Wikisage, de vrije encyclopedie van de tweede generatie, is digitaal erfgoed

Wikisage is op 1 na de grootste internet-encyclopedie in het Nederlands. Iedereen kan de hier verzamelde kennis gratis gebruiken, zonder storende advertenties. De Koninklijke Bibliotheek van Nederland heeft Wikisage in 2018 aangemerkt als digitaal erfgoed.

  • Wilt u meehelpen om Wikisage te laten groeien? Maak dan een account aan. U bent van harte welkom. Zie: Portaal:Gebruikers.
  • Bent u blij met Wikisage, of wilt u juist meer? Dan stellen we een bescheiden donatie om de kosten te bestrijden zeer op prijs. Zie: Portaal:Donaties.

Attische kalender

Uit Wikisage
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De Attische kalender zijn de verschillende kalenderversies die een tijdlang in gebruik waren in het oude Athene. Men bedoelt er vooral de lunisolaire kalender mee, dat wil zeggen, een kalender die elementen combineert van zowel zonnekalenders als maankalenders. Het is de best bestudeerde Helleense kalender. Naast de lunisolaire kalender, die gebruikt werd om de religieuze feestdagen te bepalen, was er een prytanie-kalender, volgens dewelke de deelname van de Atheense stammen aan politieke ambten werd geregeld.

Het jaar

Het jaar begon met de eerste nieuwe maan na de zomerzonnewende. Een gewoon jaar bevatte twaalf maanden, maar soms werd na de maand poseideoon, de zesde maand, een intercalaire maand (schrikkelmaand) ingevoegd.

In de tweede eeuw n.Chr. kreeg de schrikkelmaand ook de naam Ἁδριανιών / Hadrianiōn, ter ere van keizer Hadrianus. Hieruit blijkt dat de kalender ook in de Romeinse tijd overleefde.

Seizoenen

Oorspronkelijk telden de Grieken drie seizoenen, voorgesteld door de drie Horai of schikgodinnen, maar ook een indeling van het jaar in twee delen kwam vaak voor.

Pas in de Romeinse tijd namen zij de indeling in vier seizoenen over.

Θέρος zomer
Φθινόπωρον herfst
χεῖμα winter
ἔαρ lente

De naam Φθινόπωρον is afgeleid van ὀπώρα, „vruchten” en is het seizoen nadat de vruchten rijp waren.

Maanden

Het begin van de maand en het toevoegen van schrikkelmaanden werd bepaald door magistraten die zelf geen astronoom waren. Theoretisch begon de maand met het zichtbaar worden van de nieuwe-maansikkel na de astronomische nieuwe maan. Een maand van 29 dagen heette een κοῖλος μήν (koilos mēn, holle maand). Wanneer de maand 30 dagen had, was dit een μήν of πλήρης μήν (plērēs mēn, volle[dige] maand).

Maand Gewijd aan Naam afgeleid van
 1e maand ἑκατομβαιών Hekatombaion juli – augustus Apollon De hekatomben; slachtoffer van 100 runderen.
 2e maand μεταγειτνιών Metageitnion augustus – september Apollon „Het wisselen van buren” (verhuizen)
 3e maand βοηδρομιών Boèdromion september – oktober Apollon „Te hulp snellen”; de herdenking van de slag tegen de Amazones door Theseus.
 4e maand πυανοψιών
later: πυανεψιών
Puanepsion oktober – november Apollon Het Puanepsia-feest.
 5e maand μαιμακτηριών Maimaktèrion november – december Zeus Zeus Maimaktes (=’De Stormachtige’)
 6e maand ὁ ποσιδεών
later: ποσειδεών
Poseideon december – januari Poseidon De zeegod Poseidon
 7e maand γαμηλιών Gamèlion januari – februari Zeus en Hera Tijd der bruiloften.
 8e maand ἀνθεστηριών Anthestèrion februari – maart Dionysos Bloesems; het bloemenfeest Anthesteria.
 9e maand ἐλαφηβολιών Elafèbolion maart – april Artemis Hertenjacht.
10e maand μουνυχιών
later: ὁ μουνιχιών
Moenichion april – mei Artemis Het feest van Artemis Moenichia (=uit de stad Moenichia)
11e maand θαργηλιών Thargèlion mei – juni Artemis en Apollon Feest voor Artemis en Apollon
12e maand σκιροφοριών Skirophorion juni – juli Athena De zonneschermdragers ter ere van Athena

De dagen van de maand

De Attische maandindeling in drie decaden
Dag
van de
maand
Eerste decade
μηνὸς ἱσταμένου (ὁ ἀρχομένου)
 1 νουμηνία
 2 δευτέρα ἱσταμένου
 3 τρίτη ἱσταμένου
 4 τετάρτη ἱσταμένου
 5 πέμπτη ἱσταμένου
 6 ἔκτη ἱσταμένου
 7 ἐβδόμη ἱσταμένου
 8 ὀγδόη ἱσταμένου
 9 ἐννάτη ἱσταμένου
10 δεκάτη ἱσταμένου
Tweede decade
μηνὸς μεσοῦντος
11 πρώτη ἐπὶ δέκα / πρώτη μεσοῦντος ἐπὶ δέκα
12 δευτέρα ἐπὶ δέκα / δευτέρα μεσοῦντος
13 τρίτη ἐπὶ δέκα / τρίτη μεσοῦντος
14 τετάρτη ἐπὶ δέκα / τετάρτη μεσοῦντος
15 πέμπτη ἐπὶ δέκα / πέμπτη μεσοῦντος
16 ἔκτη ἐπὶ δέκα / ἔκτη μεσοῦντος
17 ἐβδόμη ἐπὶ δέκα / ἐβδόμη μεσοῦντος
18 ὀγδόη ἐπὶ δέκα / ὀγδόη μεσοῦντος
19 ἐννάτη ἐπὶ δέκα / ἐννάτη μεσοῦντος
20 δεκάτη προτέρα / δεκάτη μεσοῦντος
Derde decade
μηνὸς φθινόντος
30 dagen
πλήρης μήν
29 dagen
κοῖλος μήν
21 δεκάτη φθινόντος ἐννάτη φθινόντος
22 ἐννάτη φθινόντος ὀγδόη φθινόντος
23 ὀγδόη φθινόντος ἐβδόμη φθινόντος
24 ἐβδόμη φθινόντος ἔκτη φθινόντος
25 ἔκτη φθινόντος πέμπτη φθινόντος
26 πέμπτη φθινόντος τετάρτη φθινόντος
27 τετάρτη φθινόντος τρίτη φθινόντος
28 τρίτη φθινόντος δευτέρα φθινόντος
29 δευτέρα φθινόντος ἕνη καὶ νέα
30 ἕνη καὶ νέα

De laatste dag van de maanmaand heette ἕνη καὶ νέα (hénē kaì néa, „oud en nieuw”). Volgens de geschiedschrijver Plutarchus was het de Atheense staatsman Solon (een van de „Zeven Wijzen”) die de naam ἕνη καὶ νέα invoerde, vanuit de redenering dat de nieuwe maan niet steeds aan het begin of einde van een dag viel, maar ook midden op de dag kon vallen; het deel van de dag vóór de nieuwe maan behoorde nog tot de vorige maand, terwijl het deel daarna eigenlijk al tot de nieuwe maand behoorde.[1] De dag daarop kreeg de naam νουμηνία (noumēnía, „nieuwe maan”), en werd geteld als de eerste dag van de maanmaand.

De Attische maand was ingedeeld in drie decades van 10 of 9 dagen.

  • De eerste decade heette de (μηνὸς) ἱσταμένου (ὁ ἀρχομένου), mēnòs histaménou (ho archomēnou), „toenemende maan”;
  • De tweede decade was de (μηνὸς) μεσοῦντος, mēnòs mesountos, „midden van de maand”; of ἐπὶ δέκα, epì déka, „na de tien”;
  • De derde decade werd de (μηνὸς) φθινόντος, (mēnòs) phthinóntos genoemd: „afnemende maan”.

Gedurende de eerste en de tweede decade werden de dagen van 1 tot 10 genummerd; in de derde decade werden de dagen afgeteld naar de laatste dag van de maand. Wanneer de maand slechts 29 dagen had, zijn er twee mogelijkheden hoe men deze dagen telde. De eerste mogelijkheid, waarvoor meer bewijsmateriaal lijkt te spreken, is dat men vanaf 9 aftelde tot ’oud en nieuw’, zoals in de tabel hiernaast staat weergegeven. Andere historici opperden de zienswijze dat men vanaf 10 aftelde, en in de derde decade na dag 3 dadelijk overging naar ’oud en nieuw’.[2]

In het eerste kwart van de vierde eeuw v.Chr. dook een andere manier van tellen op, met de formule μετ᾽ εἰϰάδας, waarbij de dagen gewoon in stijgende volgorde werden geteld als volgt:[2]

Derde decade
(later systeem met μετ᾽εἰϰάδας)
30 dagen
21 δεκάτη ὑστέρα
22 δευτέρα μετ᾽εἰϰάδας
23 τρίτη μετ᾽εἰϰάδας
24 τετράς μετ᾽εἰϰάδας
25 πέμπτη μετ᾽εἰϰάδας
26 ἕϰτη μετ᾽εἰϰάδας
27 ἑβδόμη μετ᾽εἰϰάδας
28 ὀγδόη μετ᾽εἰϰάδας
29 ἐνάτη μετ᾽εἰϰάδας
30 ἕνη καὶ νέα
Opmerking:
In een maand van 29 dagen
wordt dag 29 ἕνη καὶ νέα.

Feesten

  • Hekatombaiōn was de eerste maand. In deze maand werden grote offers gebracht van hekatomben (100 runderen).
  • Van 15 tot en met 21 boèdromiōn werden de Eleusinische mysteriën gehouden.
  • In de maand puanepsiōn werd de puanepsia gevierd, een feest ter ere van Apollon waarop men een gerecht van bonen of van peulvruchten bereidde.
  • In de maand maimaktèriōn werd de maimaktèria gevierd, het feest van Zeus maimaktès, de wintergod der stormen.
  • Gameliōn was gewijd aan het heilige huwelijk van Hera en Zeus en werd als een goede maand beschouwd om te trouwen.
  • Van 12 tot en met 15 gameliōn werd het Lenaia-festival gehouden ter ere van Dionysus. Het feest had wel wat weg van de tegenwoordige Valentijnsdag.

Jaartelling

Om de jaren te tellen werd aanvankelijk gebruik gemaakt van eponiemen: lijsten waarin stond opgetekend wanneer de archontes, Atheense magistraten, hun ambt uitoefenden.

De Griekse historicus Timaeus (geboren ca. 350 v.Chr.) ontwierp later een dateringssysteem aan de hand van de olympiaden, perioden van vier jaar, als hulpmiddel voor geschiedkundig onderzoek. Deze methode was als één van de weinige jaartellingssystemen uit de klassieke oudheid onafhankelijk van de regeerperiodes van bepaalde heersers. Waarschijnlijk speelde de telling van de olympiaden nooit een belangrijke rol in de locale kalenders.

In het jaar 393 werden de laatste Olympische Spelen van de oudheid gehouden, waarna keizer Theodosius ze als heidens feest afschafte.[3]

Hoofdartikel.png Zie het artikel Olympiade.

Oktaëteris

Al vroeg kwam de oktaëteris (ὀκταετηρίς, van ὀκτώ: „acht”; en ἔτος: „jaar”) in gebruik: een cyclus van acht jaar met in totaal 2292 dagen (acht keer 12 maanden van 29 en 30 dagen en drie schrikkelmaanden), ingevoerd door Kleostratos van Tenedos en verbeterd door Eudoxos en Eratosthenes. Deze cyclus werd ook ennaëteris genoemd (ἐνναετηρίς, van ἐννέα, „negen”), omdat de cyclus in het negende jaar herbegon.

In het eerste jaar van de 87e olympiade werd de achtjarige cyclus vervangen door een cyclus van 19 jaar[4] of enneakaidekaëteris (ἐννεακαιδεκαετηρίς, ook bekend als de cyclus van Meton.

Prytanieën-kalender

Apart van de lunisolaire kalender die bepalend was voor de religieuze feestdagen, was er nog een kalender in gebruik die het politieke werkjaar regelde. Een jaar werd ingedeeld volgens het aantal ’stammen’ (fyle) van Athene. Aanvankelijk rekende men met tien stammen. De Raad van 500 bestond uit tien prytanieën: groepen raadsleden (prytanen) uit een stam. Het jaar werd ingedeeld in evenveel ’maanden’ als het aantal stammen, zodat elke prytanie (van elke stam) ongeveer even lang de leiding kreeg over de Raad (boulѐ) en de Volksvergadering (ekklesia). Dit hield onder meer in dat zij agendapunten en maatregelen voorbereidden en verantwoordelijk waren voor de uitvoering van de genomen besluiten. In de vijfde eeuw v.Chr. lijkt de prytanieën-kalender een jaar van 366 dagen te hebben gehad. Aristoteles vermeldt echter dat het een lunisolair jaar was, en er zijn aanwijzingen dat het prytanieën-jaar ook op 1 hekatombaiōn begon.

De namen van de oorspronkelijke tien stammen en de overeenkomstige maanden van de Prytanieënkalender, waren:[5]

1 Erechtheis Ερεχθηίς
2 Aigeis Αιγείς
3 Pandionis Πανδιονίς
4 Leontis Λεοντίς
5 Akamantis Ακαμαντίς
6 Oineis Οινηίς
7 Kekropis Κεκροπίς
8 Hippothoontis Ιπποθοωντίς
9 Aiantis Αιαντίς
10 Antiochis Αντιοχίς

Het aantal stammen steeg na verloop van tijd van tien tot dertien.[6] In de periode van het Macedonische rijk waren er de stammen Αντιγονίς en Δημητριάς. In de Hellenistische en Romeinse tijd waren er de stammen Πτολεμαΐς („Αιγυπτιακή”, 224 v.Chr.), Ατταλίς (201 v.Chr.) en Αδριανίς (126 na Chr.).

Ontbrekende gegevens

Het is niet precies geweten hoe de Atheners hun maandkalender van 354-355 dagen in de pas hielden met de seizoenen in het zonnejaar van 365,2422… dagen. Sommigen stellen dat de invoeging van een schrikkelmaand later systematisch gebeurde in de jaren 3, 5, 8, 11, 13, 16 en 19 van de cyclus van Meton, maar hiervoor bestaat geen vast bewijsmateriaal, aangezien geen enkele auteur uit de Oudheid dit specifiek heeft beschreven. Voor zover bekend is, was Philochoros de enige die een boek schreef over de Atheense kalender, maar zijn werk is verloren gegaan. Aristoteles vond dat de Griekse kalenders slecht gemaakt waren. In de Griekse literatuur staan nog meer dergelijke opmerkingen: Aristophanes spotte in het theaterstuk De Wolken dat de nieuwe hieromnemon, de priesterlijke functionaris die moest toezien op de kalender en de feestdagen, maar moest zorgen dat de kalenderdagen beter samenvielen met de zichtbare maancyclus dan dat bij zijn voorganger het geval was geweest.[7][8] Uit de tweede eeuw v.Chr. zijn situaties bekend dat de feestdagenkalender zo sterk afweek van de werkelijke maancyclus, dat men soms een dubbele datum noteerde: de datum ’volgens de godheid’ (κατά θεόν), waarmee blijkbaar de maan bedoeld werd, en de datum ’volgens de archon’ (κατ ἄρχοντα), dus de door de Atheense overheid vastgelegde feestenkalender.[9]

Meritt-Pritchett-polemiek

De opbouw van de attische kalender gaf aanleiding tot een polemiek tussen twee befaamde Amerikaanse professoren, die aanhield van de jaren 1960 tot zij in de jaren 1980 op emeritaat gingen. Enerzijds stelde professor B. D. Meritt van de Princeton Universiteit dat de Grieken een vooraf berekende kalender hadden.

Anderzijds stelde W. K. Pritchett van de Berkeley Universiteit, dat er helemaal niets berekend werd, maar dat de maanmaanden en het zonnejaar puur op basis van observatie met elkaar in overeenstemming werden gebracht.

Ook vandaag is nog veel onduidelijk over de vraag hoe de attische kalender in welke tijdsperiode gehandhaafd werd.

Bronnen en weblinks

  • (de) Prof. Friedrich Karl Ginzel (1850–1926), Handbuch der mathematischen und technischen Chronologie, deel II, hoofdstuk XI. Zeitrechnung der Griechen. Leipzig, J. C. Hinrichs’sche Buchhandlung, 1911.
  • (fr) Louis Goguillon, Le calendrier grec via archive.org
  • (en) Michael Lahanas, Ancient Greece: Time Measurements
  • Olympiade 601–700 op Numachi.com (een berekende kalender, gebaseerd op de oude Attische kalender)

Verwijzingen