerichte partij C'93 van oud-leider van de FOL Stanley Brown, die pleitte voor integratie in Nederland, werd geen succes.

Al na enkele jaren bleek dat de herstructurering geen oplossing bood voor de grote maatschappelijke en economische problemen op Curaçao. Bovendien ondervonden de andere, kleinere eilanden binnen de Nederlandse Antillen ook steeds meer de nadelige gevolgen van de financiële problemen die dit met zich meebracht. Daarom ontstond wederom discussie over het voortbestaan van de Nederlandse Antillen.

Op 8 april 2005 is een tweede referendum gehouden, waarin de bevolking van Curaçao zich kon uitspreken over de gewenste staatkundige toekomst van het eiland.

Uitslag referendum 8 april 2005
Optie Stemmen %
A: een autonoom land binnen het Koninkrijk der Nederlanden 42.425 67,83
B: een onafhankelijke staat 3.014 4,82
C: deel blijven uitmaken van de Nederlandse Antillen 2.342 3,74
D: deel worden van Nederland 14.769 23,61
Blanco en ongeldige stemmen 474 -
Opkomst 62.550 55,04

De bevolking heeft met de keuze voor optie A ditmaal de wens van de politici op het eiland gevolgd. Net als bij het referendum in 1993 zijn bijna alle partijen voor een autonome status als land, alleen de kleine nieuwe partij Pueblo Soberano pleit voor volledige onafhankelijkheid. De meningen van het volk zijn echter zeer uiteenlopend en vooral de aanzienlijke steun voor optie D is opmerkelijk, omdat deze optie niet of nauwelijks vertegenwoordigd wordt in de politiek. De voorstanders van deze optie zijn van mening dat voor een beter en veiliger Curaçao integratie met Nederland nodig is. Zij werven met de slogan "P’e Kòrsou ku nos meresé", voor het Curaçao dat wij verdienen.

Tijdens een minirondetafelconferentie in Den Haag op 11 oktober 2006 is met Nederland overeengekomen dat Curaçao de zogenaamde status aparte zou krijgen. Curaçao zou hiermee een autonoom land binnen het Koninkrijk der Nederlanden worden. De Nederlandse regering heeft als onderdeel van dit akkoord aangeboden een groot deel van de staatsschuld te saneren of over te nemen. De afspraken zijn samengevat in een slotverklaring, die nadien op Curaçao onderwerp van veel discussie is geworden. Naar de mening van de oppositiepartijen, waarvan de FOL de belangrijkste was, en de kleinste coalitiepartijen gingen de afspraken niet ver genoeg. De grootste coalitiepartijen, de PAR en de PNP, verdedigden het akkoord. Uiteindelijk werd de overeenkomst door een meerderheid in de eilandsraad van Curaçao verworpen, waarna het bestuurscollege uit elkaar viel en onder leiding van de FOL een nieuwe coalitie tot stand kwam die de tijd tot de nieuwe verkiezingen op 20 april 2007 moest volmaken.

Voor de economische en politieke toekomst van Curaçao zorgde de afwijzing van de afspraken voor veel onzekerheid. Zowel in de politiek als onder de bevolking kwamen voor- en tegenstanders recht tegenover elkaar te staan. Tegenstanders pleitten voor heronderhandelingen, maar zowel het kabinet-Balkenende III als het nieuwe kabinet-Balkenende IV gaf aan hier niets voor te voelen, daarin bijna unaniem gesteund door de Tweede Kamer. Uit peilingen op Curaçao bleek dat door de aanhoudende politieke onrust de steun voor de status aparte sterk terugliep, ten gunste van integratie in Nederland (optie D). Dit is waarschijnlijk mede te danken aan de concretisering van deze optie: ten tijde van het referendum in april 2005 was nog niet bekend hoe deze optie eruit zou kunnen zien en was ze voor velen dan ook geen reële overweging. Pas in oktober 2006 werd door Nederland en de kleine eilanden Bonaire, Saba en Sint Eustatius afgesproken dat voor deze status de Nederlandse Gemeentewet als grondslag zal dienen.

De eilandsraadsverkiezingen waren dan ook cruciaal en draaiden volledig rond het thema slotverklaring. Indien de tegenstanders een meerderheid zouden behalen, dreigde een impasse te ontstaan. In het uiterste geval zou door het uittreden van de andere eilanden uit de Nederlandse Antillen, Curaçao als enige eiland van de Nederlandse Antillen overblijven, met de facto wel een autonome status maar ook met de torenhoge overheidsschuld van de Nederlandse Antillen.

Uiteindelijk haalden bij de eilandsraadsverkiezingen zelf de voor- noch de tegenstanders een duidelijke meerderheid. De twee partijen die voor de slotverklaring pleitten, de PAR en de PNP, wisten echter een akkoord te bereiken met grote verliezer FOL over de vorming van een nieuwe coalitie. Afgesproken werd opnieuw over de slotverklaring te stemmen. Na een lange vergadering stemde de Curaçaose eilandsraad in de nacht van 6 op 7 juli 2007 alsnog onder voorwaarden in met de slotverklaring: PAR, PNP, FOL en DP stemden nu met 12 van de 21 zetels voor. Op 28 augustus werd vervolgens een akkoord ondertekend met Nederland over het staatkundige proces, waarna de eilandsraad een dag later dit akkoord met 13 stemmen bekrachtigde van de PAR, PNP, FOL, DP en FK. Het lag in de bedoeling om op 15 december 2008 de autonome status van "land binnen het Koninkrijk" te krijgen. In mei 2008 is in de Regiegroep door Sint Maarten, Curaçao en Nederland op Curaçao definitief vastgesteld dat de streefdatum van 15 december als invoeringsdatum voor de nieuwe staatkundige verhoudingen niet haalbaar is. Wel is het mogelijk op die datum alle benodigde wetgeving gereed te hebben zodat die kan worden ingediend bij het Nederlandse parlement, de Staten van de Nederlandse Antillen en de Eilandsraden van Curaçao en Sint Maarten. Daarom zal op 15 december 2008 een rondetafelconferentie worden georganiseerd om het totale pakket aan wetgeving te toetsen aan de eerder overeengekomen criteria uit de slotverklaring.

Kijkend naar de planning hebben partijen besloten advies te vragen aan de Raad van State van het Koninkrijk hoe een versnelling naar de autonome status kan worden gerealiseerd en hoe het wetgevingsproces kan worden verkort tot januari 2010, wanneer nieuwe Statenverkiezingen zouden moeten worden gehouden.

De Raad van State heeft in een zogenoemd 'voorlichtingadvies' aan de Nederlandse en Antilliaanse regeringen geadviseerd om de gouverneur van de Nederlandse Antillen, de vertegenwoordiger van de koningin, tijdelijk een spilfunctie te geven met eigen bestuurlijke bevoegdheden en een eigen ambtelijke organisatie. De gouverneur kan de spilfunctie tijdelijk vervullen dankzij een uitzonderingsartikel in het Koninkrijksstatuut, artikel 51. Dat artikel maakt het mogelijk om bestuurlijk in te grijpen bij wanbestuur. Daar is volgens de Raad van State overigens geen sprake van, maar het is toch mogelijk omdat het gaat om een bijzondere situatie, namelijk de overgang naar een nieuwe staatkundig model.

Opvolging van dat advies zet in de praktijk de Nederlandse en Antilliaanse parlementen buitenspel. De gouverneur legt alleen directe verantwoording af aan de Rijksministerraad. De Raad van State zegt zich van die situatie bewust te zijn. Maar het gaat om „een tijdelijke situatie” waarbij op termijn „de normale verantwoording weer kan plaatsvinden”.

Op 15 mei 2009 gingen de inwoners van Curaçao naar de stembus om zich in een referendum uit te spreken over de staatkundige toekomst van het eiland. Bijna 120.000 mensen konden aangeven voor of tegen de nieuwe staatkundige verhouding met Nederland te zijn. Een meerderheid van 52% sprak zich uit voor de voorgelegde nieuwe staatkundige verhouding. Door deze uitslag is Curaçao een autonoom land binnen het Koninkrijk der Nederlanden geworden.

Aanwijzing

Het beroep van de Raad van ministers van Curaçao tegen het koninklijk besluit van 13 juli 2012, houdende het geven van een aanwijzing aan het bestuur van Curaçao tot aanpassing van de begroting van 2012, is deels ongegrond verklaard.[4]

Economie

Bestand:Curacao toerisme.jpg
Toerisme is een belangrijke inkomstenbron geworden.
Bestand:Curacao Diving.JPG
Duiken op Curaçao

Munteenheid

De munteenheid van Curaçao is Antilliaanse gulden, afkorting ANG (van de voormalige Nederlandse Antillen). De munt wordt ook gebruikt op Sint Maarten, tot 1986 ook op Aruba, en tot 2010 ook nog op Bonaire, Saba en Sint Eustatius. De Antilliaanse gulden is gekoppeld aan de Amerikaanse dollar.

Bedrijvigheid

Rond de tafelberg werden in 1874 hoogwaardige fosfaatmineralen ontdekt. Een eerste mijnexploitatie werd gestart maar al in 1887 gesloten.[5]. De Mijnmaatschappij Curaçao (MMC) heropende de mijn in 1910 en gebruikte een tramweg met ezels. Deze ezeltractie werd in de jaren 1930 vervangen door petroleum locomotieven. In de middenjaren 70 van de vorige eeuw werd de mijn definitief gesloten.

Het eiland heeft een uitstekende infrastructuur, die ver boven die van de regio uitsteekt. Curaçao leeft thans deels van handel, waaronder offshorehandel en de Vrije Zone, olieraffinage (Isla), en toerisme, dat vooral opkwam nadat de Verenigde Staten een boycot tegen Cuba hadden ingesteld. Ook activiteiten rondom de haven, zoals scheepsreparatie en containeroverslag zijn zeer belangrijk. De diepe, natuurlijke zeehaven is de beste van het Caribisch Gebied en heeft een lange geschiedenis als belangrijke handels- en overslagcentrum in de regio. Rondom het Schottegat liggen het grootste droogdok en de grootste olieraffinaderij in de regio, een containerterminal, werven voor goederen en aanlegplaatsen voor toeristenschepen.

Het eiland heeft een BNP per hoofd van US$ 20.500 (in 2008) en behoort bij de welvarendste eilanden van het Caribisch Gebied. Levensomstandigheden zijn er goed, met een geschatte HDI-index van rond de 0.81 (Jan. 2014). De welvaart is matig tot redelijk verdeeld. Er is een zeer rijke en kleine toplaag, maar ook een aanzienlijke middenklasse en lage klasse. Naar schatting verdient de rijkste 10% van de bevolking rond 30% van het nationale inkomen, wat vergelijkbaar is met landen als Italië en de Verenigde Staten. Het gemiddelde gezinsinkomen op het eiland is ca. ANG 3700,- per maand, dat ca. 1600 EURO op het moment (cijfers van CBS uit 2002 of 2003).

Economische recessie in de jaren negentig heeft voor een enorme emigratiegolf naar Nederland gezorgd. Tegenwoordig trekt de economie weer een beetje aan en er is iets meer immigratie dan emigratie. Vooral toerisme groeide sterk naar een record van 467.538 verblijfstoeristen in 2015. Deze trend sloeg om in 2016 en 2017 vanwege de ineenstorting van de Venezolaanse toeristenmarkt. Met 431.701 verblijfstoeristen in 2018 was er weer sprake van een licht herstel van de groei.[6] Er is een hoge werkloosheid (ca. 12%) en vooral jeugdwerkloosheid is een groot probleem.

Verkeer

Het vliegveld van Curaçao heet Curaçao International Airport. Het is ook bekend als vliegveld Hato, eerder heette het Dr. Albert Plesman Luchthaven.

Curaçao is goed per auto te verkennen. Er is openbaar vervoer per bus, de konvoi en bussen voor de langere afstanden en de minibussen.

Defensie

Centraal op Curaçao ligt Marinebasis Parera. Vanaf deze basis is de staf van Commandant der Zeemacht in het Caraïbisch Gebied (CZMCARIB) aan het werk om alle operaties aan te sturen. De basis biedt ook huisvesting aan een roulerende compagnie van het Commando Landstrijdkrachten (CLAS), de bootgroep Curaçao, het Kustwachtsteunpunt Curaçao en het Reddings- en Coördinatie Centrum van de Kustwacht Caribisch Gebied. Daarnaast bevinden zich op de basis ook werkplaatsen, waar al het varend en rollend materieel wordt onderhouden.

De taken van het CZMCARIB inclusief onderliggende eenheden zijn:

  • de verdediging van de territoriale integriteit van de landen Aruba, Curaçao en Sint Maarten en de Nederlandse regio Caribisch Nederland;
  • het handhaven van de (inter)nationale rechtsorde;
  • het ondersteunen van civiele autoriteiten.

Drugsbestrijding

De Nederlandse krijgsmacht en het leger van de Verenigde Staten houden zich samen intensief bezig met het opsporen en onderscheppen van internationale drugstransporten in het Caribisch gebied. In het kader van deze "war on drugs" zijn de Verenigde Staten militair aanwezig op Curaçao. Deze "Forward Operating Location" (FOL) op Curaçao is er gekomen toen de VS hun militaire aanwezigheid in Panama moesten beëindigen. Op 3 maart 2000 tekende het Koninkrijk der Nederlanden een verdrag met de Verenigde Staten over de vestiging van een Forward Operating Location op het internationale vliegveld van Curaçao, Hato Airport. Deze Forward Operating Location heeft niet de status van luchtmachtbasis en Amerikaanse vluchten vanaf Curaçao worden ongewapend uitgevoerd.[7]

Op Hato Airport is sindsdien een vaste groep van tien à vijftien militairen op Curaçao gevestigd, die permanent aangevuld wordt met 300 op roulatiebasis aanwezige militairen. Tevens zijn vijf straaljagers, F-16's of F-15's, en drie kleinere verkenningsvliegtuigen op Hato Airport gestationeerd. De activiteiten van de Amerikaanse luchtmacht bij het onderscheppen van drugstransporten op zee worden ondersteund door schepen van de Koninklijke Marine.

Cultuur

Bezienswaardigheden

Film, theater en muziek

Natuur

  • Den Paradera, kruidentuin
  • Shete Boka Park[9]
  • Diverse koraalriffen waar men kan duiken.
  • Fort Nassau
  • Struisvogelfarm
  • Zoutpannen met flamingo's te Jan Kok.
  • Dierentuin Parke Tropikal[10]

Evenementen

  • Carnaval
  • Full Moon Party
  • Curaçao International Jazz Festival
  • Curaçao Dive Festival
  • Curaçao Salsa Festival
  • Sami Sail
  • Amstel Curaçao Race (Wordt sinds 2014 niet meer verreden)
  • Fuik dag

Sport

De populairste sport op het eiland is honkbal, gevolgd door voetbal. Verder wordt er ook aan andere sporten gedaan, zoals tennis, squash, volleybal, basketbal, hockey, vele watersporten en golf. Er zijn op het eiland drie golfbanen: Plantage Blauw bij het Blue Bay Golf & Beach Resort, bij de Curaçao Golf & Squash Club en the Old Quarry Golf Course bij het hotel Hyatt Regency Curaçao.

Keuken

Zie Curaçaose keuken voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Media

Kranten

  • Caraïbische uitgave van de Telegraaf, in het Nederlands
  • Amigoe, Nederlands
  • Antilliaans Dagblad, Nederlands
  • Bala, Papiaments
  • Boletin, Papiaments
  • Extra, Papiaments
  • Nobo, Papiaments
  • Vigilante, Papiaments

Tijdschriften

  • Dolfijn FM Magazine, gratis Nederlandstalig weekblad
  • On Top Magazine, maandblad
  • Resida, Nederlandstalig

Radio en televisie

LineaRecta was de dagelijkse actualiteitenuitzending van Radio Nederland Wereldomroep speciaal voor de Antillen en Aruba. Enkele lokale radio-omroepen en televisie-uitzendingen zijn Nederlandstalig.

Televisiekanalen

  • TeleCuraçao, Papiaments
  • CBA, Papiaments
  • Nos Pais Television kanaal 4, Papiaments, Nederlands, Engels
  • TV Direct, Papiaments
  • Venezolaanse kanalen, gratis
  • Amerikaanse kanalen, via satelliet, maar niet gratis
  • Kanal 24, gratis

Satellietbedrijven

  • TDS
  • DirecTV
  • Dish Network
  • Flow
  • Tres

Bekende inwoners van Curaçao

Zie Lijst van bekende Curaçaoënaars voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Externe link

Bronnen, noten en/of referenties

Bronnen, noten en/of referenties
rel=nofollow
rel=nofollow

Wikimedia Commons  Zie ook de categorie met mediabestanden in verband met Curaçao op Wikimedia Commons.

rel=nofollow
Wikimedia Atlas Zie ook de Atlas van Curaçao op Wikimedia Commons.
rel=nofollow
rel=nofollow
rel=nofollow
12°11′10″N, 68°59′22″W