Wikisage, de vrije encyclopedie van de tweede generatie, is digitaal erfgoed

Wikisage is op 1 na de grootste internet-encyclopedie in het Nederlands. Iedereen kan de hier verzamelde kennis gratis gebruiken, zonder storende advertenties. De Koninklijke Bibliotheek van Nederland heeft Wikisage in 2018 aangemerkt als digitaal erfgoed.

  • Wilt u meehelpen om Wikisage te laten groeien? Maak dan een account aan. U bent van harte welkom. Zie: Portaal:Gebruikers.
  • Bent u blij met Wikisage, of wilt u juist meer? Dan stellen we een bescheiden donatie om de kosten te bestrijden zeer op prijs. Zie: Portaal:Donaties.

Democratie

Uit Wikisage
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Democratie is een bestuursvorm. Het woord stamt af van de Griekse woorden dèmos, "volk" en krateo, "heersen, regeren". Dit houdt in dat het volk zelf stemt over de wetten, zoals bijvoorbeeld in Athene, of het volk verkiest vertegenwoordigers die de wetten maken, zoals in België en Nederland.

In een democratie is de voltallige bevolking soeverein en is alle autoriteit gebaseerd op de (minstens theoretische) instemming van het volk. Deze bestuursvorm is gebaseerd op het menselijke gelijkheidsideaal. Als iedereen vrij en gelijk in rechten en plichten geboren is (zoals in het eerste artikel van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens staat) dan heeft ook niemand méér recht dan een ander om bepaalde wetten vast te stellen of beslissingen te nemen. Het implementeren van die theorie in de politieke praktijk is vaak niet eenvoudig en kent vele aspecten.

Geschiedenis

De oudst bekende democratie was die van Clisthenes in Athene in de Griekse oudheid, hoewel die nog niet sterk leek op wat wij ons tegenwoordig bij het woord democratie voorstellen. Zo mochten vrouwen, slaven, metoiken (vreemdelingen, "medebewoners") en armen in Athene niet meebeslissen. Vrouwen speelden toen overigens wel een essentiële rol in de uitvoering van religieuze rituelen, ook al speelden vrouwen geen rol in de democratie.

In de Nederlanden werden de eerste stappen tot democratie zichtbaar bij het Charter van Kortenberg in 1312.

Bestanddelen

Om van een democratisch proces te kunnen spreken dienen volgende drie fundamentele elementen aanwezig te zijn:

  • 1. Initiatiefrecht. Elke deelnemer moet vrij zijn om een initiatief te kunnen nemen en een wetsvoorstel of wetswijziging in te dienen.
  • 2. Recht op spreken. Elke deelnemer moet in gelijke mate de kans hebben de andere deelnemers te informeren en met hen van gedachte te wisselen over het voorstel dat ter tafel ligt.
  • 3. Stemrecht. Elke deelnemer moet de gelegenheid hebben een stem over het voorstel te kunnen uitbrengen. Een overeengekomen meerderheid van de stemmen bepaalt of het voorstel al dan niet aangenomen wordt.

Voor elk van deze drie elementen kunnen specifieke modaliteiten gelden.

Definities

Democratie is (onder meer):

  • Wij hebben een staatsvorm die niet een kopie is van de instellingen van onze naburen. In plaats van andere na te bootsen zijn wij juist een voorbeeld voor hen. Onze staatsvorm heet een democratie, omdat ze in handen is van velen en niet van enkelen. In persoonlijke geschillen ver- zekeren onze wetten gelijk recht aan allen en de publiek opinie eert een ieder die zich door iets onderscheidt in het openbare leven boven anderen, niet om de klasse, waartoe hij behoort, maar om zijn waarde alleen. Armoede is voor niemand die de staat van niet kan zijn een beletsel, hoe gering zijn aanzien ook is. (Perikles' lijkrede (Perikleous logos epitaphios) zoals ze is vastgelegd door Thoukydides, II 37.)
    Dit is mogelijk de oudst geattesteerde definitie van democratie en was opgenomen geworden in het eerste ontwerp van het Verdrag tot vaststelling van een Grondwet voor Europa, maar werd door Ierland afgewezen (zeer tegen de zin van Griekenland en Cyprus.
  • Het universele recht om deel te nemen aan de politieke macht, dat wil zeggen het recht van alle burgers om te stemmen en te participeren in de politiek. Een land is democratisch als het volk het recht heeft zijn eigen regering te kiezen in periodieke, geheime verkiezingen met verschillende partijen op basis van algemeen en gelijk stemrecht voor volwassenen. (Francis Fukuyama)
  • Een staatsvorm waarin (een vertegenwoordiging van) het volk de hoogste macht heeft en een overwegende invloed heeft op het regeringsbeleid. (Instituut voor Publiek en Politiek)
  • Regering van het volk, door het volk, voor het volk. (Abraham Lincoln.
  • Een regering waar we zonder bloedvergieten van af kunnen - bijvoorbeeld via algemene verkiezingen; dat wil zeggen, de maatschappelijke instellingen leveren middelen waarmee de heersers kunnen worden afgezet door de overheersten, en de sociale tradities waarborgen dat deze instellingen niet eenvoudig door de machthebbers zijn te vernietigen. (Karl Popper "...governments of which we can get rid without bloodshed—for example by ways of general elections; that is to say, the social institutions provide means by which the rulers may be dismissed by the ruled, and the social traditions ensure that these institutions will not easily be destroyed by those who are in power.". The Open Society and Its Enemies, Princeton University Press, 1992)

Voor een uitgebreide historische bloemlezing over wat vele denkers zoal onder "democratie" heeft verstaan zie Arne Naess, Jens A.Christophersen & Kjell Kvalø Democracy, ideology and objectivity.

Soorten democratie

Er kan onderscheid gemaakt worden tussen directe democratie en representatieve democratie of ook wel genoemd indirecte democratie

Directe democratie

Directe democratie is de oorspronkelijke vorm van democratie; iedereen die aan een bepaalde wet moet gehoorzamen, kan in gelijke mate meebeslissen bij de totstandkoming van die wet. Om praktische redenen is zo'n systeem in een moderne staat niet haalbaar. Daarom heeft Zwitserland de semi-directe democratie ingesteld. Directe democratie in de moderne betekenis van het woord duidt op instrumenten waarbij opnieuw de volledige bevolking direct de macht uitoefent (bijvoorbeeld via een Bindend referendum op volksinitiatief) zonder de 'omweg' van een parlement. Rousseau was een groot voorstander van de directe democratie. De Volksvergadering is een vorm van directe democratie, die onder andere toegepast werd en wordt in Athene (de Ekklesia), Zwitserland (de Landsgemeinde), Noord-Amerika (de Town-meeting) en het voormalige Joegoslavië (het bedrijfsradenstelsel). Ten onrechte worden volksraadplegingen en plebiscieten ook wel eens tot vormen van directe democratie gerekend, maar door hun niet-bindende karakter horen ze thuis in de representatieve democratie.

Representatieve democratie

Representatieve democratie wordt ook wel parlementaire democratie genoemd. De representatieve democratie ontstond als praktische oplossing bij het groeien van het aantal mensen binnen de democratie: het was praktisch niet mogelijk dat iedereen direct over elk onderwerp meebesliste. De meeste westerse democratieën zijn parlementaire en daarmee representatieve democratieën.

In een representatieve democratie draagt het volk een aantal nauwkeurig gedefinieerde bevoegdheden voor een beperkte tijd over aan een aantal afgevaardigden, die het volk 'representeren' en de wil van het volk uitvoeren. Deze bevoegdheden bevinden zich onder andere op het terrein van de wetgevende macht. Na een aantal jaren worden nieuwe verkiezingen gehouden. Deze overdracht van macht dient nauwkeurig bewaakt te worden om te voorkomen dat de overdracht definitieve karaktertrekken krijgt. De reeds genoemde verkiezingen na een aantal jaren waarbij een afgevaardigde zijn bevoegdheden worden afgenomen, is hier een van. Vrijheid van pers is een tweede. Elementen uit de directe democratie zoals een referendum kunnen ook een tegenwicht vormen.

Particratie

Een representatieve democratie waarin geen wetten bestaan die voorzien in direct-democratische besluitvorming is een particratie: de politieke partijen hebben de macht. Met uitzondering van Zwitserland zijn de Europese 'democratieën' particratieën. De reden waarom de particratie in dit artikel wordt vermeld is dat de particratie over het algemeen wordt verward met de democratie.

Democratie en verkiezingen

Verkiezingen dienen altijd vrij te zijn. Hiervoor dienen verkiezingen aan een aantal voorwaarden te voldoen:

  • Iedereen moet kunnen stemmen: beperkingen waardoor belangrijke delen van de bevolking niet aan de verkiezingen kunnen deelnemen geven een uitslag die niet representatief is voor de wensen van de bevolking.
  • Er moeten verschillende politieke partijen zijn waaruit gekozen kan worden: binnen een eenpartijstelsel is er geen garantie dat deze partij voldoende ruimte voor alle wensen uit de bevolking biedt.
  • De verkiezingen moeten geheim zijn: door de keuze van elke kiezer geheim te houden hoeft de kiezer geen vrees te koesteren voor maatregelen wanneer hij niet op de winnaar van de verkiezingen gestemd heeft.
  • De verschillende partijen moeten voldoende toegang tot de media hebben gehad: wanneer alleen de huidige regerende partij of coalitie mediaruimte krijgt, ontstaat een zeer ongebalanceerde situatie.

De Atheense democratie was overwegend een directe democratie. Er bestond een aantal magistraatsfuncties met aanzienlijke macht. Deze functies werden niet toegewezen door te kiezen, maar door te loten. Verkiezing zag men als oligarchisch, alleen met loting had elke burger een even grote kans een functie te bekleden. Er bestonden controles en mogelijkheden om iemand af te zetten, wanneer bleek dat een door loting gekozen magistraat zijn functie niet goed uitvoerde. Ook in Italiaanse stadstaten in de Middeleeuwen werd een deel van de magistraten door loting gekozen. Ook in later tijd (onder meer Jean-Jacques Rousseau, Charles Montesquieu) werden verkiezingen met oligarchie geassocieerd. Het laatste land waar magistraten door loting werden gekozen (Venetië), hield in 1797 op te bestaan, en sindsdien is democratie altijd vorm gegeven door middel van verkiezingen.

Volgens sommige politicologen bevatten verkiezingen nog steeds een oligarchisch element. Kiezers zijn geneigd personen te kiezen die een of meerdere eigenschappen vertonen, die als positief beschouwd worden en bovendien zeldzaam zijn. Verder zijn ze geneigd op mensen te stemmen die op een of andere manier opvallen, of bekend zijn. Hierdoor heeft niet iedere kandidaat a priori evenveel kans om gekozen te worden. Verder zijn rijke personen, of personen met rijke bondgenoten, beter in staat een verkiezingscampagne te voeren en mensen te mobiliseren, dan mensen die minder geld hebben.

Deze onvermijdelijke oligarchische elementen vormen geen argument tegen de democratie als theorie. De voorsprong van sommige kandidaten kan weggenomen worden door wetgeving (bijvoorbeeld door aan alle kandidaten evenveel campagne-geld beschikbaar te stellen). Andere voorsprongen dienen als secundair te gelden.

Democratie en scheiding der machten

Een belangrijk, maar geen cruciaal kenmerk van een democratie is dat zij in haar instellingen en wetten vele, uiteenlopende waarborgen kent tegen een ongezonde machtsconcentratie. Wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht kunnen worden onderscheiden. Dit staat bekend als de trias politica.

De wetgevende macht wordt gevormd door het parlement. De uitvoerende macht wordt gevormd door de regering die de wetten ten uitvoer brengt in beleid. De rechterlijke macht moet de andere twee machten in evenwicht houden. Ze krijgt hiervoor een zeer onafhankelijke positie. In vele democratische staten is de band tussen wetgevende en uitvoerende macht groter dan die tussen de rechterlijke macht en de andere twee.

Oorspronkelijk kwam dit idee van de Franse baron Montesquieu, en het past dan ook bij uitstek in een bestuurssysteem waar de macht in handen is van een elite. Door die elite in drie delen op te delen hoopte hij de vrijheid van het volk (dus door een soort verdeel en heers techniek) te beschermen. Overigens was Montesquieu niet per se een voorstander van democratie. Democratie (hieronder verstond hij directe democratie) zag hij als geschikt voor stadstaten; voor grotere territoriale staten gaf hij de voorkeur aan meer autocratische regeringsvormen.

De pers wordt in democratische landen soms wel de vierde macht of vijfde macht genoemd vanwege haar cruciale rol bij het informeren van de burgers.

Democratie en het communisme

In landen met een communistische regering (socialistische landen) gebruikt(e) men het begrip democratie in de officiële naam van enkele landen, zoals de Duitse Democratische Republiek en de Democratische Volksrepubliek Korea. De verkiezingen voor de volksvertegenwoordiging werden in andere landen echter niet beschouwd als vrije verkiezingen. Communistische leiders beschouwen verkiezingen als een bedreiging. Niet voor henzelf maar als een bedreiging voor het volk. Bij verkiezingen hebben sommige individuen met slechte bedoelingen de mogelijkheid om zich kandidaat te stellen. Als deze kandidaat het volk achter zich krijgt en zo de macht grijpt kan hij het bestuur omverwerpen en alleenheersen in het nadeel van het volk. In theorie zou de leider dus nieuwe kandidaten moeten zoeken die het goed menen met het volk en dezelfde goede bedoelingen delen met de huidige leider. In communistische landen worden de kandidaten dan ook vaak bij verkiezingen voorgedragen door de machthebbers, tegenkandidaten ontbreken en vaak wordt bijvoorbeeld het publiekelijk uitleg geven over hoe men tegen de gestelde kandidaten kan stemmen, bestraft. Tegen de voorgestelde kandidaat stemmen was in communistische landen van het voormalig Oostblok echter wel mogelijk.

Kritiek op democratie

In de loop der millennia zijn er veel tegenstanders van de democratie geweest. Zo was Plato tegenstander van de democratie, omdat democratie volgens hem leidt tot dictatuur. In plaats daarvan stelde hij een regering van een verlichte filosoof-koning voor. Bovendien vinden sommigen dat een democratie niet voldoende de rechten van burgers kan garanderen. Een meerderheid van de bevolking kan immers instemmen met het schenden van die rechten. John Stuart Mill waarschuwde ook voor een 'Tirannie van de Meerderheid'.

Vaak wordt de machtsovername door Hitler gebruikt als voorbeeld van de gevaren van democratie. Hitler kreeg echter van het parlement - én van de bevolking - door manipulatie en intimidatie de benodigde tweederdemeerderheid voor zijn Ermächtigungsgesetz waarmee hij dictatoriale bevoegdheden verwierf. Uit dat parlement waren de communisten toen trouwens al (o.a. door geweld) verdreven.

Volgens anderen leidt een democratie juist weer tot anarchie. Anarchie zal een tegenreactie oproepen: de behoefte aan wetten, en sterke sturing, een dictator. Verder menen sommigen dat het volk simpelweg te dom is om te regeren, en dat het bestuur beter overgelaten kan worden aan mensen die er verstand van hebben. Mensen die deze argumentatie gebruiken noemen democratie wel ochlocratie, regering door de massa.

Ook op religieus gebied zijn er uitspraken gedaan tegen de democratie. Een voorbeeld is hiervan de uitspraak die ds. J. Lohuis deed bij zijn afscheidspreek in een PKN-gemeente in Scherpenisse: De overheid is Gods dienaresse, maar ik ben tegen een democratie. Het is mijn diepste overtuiging dat de democratie een uitvinding van de duivel is. We moeten immers door God geregeerd worden (Eendrachtbode). (Een uitspraak die overigens sterk afwijkt van de overheersende opvatting in kerkelijke kringen - reformatorische kerken zijn al sinds de 16e eeuw intern op democratische basis georganiseerd).

Een 'overvloed' aan democratie wordt door sommigen ook als nadelig gezien. De macht van de kiezer zou dan te ver doorgeschoten zijn en juist dit teveel aan democratie zou de democratie in diskrediet brengen. Een voorbeeld hiervoor is de staat Californië in de Verenigde Staten, waar burgemeesters, politiechefs en gouverneurs direct worden gekozen. Bovendien kan elke burger zelf een wetsvoorstel indienen, een wetswijziging voorstellen en zelfs een referendum uitschrijven om een bestuurder naar huis te sturen (een vorm van directe democratie). Dit kan tot gevolg hebben dat bestuurders constant bezig zijn met hun eigen populariteit en geen impopulaire keuzes meer durven maken, maar wel voor essentieel belang kunnen zijn. Een gevolg is dat er vooral beslissingen worden genomen met effect op de korte termijn, om zodoende de publieke opinie te kunnen beïnvloeden. Een andere nadelig gevolg heeft te maken dat bij een referendum geen rekening hoeft worden te gehouden met afwegingen die bestuurders wel moeten maken. Er hoeft immers alleen maar 'voor' of 'tegen' gestemd te worden. Dit is een van de belangrijkste redenen dat veel Amerikaanse staten torenhoge schulden hebben opgebouwd. De Amerikaanse burgers vinden namelijk dat er meer geld moet worden vrijgemaakt voor publieke doelen (scholen, brandweer etc.) maar tegelijkertijd mag er niet meer belasting betaald worden. Wat er nu gebeurt, is dat er wetsvoorstellen (via referenda) ingediend worden, die de politiek dwingen meer geld uit te geven aan bijvoorbeeld scholen. Dit moet natuurlijk betaald worden zonder dat er meer belasting wordt geheven, wat er toe leidt dat schuldenlast alsmaar groeit.

Een andere punt van kritiek op referenda is dat het argument dat de burger er meer macht door zou krijgen, in de praktijk lang niet altijd opgaat. Om referenda in te dienen moeten veel handtekeningen ingezameld worden, wat een dure bezigheid is. In de VS zijn het dus in plaats van individuele burgers vooral grote belangengroepen de referenda indienen; deze belangengroepen willen in het algemeen alleen hun particuliere belangen behartigen.

Winston Churchill zei tegen critici van de democratie: Democracy is the worst form of government except for all those others that have been tried. (Democratie is de slechtste regeringsvorm, op alle andere methoden die al geprobeerd zijn na). Hij was zelf ook geen onverdeeld voorstander gelet op zijn - even bekende - uitspraak: The best argument against democracy is a five-minute conversation with the average voter. (Het beste argument tegen democratie is een gesprek van vijf minuten met de gemiddelde kiezer.)

E-democracy

De komst van Internet leidde tot veel speculatie over nieuwe vormen van directe democratie. Digitale gemeenschappen zouden als Griekse Agora kunnen functioneren, elektronisch stemmen kan misschien de gang naar de stembus overbodig maken (en zo hopelijk leiden tot een hogere opkomst), e-mail bombardementen zouden stakingen en demonstraties misschien overbodig maken. Maar privacykwesties, anonimiteit en digitale tweedeling leiden tot controverse in het e-democracy debat. Daarnaast is veel ophef ontstaan over de oncontroleerbaarheid van het digitale stemmen: het is op afstand niet mogelijk om te controleren of er sprake is van een "vrije keuze" achter de computer.

Zie ook

Noten

Het woord 'Democratie' wordt vaak gebruikt in een verkeerd context. Zo spreekt men vaak over 'democratische prijzen' terwijl bedoeld wordt dat er goedkope goederen worden aangeboden. Moesten de prijzen democratisch zijn dan zouden de aanwezige klanten vooraf mogen stemmen over de prijzen van de goederen. En dit is vrijwel steeds niet het geval. In essentie wordt het woord dus soms fout gebruikt.