Wikisage, de vrije encyclopedie van de tweede generatie, is digitaal erfgoed

Wikisage is op 1 na de grootste internet-encyclopedie in het Nederlands. Iedereen kan de hier verzamelde kennis gratis gebruiken, zonder storende advertenties. De Koninklijke Bibliotheek van Nederland heeft Wikisage in 2018 aangemerkt als digitaal erfgoed.

  • Wilt u meehelpen om Wikisage te laten groeien? Maak dan een account aan. U bent van harte welkom. Zie: Portaal:Gebruikers.
  • Bent u blij met Wikisage, of wilt u juist meer? Dan stellen we een bescheiden donatie om de kosten te bestrijden zeer op prijs. Zie: Portaal:Donaties.

Franse republikeinse kalender

Uit Wikisage
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
dinsdag
22 oktober 2019
04:51:27
2:02:39
Primidi
1
Brumaire
228   CCXXVIII
De Franse republikeinse kalender, ook aangeduid met de termen Franse revolutionaire kalender en jacobijnse kalender, was een kalendersysteem dat officieel gebruikt werd van 5 oktober of 24 oktober 1793 tot 1 januari 1806 in de periode van de Franse Revolutie.

Achtergrond

De revolutie had van Frankrijk een seculiere staat gemaakt die zich afzette tegen alles wat kerks was.

De kalender was ook een uiting van een technocratische denkwijze die met het verleden wilde breken.

Men probeerde alles aan de rede te onderwerpen en vond dat religie hierin geen plaats had. Bijgevolg wou men ook van de gregoriaanse kalender en de zogenaamde christelijke jaartelling vanaf, waarin was uitgegaan van de geboorte van Jezus Christus.

De wiskundige Charles-Gilbert Romme ontwierp een kalendersysteem dat bedoeld was als rationeler dan de gregoriaanse kalender. Een jaar werd verdeeld in 12 maanden van dezelfde lengte, elk met 3 decaden van elk 10 dagen. Om het kalenderjaar niet te laten verschuiven tegenover het astronomische jaar, kreeg het nog 5 of 6 extra dagen. De jaartelling zou beginnen vanaf 22 september 1792, de datum waarop de Eerste Franse Republiek werd uitgeroepen.

De schrijver, acteur en dichter Fabre d'Églantine bedacht eigentijdse namen.

Invoer en wijzigingen

De kalender werd in verschillende fasen ingevoerd en eveneens in verschillende fasen weer uit gebruik genomen.

  • 22 september 1792: De nieuwe jaartelling wordt ingevoerd (het jaartal werd I). De gregoriaanse jaarindeling blijft behouden.
  • 5 oktober 1793: Invoering van decaden, en 12 maanden van 30 dagen. De maanden, de dagen van de decade, en de aanvullende dagen worden genummerd.
  • 24 oktober 1793: De maanden en de dagen van de decade krijgen namen.
  • 30 oktober 1793: de nieuwe maandnamen worden gepubliceerd, en tegen het einde van dat jaar was de invoering van de nieuwe kalender afgerond.
  • 24 november 1793: Er worden een aantal naamswijzigingen doorgevoerd. Het jaar I, dat op 31 december 1792 geëindigd was, wordt met terugwerkende kracht opgerekt tot 21 september 1793.
  • Na de bezetting van de Oostenrijkse Nederlanden door Franse troepen (1794), werd ook daar de Republikeinse kalender ingevoerd; in de Burgerlijke Stand vanaf 17 juni 1796, en algemeen verplicht vanaf 3 april 1798.
  • Juli 1794: Na de val van Robespierre in juli 1794 ging er stemmen op om de kalender af te schaffen, maar in 1795 werd de kalender opgenomen in de nieuwe grondwet. De beide auteurs ervan, Romme en d’Églantine, waren intussen het slachtoffer geworden van het Schrikbewind. De strijd tussen de zondag en de decadi zou Frankrijk zes jaar lang in twee kampen verdelen.
  • 22 september 1794: De dag wordt decimaal verdeeld.
  • 7 april 1795: De decimale dagindeling wordt (na een half jaar) weer afgeschaft. Bij dezelfde wet waarin de decimale maten en gewichten juist werden ingevoerd.
  • 24 augustus 1795: De sanscullottiden worden hernoemd in ’jours complémentaires’, aanvullende dagen.
  • In april 1798 werd de vermelding van de gregoriaanse kalender officieel verboden.
  • In 1800 nam de druk toe om de gregoriaanse kalender weer toe te laten.
  • 26 juli 1800: Alleen ambtenaren zijn nog onderworpen aan de decade. Anderen mogen de week weer gebruiken.
  • 8 april 1802: De ’decade’ werd weer vervangen door de zevendaagse week. Ook ambtenaren kregen opnieuw een wekelijkse rustdag. Deze hybride vorm bleef nog drie jaar in werking,[1] tot 10 Nivôse van het jaar XIV (31 december 1805).
  • 1 januari 1806: De kalender wordt geheel afgeschaft. De officiële instanties maken terug gebruik van de gregoriaanse kalender.
  • 1871: Gedurende de commune van Parijs werd sporadisch de revolutionaire kalender gebruikt.

In dit artikel wordt de uitgebreidste vorm van de republikeinse kalender beschreven, namelijk die van 24 november 1793.

De jaartallen werden met Romeinse cijfers geschreven. Het is twijfelachtig of men dit met latere, dus hogere, jaartallen had kunnen volhouden, want Arabische cijfers zijn veel gemakkelijker te gebruiken.

Opbouw en kenmerken

Jaren

De wiskundige Charles-Gilbert Romme zou de kalender hebben ontwikkeld tijdens zijn gevangenschap

De astronomie geldt als ijkpunt van de kalender. Het nieuwe jaar begint om middernacht van het etmaal waarin de zon de herfstequinox bereikt (het officiële begin van de herfst), zoals waargenomen vanuit Parijs. Dus als de herfst begint op 24 september om 00.32 uur Parijse tijd, begint het nieuwe jaar die dag, op 24 september. Het idee hierachter is dat de kalender nooit uit de pas kan geraken met de hemellichamen, maar dit betekent ook dat er geen gemakkelijk hanteerbare regels zijn voor schrikkeljaren. Wanneer men niet weet wanneer de volgende herfstequinox valt, kan men niet weten hoeveel dagen een jaar heeft, of wanneer een jaar begint en eindigt. De eerste vendémiaire kon vallen op 22 of 23 september, en indien men de Franse kalender vandaag zou gebruiken, zou ook 24 september mogelijk zijn. Twee mogelijke begindata zijn te wijten aan het feit dat de schrikkeljaarregeling niet synchroon loopt met die van de gregoriaanse kalender. 24 september is nu mogelijk omdat het jaar 2000 in de gregoriaanse kalender geen schrikkeljaar was.

De republikeinse kalender werd met terugwerkende kracht ingevoerd vanaf 22 september 1792. Deze datum is de eerste dag, de eerste vendémiaire, van de eerste maand van het jaar I van de Franse revolutionaire jaartelling. Dit eerste jaar liep natuurlijk ook door in 1793. De laatste dag van het eerste jaar is vervolgens 21 september 1793.

Jaar Begindatum
I 22 sep 1792
II 22 sep 1793
III 22 sep 1794
IV 23 sep 1795
V 22 sep 1796
Jaar Begindatum
VI 22 sep 1797
VII 22 sep 1798
VIII 23 sep 1799
IX 23 sep 1800
X 23 sep 1801
Jaar Begindatum
XI 23 sep 1802
XII 24 sep 1803
XIII 23 sep 1804
XIV 23 sep 1805
jan 1806 herinvoering gregoriaanse kalender
 
 
Schrikkeljaar in de gregoriaanse kalender
Schrikkeljaar in de revolutionaire kalender

De theoretische aanvangsdata in onze tijd staan in een aparte tabel.

Schrikkeljaren

Hoofdartikel.png Zie Schrikkeljaar (Franse republikeinse kalender) voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De wet bevat niet alleen een regeling voor het begin van het jaar maar ook voor de schrikkeljaren. Men realiseerde zich niet dat die regelingen strijdig waren. Niet lang na de afschaffing zou 23 september 1811 tot twee jaren hebben behoord, en 22 september 1812 tot geen enkel jaar. Vanaf dan zou dit probleem zich elke vier jaar voordoen. De wet zou dus noodzakelijkerwijs aangepast moeten worden.

Dit levert een probleem op wanneer men de kalender in de huidige tijd wil plaatsen. Wettelijk is de kalender afgeschaft. De wettelijke regeling ongewijzigd gebruiken kan ook niet. Er bestaan verschillende opvattingen over hoe deze kalender vandaag zou moeten lopen.

De hier getoonde kalenders geven de datumomrekening naar de gregoriaanse kalender, waarbij de jaaraanvang alleen voor de jaren I t/m XVI de oorspronkelijke regeling volgt. Buiten deze tijdsperiode waarin de kalender officieel van kracht was, wordt in dit artikel de schrikkeljaarregeling van de commissie Romme toegepast: hierin wordt een gemiddelde herfstequinox gevolgd, niet het exacte tijdstip van de herfstequinox te Parijs.

Maanden

De dichter Fabre d’Églantine bedacht de namen van de maanden.

In de republikeinse kalender werd het jaar, zoals in de Koptische kalender, opgedeeld in 12 maanden van 30 dagen plus 5 (of 6) aanvullende dagen aan het eind van het jaar. Deze laatste dagen zijn nodig om met het tropisch jaar (~365¼ dagen) in de pas te blijven.

De namen van de maanden waren bedacht door de dichter Fabre d’Églantine. Iedere maand herinnert aan een kenmerk van het klimaat in Frankrijk: in de winter bijvoorbeeld was er nivôse, de sneeuwmaand.

Het verband met de traditionele gregoriaanse kalender is hieronder bij benadering gegeven, waarbij opgemerkt moet worden dat er van jaar tot jaar enige kleine verschuivingen konden plaatsvinden.


De vijf of zes jours complémentaires (aanvullende dagen), of sansculottiden, behoren niet tot een maand (17 september ~ 21 september)

De wintermaanden worden meestal met de uitgang -ôse geschreven. Dit was de spelling van de wet van 24 oktober 1793. Een maand later, in de wet van 24 november 1793, is dit echter veranderd in -ose.

Herfstmaanden
(uitgang -aire)
Wintermaanden
(uitgang -ôse)
Lentemaanden
(uitgang -al)
Zomermaanden
(uitgang -idor)
Vendémiaire Wijnmaand
(22 september ~ 21 oktober)
Nivôse Sneeuwmaand
(21 december ~ 19 januari)
Germinal Kiemmaand
(21 maart ~ 19 april)
Messidor Oogstmaand
(19 juni ~ 18 juli)
Brumaire Mistmaand
(22 oktober ~ 20 november)
Pluviôse Regenmaand
(20 januari ~ 18 februari)
Floréal Bloemmaand
(20 april ~ 19 mei)
Thermidor Hittemaand
(19 juli ~ 17 augustus)
Frimaire Koudemaand
(21 november ~ 20 december)
Ventôse Windmaand
(19 februari ~ 20 maart)
Prairial Weidemaand
(20 mei ~ 18 juni)
Fructidor Fruitmaand
(18 augustus ~ 16 september)

Decade

De week werd vervangen door de decade, een periode van 10 dagen. Dat betekende dat er nog maar een op tien dagen vrij was in plaats van een op zeven, en dat heeft de acceptatie bepaald niet geholpen. Scholen en veel openbare gebouwen waren gesloten. Het houden van verkopingen was verboden. Het vieren van de mis en het sluiten van huwelijken op deze rustdag werd aangemoedigd. Er werden hardloopwedstrijden georganiseerd, waarbij de Franse lelie moest worden vertrapt. Het gezamenlijk zingen van liederen werd bevorderd. Ambtenaren waren verplicht de festiviteiten en lezingen over de landbouw te bezoeken.[2]

Het bijbehorende decimale stelsel van maten en gewichten had meer succes. Hoewel ook dit tijdelijk weer werd afgeschaft, veroverde het bijna de hele wereld; de meeste wetenschapsgebieden gingen volledig over op het decimale matenstelsel.

Dagen van de decade

In plaats van in weken, die bijbels van oorsprong zijn, werd elke maand opgedeeld in drie perioden van 10 dagen (decades). De weekdagen (zondag, maandag, enz.) werden vervangen door tien namen die gebaseerd waren op de telwoorden in het Latijn:

Primidi, Duodi, Tridi, Quartidi, Quintidi,
Sextidi, Septidi, Octidi, Nonidi,
Decadi, een vrije dag die de zondag moest vervangen.

De zevendaagse weekindeling werd in april 1802 weer ingevoerd, terwijl het tiendagenritme al sinds juli 1800 alleen nog maar voor ambtenaren van kracht was. Zo werd het stelsel al ruim voor de definitieve afschaffing op 1 januari 1806 langzaam gesloopt.

De vijf of zes aanvullende dagen (jours complémentaires) werden in een korte periode ook de sansculottiden (Frans: sansculottides) genoemd.

1e dag: I t/m VII ----- 2e dag: VIII t/m XIII

Dagen van het jaar

Om de naamdagen van de rooms-katholieke heiligen te vervangen, werd iedere reguliere dag van het jaar (dus niet de aanvullende dagen / jours complémentaires) gewijd aan een dier (iedere quintidi), een werktuig (iedere rustdag, decadi) of een plant, boom, mineraal of delfstof (iedere andere dag).

Herfst

1e aanvangsdag: I t/m III, V t/m VII —— 2e: IV, VIII t/m XI, XIII t/m XIV —— 3e: XII

Vendémiaire
(22, 23 of 24 september ~ 21, 22 of 23 oktober)
Brumaire
(22, 23 of 24 oktober ~ 20, 21 of 22 november)
Frimaire
(21, 22, 23 november ~ 20, 21 of 22 december)
  1. Raisin (Druif)
  2. Safran (Saffraan)
  3. Châtaigne (Kastanje)
  4. Colchique (Krokus)
  5. Cheval (Paard)
  6. Balsamine (Springbalsemien)
  7. Carotte (Wortel)
  8. Amarante (Amarant)
  9. Panais (Pastinaak)
  10. Cuve (Wijnvat)
  11. Pomme de terre (Aardappel)
  12. Immortelle (Strobloem)
  13. Potiron (Kalebas)
  14. Réséda (Mignonette)
  15. Âne (Ezel)
  16. Belle de nuit (Wonderbloem)
  17. Citrouille (Pompoen)
  18. Sarrasin (Boekweit)
  19. Tournesol (Zonnebloem)
  20. Pressoir (Wijnpers)
  21. Chanvre (Hennep, Marihuana)
  22. Pêche (Perzik)
  23. Navet (Knolraap)
  24. Amaryllis (Amaryllis)
  25. Boeuf (Rund)
  26. Aubergine (Aubergine)
  27. Piment (Chilipeper)
  28. Tomate (Tomaat)
  29. Orge (Gerst)
  30. Tonneau (Wijnton)
  1. Pomme (Appel)
  2. Céleri (Snijselderij)
  3. Poire (Peer)
  4. Betterave (Biet)
  5. Oie (Gans)
  6. Héliotrope (Heliotroop)
  7. Figue (Vijg)
  8. Scorsonère (Schorseneer)
  9. Alisier (Elsbes)
  10. Charrue (Ploeg)
  11. Salsifis (Morgenster)
  12. Macre (Waternoot)
  13. Topinambour (Aardpeer)
  14. Endive (Witlof)
  15. Dindon (Kalkoen)
  16. Chervis (Suikerwortel)
  17. Cresson (Waterkers)
  18. Dentelaire (Mannentrouw)
  19. Grenade (Granaatappel)
  20. Herse (Eg)
  21. Bacchante (Asarum baccharis)
  22. Azarole (Azarooldoorn)
  23. Garance (Meekrap)
  24. Orange (Sinaasappel)
  25. Faisan (Fazant)
  26. Pistache
  27. Macjonc (Aardaker)
  28. Coing (Kweepeer)
  29. Cormier (Peervormige lijsterbes)
  30. Rouleau (Wals)
  1. Raiponce (Rapunzel)
  2. Turneps (Raapstelen)
  3. Chicorée (Cichorei)
  4. Nèfle (Mispel)
  5. Cochon (Varken)
  6. Mâche (Veldsla)
  7. Chou-fleur (Bloemkool)
  8. Miel (Honing)
  9. Genièvre (Jeneverbesstruik)
  10. Pioche (Houweel)
  11. Cire (Bijenwas)
  12. Raifort (Mierikswortel)
  13. Cèdre (Ceder)
  14. Sapin (Zilverspar)
  15. Chevreuil (Ree)
  16. Ajonc (Gaspeldoorn)
  17. Cyprès (Cipres)
  18. Lierre (Hedera, klimop)
  19. Sabine (Jeneverbes (vrucht))
  20. Hoyau (Schoffel)
  21. Erable sucré (Esdoorn)
  22. Bruyère (Struikhei)
  23. Roseau (Riet)
  24. Oseille (Veldzuring)
  25. Grillon (Krekel)
  26. Pignon (Pijnboompit)
  27. Liège (Kurk)
  28. Truffe (Truffel)
  29. Olive (Olijf)
  30. Pelle (Schep)

Winter

1e aanvangsdag: I t/m III, V t/m VII —— 2e: IV, VIII t/m XI, XIII t/m XIV —— 3e: XII

Nivôse
(21, 22 of 23 december ~ 19, 20 of 21 januari)
Pluviôse
(20, 21 of 22 januari ~ 18, 19 of 20 februari)
Ventôse
(19, 20 of 21 februari ~ 20 of 21 maart)
  1. Tourbe (Turf)
  2. Houille (Steenkool)
  3. Bitume (Bitumen)
  4. Soufre (Zwavel)
  5. Chien (Hond)
  6. Lave (Lava)
  7. Terre végétale (Humus)
  8. Fumier (Mest)
  9. Salpêtre (Salpeter)
  10. Fléau (Dorsvlegel)
  11. Granit (Graniet)
  12. Argile (Klei)
  13. Ardoise (Leisteen)
  14. Grès (Zandsteen)
  15. Lapin (Konijn)
  16. Silex (Vuursteen)
  17. Marne (Mergel)
  18. Pierre à chaux (Kalksteen)
  19. Marbre (Marmer)
  20. Van (Wan)
  21. Pierre à plâtre (Gips)
  22. Sel (Zout)
  23. Fer (IJzer)
  24. Cuivre (Koper)
  25. Chat (Kat)
  26. Étain (Tin)
  27. Plomb (Lood)
  28. Zinc (Zink)
  29. Mercure (Kwik)
  30. Crible (Zeef)
  1. Lauréole (Zijdebast)
  2. Mousse (Mos)
  3. Fragon (Ruscaceae)
  4. Perce-neige (Sneeuwklokje)
  5. Taureau (Stier)
  6. Laurier-thym (Viburnum tinus)
  7. Amadouvier (echte tonderzwam)
  8. Mézéréon (Rood peperboompje)
  9. Peuplier (Populier)
  10. Coignée (Bijl)
  11. Ellébore (Nieskruid)
  12. Brocoli (Broccoli)
  13. Laurier (Laurier)
  14. Avelinier (Hazelaar)
  15. Vache (Koe)
  16. Buis (Buxus)
  17. Lichen (Korstmos)
  18. If (Venijnboom, Taxus)
  19. Pulmonaire (Longkruid)
  20. Serpette (Hakmes)
  21. Thlaspi (Witte krodde)
  22. Thimelé (Plantengeslacht Daphne)
  23. Chiendent (Kweek)
  24. Trainasse (Duizendknoop)
  25. Lièvre (Haas)
  26. Guède (Wede)
  27. Noisetier (Hazelaar)
  28. Cyclamen (Cyclaam)
  29. Chélidoine (Stinkende gouwe)
  30. Traîneau (Slee)
  1. Tussilage (Klein hoefblad)
  2. Cornouiller (Kornoelje)
  3. Violier (Steenraket)
  4. Troène (Liguster)
  5. Bouc (Bok)
  6. Asaret (Hazelwortel, Aristolochiales)
  7. Alaterne (Sporkehout)
  8. Violette (Viooltje)
  9. Marceau (Boswilg)
  10. Bêche (Spade)
  11. Narcisse (Narcis)
  12. Orme (Iep)
  13. Fumeterre (Gewone Duivenkervel)
  14. Vélar (Gewone raket)
  15. Chèvre (Geit)
  16. Épinard (Spinazie)
  17. Doronic (Composiet)
  18. Mouron (Guichelheil)
  19. Cerfeuil (Echte kervel)
  20. Cordeau (Touw)
  21. Mandragore (Alruin)
  22. Persil (Peterselie)
  23. Cochléaria (Echt lepelblad)
  24. Pâquerette (Madeliefje)
  25. Thon (Tonijn)
  26. Pissenlit (Paardenbloem)
  27. Sylve (Bosanemoon)
  28. Capillaire (Soort Varen)
  29. Frêne (Es)
  30. Plantoir (Pootijzer, werktuig om bollen te planten)

Lente

1e aanvangsdag: I t/m VII —— 2e: VIII t/m XIII

Germinal
(21 of 22 maart ~ 19 of 20 april)
Floréal
(20 of 21 april ~ 19 of 20 mei)
Prairial
(20 of 21 mei ~ 18 of 19 juni)
  1. Primevère (Stengelloze sleutelbloem)
  2. Platane (Plataan)
  3. Asperge
  4. Tulipe (Tulp)
  5. Poule (Hen, Kip)
  6. Bette (Snijbiet)
  7. Bouleau (Berk)
  8. Jonquille (Narcis)
  9. Aulne (Els)
  10. Couvoir (Broedstoof)
  11. Pervenche (Maagdenpalm)
  12. Charme (Haagbeuk)
  13. Morille (Morielje)
  14. Hêtre (Beuk)
  15. Abeille (Honingbij)
  16. Laitue (Sla)
  17. Mélèze (Lariks)
  18. Ciguë (Gevlekte scheerling)
  19. Radis (Radijs)
  20. Ruche (Bijenkorf)
  21. Gainier (Judasboom)
  22. Romaine (Slasoort)
  23. Marronnier (Tamme kastanje)
  24. Roquette (Rucola)
  25. Pigeon (Duif)
  26. Lilas (Sering)
  27. Anémone (Anemoon)
  28. Pensée (Viooltjessoort)
  29. Myrtille (Blauwe bes)
  30. Greffoir (Mes)
  1. Rose (Roos)
  2. Chêne (Eik)
  3. Fougère (Varen)
  4. Aubépine (Meidoorn)
  5. Rossignol (Nachtegaal)
  6. Ancolie (Akelei)
  7. Muguet (Lelietje-van-dalen)
  8. Champignon (Paddestoel)
  9. Hyacinthe (Hyacint)
  10. Râteau (Hark)
  11. Rhubarbe (Rabarber)
  12. Sainfoin (Esparcette)
  13. Bâton-d’or (Steenraket)
  14. Chamérops (Palm)
  15. Ver à soie (Zijderups)
  16. Consoude (Smeerwortel)
  17. Pimprenelle (Kleine pimpernel)
  18. Corbeille d’or (Schildzaad)
  19. Arroche (Tuinmelde)
  20. Sarcloir (Schoffel)
  21. Statice (Engels gras)
  22. Fritillaire (Kievitsbloem)
  23. Bourrache (Komkommerkruid)
  24. Valériane (Echte valeriaan)
  25. Carpe (Karper)
  26. Fusain (Kardinaalsmuts)
  27. Civette (Bieslook)
  28. Buglosse (Ossentong)
  29. Sénevé (Mosterdzaad)
  30. Houlette (Schaapherdersstaf)
  1. Luzerne
  2. Hémérocalle (Lelie)
  3. Trèfle (Klaver)
  4. Angélique (Grote engelwortel)
  5. Canard (Eend)
  6. Mélisse (Citroenmelisse)
  7. Fromental (Glanshaver)
  8. Martagon (Martagonlelie)
  9. Serpolet (Tijm)
  10. Faux (Zeis)
  11. Fraise (Aardbei)
  12. Bétoine (Andoorn)
  13. Pois (Erwt)
  14. Acacia
  15. Caille (Kwartel)
  16. Oeillet (Anjer)
  17. Sureau (Vlierbes)
  18. Pavot (Papaver)
  19. Tilleul (Lindeboom)
  20. Fourche (Mestvork, Riek)
  21. Barbeau (Korenbloem)
  22. Camomille (Kamille)
  23. Chèvrefeuille (Kamperfoelie)
  24. caille-lait (Walstro)
  25. Tanche (Zeelt)
  26. Jasmin (Jasmijn)
  27. Verveine (Verbena geslacht uit de IJzerhardfamilie)
  28. Thym (Tijm)
  29. Pivoine (Pioenroos)
  30. Chariot (Handkar)

Zomer

1e aanvangsdag: I t/m VII —— 2e: VIII t/m XIII

Messidor
(19 of 20 juni ~ 18 of 19 juli)
Thermidor
(19 of 20 juli ~ 17 of 18 augustus)
Fructidor
(18 of 19 augustus ~ 16 of 17 september)
  1. Seigle (Rogge)
  2. Avoine (Haver)
  3. Oignon (Ui)
  4. Véronique (Ereprijs)
  5. Mulet (Muildier/muilezel)
  6. Romarin (Rozemarijn)
  7. Concombre (Komkommer)
  8. Echalote (Sjalot)
  9. Absinthe (Absintalsem)
  10. Faucille (Sikkel)
  11. Coriandre (Koriander)
  12. Artichaut (Artisjok)
  13. Girofle (Kruidnagel)
  14. Lavande (Lavendel)
  15. Chamois (Gems)
  16. Tabac (Tabaksplant)
  17. Groseille (Rode bes)
  18. Gesse (Lathyrus)
  19. Cerise (Kers)
  20. Parc (Park)
  21. Menthe (Munt)
  22. Cumin (Komijn)
  23. Haricot (Boon)
  24. Orcanète (Alkanna)
  25. Pintade (Parelhoen)
  26. Sauge (Salie)
  27. Ail (Knoflook)
  28. Vesce (Voederwikke)
  29. Blé (Tarwe)
  30. Chalémie (Schalmei)
  1. Epeautre (Eenkoorn)
  2. Bouillon blanc (Koningskaars)
  3. Melon (Suikermeloen)
  4. Ivraie (Raaigras)
  5. Bélier (Ram)
  6. Prêle (Paardenstaart)
  7. Armoise (Bijvoet)
  8. Carthame (Saffloer)
  9. Mûre (Braamstruik)
  10. Arrosoir (Gieter)
  11. Panis (Vingergras, Siergras)
  12. Salicorne (Kortarige zeekraal)
  13. Abricot (Abrikoos)
  14. Basilic (Basilicum)
  15. Brebis (Ooi)
  16. Guimauve (Heemst)
  17. Lin (Vlas)
  18. Amande (Amandel)
  19. Gentiane (Gentiaan)
  20. Ecluse (Sluis)
  21. Carline (Carlina)
  22. Câprier (Kappertjes)
  23. Lentille (Linzen)
  24. Aunée (Alant)
  25. Loutre (Otter)
  26. Myrte (Mirte)
  27. Colza (Koolzaad)
  28. Lupin (Lupine)
  29. Coton (Katoen)
  30. Moulin (Molen)
  1. Prune (Pruim)
  2. Millet (Gierst)
  3. Lycoperdon (een boleet)
  4. Escourgeon (zesrijïge gerst)
  5. Saumon (Zalm)
  6. Tubéreuse (Tuberose, nachthyacint)
  7. Sucrion (Wintergerst)
  8. Apocyn (Maagdenpalm)
  9. Réglisse (Zoethout)
  10. Echelle (Ladder)
  11. Pastèque (Watermeloen)
  12. Fenouil (Venkel)
  13. Epine vinette (Zuurbes)
  14. Noix (Walnoot)
  15. Truite (Forel)
  16. Citron (Citroen)
  17. Cardère (Kaardenbol)
  18. Nerprun (Vuiboom)
  19. Tagette (Afrikaantje)
  20. Hotte (Tas)
  21. Eglantine (Eglantier)
  22. Noisette (Hazelnoot)
  23. Houblon (Hop)
  24. Sorgho (Sorgo)
  25. Ecrevisse (Rivierkreeft)
  26. Bigarade (Pommerans)
  27. Verge d’or (Guldenroede)
  28. Maïs
  29. Marron (Tamme kastanje)
  30. Panier (Mand)
Bij de republikeinse kalender hoorde ook een decimale urenindeling van de dag.

Decimale tijd

Primidi
1
Brumaire
CCXXVIII
2:02

Bij de decimaal ingedeelde kalender behoorde sinds het decreet van 4 Frimaire van het jaar II (24 november 1793) officieel ook een nieuwe decimale urenindeling van de dag. Tien uren van ieder 100 minuten van elk honderd seconden zouden het dagritme moeten gaan bepalen. Een nieuwe seconde was niet veel korter dan een traditionele seconde (−14 %), een minuut was bijna de helft langer (+44 %), en een decimaal uur, dat ongeveer 2,4 keer zolang was als een traditioneel uur, was een volledig nieuwe tijdseenheid.

In de praktijk werd deze indeling niet toegepast. Het was vooral onhandig dat er bij kwart voor en kwart na geen cijfers stonden (immers 7,5 en 2,5). Tijd werd voornamelijk als tijdstip gebruikt; men rekende nog niet met tijdsduur, waardoor de decimale opbouw geen voordeel bood. De klokken om deze tijdsindeling weer te geven waren bovendien gecompliceerd, aangezien men ook de oude tijd wilde aangeven. Daardoor was de productie gering. Klokken met een tienuren-wijzerplaat zijn uiterst zeldzaam.[3] De decimale dagindeling werd in 1795 afgeschaft.

Omrekenen
 (Uren × 3600 + minuten × 60 + seconden) /0,864 = decimale seconden
Decimale klokken

De horlogemakers Berthoud, Firstenfelder, Lenoir en Perrier maakten decimale klokken. De meeste klokken gaven naast de decimale tijd ook de traditionele tijdsindeling aan. Tijdens die periode werd aan de Jardin des Tuileries een grote decimale klok aangebracht, en een andere werd opgesteld in de conferentiezaal van de nationale vergadering.

Bewaard gebleven decimale klokken zijn onder andere te zien in het Musée Carnavalet in Parijs, in het historisch-archeologische Museum te Orléans (le musée historique et archéologique, Orléans), in het Museum voor Kunst en Geschiedenis in Genève (Musée d’art et d’histoire (Genève)) en het Uhrenmuseum Abeler in Wuppertal (Duitsland).

Huidige maand

Indien de republikeinse kalender nog geldig zou zijn, zou het vandaag, (volgens het systeem van Romme) Primidi, 1 Brumaire CCXXVIII zijn (Primidi, 1 Brumaire 228). De huidige maand zou er als volgt uit zien:

228 Brumaire CCXXVIII
 
Primidi
Duodi
Tridi
Quartidi
Quintidi
Sextidi
Septidi
Octidi
Nonidi
Décadi
décade 4
1 dinsdag
22 oktober 2019
2 woensdag
23 oktober 2019
3 donderdag
24 oktober 2019
4 vrijdag
25 oktober 2019
5 zaterdag
26 oktober 2019
6 zondag
27 oktober 2019
7 maandag
28 oktober 2019
8 dinsdag
29 oktober 2019
9 woensdag
30 oktober 2019
10 donderdag
31 oktober 2019
décade 5
11 vrijdag
1 november 2019
12 zaterdag
2 november 2019
13 zondag
3 november 2019
14 maandag
4 november 2019
15 dinsdag
5 november 2019
16 woensdag
6 november 2019
17 donderdag
7 november 2019
18 vrijdag
8 november 2019
19 zaterdag
9 november 2019
20 zondag
10 november 2019
décade 6
21 maandag
11 november 2019
22 dinsdag
12 november 2019
23 woensdag
13 november 2019
24 donderdag
14 november 2019
25 vrijdag
15 november 2019
26 zaterdag
16 november 2019
27 zondag
17 november 2019
28 maandag
18 november 2019
29 dinsdag
19 november 2019
30 woensdag
20 november 2019
10 h
2:02:39

Brumaire.jpg 04:51:27
24 h

Franse republikeinse kalender - I - II - III - IV - V - VI - VII - VIII - IX - XII - XIII - XIV - CCXXVII - CCXXVIII - CCXXIX - (Romme)
Klik op een jaarcijfer voor een kalender van het hele jaar.

Zie ook

Voetnoten

  1. º Elchardus, M., (1989) De Republikeinse kalender … ’niets minder dan een verandering van religie’, p. 1–139. In: De opstand van de intellectuelen. De Franse revolutie als avant-première van de moderne cultuur.
  2. º Enhus, E., (1989) En de tiende dag vierden zij feest, p. 141-156. In: De opstand van de intellectuelen. De Franse revolutie als avant-première van de moderne cultuur.
  3. º Bron: Catalogus van de Frick-collectie in New York

Weblinks

1px.pngWikisource1px.png  (fr) Décret de la Convention nationale portant sur la création du calendrier républicain op Wikisource

1px.pngWikimedia Commons  Zie ook de categorie met mediabestanden in verband met French Republican Calendar op Wikimedia Commons.

rel=nofollow