Wikisage, de vrije encyclopedie van de tweede generatie, is digitaal erfgoed

Wikisage is op 1 na de grootste internet-encyclopedie in het Nederlands. Iedereen kan de hier verzamelde kennis gratis gebruiken, zonder storende advertenties. De Koninklijke Bibliotheek van Nederland heeft Wikisage in 2018 aangemerkt als digitaal erfgoed.

  • Wilt u meehelpen om Wikisage te laten groeien? Maak dan een account aan. U bent van harte welkom. Zie: Portaal:Gebruikers.
  • Bent u blij met Wikisage, of wilt u juist meer? Dan stellen we een bescheiden donatie om de kosten te bestrijden zeer op prijs. Zie: Portaal:Donaties.

Charles Darwin

Uit Wikisage
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
rel=nofollow

Charles Robert Darwin (Shrewsbury (Shropshire, Engeland), 12 februari 1809Downe (Kent), 19 april 1882) was een Engels natuuronderzoeker, bioloog en geoloog. Darwin is vooral bekend van zijn theorie dat evolutie van soorten wordt gedreven door natuurlijke selectie. Dankzij zijn nauwkeurige onderbouwing en de grote hoeveelheid bewijzen die hij vond, zorgde Darwin ervoor dat het bestaan van evolutie nog tijdens zijn leven binnen de wetenschappelijke gemeenschap algemeen geaccepteerd werd. De acceptatie van natuurlijke selectie als aandrijvend mechanisme liet langer op zich wachten.

Levensloop

Jeugd en opleiding

Darwin werd geboren als vijfde kind en de jongste van twee zonen van de rijke arts Robert Waring Darwin (1766-1848) en diens vrouw Susannah Wedgwood (17651817). Zijn grootvader aan vaders zijde was de arts, dichter en filosoof Erasmus Darwin (1731-1802); zijn grootvader aan moeders zijde was de industrieel Josiah Wegdwood (1730-1795). Hoewel zijn beide ouders gelovig waren, was Robert Darwin een vrijdenker, die zijn kinderen meer vanwege conventies dan vanwege overtuiging liet dopen. Zijn vrouw nam de kinderen echter mee naar de mis in de Unitaristische kerk. Vanaf 1817 bezocht Charles de dorpsschool die door de priester van deze kerk geleid werd. Hetzelfde jaar, toen Charles acht jaar oud was, stierf zijn moeder. Vanaf september 1818 werd hij naar de Anglicaanse kostschool Shrewsbury School gestuurd, waar hij kost en onderdak vond.[1] Hij toonde al jong een grote belangstelling voor de natuur. Hij verzamelde "alle mogelijke dingen, schelpen, zegels, munten en mineralen". Vooral vogels en insecten hadden zijn belangstelling.

Charles bracht de zomer van 1825 door als assistent van zijn vader. Vader Darwin was een grote, zwaarlijvige man, die een bloeiende medische praktijk uitoefende en hoopte dat zijn zoon hem hierin zou opvolgen. Die herfst begon Charles een studie medicijnen aan de University of Edinburgh in Schotland. Omdat hij slecht tegen bloed kon ontwikkelde hij echter een weerzin tegen de practica en verwaarloosde hij zijn studie. In zijn vrije tijd leerde hij dieren opzetten van John Edmonstone, een vrijgemaakte donkere slaaf, die hem verhalen vertelde over de regenwouden van Zuid-Amerika. Later zou deze ervaring hem ertoe brengen te schrijven dat "negers" en Europeanen nauw verwant waren, ondanks uiterlijke verschillen.[2]

In zijn tweede jaar als student werd Darwin lid van de Plinian Society, een studentenvereniging voor studenten geïnteresseerd in natuurhistorie.[3] Hij volgde geïnteresseerd de colleges van de anatoom Robert Edmond Grant (17931874). Grant was een aanhanger van de hypotheses van Saint-Hilaire en Lamarck, die dachten dat tijdens het leven van organismen verkregen eigenschappen leiden tot evolutie van soorten (lamarckisme). Darwin zou in de winter van 1826-1827 meegaan op veldonderzoek langs de Firth of Forth, waar Grant en zijn studenten de levenscyclus van zeedieren bestudeerden. Tijdens dit onderzoek vond men homologieën, vergelijkbare organen in verschillende soorten, die slechts verschillen in complexheid. Door Grant werden homologieën gezien als bewijzen voor een gemeenschappelijke voorouder en dus voor evolutie.[4] In maart 1827 hield Darwin een presentatie voor de Plinian Society over zijn ontdekking dat de zwarte bolletjes die vaak in oesters gevonden worden de eieren van bloedzuigers zijn.[5] Ook volgde hij colleges in natuurhistorie van de mineraloog Robert Jameson (1774-1854). Van Jameson leerde Darwin methoden uit de stratigrafie (de beschrijving en relatieve datering van gesteentelagen) en de taxonomie van planten kennen. Ook assisteerde hij Jameson bij zijn werk over de uitgebreide collectie van het Royal Museum, destijds een van de grootste in Europa.[6]

Darwins vader vond echter dat hij niet veel nuttigs uitvoerde. Hij besloot dat Charles dan maar dominee moest worden en schreef hem in voor een studie theologie aan het Christ's College van de universiteit van Cambridge.[7] In Cambridge kwam Darwin in aanraking met zijn neef William Darwin Fox (1805-1880), met wie hij de rest van zijn leven een briefwisseling zou onderhouden. Naast hun studies gingen de twee met vrienden paardrijden of schieten en hielden ze zich bezig met het verzamelen van opgezette kevers, op dat moment een rage.[8] Fox bracht Darwin in aanraking met de hoogleraar botanie, John Stevens Henslow (1796-1861), die veel van kevers afwist. Darwin besloot voortaan Henslows colleges in natuurhistorie te volgen en werd diens favoriete student. Darwin las in die tijd het werk van de theoloog William Paley en was gefascineerd door diens argument van een intelligente ontwerper van de natuur (een zogenaamd Godsbewijs). Paleys ideeën zouden gek genoeg later een rol spelen bij het ontstaan van Darwins theorie van natuurlijke selectie.[9]

Darwin deed in januari 1831 examen. Hij muntte uit in klassieke studies, wiskunde en natuurkunde en deed het goed in theologie, zodat hij de tiende score had van de 178 geslaagden.[10] Daarna bleef Darwin tot juni in Cambridge. Op Henslows advies liet hij zich niet direct tot priester wijden. Geïnspireerd door de boeken van Alexander von Humboldt besloot hij in plaats daarvan met een aantal medestudenten naar Tenerife te reizen om de natuur van de tropen zelf te onderzoeken, hij leerde daarom Spaans en volgde colleges van de geoloog Adam Sedgwick (1785-1873). Segdwick was zeer te spreken over Darwin en nam hem in de zomer van 1831 als assistent mee naar Wales om daar gesteentelagen te karteren.[11] Toen Darwin thuis kwam vond hij een brief van Henslow, die hem wees op Robert FitzRoy (1805-1885), kapitein van de HMS Beagle. FitzRoy zou vier weken later vertrekken voor een onderzoeksreis naar Zuid-Amerika en was op zoek naar een natuuronderzoeker die hem op de lange reis gezelschap kon houden, maar ook zelf onderzoek zou kunnen doen onderweg. Aangezien de reis twee jaar zou duren was Darwins vader niet enthousiast over het idee, maar werd door een broer van zijn overleden vrouw overgehaald zijn zoon toestemming te geven voor de reis.[12]

De reis van de Beagle

De reis van de Beagle duurde uiteindelijk bijna vijf jaar, waarvan Darwin de meeste tijd echter aan land doorbracht. Hij onderzocht de geologie en natuur van de gebieden waar de Beagle aanlegde en zond en planten, opgezette dieren en fossielen terug naar Cambridge, samen met beschrijvingen van zijn ontdekkingen. Veel van de door Darwin beschreven soorten waren nieuw en zijn ontdekkingen vestigden zijn naam als natuuronderzoeker. Zijn nauwkeurige en uitgebreide beschrijvingen zouden de basis vormen voor zijn latere werk. Aan de hand van de brieven die hij aan zijn familie schreef zou hij een reisverslag schrijven dat in 1839 gepubliceerd werd onder de titel The Voyage of the Beagle. Hierin gaf hij behalve een overzicht van zijn ontdekkingen over de plaatselijke natuur ook inzichten in de sociale, politieke en volkenkundige situatie van de gebieden die hij bezocht. Hij beschreef zowel de koloniale als oorspronkelijke bewoners van deze gebieden.[13]

Voor het vertrek uit Engeland gaf FitzRoy Darwin een exemplaar van het eerste deel van Principles of Geology, het werk van de geoloog Charles Lyell (1797-1875). In zijn boeken legt Lyell de theorie van het uniformitarianisme uit, het idee dat de vorming van de Aarde een zeer langdurig en geleidelijk proces is. Zowel FitzRoy als Darwin waren gefascineerd van Lyells werk, hoewel FitzRoy later zowel Lyells als Darwins ideeën zou afwijzen omdat hij streng gelovig werd.

De Beagle vertrok op 27 december 1831 vanaf Devonport, nabij Plymouth (Engeland). Onderweg aan boord had Darwin last van ernstige zeeziekte.[14] Op 16 januari 1832 bereikte men Kaapverdië. Op het eiland Santiago ontdekte Darwin een gesteentelaag bestaande uit sterk verhitte koraal- en schelpfragmenten in een klif van vulkanisch gesteente. Dit kwam overeen met Lyells idee dat de beweging van het aardoppervlak geleidelijk is in plaats van snel. Vanwege zijn nieuwe inzicht in de geologie van het eiland dacht Darwin erover een boek over geologie te schrijven.[15]

Vanaf februari verkende Darwin Zuid-Amerika (Bahia, Rio de Janeiro, Montevideo, Buenos Aires, Bahia Blanca) en in november bereikte de Beagle Vuurland. In februari 1833 zeilde men naar de Falklandeilanden, om vervolgens terug naar Montevideo te reizen. Vanaf Montevideo zouden in 1833 telkens andere tochten gemaakt worden. In oktober 1833 was Darwin gedurende een aantal weken ernstig ziek. In november vertrok men definitief uit Montevideo om naar het zuiden te varen. Begin juni 1834 vaarde men via de Straat Magellaan naar de Grote Oceaan. Tussen januari en juli 1835 verkende de Beagle de Westkust van Zuid-Amerika (Valdivia, Concepción, Santiago, Valparaíso, Mendoza, Copiapo, Callao). Darwin trok vanaf Valparaíso de Andes in. Daarna vaarde men opnieuw zuidwaarts, naar onder meer het eiland Chiloe.

In de pampas van Patagonië herkende Darwin in terrassen van grind en schelpen voormalige strandkusten, die door geleidelijke beweging van de ondergrond boven zeeniveau waren komen te liggen. Na een aardbeving te hebben meegemaakt in Chili zag Darwin mosselbedden boven de kustlijn liggen, een indicatie dat de ondergrond tijdens de beving omhoog bewogen was. Hoog in de Andes zag hij schelpen en fossiele stronken van bomen die op een zandstrand gegroeid hadden.

Op verschillende plekken in Zuid-Amerika vond Darwin fossielen van reusachtige uitgestorven soorten zoogdieren in lagen met moderne schelpen, waaruit hij concludeerde dat deze dieren kort geleden uitgestorven waren. Hij vond geen aanwijzingen dat ze uitgestorven waren door klimaatsverandering of een grote ramp. Darwin herkende dat sommige fossielen afkomstig waren van de uitgestorven reuzenluiaard Megatherium, andere deden hem aan gordeldieren denken. Hij nam echter aan dat deze uitgestorven dieren verwant waren aan in Europa levende soorten. Toen hij terug was in Engeland liet de anatoom Richard Owen (1804-1892) hem zien dat ze veel nauwer verwant zijn aan levende Zuid-Amerikaanse soorten. Voor Darwin was dit bewijs dat de evolutie op verschillende continenten onafhankelijk van elkaar verloopt.[16]

Op Vuurland werden drie inboorlingen, die de bemanning van de Beagle op een eerdere reis had meegenomen als gijzelaars, als missionarissen achtergelaten. In de twee jaar die ze in Engeland hadden doorgebracht waren ze heropgevoed en daarbij "beschaafd" geworden. Hun familie op Vuurland kwam op Darwin echter over als "erbarmelijke wilden".[17] De laatste keer dat de Beagle Vuurland bezocht hadden de drie heropgevoede inboorlingen hun oude levensstijl weer opgevat, van de missie was niets terechtgekomen. Ze vertelden Darwin dat ze hun oude leven veel liever hadden en niet terug zouden willen naar de beschaving of Engeland. Darwin dacht vanwege deze ervaring dat mensen niet zo veel van dieren verschillen als de meeste geleerden in die tijd dachten. Hij geloofde dat verschillen in beschaving vooroorzaakt worden door cultuur, niet door verschillen tussen rassen. Slavernij, die op veel plaatsen in Zuid-Amerika in die tijd nog voorkwam, keurde Darwin sterk af; hij werd later ook verdrietig van de manier waarop kolonisten in Nieuw-Zeeland en Australië de oorspronkelijke bevolking behandelden.[18]

In september 1835 reisde de Beagle naar de Galápagoseilanden. Darwin verzamelde op deze eilanden vogels en merkte dat de spotlijsters op elk eiland verschillend zijn.[19] Hij hoorde van lokale vissers dat ze aan landschildpadden konden herkennen van welk eiland ze afkomstig waren, maar hij dacht destijds nog dat deze dieren door zeerovers op de Galápagoseilanden geïntroduceerd waren.[20] Darwin nam een nog jonge Galápagosreuzenschildpad Geochelone elephantopus) van de Galápagoseilanden mee. Nadat hij de schildpad in Engeland had bestudeerd, werd deze door een vriend meegenomen naar Australië, waar ze in verschillende dierentuinen heeft geleefd. Volgens genetisch onderzoek is de schildpad in 1830 geboren. De schildpad is overleden op 22 juni 2006 en wordt verondersteld het oudste dier op Aarde geweest te zijn. Het dier had de naam Harriet.

Darwin ontving per post het tweede deel van Lyells Principles of Geology. Lyell sloot in dit boek grootschalige evolutie uit en beschreef in plaats daarvan zijn idee van bepaalde stamvormen waaruit verwante soorten konden ontstaan. Darwin eigen gedachten over evolutie gingen echter, aan de hand van zijn waarnemingen, inmiddels veel verder.[21]

De Beagle vaarde verder langs Tahiti (november 1835), Nieuw-Zeeland (december), Australië (januari-april 1836), de Cocoseilanden, Mauritius (april) en Kaapstad (mei). Darwin vond de dieren die hij in Australië zag, zoals kangaroeratten of vogelbekdieren, zo weinig lijken op voor hem bekende soorten, dat hij opmerkte dat er misschien twee verschillende scheppers aan het werk waren geweest.[22] Darwin had eerder bedacht dat atollen gevormd worden door het wegzinken van oude vulkanen en vond bewijzen voor deze hypothese toen de Beagle de Cocoseilanden bezocht.[23] In Kaapstad ontmoetten de opvarenden van de Beagle de astronoom John Herschel (1792-1871), die in die tijd met Lyell correspondeerde over de oorsprong van soorten. Darwins vermoedens over de spotlijsters en schildpadden op de Galápagoseilanden en de verschillen tussen falklandwolven op verschillende Falklandeilanden begonnen steeds vastere vormen aan te nemen. Op de terugreis naar Engeland schreef hij dat zijn waarnemingen in tegenspraak waren met onveranderlijkheid van soorten in de natuur.[24]

De terugreis ging vanaf Kaapstad naar Sint-Helena (juli), van daar richting Bahia in Zuid-Amerika waar men op 1 augustus 1836 aankwam. Men verkende die maand Pernambuco, om dan definitief terug richting Engeland te zeilen. Op 2 oktober 1836 arriveerde men in Engeland na een reis van vier jaar, tien maanden en vijf dagen.

Latere leven

Op 29 januari 1839 trouwde Darwin met zijn nicht Emma Wedgwood in Maer in een Anglicaanse ceremonie. Na in Londen gewoond te hebben, verhuisde hij in 1842 naar Downe. Het stel had tien kinderen, waarvan er drie vroeg zijn gestorven. Verschillende van hun kinderen leden aan ernstige ziektes en zwaktes, en Darwin vermoedde dat de nauwe familierelatie, neef en nicht, tussen de twee echtgenoten de oorzaak kon zijn. Zijn nazaten hebben ook belangrijke functies bekleed (zoals Francis Darwin).

Darwins kinderen waren:

Darwin was van huis uit een christen, maar na de dood van zijn dochtertje in 1851 heeft hij zich van de kerk afgekeerd. Terwijl zijn familie op zondagen ter kerke ging, gaf Darwin de voorkeur aan een wandeling. Hij is echter begraven in de Westminster Abbey.

„I am not in the least afraid to die. - (ik ben allerminst bang te sterven)
Charles Darwin

Ontdekkingen

Hij werd tijdens zijn reis een hartstochtelijk natuuronderzoeker en verzamelaar van planten, dieren, fossielen en gesteenten. Darwin vond in Uruguay skeletten van reusachtige uitgestorven dieren, die erg veel leken op kleine tegenhangers van thans nog levende dieren. Vooral zijn bezoek aan de Galápagos-eilanden heeft zijn denkbeelden sterk beïnvloed. Darwin ontdekte dat op ieder eiland soorten voorkwamen, die nergens anders leefden.

Darwin ontdekte een sequentieel verband tussen de fasen van activiteit van een (boven zeespiegel uitstijgende) vulkaan en de geleidelijke formatie van koraalafzettingen op het ingedaalde vulkanisch gesteente. De ringvormige lagune die hieruit ontstaat wordt wel een atol genoemd.

Evolutietheorie

Darwin leidde uit zijn onderzoeken af dat soorten veranderlijk zijn. Hij vormde de hypothese dat alle organismen zich hebben ontwikkeld uit één oervorm. Zie voor een volledige beschrijving hiervan de pagina evolutietheorie.

Het duurde meer dan twintig jaar na zijn reis met de Beagle vooraleer Darwin zich voldoende zeker voelde om zijn theorie te publiceren. Alhoewel hij in 1844 reeds een schets van het werk en de theorie had gemaakt en er met collega's over had gediscussieerd, verscheen de eerste versie van On the origin of species by means of natural selection met als ondertitel "or the preservation of favoured races in the struggle for life" pas in 1859. Darwin verklaart dat uitstel door erop te wijzen dat de theorie niet 'af' is. Dat hij ze tenslotte toch publiceert, is het gevolg van het feit dat zijn collega Alfred Russel Wallace tot dezelfde bevindingen is gekomen. In de dertien daaropvolgende jaren verschenen liefst vijf nieuwe edities waarin telkens belangrijke correcties voorkwamen. De zesde editie van 1872 is de meest definitieve.

Een onder historici gehanteerde, maar niet onbetwiste, verklaring voor de periode tussen de eerste formulering van zijn theorie en publicatie is Darwin's ongerustheid over de religieuze implicatie van zijn werk[25]. Een andere verklaring is Darwin's zeer rustige tempo van werken en publiceren. Hij nam veel tijd voor zijn werk en ook niet controversieel materiaal werd pas na vele jaren voorbereiding gedrukt. Darwin's slechte gezondheid kan ook als verklaring voor het lage tempo en de late publicaties dienen.

De evolutietheorie was een grote aanslag op de zekerheden die het christendom de Europese bevolking tot op dat moment had gegeven. Darwin zelf verloor zijn geloof in het christendom niet op grond van zijn wetenschappelijke ontdekkingen, maar omdat hij de wreedheid van de natuur, waarbij hij met name de sluipwesp noemde, onverenigbaar achtte met een oneindig goede en volmaakte schepper.

Evolutie betekent voor Darwin ontwikkeling en verandering, niet perfectionering. Van Thomas Malthus neemt hij het idee over van de strijd om het bestaan: in de natuur zijn er veel voortplantingsmogelijkheden maar slechts een beperkte voedselhoeveelheid. Er sterven meer jongen dan er volwassen kunnen worden. Welke jongen precies volwassen worden, verklaart Darwin aan de hand van Spencers Survival of the fittest: de natuur selecteert de individuen met de best aangepaste eigenschappen, dezen geven dit door en hierdoor kan een nieuwe soort ontstaan.

Vertalingen: Darwin's grootste werken zijn het voor het eerst vertaald door Dr. Hartogh Heys. Heys schreef de Nederlandse vertaling van 'The Descent of Man' voordat deze in Engeland werd gepubliceerd. Darwin stuurde Heys het werk in delen op, zodat hij tevens de kans had om deze van kritische kanttekeningen te voorzien. De door hem vertaalde werken zijn verzameld in:

Erkenning

In 1868, kort na het publiceren van zijn revolutionaire theorie, werd Darwin opgenomen in de exclusieve Orde "Pour le Mérite". Hij was lid van de Royal Society. Vanwege zijn grote verdiensten voor de maatschappij is hij begraven in Westminster Abbey, dichtbij twee andere groten John Herschel en Isaac Newton. In 1864 kreeg hij de Copley Medal.

Vanwege Darwins grote verdiensten voor de wetenschap, riep de Royal Society of London een wetenschapsprijs in het leven die zijn naam draagt. In 1890 werd de eerste Darwin Medal uitgereikt aan Alfred Russel Wallace. De eerbetoning bestaat anno 2008 nog altijd.

Zie ook

Publicaties

(Naast vele wetenschappelijke artikelen)

  • (en) Darwin, C.R.- 1835: Extracts from letters to Professor Henslow (in beperkte oplage verspreid), Cambridge University Press, Cambridge, hier in te zien.
  • Journal of Researches (1839)
  • The Structure and Distribution of Coral Reefs (1842)
  • The Voyage of the Beagle (1842)
  • Geological Observations on South-America (1846)
  • The origin of species (1859, opgenomen in de Thinker's Library)
  • Various Contrivances by which Orchids are Fertilised by Insects (1862)
  • The Variation of Animals and Plants under Domestication (1868)
  • (en) Darwin, C.R.- 1871: The Descent of Man and Selection in Relation to Sex, John Murray, Londen; hier in te zien.
  • The Expression of the Emotions of Man and Animals (1872)
  • Insectivorous Plants (1875)
  • The Effects of Cross- and Self-Fertilisation (1876)
  • The Power of Movement in Plants (1880)
  • The Formation of Vegetable Mould through the Action of Worms (1881)
  • (en) Darwin, C.R.- 1887 (red. Darwin, F.): The life and letters of Charles Darwin, including an autobiographical chapter, John Murray, Londen, hier in te zien.
  • (en) Darwin, C.R.- 1958, Barlow, N. (red.): The autobiography of Charles Darwin 18091882. With the original omissions restored. Edited and with appendix and notes by his granddaughter Nora Barlow, Collins, Londen.

Nederlandse vertalingen

  • Darwin's Biologische Meesterwerken (1890) in 7 delen. Vertaald en met aantekening voorzien door Dr. H. Hartogh Heys van Zouteveen en uitgegeven door Gebr. E. & M. Cohen.
    • Deel I: Het Ontstaan der soorten.
    • Deel II: Het varieëren der huisdieren en cultuurplanten. [Deel I]
    • Deel III: Het varieëren der huisdieren en cultuurplanten. [Deel II]
    • Deel IV: De afstamming van den mensch en seksueele teeltkeus. [Deel I]
    • Deel V: De afstamming van den mensch en seksueele teeltkeus. [Deel II]
    • Deel VI: Het uitdrukken der gemoedsaandoeningen bij den mensch en de dieren.
    • Deel VII: De reis van de Beagle

Literatuur:

  • (nl) Braeckman, J.: "Darwins moordbekentenis", 2001.
  • (en) F. Darwin, The life and letters of Charles Darwin (3 delen), John Murray, 1887.
  • (en) Desmond, A. & Moore, J. - 1991: Darwin, Michael Joseph, Penguin Group, Londen, ISBN 0-7181-3430-3.
  • (en) R.B. Freeman, Charles Darwin: A companion, 309p, Kent & Hamden, 1978.
  • (en) Browne, J. - 1995: Charles Darwin, Volume I: Voyaging, Jonathan Cape, Londen, ISBN 1-84413-314-1.
  • (en) Browne, J. - 2002: Charles Darwin, Volume II: The Power of Place, Jonathan Cape, Londen, ISBN 0-7126-6837-3.
  • (en) Eldredge, N. - 2006: Confessions of a Darwinist, The Virginia Quarterly Review 2006-2, pp. 32–53.
  • (en) Gould, J. - 1845-1863 (3 volumes), The mammals of Australia (met 182 gekleurde litho's), Londen
  • (en) Keynes, R. - (red.) 2000, Charles Darwin’s zoology notes & specimen lists from H.M.S. Beagle (bewerking van Darwins lijst), Cambridge University Press
  • (nl) A. Schierbeek, "Darwin's werk en persoonlijkheid", 162 p, W.B. A'dam/Antwerpen, 1958 .
  • (nl) A. Schierbeek, "Charles Darwin, Hervormer der biologie", 143p , pb Den Haag, 1964.
  • (nl) Jan De Laender, "Het verdriet van Darwin. Over de pijn en de troost van het rationalisme"; Leuven, Acco, 2004, 367p, (ISBN 9033455412).
  • (nl) Daniel C. Dennett, "Darwins gevaarlijke idee", 1995.
  • (en) Von Sydow, M. - 2005: Darwin – A Christian Undermining Christianity? On Self-Undermining Dynamics of Ideas Between Belief and Science, in: Knight, D.M. & Eddy, M.D. - Science and Beliefs: From Natural Philosophy to Natural Science, 17001900'', Ashgate, ISBN 0-7546-3996-7, pp. 141-156.
  • Verschillende nummers van de (Engelstalige) National Geographic Magazine bevatten (beeld)informatie over de reizen en het leven van Charles Darwin , en over zijn ervaringen op de Galápagos archipel. In de volgende afleveringen staan zeer uitgebreide artikelen:
  • (en) National Geographic Magazine, "The Galápagos: Eerie cradle of new species" door R.T. Peterson, April 1967.
  • (en) National Geographic Magazine, "In the wake of Darwin's Beagle" door Alan Villiers, Oktober 1969.

Externe links:

Referenties