Wikisage, de vrije encyclopedie van de tweede generatie, is digitaal erfgoed

Wikisage is op 1 na de grootste internet-encyclopedie in het Nederlands. Iedereen kan de hier verzamelde kennis gratis gebruiken, zonder storende advertenties. De Koninklijke Bibliotheek van Nederland heeft Wikisage in 2018 aangemerkt als digitaal erfgoed.

  • Wilt u meehelpen om Wikisage te laten groeien? Maak dan een account aan. U bent van harte welkom. Zie: Portaal:Gebruikers.
  • Bent u blij met Wikisage, of wilt u juist meer? Dan stellen we een bescheiden donatie om de kosten te bestrijden zeer op prijs. Zie: Portaal:Donaties.

Tweede brief van Petrus

Uit Wikisage
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
rel=nofollow

De Tweede brief van Petrus (vaak kortweg 2 Petrus genoemd) is een van de boeken in het Nieuwe Testament van de Bijbel.

De brief werd geschreven in het Koinè-Grieks. De openingsverzen identificeren de brief als geschreven door Simeon Petrus, die meestal geïdentificeerd wordt met de apostel Petrus, hoewel deze verder nergens in het Nieuwe Testament genoemd wordt als Simeon (de Aramese vorm van Simon) en Petrus.

De brief beschrijft nauwkeurig dat deze kort voor de dood van Petrus geschreven is (1:14). De brief bevat 11 aanhalingen van of verwijzingen naar het Oude Testament. Het bevat in 3:15, 16 een opmerkelijke verwijzing naar een of meer van de brieven van Paulus. Sommigen menen dat hier de 1 Tessalonicenzen 4:13-5:11 bedoeld wordt.

Het boek deelt een aantal verzen met de brief van Judas. Vgl. bijvoorbeeld 1:5 met Judas 3; 1:12 met Judas 5; 3:2 met Judas 17; 3:14 met Judas 24; en 3:18 met Judas 25.

Deze brief vormt de laatste die in de canon werd opgenomen, en wel pas in 372 tijdens het Concilie van Nicaea. Dit gebeurde met name onder invloed van Athanasius, Hiëronymus en Augustinus. Van de vroege kerkvaders citeert noch Irenaeus, noch Polycarpus van Smyrna uit deze brief.

Geadresseerden

Volgens 1:12-15 en 3:1 richt de schrijver de brief aan dezelfde geadresseerden als 1 Petrus, dus aan de christenen in Klein-Azië. De brief is gericht aan 'alle gelovigen', dus aan zowel christenen uit de joden als christenen uit de heidenen.

Auteur

In de historisch-kritische theologie wordt vrijwel eenstemmig aangenomen dat de in 1:1 aangeduide schrijver Simon Petrus niet de schrijver is. De motivatie hiervoor bestaat uit:

  • het grote stilistische verschil met de eerste brief van Petrus, die reeds door enige kerkvaders als Eusebius van Caesarea en Johannes Calvijn werd opgemerkt;
  • de overeenkomst met de brief van Judas (zoals hierboven vermeld);
  • de brieven van Paulus, die in deze brief als algemeen bekend worden verondersteld;
  • de late opname in de canon van het Nieuwe Testament.

Conservatieve theologen stellen hiertegenover dat :

  • het stilistische verschil bij zo weinig materiaal en bij verschil in onderwerp niet dwingend tot de conclusie van een andere schrijver kan leiden; ook zal het gebruikmaken van Silvanus als secretaris voor het schrijven van de 1 Petrus verschil in stijl uitmaken.
  • het evengoed omgekeerd kan zijn dat de schrijver van Judas kennis had van 2 Petrus, of dat zij beiden kennis hadden van een derde bron;
  • dat sommige brieven van Paulus reeds zeer vroeg circuleerden, en dat het niet helder is of de schrijver naar een of meer brieven van Paulus verwijst;
  • dat de opname in de canon betekende dat de vroege kerk van de apostolaire echtheid van de brief overtuigd was, wat zij niet was van andere geschriften als de openbaring van Petrus en de handelingen van Petrus.
  • Niet alleen wordt de brief in het eerste vers op naam van Petrus gezet, maar de schrijver stelt dat hij ooggetuige was van de verheerlijking op de berg en dat hij de apostel Paulus als zijn gelijke ziet.
  • Ten slotte zijn er karakteristieke woorden die in 1 Petrus, 2 Petrus en in de toespraken van Petrus in het boek Handelingen voorkomen. Eveneens hebben 1 Petrus en 2 Petrus ongebruikelijke woorden en zinsneden gemeenschappelijk.

Datering

Wanneer men anneemt dat de brief echt van Petrus is, moet die kort voor diens dood (1:14) ontstaan zijn, dus in 66 of 67.

Diegenen die de echtheid van de brief afwijzen, zien het als een van de laatste geschriften van het Nieuwe Testament, en plaatsen het ontstaan ervan aan het eind van de eerste helft of zelfs het begin van de tweede helft van de 2e eeuw.

Inhoud

  • Schrijver, groet 1:1-2
  • Groei naar volwassenheid in het geloof 1:3-21
  • Gevaren en dwaalleraars 2:1-22
  • De wederkomst van Christus 3:1-14
  • Slotvermaningen 3:15-18

Weblinks


Bronnen, noten en/of referenties

Bronnen, noten en/of referenties: