Wikisage, de vrije encyclopedie van de tweede generatie, is digitaal erfgoed

Wikisage is op 1 na de grootste internet-encyclopedie in het Nederlands. Iedereen kan de hier verzamelde kennis gratis gebruiken, zonder storende advertenties. De Koninklijke Bibliotheek van Nederland heeft Wikisage in 2018 aangemerkt als digitaal erfgoed.

  • Wilt u meehelpen om Wikisage te laten groeien? Maak dan een account aan. U bent van harte welkom. Zie: Portaal:Gebruikers.
  • Bent u blij met Wikisage, of wilt u juist meer? Dan stellen we een bescheiden donatie om de kosten te bestrijden zeer op prijs. Zie: Portaal:Donaties.

Postmoderne literatuur

Uit Wikisage
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De postmoderne, of postmodernistische literatuur is de manifestatie van het postmodernisme in het literatuur. Het gaat om een intellectuele beweging die zich in de tweede helft van de twintigste eeuw vanuit de Verenigde Staten en Frankrijk in de hele westerse wereld verspreidde als een tegenbeweging tegen de literatuuropvattingen van de modernisten.

In de VS was de term al in gebruik in de jaren zestig, naast andere zoals "the new fiction" en "sur-fiction". In de Nederlandstalige literatuur kwam, net als de in rest van Europa, de term postmodernisme pas in gebruik in de vroege jaren 1980. Met 'postmoderne literatuur' worden nu met terugwerkende kracht alle nieuwe vormen van literair schrijven - voornamelijk proza ​​- aangeduid die zijn ontstaan ​​na de Tweede Wereldoorlog.

Vergelijking met modernistische literatuur

Zowel de modernistische als de postmodernistische literatuur betekenen een breuk met het realisme van de negentiende eeuw, waarin een verhaal werd verteld vanuit een objectief of alwetend perspectief. In de ontwikkeling van de personages verkennen ze beide het subjectivisme. Daarbij vertrekken ze vanuit de externe realiteit om de innerlijke staat van het bewustzijn te onderzoeken. Ze steunen in veel gevallen op voorbeelden van stream of consciousness zoals toegepast in de modernistische teksten van Virginia Woolf en James Joyce, of inspireren zich op experimentele gedichten zoals The Waste Land van T. S. Eliot. Daarnaast passen beide fragmentatie toe in de opbouw van het verhaal en bij de tekening der personages. Er is echter sprake van een verschillende opvatting over de manier waarop literatuur zich tot de werkelijkheid verhoudt. Zo zien de modernisten fragmentatie en extreme subjectiviteit als een existentiële crisis, of een intern Freudiaans conflict, een probleem dus dat dient opgelost te worden, en precies daarin heeft de kunstenaar volgens hen een rol te vervullen. Postmodernen beschouwen chaos als iets onvermijdelijk. De kunstenaar is machteloos, en de enige troost die we hebben is om te spelen in deze chaos. Ook in in vele modernistische werken zoals bijvoorbeeld Finnegans Wake van Joyce of Virginia Woolfs Orlando is ironie aanwezig. Hierdoor lijken ze misschien op postmoderne werken, maar postmoderne literatuur stelt ironie centraal omdat het nastreven van orde en zin onwaarschijnlijk wordt geacht.

Postmoderne roman

Postmoderne schrijvers en dichters reageren op allerlei manieren tegen de hoge pretenties van het modernisme. Het onderscheid tussen "hogere" en "lagere" cultuur is volgens hen kunstmatig. Zij zetten de aanval hiertegen in met de pastiche, de combinatie van culturele elementen, waaronder onderwerpen en genres die eerder niet geschikt werden geacht voor literatuur. Met een aantal structurele en stilistische kunstgrepen accentueren ze hun opvatting dat een schrijver geen 'compleet wereldbeeld' kan geven in zijn teksten. In de postmoderne roman heerst schijnbaar willekeur, doordat er geen verband is tussen de delen onderling en er geen poging wordt ondernomen om alles in een zinvol verband te brengen. Noch in de plot noch in de personages zit enige continuïteit, waardoor de handelingen van de personages in de roman vaak inconsequent overkomen. Het karakter van een personage uit een postmoderne roman lijkt niet vast te staan. Verhalen kunnen zich afspelen in onmogelijke werelden, of tegelijk in een pluraliteit van werelden. Met al deze vervreemdende procedés die de scheiding tussen fictie en realiteit ondermijnen, vestigt de schrijver de aandacht op de fictie, op de tekst zelf. Zo is bijvoorbeeld in Louis Paul Boons meesterwerk, De Kapellekensbaan (1953) evenmin sprake van zoiets als een lineaire vertelling of van verhaallijnen die naar een ontknoping toe werken. In een van de verhaallijnen volgt de lezer de auteur (‘boontje’) die een roman schrijft over het wedervaren van het arbeiderskind Ondineke. In dat verhaal worden overal nog fragmenten ingelast met commentaren van Boons vrienden, waarbij ook het schrijven van Boon onder de loep wordt genomen.

Kenmerken van de postmoderne roman een notendop:

  • geen toepassing meer van de eenheidsconventie (geen verband tussen de delen, geen continuïteit in intrige en personages)
  • geen lineair opgebouwde vertelling
  • geen causaliteit
  • geen grens tussen fictie en realiteit
  • meerdere vertelinstanties
  • intertekstualiteit door bijvoorbeeld fragmenten op te nemen uit andere teksten, romans e.d.
  • de postmoderne tekst vestigt de aandacht op zichzelf (op de fictionaliteit)
  • samenvattend: alles reflecteert een groot wantrouwen tegenover wat wij 'de werkelijkheid' noemen. Het postmodernisme zet de manier waarop wij denken en waarnemen tussen haakjes.

Postmoderne auteurs

In een lijst van postmoderne auteurs komen vaak de volgende namen voor: William Burroughs (1914-1997), Alexander Trocchi (1925-1984),Kurt Vonnegut (1922-2007), John Barth (b. 1930), Donald Barthelme (1931-1989), E. L. Doctorow (b. 1931), Robert Coover (1932),Jerzy Kosinski (1933-1991) Don DeLillo (geb. 1936), Thomas Pynchon (b. 1937), Ishmael Reed (1938), Kathy Acker (1947-1997) Paul Auster (1947) en Orhan Pamuk (1952).

Nederlandstalige auteurs die behoren tot wat het postmodernisme wordt genoemd, zijn de romanciers Willem Brakman - met zijn 'invalsgestuurde' schrijfmethode - en Louis Ferron, die literair succes oogstte met zijn trilogie Gekkenschemer (1974) / Het Stierenoffer (1975) / De Keisnijder van Fichtenwald (1976). Hun uitgangspunt is dat er geen objectieve werkelijkheid bestaat die met taal kan beschreven worden. Zij stellen vitalisme en spontaniteit tegenover het te grote intellectualisme van hun modernistische voorgangers. Ander auteurs van wie de teksten postmoderne kenmerken vertonen zijn de al genoemde Gerrit Krol, Huub Beurskens, M. Februari, Stefan Hertmans, Pol Hoste, Gijs IJlander, Atte Jongstra, Charlotte Mutsaers en Peter Verhelst.

Voorbeelden van Nederlandstalige postmoderne romans:

Bronnen, noten en/of referenties

Bronnen, noten en/of referenties: