Wikisage, de vrije encyclopedie van de tweede generatie, is digitaal erfgoed

Wikisage is op 1 na de grootste internet-encyclopedie in het Nederlands. Iedereen kan de hier verzamelde kennis gratis gebruiken, zonder storende advertenties. De Koninklijke Bibliotheek van Nederland heeft Wikisage in 2018 aangemerkt als digitaal erfgoed.

  • Wilt u meehelpen om Wikisage te laten groeien? Maak dan een account aan. U bent van harte welkom. Zie: Portaal:Gebruikers.
  • Bent u blij met Wikisage, of wilt u juist meer? Dan stellen we een bescheiden donatie om de kosten te bestrijden zeer op prijs. Zie: Portaal:Donaties.

Hoogleraar

Uit Wikisage
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Een hoogleraar is een docent en veelal onderzoeker aan een universiteit. Hoogleraren zijn bij uitstek verantwoordelijk voor de ontwikkeling van het hun toegewezen wetenschapsgebied en voor de inhoud van het te geven onderwijs op dat gebied. Bij het bekleden van die functies spreekt men ook van een professoriaat.

Een hoogleraar behoort tot het personeel van de universiteit. Het wetenschapsgebied waarop de hoogleraar zijn onderwijs- en onderzoektaken uitoefent is vermeld in het benoemingsbesluit. Vaak houden recent benoemde hoogleraren een inaugurele rede of oratie.

Algemeen

De ambtstitel (en aanspreekvorm) van een hoogleraar is professor, een term die uit het Latijn ('profiteri' dan wel 'professus') stamt. De oorspronkelijke betekenis van het woord is diegene die de professie van het openbare lesgeven uitoefent. Formele titulatuur (bij adressering van brieven en bij academische formele gelegenheden zoals promoties) is Hooggeleerde Heer (Vrouwe). Hoewel de Dikke van Dale het woord hooglerares wel noemt wordt een vrouwelijke hoogleraar altijd gewoon hoogleraar genoemd. De titel professor geniet in België en Nederland geen enkele wettelijke bescherming en derhalve kan iedereen zich zonder juridische consequenties professor (laten) noemen. Professor is immers de aanduiding van een universitaire aanstelling en geen academische graad. Doorgaans is de hoogste graad die aan een universiteit wordt toegekend, die van doctor. Alleen in enige Europese landen kent men daarboven nog de habilitatie.

Een hoogleraar heeft het recht als promotor op te treden. Dat houdt in dat hij namens het College voor promoties van de betreffende universiteit een promovendus tot doctor mag bevorderen nadat deze onder toezicht van de hoogleraar een proefschrift heeft geschreven en dit heeft verdedigd tijdens een promotieplechtigheid. De hoogleraar behoudt dit promotierecht nog gedurende vijf jaren na zijn eervol ontslag. Als daar goede redenen voor zijn kan deze termijn van vijf jaar (na eervol ontslag) worden verlengd, bijvoorbeeld omdat de betreffende hoogleraar nog een aantal promotietrajecten begeleidt.

Een hoogleraar is gerechtigd de titel professor te voeren. Een oud-hoogleraar aan wie om gezondheidsredenen, wegens vrijwillig vervroegd uittreden dan wel bij of na het bereiken van de voor de openbare dienst geldende functionele leeftijdsgrens eervol ontslag als hoogleraar is verleend, is eveneens gerechtigd deze titel te blijven voeren.

Het is in het Nederlands zeer ongebruikelijk de titel professor of prof. kort na de ambtsaanduiding hoogleraar te gebruiken. Dus niet de hoogleraar prof. dr. J. Jansen, maar hetzij prof.dr.J.Jansen, hetzij de hoogleraar dr.J. Jansen. In het tweede geval kan in het vervolg van de tekst weer wel de titel prof. worden gebruikt, maar dan zonder hoogleraar erbij.

De pensioenperiode van een hoogleraar wordt zijn emeritaat genoemd. De hoogleraar "gaat met emeritaat". Schertsend wordt daar binnen de academische kring soms de term "Otium cum dignitate" aan toegevoegd.

Soorten hoogleraren

In Nederland

Nederlandse universiteiten kennen hoogleraren 1 en 2 (het gaat hierbij om een aanduiding van de salarisschaal van de betreffende hoogleraar, wat vaak samengaat met een hiermee corresponderend verschil in ervaring en verantwoordelijkheden). Daaronder zijn er aan universiteiten nog de functies van universitair docent en universitair hoofddocent. Aangezien zij geen hoogleraarschap bekleden worden zij niet aangesproken met 'professor'. Vroeger kenden universiteiten ook nog lectoren (in 'rang' direct onder hoogleraar), maar deze functie is nu de benaming voor het hogeschoolequivalent van de hoogleraar. De vroegere universitaire lector is via hoogleraar A nu hoogleraar 2.

Er kan onderscheid gemaakt worden tussen de volgende soorten hoogleraren:

  • Gewoon hoogleraar: iemand die het hoogleraarschap als hoofdberoep heeft en waarbij zijn leerstoel betaald wordt door de universiteit. Gewoonlijk gaat het om een voltijds- of substantiële deeltijdaanstelling met een relatief grote hoeveelheid bestuurswerkzaamheden. Dit soort hoogleraren zijn vaak leidinggevende van een afdeling aan een universiteit.
  • Persoonlijk hoogleraar: hoogleraar die op persoonlijke titel, gewoonlijk vanwege uitzonderlijke onderzoekscapaciteiten, is benoemd aan een universiteit en wiens leerstoel gefinancierd wordt door de universiteit. Verschilt van de Gewoon hoogleraar in de zin dat deze laatste een structurele positie bezet (dat wil zeggen, bij vertrek van de Gewoon hoogleraar wordt er een ander op deze positie benoemd), terwijl een Persoonlijk hoogleraarschap persoonsgebonden is (wordt bij vertrek van de functionaris niet opgevuld).
  • Bijzonder hoogleraar (in de wandeling vaak ook "buitengewoon hoogleraar" genoemd): iemand die het hoogleraarschap als nevenfunctie heeft en vaak voornamelijk elders werkzaam is. Gewoonlijk gaat het om een hoogleraarsfunctie die voor één dag in de week wordt vervuld. Hij wordt door een stichting, instelling, enz. benoemd aan een universiteit en waarbij zijn leerstoel tevens gefinancierd wordt door deze organisatie. Dit type leerstoelen wordt vaak ingesteld om de band met een bepaald maatschappelijk veld te versterken, dan wel om de universiteit een bepaald profiel te geven, en kan soms gezien worden als een vorm van reclame.
  • Universiteitshoogleraar: hoogleraar met bijzondere positie aan sommige Nederlandse universiteiten. Vaak gaat het om excellente onderzoekers die voor een bepaalde tijd worden vrijgesteld van het verrichten van bestuurlijke taken en (soms) onderwijs, zodat zij meer tijd kunnen besteden aan hun onderzoek.
  • Akademiehoogleraar: hoogleraar die tussen de 54 en 59 jaar is op het moment dat hij wordt voorgedragen. Het gaat om een hoogleraar die bijzondere wetenschappelijke prestaties heeft geleverd. De Akademiehoogleraar wordt benoemd en betaald door de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) en wordt in de gelegenheid gesteld om zich voor een periode van vijf jaar geheel te wijden aan innovatief onderzoek en aan de opleiding van onderzoekers.

Op 10 februari 1917 werd de plantkundige Johanna Westerdijk (1883-1961) de eerste vrouwelijke hoogleraar in Nederland.

In België

In België zijn aan de universiteit de opeenvolgende rangen van het zelfstandig academisch personeel (ZAP): docent, hoofddocent, hoogleraar en gewoon hoogleraar. Buiten deze hiërarchie bestaan ook buitengewoon hoogleraar, deze hebben naast hun academische bezigheden ook belangrijke taken in de private of openbare sector. Al deze academici worden als 'professor' aangesproken.

In de Verenigde Staten

In de Verenigde Staten is, in tegenstelling tot Nederland of België, 'professor' een aanspreektitel die gebruikt wordt voor alle docenten die lesgeven aan een college of universiteit. Het Amerikaanse hoger onderwijssysteem kent vier aanstellingen, te weten instructor (docent), assistant professor (universitair docent), associate professor (universitair hoofddocent) en (full) professor (hoogleraar).

Zie ook

Externe links