Wikisage, de vrije encyclopedie van de tweede generatie, is digitaal erfgoed

Wikisage is op 1 na de grootste internet-encyclopedie in het Nederlands. Iedereen kan de hier verzamelde kennis gratis gebruiken, zonder storende advertenties. De Koninklijke Bibliotheek van Nederland heeft Wikisage in 2018 aangemerkt als digitaal erfgoed.

  • Wilt u meehelpen om Wikisage te laten groeien? Maak dan een account aan. U bent van harte welkom. Zie: Portaal:Gebruikers.
  • Bent u blij met Wikisage, of wilt u juist meer? Dan stellen we een bescheiden donatie om de kosten te bestrijden zeer op prijs. Zie: Portaal:Donaties.

Eerste expeditie naar Bali

Uit Wikisage
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
rel=nofollow

De eerste expeditie naar Bali was een strafexpeditie van het Nederlands-Indische leger naar het vorstendom Bali in 1846

Inleiding

Bali is een van de Soenda-eilanden ten oosten van Java. Cornelis de Houtman bezocht het eiland gedurende de Eerste Schipvaart en werd er goed ontvangen. In de loop der jaren was de verstandhouding met de Nederlanders minder goed geworden. Bali was verdeeld in acht kleine staten, die door inlandse vorsten of Hoofden werden bestuurd. De voornaamsten van hen waren de radjas van Buleleng en Karangasem. Tot aan het jaar 1841 hadden de Balinezen hun onafhankelijkheid weten te bewaren. In 1841 en 1843 waren verdragen gesloten tussen inlandse vorsten en het Nederlandse gouvernement. Het jaar daarop bleken tussen partijen meningsverschillen te bestaan over de betekenis en inhoud van de verdragen en zelfs of ze eigenlijk wel waren gesloten. Van Balinese zijde werd dit in elk geval ontkend, ze toonden verbazing over de inhoud en pretendeerden de verdragen niet te begrijpen.[1]
Mogelijk was de verbazing oprecht, de verdragen waren in het Nederlands en Maleis opgesteld, niet in het Balinees.[2]
Volgens Wiener en Schulte Nordholt kunnen cultuurverschillen ook geleid hebben tot verschil in opvattingen over de verdragen:

  • Aan de Balinezen was hulp tegen het naburige (vijandige) Lombok beloofd, wat niet werd nagekomen. Dan verliezen bij de Balinezen andere afspraken ook hun waarde.
  • Na 1843 waren de Nederlanders een tijdje afwezig; bij Balinezen was fysieke aanwezigheid van belang voor de geldigheid van afspraken.
  • Verdragen op papier hadden voor Balinezen minder betekenis, ze waren gewend aan mondelinge beloften, gedaan in aanwezigheid van getuigen, priesters en hun goden.
  • Wat Nederlanders en Balinezen verstonden onder overdracht van souvereiniteit of grondgebied verschilde. Bij Balinezen kon een stuk land bijvoorbeeld zowel in bezit zijn van een boer, de koning en de goden. Wat Nederlanders verstaan onder overdracht (een éénmalige actie), is bij Balinezen het aangaan van een langdurige (vriendschappelijke) relatie.

Dat de Gouverneur-Generaal bij de Nederlandse Minister van Koloniën aandrong op een militaire expeditie was behalve de verdragenkwestie, ook een prestigezaak. Hij maakte er melding van dat Nederlandse vertegenwoordigers zich minderwaardig behandeld en beledigd voelden bij ontmoetingen met Inlandse Hoofden en gaf daar voorbeelden van. Voorbeelden van dergelijk gedrag richting Balinezen ontbreken uiteraard.

Eerste expeditie naar Bali in 1846

In 1846 werd een expeditie uitgezonden, bestaande uit het zevende bataljon Infanterie en drie compagnieën van het veertiende bataljon infanterie, een bergbatterij, een detachement genietroepen en 500 man hulptroepen, onder bevel van luitenant-kolonel Bakker. Het expeditiekorps werd overgebracht en begeleid door 23 oorlogsschepen en 17 andere vaartuigen. De zeemacht stond onder bevel van schout-bij-nacht Van den Bosch. De vloot telde 1280 man en was bewapend met 115 vuurmonden. Op 20 juni 1846 verscheen zij op de rede van Besuki en een week later op de rede van Buleleng. Aan boord van de schepen bevond zich de expeditiemacht, 1700 man sterk, waarvan 400 Europeanen onder bevel van Bakker. Men had de radja een ultimatum van drie maal 24 uur gesteld, dat op de 27de juni, de dag waarop de expeditie voor Buleleng verscheen, juist verstreken was. De volgende dag ontscheepten de troepen onder leiding van zeeofficier De Smit van den Broecke en onder bescherming van het scheepsgeschut.

Het eiland Bali telde toen omstreeks 700.000 inwoners en indien zij zouden samenwerken met Buleleng was er een krachtige tegenstand te verwachten. Er waren niet minder dan 10.000 Balinezen verenigd om de landing te beletten en Buleleng werd aan de zeezijde beschermd door een versterking, waarvan de dekkingswallen ruim 6 meter hoog waren, en twee batterijen. Er werd door de Nederlandse troepen stelling genomen in de sawahs rondom de versterkte kampong. In drie colonnes werd tegen de Balinese positie opgerukt, onder aanvoering van de majoors De Brauw, Boers en kapitein Lomon, De Brauw zou de eigenlijke aanval ondernemen. Terwijl het scheepsgeschut de kampong onder vuur nam veroverden de troepen, ondanks het hevige geschut van de Balinezen, de sterke stellingen. Nadat de nacht op het terrein was doorgebracht en enige aanvallen waren afgeslagen, werd de volgende morgen de hoofdplaats Singaradja ingenomen.

De militaire verrichtingen

Op 28 juni vond de landing plaats in drie linies van vaartuigen. De eerste linie was samengesteld uit 12 kruisprauwen, elk van een stuk geschut voorzien, onder bevel van luitenant-ter-zee tweede klasse J.A. van Ommen. Deze had de tweede colonne der landingstroepen aan boord. De tweede linie bestond uit de barkassen, onder bevel van luitenant-ter-zee tweede klasse J.F. Sandifort en bevatte de eerste colonne der troepen. Deze barkassen waren bestemd om tussen de eerste linie door te varen en onder bescherming van het geschut het eerst aan land te gaan. Achter deze linie volgde de artillerie met toebehoren op vlotten en daarna de derde linie, samen gesteld uit alle beschikbare sloepen van de vaartuigen, onder bevel van luitenant-ter-zee tweede klasse W.C.A.B.P. Arriens. Deze linie moest de derde colonne der troepen aan land zetten. Aan wal gekomen schaarden de troepen zich in slagorde, onder bescherming van het geschut der schepen. Een grote groep verdedigers vertoonde zich plotseling aan de rechterflank, waardoor een verandering van het front rechts nodig werd geacht.

Men verdeelde zich toen in drie colonnes en rukte met moeite door de rijstvelden voorwaarts. De eerste colonne, onder aanvoering van majoor De Brauw, kreeg last om de aanval op Buleleng te beginnen terwijl de derde en tweede colonnes, onder bevel van respectievelijk kapitein J.T. Loman en majoor L.A. Boers de linkervleugel en de achterhoede zouden dekken. De eerste colonne rukte op het dorp aan en had reeds de grote weg bereikt toen plotseling het vuur geopend werd uit een batterij, waarvan de aanwezigheid niet eerder opgemerkt was. Een aanval van meest met pieken bewapende Balinezen noodzaakten de troepen op de derde colonne terug te trekken, die meer zuidwaarts van Buleleng had postgevat. Eerste luitenant Happé dekte deze achterwaartse beweging door middel van een fusillade. Kapitein F. van Hautburg kreeg drie lanssteken en zijn redding was alleen te danken aan de moed van tweede luitenant van Weerden en zijn flankeur Stevens. Toen men de zuidkant van het dorp naderde vond men daar de derde colonne, onder bevel van kapitein Feuilletau de Bruyn, die het gelukt was om zich door een diep ravijn een weg te banen en een voordelige stelling in te nemen; het gerichte vuur van zijn artillerie bracht de tegenpartij tot staan.

Ondertussen hadden de schepelingen een landing beproefd om de landmacht te hulp te komen. Een grote groep verdedigers viel deze zeemacht aan, waardoor die verliezen leed en zich genoodzaakt zag terug te trekken. Luitenant-ter-zee eerste klasse L.F. van Hoogehuizen, commandant van Zr. Ms. schoener Kameleon werd bij deze aanval dodelijk gewond en luitenant-ter-zee tweede klasse C.A. Vreede, commandant van het landingsdetachement, en ook enkele schepelingen licht gewond. Ondertussen behaalde de tweede colonne op de linkerflank grote voordelen, joeg de verdedigers uit zijn zuidelijke stellingen, rukte verder voorwaarts en was op het punt om het dorp, dat voor de Kraton lag, te overvallen, toen zij order kreeg om tot hulp van de eerste colonne terug te trekken. De Nederlandse troepen herhaalden toen een aanval op Buleleng; het kanonvuur dreef de Balinezen uit hun borstweringen en de granaten van de schepen staken het dorp in brand. De bewoners en verdedigers vluchtten nu naar alle kanten, de Nederlandse troepen trokken Buleleng binnen en bivakkeerden 's nachts op het slagveld.
(Deze sectie is grotendeels ontleend aan het Algemeen handelsblad, 6-10-1848,[3])

Resultaat

De vorsten van Karangasem en van Buleleng voelden zich gedwongen hun onderwerping aan te bieden en de bevolking ging naar huis. Toen gouverneur-generaal Rochussen op Bali aankwam was de strijd gestreden. Met de vorsten van Karangasem en Buleleng werden nieuwe traktaten gesloten, die hun verplichtingen tegenover de Nederlandse koloniale macht nader regelden. Die afgedwongen vredesvoorwaarden, de 12de juli getekend, werden door de Balinezen na enige tijd niet serieus genomen. De Nederlanders bouwden te Buleleng een fort dat door 200 man bezet werd om in hun ogen de bevolking in bedwang te houden en naleving van de gemaakte overeenkomst af te dwingen. Het kon echter niet voorkomen dat de oorlog spoedig opnieuw ontbrandde.

Hoofdartikel.png Zie ook tweede expeditie naar Bali in 1848 voor het vervolg op de eerste expeditie naar Bali
Hoofdartikel.png Zie ook derde expeditie naar Bali in 1849 voor het vervolg op de tweede expeditie naar Bali

Deelnemers aan de eerste expeditie

Deelnemers aan de eerste expeditie naar Bali waren onder meer:


Bronnen, noten en/of referenties
  • 1876. A.J.A. Gerlach. Nederlandse heldenfeiten in Oost Indë. Drie delen. Gebroeders Belinfante, Den Haag.
  • 1900. W.A. Terwogt. Het land van Jan Pieterszoon Coen. Geschiedenis van de Nederlanders in oost-Indië. P. Geerts. Hoorn
  • 1900. G. Kepper. Wapenfeiten van het Nederlands Indische Leger; 1816-1900. M.M. Cuvee, Den Haag.

Q2555741 op Wikidata  Intertaalkoppelingen via Wikidata (via reasonator)

rel=nofollow
rel=nofollow
Bronnen, noten en/of referenties
  1. º Visible and Invisible Realms: Power, Magic and Colonial Conquest in Bali, blz. 172; M.J. Wiener, Univ. of Chicago Press, 1995
  2. º The Spell of Power: A History of Balinese Politics 1650 - 1940, blz. 162 - 163; H.G.C. Schulte Nordholt, Brill 2010
  3. º Algemeen handelsblad
rel=nofollow
rel=nofollow