Wikisage, de vrije encyclopedie van de tweede generatie, is digitaal erfgoed

Wikisage is op 1 na de grootste internet-encyclopedie in het Nederlands. Iedereen kan de hier verzamelde kennis gratis gebruiken, zonder storende advertenties. De Koninklijke Bibliotheek van Nederland heeft Wikisage in 2018 aangemerkt als digitaal erfgoed.

  • Wilt u meehelpen om Wikisage te laten groeien? Maak dan een account aan. U bent van harte welkom. Zie: Portaal:Gebruikers.
  • Bent u blij met Wikisage, of wilt u juist meer? Dan stellen we een bescheiden donatie om de kosten te bestrijden zeer op prijs. Zie: Portaal:Donaties.

Nationaalsocialisme

Uit Wikisage
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Politieke ideologieën
Dit artikel is een deel van

de reeks over politiek

Ideologie
Anarchisme
Christendemocratie
Communisme
Communitarisme
Conservatisme
Fascisme
Feminisme
Geoisme
Islamisme
Liberalisme
Libertarisme
Nationalisme
Pan-nationalisme
Nationaalsocialisme
Sociaaldemocratie
Sociaalliberalisme
Socialisme
Dorp:......

Het nationaalsocialisme, verkorte vorm nazisme - ook wel nationaal-socialisme (zie uitleg), is een ideologie die rond 1918 in Duitsland ontstond. Meestal wordt het woord gebruikt als omschrijving van de dictatuur die Duitsland beheerste van 1933 tot 1945 (ook bekend als het 'Derde Rijk'). Sinds 1945 is het nationaalsocialisme in Duitsland en andere landen verboden, maar wordt nog steeds door kleine radicale groeperingen aangehangen (neonazi's).

Omschrijving

Het nationaalsocialisme bevat antiparlementaire, antiliberale en vooral racistische elementen. Volgens de nationaalsocialistische propaganda zijn de "Ariërs" de bron van alle menselijke beschaving en zouden alleen "arische" mensen in staat zijn cultuur en wetenschap te bevorderen. Met de term "Arisch" worden Europeanen (blanken en dan vooral de Germanen) zonder Joodse voorouders bedoeld. Andere 'rassen', door de nazi's als niet waardevol aangemerkt, zouden slechts voor slavenwerk geschikt zijn, en "Joden" - gezien als een apart ras - zouden zelfs gevaarlijk zijn. Racisme leefde in veel Europese staten en in bijvoorbeeld de VS en Zuid-Afrika was het zelfs een onderdeel van het toenmalige regeringsbeleid (zie rassenscheiding). Maar het Duitse nationaalsocialisme voerde dit vrij algemene westerse racisme tot zijn uiterste consequenties door, culminerend in massamoord (genocide).
Het nationaalsocialisme wordt veelal gezien als een ideologie, gebaseerd op een racistische pseudowetenschap. De Nationaalsocialistische Duitse Arbeiderspartij (NSDAP) was de politieke partij waarin het nationaalsocialisme zich georganiseerd had met als staatkundige leider, Adolf Hitler. Deze werd volgens zijn ideologie door "de voorzienigheid" uitgekozen en moest volgens zijn eigen woorden als een soort Messias het Duitse volk 'verlossen van de binnen- en buitenlandse vijanden' en vervolgens naar een glorierijke toekomst leiden. Naar het Duitsland in deze periode wordt wel verwezen met de term nationaalsocialistisch Duitsland (afgekort tot "nazi-Duitsland"). Een van de eerste antisemitische acties van het bijbehorend regime waren de rassenwetten van Neurenberg (15 september 1935), waarin de joden hun burgerrechten ontnomen werden. Onder andere de Kristallnacht op 9 november 1938 was hiervan een gevolg.

Het nationaalsocialisme is sinds de Tweede Wereldoorlog verboden in Duitsland, maar kleine groepen van mensen die de principes van het nationaalsocialisme aanhangen bestaan nog steeds, zowel in Duitsland als daarbuiten. Deze mensen worden neonazi's genoemd. Naast neonazi's bestaat er een gerelateerde groep die het bestaan van de Holocaust en andere historische feiten uit het nationaalsocialisme ontkennen, en over nationaalsocialistisch Duitsland en wat er gedurende die jaren gebeurde uitsluitend positieve geschiedenis schrijven (zie Holocaustontkenning). Een kortvorm van de aanhanger van het nationaalsocialisme, een nationaalsocialist, is nazi, in overeenstemming met de Duitse schrijfwijze ervan: Nationalsozialist. Dit werd door sommige mensen als scheldwoord gebruikt. In het Angelsaksisch taalgebruik vindt men het daarentegen terug als normaal begrip.

Belangrijkste Nazi's

Hoofdartikel.png Zie Lijst van invloedrijke nazi's voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Kopstukken van het nationaalsocialisme waren naast Hitler onder andere Hitlers minister van propaganda Joseph Goebbels, Hermann Göring, politiechef Heinrich Himmler, Hitlers officiële plaatsvervanger Rudolf Hess en de antisemitische propagandist Julius Streicher. Als nazi-ideoloog vanaf het eerste uur wordt vaak de naam van Hans Frank genoemd.

Sociaal-darwinisme

Het nationaalsocialisme kent sterke trekken van het sociaal-darwinisme, wat blijkt uit het feit dat men het 'biologisch bepaald' achtte om sociaal zwakkere elementen in de samenleving te doden. Hiermee werd bedoeld de grootschalige euthanasie van geestelijk en/of lichamelijk gehandicapten. Voor en in de Tweede Wereldoorlog werden tienduizenden gehandicapte Duitsers gedood. Men beriep zich hierbij op de natuur waarin het recht van de sterkste overheerst. Om een superras te creëren werden jonge, "Arische" mannen (dat wil zeggen mannen met 'juiste' lichaamskenmerken zoals blond haar, blauwe ogen en goede verhoudingen) aangemoedigd om bij "Arische" vrouwen (met dezelfde raskenmerken) kinderen te verwekken in een Lebensbornhuis. Er werden speciale onderscheidingen uitgereikt en premies betaald aan Duitse vrouwen die een groot aantal kinderen wisten te baren.

Door sommige nationaalsocialisten werd gedweept met flarden van het gedachtegoed van de 19e-eeuwse Duitse filosoof Nietzsche. Dit gebeurde met name door het in een andere context en interpretatie overnemen van de term "Übermensch". Met deze term, sporadisch ook eerder door anderen gebezigd, gaf Nietzsche uitdrukking aan een vage, vanuit de evolutieleer gerezen gedachte, dat uit de bestaande mens een nieuwe, superieure soort zou voortkomen, of individuen die daarvan de eerstelingen zouden zijn. In het nazisme wordt de term aan het begrip ras gekoppeld, waarbij gepretendeerd werd dat het "blanke ras" en met name het Duitse volk die belofte zou vervullen (zie verder onder Rassenleer en antisemitisme). Door het introduceren van het als tegenhanger bedoeld begrip "Untermensch" werd een begrippenpaar in het leven geroepen dat bij Nietzsche niet voorkwam.

Nationalisme

De nationaalsocialistische leer bevatte uiteraard sterke nationalistische kenmerken. Revisionisme was een element waarop de partij dreef: het Duitse Rijk zou in de Eerste Wereldoorlog door de revolutionairen zijn verraden (dolkstootlegende) en gedwongen zijn een nadelige vrede te accepteren. Dit "onrecht" moest uiteraard ongedaan worden gemaakt volgens de nazi's. De Duitsers moesten afgestane gebieden en hun koloniën terugkrijgen, en het zou afgelopen moeten zijn met de herstelbetalingen en geallieerde bezetting van de westelijke Rijnoever. De nazi's herhaalden voortdurend dat de geallieerden Duitsland opzettelijk beletten in zijn groei en dat het 'zijn plaats onder de zon' werd misgund.

De Duitsers zouden zelfs naar een overheersende rol moeten streven, met andere woorden naar wereldheerschappij, en iedere Duitssprekende zou door de Duitse staat moeten worden omvat (Heim ins Reich gedachte). Weliswaar zou Duitsland zijn koloniën terug moeten krijgen, maar de echte koloniën van Duitsland zouden zich in Oost-Europa moeten bevinden. Dit Poolse en Russische gebied zou door verovering rijp moeten worden gemaakt voor vestiging van Duitse kolonisten, waarbij de Slavische volkeren een ondergeschikte rol zouden krijgen of zouden worden uitgeroeid.

Romantiek

Binnen de nazi-leer was tevens invloed van de romantiek te bespeuren, die tot uiting kwam in een 'terug naar de natuur' ideologie. Duitse kinderen moesten door enige tijd in de natuur door te brengen worden 'gehard'; in de natuur kon de mens zijn ware wasdom bereiken. Dit werd concreet vertaald in de Hitlerjugend, waarvan de leden veel in de natuur bivakkeerden en vaak aan lichamelijke oefening en sport deden. De meisjes van de Bund Deutscher Mädel volgden een ander programma, maar moesten aansluitend een jaar op het land werken, het Landjahr (dit leidde overigens tot ergernis van veel ouders wel eens tot onverwachte zwangerschappen). De natuur was belangrijk, ook omdat het typische Duitse landschap met middelgebergten en eikenbossen goed paste in de Duits-Germaanse nationalistische en mystieke denkbeelden.

Vaak werd verwezen naar het dierenrijk. Hitler zelf had een voorkeur voor honden en wolven, en legde het verband met zijn eigen voornaam die immers "edele wolf" betekent. Zo ging hij vaak met zijn herdershonden op de foto en noemde een van zijn hoofdkwartieren Wolfsschanze. De U-boten volgden een tactiek die de tactiek van de "wolfshorde" werd genoemd. Democratie werd mede verworpen met een verwijzing naar het dierenrijk: Wolven (of leeuwen) discussiëren immers niet, die gebruiken geweld om een conflict de wereld uit te helpen. Dat is misschien hardvochtig, aldus de ideologie, maar daardoor is wel direct het conflict beslecht en worden aldus ook zwakkere leden verstoten of gedood. Daardoor gaat de soort er als geheel op vooruit. In deze verwijzingen ligt tevens een link naar het sociaal Darwinisme.

Mystiek

Hoewel Hitler zich meer aangetrokken voelde tot de 'pseudowetenschappelijke' kant van het nationaalsocialisme, was Heinrich Himmler, de leider van de SS, ook geïnteresseerd in mystiek, kruidenleer en paranormale verschijnselen. Sommige nazi kopstukken hielden zich ook bezig met occultisme en zochten naar de 'oorsprong van het arische ras' in bijvoorbeeld Atlantis of in een hypothetische holle Aarde (zie: Jörg Lanz von Liebenfels, Thule-Gesellschaft). Uit de SS, die in Himmlers visie de toekomstige elite van het nazi-rijk moest vormen, werden blonde en blauwogige mannen gehaald die bijeenkwamen in een soort erediensten waarin de 'Germaanse mystiek' herleefde. Ook werd gedweept met oude Duitse volkstradities, heidense mystiek en waarden, soms teruggaand tot de tijd van de voor-christelijke Germanen. Voorbeelden waren fakkeloptochten, Wagner-opera's, het gebruik van eikenloof, en het inrichten van monumenten op bepaalde bijzondere plaatsen. Dit leidde tot het ontstaan van een moderne vorm van heidendom binnen het nationaalsocialisme. SS-officieren moesten ook het runenschrift bestuderen. Binnen het nationaalsocialisme zijn ook veel rune tekens terug te vinden. Voorbeelden zijn de Sig-rune voor de SS en de Epel-rune als vervanger van de christelijke kruizen op SS-begraafplaatsen.

Fascisme

Nationaalsocialisme is sterk door het (Italiaanse) fascisme beïnvloed. Gesteld is wel dat het nationaalsocialisme (deels) ideologisch schatplichtig aan het fascisme is. Veel elementen uit het (Italiaanse) fascisme kunnen ook in het nationaalsocialisme worden teruggevonden. Overeenkomsten, samengevat, zijn:

  • twijfel aan de rede en het geloof in mythen;
  • vereren van hiërarchie, discipline en leiderschap (het zogenaamde Führerprinzip)
  • verheerlijken van geweld, militarisme en imperialisme.

Van de overeenkomstige fascistische elementen was het meest zichtbare voorbeeld de overname van de fascistische groet, bekend als de (Hitlergroet). In de nazi-ideologie was tevens het leidersbeginsel verankerd. Dit hield in dat een ondergeschikte een leider onvoorwaardelijke gehoorzaamheid verschuldigd was. Op deze regel bestond slechts één uitzondering: een zwakke of slechte leider mocht worden afgezet, zoals leeuwen of wolven te oude of zwakke roedelleiders verstootten. In deze vergelijkingen met de dierenwereld scholen uiteraard eveneens elementen uit de romantiek. Zowel de fascisten als de nazi's wezen de democratie af.

Een ander gemeenschappelijk element met het fascisme was het populisme en het totalitarisme waarop de ideologie dreef. Het volk diende zich in te zetten voor de 'goede zaak', en doordat iedereen dit - al dan niet gedwongen - deed, legitimeerden de leiders zich. Een van de meest sprekende elementen hierin is "gesundes Volksempfinden". Dit begrip werd in de strafrechtopvattingen van de ideologie van het nationaalsocialisme verheven tot een buitenwettelijke rechtsbron, een pseudolegitimatie van willekeur, waarmee ten behoeve van een gewenste vervolging en veroordeling de bestaande strafwet kon worden opzijgeschoven: enerzijds konden gedragingen die volgens de wet weliswaar strafbaar waren met een beroep op dat beginsel straffeloos blijven, terwijl anderzijds gedragingen die volgens de wet juist geoorloofd of althans niet verboden zouden zijn, desalniettemin toch konden worden vervolgd en bestraft.

Onduidelijk bleef daarbij echter hóe dat "gesundes Volksempfinden" [1] dan kon worden gekend sinds er na de machtsovername in 1933 geen verkiezingen meer waren geweest: in de praktijk kwam het neer op een beroep op de nationaalsocialistische ideologie en vaak ook op een geborneerde afkeer van juridische nuances, op een verwerping van het mensenrechten-concept en van belangrijke rechtsbeginselen, zoals dat van de rechtszekerheid en de onschuldspresumptie ten aanzien van verdachten, terwijl het flagrant in strijd was met het rechtsbeginsel dat geen straf kan worden opgelegd zonder daaraan voorafgaande duidelijke strafbaarstelling.

Het gebruik van geweld werd door de nazi's, evenals door de fascisten, verheerlijkt. Volgens de fascisten was oorlog een natuurlijk gegeven, behorend bij het leven hoorde en dat het land versterkte. Volgens de nazi's was oorlog bovendien nodig om de 'schande van 1918' ongedaan te maken (militarisme) en Lebensraum te veroveren (imperialisme). Met de fascisten waren de nazi's van mening dat het doel de middelen heiligt.

Aanvankelijk hadden de nazi's evenals de fascisten de steun van de Kerk. De kerken schreven gehoorzaamheid aan de staat voor en verkozen een rechtse dictatuur boven het als goddeloos bekende communisme. In 1937 verscheen echter de pauselijke encycliek Mit brennender Sorge, waarin delen van de nationaalsocialistische ideologie (zoals racisme) duidelijk veroordeeld werden. Uiteindelijk keerden de nazi's zich ook tegen de kerken.

Men stond voorts een traditionele man/vrouw rolverdeling voor en wees zaken als feminisme en homoseksualiteit af. In tegenstelling tot b.v. het Sovjetleger mochten vrouwelijke militairen geen gevechtshandelingen uitvoeren. Seksuele preutsheid werd door de nazi's tot in het bizarre doorgevoerd. Weliswaar werd bevolkingsaanwas sterk geprogrageerd, openbare uitingen van seksualiteit waren taboe. De nazi's sloten bijvoorbeeld alle Berlijnse bordelen en nachtclubs.

Hitler zelf was een persoonlijk bewonderaar van de Italiaanse leider Mussolini, zelfs toen hij die in macht voorbij was gestreefd.

Het belangrijkste ideologische verschil was echter dat het fascisme nadrukkelijk op de nationale staat en het nationaalsocialisme op het volk en het ras was georiënteerd. Anders gezegd, voor het fascisme was de mythe van de nationale staat de basis, voor het nationaalsocialisme fungeerde de mythe van het ras en het volk als pijler.

Rassenleer en antisemitisme

Een groot verschil met het fascisme was dat antisemitisme een integraal en een van de belangrijkste onderdelen van de nazileer vormde. Dit antisemitisme werd geïntegreerd in een breder concept, dat van de nationaalsocialistische rassenleer. Dit hield in dat er een soort rangorde van rassen kon worden gemaakt. Redenerend vanuit het sociaal-darwinisme kwam men tot het idee dat er betere en mindere rassen bestonden. Hitler zette de rassentheorie uiteen in zijn biografie Mein Kampf, welke later 'wetenschappelijk' werd onderbouwd (onder meer door Alfred Rosenberg in Der Mythus des 20. Jahrhunderts). Natuurlijke selectie werd gezien als de voorwaarde voor iedere menselijke ontwikkeling. In de strijd wonnen de sterksten en werden de zwakkeren afgemaakt. Aldus hadden volgens de nazi-ideologen alle rassen ieder een verschillende staat van perfectie, waarbij het het recht, nee zelfs de plicht van het meest perfecte ras was de anderen te overheersen en indien nodig zelfs uit te roeien. Uitroeien van minderwaardige rassen en minderwaardige elementen binnen het eigen ras was zelfs noodzakelijk om te voorkomen dat minderwaardigen zich zouden voortplanten en zich met het eigen ras zouden vermengen om het te 'bevuilen'. Als 'minderwaardige elementen binnen het eigen ras' werden onder meer homoseksuelen, politiek andersdenkenden, vrijmetselaars en gehandicapten gezien. Deze ideologie werd later, toen de nazi's eenmaal aan de macht waren, onder de naam "rassenleer" een verplicht vak op scholen.

Uiteraard was het Arische (of Germaanse) ras het meest perfecte. Dit omvatte in de ogen van de nazi's alle Duitsers en verwante Germaanse volkeren (Nederlanders, Scandinaviërs, Zwitsers, Engelsen, Vlamingen, Noren). Daarnaast werd ook de Italianen een bijzondere status toegekend wegens hun verwante ideologie. Kroaten, Japanners en bepaalde personen kregen om politieke redenen de status van ere-Ariër. Fransen, Spanjaarden, Portugezen en Grieken werden gezien als weliswaar Europees maar minderwaardig aan de Germaanse volkeren. Volgens Hitler lieten de Fransen zich zelfs zodanig 'bevuilen' door vermenging met zwarten uit hun koloniën, dat Frankrijk in feite 'een Afrikaanse staat in Europa was, reikend van de Congo tot de Rijn'. Slavische volkeren, het mongoloïde en het negroïde ras waren, evenals Amerikaanse indianen en de volkeren van Centraal-Azië, minderwaardig in de ogen van de nazi's. Zij waren hooguit geschikt om hard te werken en zouden in de verre toekomst uitgeroeid moeten worden. Ook hier werden overigens om politieke redenen uitzonderingen op gemaakt, want Slavische staten als Slowakije en Bulgarije streden wel aan de zijde van de As. Binnen deze groep waren de Russen het 'laagst', omdat zij niet slechts 'minderwaardig' zouden zijn, maar eveneens het communisme hadden omhelsd. Krijgsgevangenen uit de Sovjet-Unie kregen dan ook een extra zware behandeling.

Onderaan deze merkwaardige lijst stonden de joden. Zij zouden 'minderwaardig' zijn, maar desalniettemin de Duitsers en andere volkeren trachten te overheersen en te 'bevuilen' door hun vrouwen te bevroeden. Ze kregen de schuld van alles wat verkeerd was, en zouden achter allerlei kwaadaardige complotten zitten. Joden werden gezien als 'bacillen' en vergeleken met ziekten als tyfus en cholera die men op nietsontziende wijze uit moest roeien.

Dit racistische luik van het nationaalsocialisme was ideologisch schatplichtig aan kleinere groeperingen die eind 19e eeuw in Oostenrijk-Hongarije waren ontstaan. Deze groeperingen voelden zich bedreigd door het toenemend Slavisch nationalisme en verweet dat joodse fabrieksbazen Slavische arbeiders in dienst namen waardoor Duitssprekenden een minderheid werden in steden als Praag. Veel nazi's geloofden niet in deze denkbeelden maar namen het wel voor lief. Ook keken de meeste 'gewone Duitsers' liever de andere kant op als ze in hun eigen omgeving geconfronteerd werden met razzia's op joden en andere nazi tegenstanders ook al veroordeelden de katholieke kerk en andere niet-genazificeerde kerken dit. Maar omdat de echte nazi-kopstukken als Goebbels en Himmler en bovenal Adolf Hitler zelf wel overtuigd waren van hun racistische vooroordelen was dit onderdeel van de nazi-ideologie dat wat ten grondslag lag aan een van de grootste genociden in de geschiedenis.

Nationaalsocialisme als vorm van socialisme

De opvattingen over in welke mate het nationaalsocialisme een deels nationalistische en een deels socialistische stroming was, lopen ver uiteen. Een aantal schrijvers (o.a. economen uit de Oostenrijkse School) benadrukt dat de nazi’s antikapitalistisch gezind waren, een keynesiaanse economische politiek en een grote verzorgingsstaat voorstonden, en derhalve op het economische vlak een socialistische politiek kenden. Hitler zelf stelde in een toespraak in 1922 dat het nationale en het socialistische bij elkaar hoorden. Hij stelde dat enerzijds het nationalisme, zonder socialisme onvruchtbaar was, en vice versa. Toen hij aan de macht kwam, echter, had hij nog maar weinig oog voor het socialisme binnen de wereldbeschouwing. Hitler liet de grote industriële hun gang gaan, en liet de bourgeoisie onaangetast. Voor hem was het verspreiden van het antisemitisme belangrijker. Volgens hem was het beginsel van de klassenstrijd toepasbaar op een rassenstrijd; in plaats van een strijd tussen onderworpen en heersende klassen, zou er volgens hem een nationale strijd gaande zijn tussen het onderworpen Duitse volk en het zogenaamd heersende Jodendom. Het zogeheten ‘wereldjodendom’ zou volgens de nazi’s de Duitsers willen overheersen via zowel het bolsjewisme (revolutionaire communisme) en het kapitalisme.

Verscheidene andere schrijvers en hedendaagse socialisten ontkennen echter ten stelligste dat het nationaalsocialisme een deels socialistische stroming zou zijn: volgens hen zou de rassenstrijd een totaal verkeerde uitleg zijn van het begrip klassenstrijd, en het doel van de nazi’s was niet het kapitaal eerlijker te verdelen, maar het Jodendom en andere niet-Duitse groepen uit te roeien of te onderwerpen en het Duitse volk van meer Lebensraum te voorzien. Volgens hen was het socialisme in het begrip 'nationaalsocialisme' louter populistisch om een brede aanhang te krijgen onder het Duitse volk, maar hadden de nazi's vooral een eigen agenda die weinig met het socialisme te maken had. De Duitse socialist Otto Strasser plaatste in Der Nationale Sozialist van 4 juli 1930 dan ook een oproep aan alle socialisten om de NSDAP te verlaten.[2]

Otto Strasser richtte hierna de Kampfgemeinschaft Revolutionärer Nationalsozialisten op, en publiceerde o.a. de 14 Thesen van de Duitse Revolutie als tegenhanger van het NSDAP-partijprogramma, om zo 'socialistische nazi's' naar zich toe te trekken, en een front te vormen tegen het 'reaktionaire nationaalsocialisme' van Hitler.

Binnen het nationaalsocialisme bestond inderdaad aanvankelijk een "linkse" vleugel, vertegenwoordigd door de leider van de SA Ernst Röhm, die een vorm van socialisme, maar dan wel beperkt tot het Duitse volk, voorstond. De achterban van deze vleugel werd gevormd door de arbeiders en veteranen die last hadden van de hoge werkloosheid, en de SA-mannen die vaak uit deze groep afkomstig waren. Tegen 1933 was de SA uitgegroeid tot een zeer machtige factie binnen de NSDAP. Hitler en Röhm hadden geregeld conflicten over de te volgen koers: Röhm wilde de macht van de groot-industriëlen en banken verminderen en 'de welvaart eerlijker verdelen over het Duitse volk' terwijl Hitler de steun zocht van het grootkapitaal en dezen dus niet te zeer van hem wilde vervreemden. Deze interne ruzies escaleerden steeds meer, Röhm was steeds minder geneigd zich naar Hitlers wensen te schikken en er werden zelfs NSDAP kantoren overvallen door SA-mannen. Tenslotte besloot Hitler, die vreesde dat uiteindelijk Röhm hem wellicht zelfs van de macht zou proberen te beroven, hem uit de weg te ruimen. In 1934 werd Röhm geëlimineerd en de SA gekortwiekt.

zie verder het artikel Nacht van de Lange Messen

Naoorlogse organisaties beriepen zich vaak op deze linkse vorm van het nationaalsocialisme, wat in dergelijke kringen wordt aangeduid als Nationale Socialisme (Duits: Nationaler Sozialismus), om het socialisme binnen de wereldbeschouwing te benadrukken. Zulke groepen zijn vaak geïnspireerd door (een van) de gebroerders Strasser (Strasserisme). Vooral organisaties van de naoorlogse neonazi-leider Michael Kühnen (zoals het de Nationalsozialistische Deutsche Arbeiter Partei/ Auslands- und Aufbau Organisation(NSDAP/AO), het Aktionsfront Nationaler Sozialisten (ANS/NA) en de Gesinnungsgemeinschaft der Neuen Front (GdNF)) stonden op de voorgrond om deze linkse stroming de dominante te maken binnen de naoorlogse nationaalsocialistische beweging. In Nederland zijn dit vandaag de dag de Nationale Socialistische Aktie (NSA) en de Autonome Nationale Socialisten (ANS).

Schrijfwijze

Tijdens de Tweede Wereldoorlog gebruikten Nederlandse nationaalsocialisten de twee varianten nationaal-socialisme en nationaalsocialisme naast elkaar. Beide termen betekenden echter iets anders. De term nationaal-socialisme was in gebruik in kringen van de Nationaal-Socialistische Beweging in Nederland van Mussert en de zijnen, terwijl de term nationaalsocialisme in zwang was in de kringen van de Nederlandsche SS van Feldmeijer en de zijnen. In de 'burgerlijke' NSB-sferen schreef men nationaal-socialist en nationaal-socialistisch, terwijl men in het andere, meer 'radicale' SS-kamp, de termen nationaalsocialist en nationaalsocialistisch schreef. Dit was destijds een bewuste keuze, onder meer blijkend uit het volgende citaat:

Het gaat nu niet meer om Duitschland of een ander land, het gaat kortweg om onze heele cultuur, om het eròp of eronder van ons ras, van de Grootgermaansche wereld. In overeenstemming hiermede heeft het Germaansche bewustzijn, de Noordras-hernieuwing, zich ontwikkeld van een nationale revolutie, van 'nationaal'-'socialisme' tot 'nationaalsocialisme', tot de vólksche revolutie van allen, die Germaansch bloed in de aderen hebben en daardoor de ziel van het Noordras in zich dragen.[3]

Zie ook

Bronnen, noten en/of referenties

Noten
  1. º in de Nederlandse taal wordt abusievelijk ook wel gerept over "gesundenes Volksempfinden": een verhaspeling met een ander Duits begrip: "gefundenes Fressen"
  2. º Otto Strassers Die Sozialisten verlassen die NSDAP zoals geplaatst in "Der Nationale Sozialist" van 4 juli 1930.
  3. º Storm, 12 december 1941, pagina 1 – geciteerd naar: M.C. van den Toorn: Wij melden u den nieuwen tijd: een beschouwing van het woordgebruik van de Nederlandse nationaal-socialisten. Den Haag, 1991, pagina 58. Zie ook: Leven in tweespalt van George Kettmann, Hilversum 1999, p. 20, noot 10, waarin dit onderwerp eveneens aan de orde wordt gesteld.