Wikisage, de vrije encyclopedie van de tweede generatie, is digitaal erfgoed

Wikisage is op 1 na de grootste internet-encyclopedie in het Nederlands. Iedereen kan de hier verzamelde kennis gratis gebruiken, zonder storende advertenties. De Koninklijke Bibliotheek van Nederland heeft Wikisage in 2018 aangemerkt als digitaal erfgoed.

  • Wilt u meehelpen om Wikisage te laten groeien? Maak dan een account aan. U bent van harte welkom. Zie: Portaal:Gebruikers.
  • Bent u blij met Wikisage, of wilt u juist meer? Dan stellen we een bescheiden donatie om de kosten te bestrijden zeer op prijs. Zie: Portaal:Donaties.

Jiddisch

Uit Wikisage
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
rel=nofollow

Het Jiddisch of Jiddisj (ייִדיש jidisj of אידיש idisj of יודיש Jüdisch, „Joods-Duits”) is een Germaanse taal, die door ongeveer drie miljoen joden over de hele wereld gesproken wordt. Het Jiddisch wordt doorgaans van rechts naar links geschreven met het Hebreeuws alfabet, maar is taalkundig niet aan het Hebreeuws verwant. De naam is afgeleid van Middelhoogduits Jüd, Jiddisch (Jodenduits) jid (Jood). Er bestaan verschillende dialecten van het Jiddisch. Vergelijk het met Ladino tegenover Spaans. De verschillende varianten van de taal worden voornamelijk door charedische joden gesproken, met name in de Verenigde Staten, Engeland en Israël. Ook in Joods Antwerpen kan het Jiddisch nog als levende taal op straat worden gehoord.

Soorten Jiddisch

Traditioneel

De voornaamste versies zijn:

West-Europees Jiddisch (West-Jiddisch)
Deze variant, die voor de oorlog door veel Nederlandse joden gesproken werd, is nagenoeg uitgestorven. Het is een van de moeilijkere varianten.
Pools Jiddisch
(Ook bekend as „Galicisch Jiddisch” of „Galitzer Jiddisch”: Galitz = iemand uit Oost-Europees Galicië) Deze variant wordt gesproken door de aanhangers van chassidische bewegingen met hun oorsprong in Polen, zoals Belz en Bobov. Er zitten vrij veel Slavische woorden in.
Hongaars of Jeruzalems Jiddisch
Deze variant wordt door de leden van de chareidische gemeenschap van Jeruzalem gesproken, die al sinds ruim honderd jaar in Jeruzalem wonen. Bijvoorbeeld door de aanhangers van bewegingen zoals Toldos Aharon, Dushinsky en Neturei Karta. Jeruzalems Jiddisch lijkt zeer sterk op Duits, en heeft zijn oorsprong in het Hongaars Jiddisch. De verwantschap tussen Hongaars Jiddisch en Duits komt door het feit dat Duits naast Jiddisch de meest gebruikte taal onder Hongaarse joden was.
Litouws en Russisch Jiddisch
(Ook bekend als „Litvak Jiddisch”: Litvak = Litouwer.) Deze variant wordt door een deel van de Litvishe (Litouwse) charedische gemeenschap en door enkele van de oudere aanhangers van Lubavitch gesproken en is sterk beïnvloed door de Slavische talen, en is dus ook een vrij lastige variant. Het is ook de variant van Jiddisch die bij veel bejaarde (niet-religieuze) Russische Joden als tweede taal bekend was.
Oekraïens en Roemeens Jiddisch
Deze varianten bevatten veel Slavische termen en behoren tot de moeilijkere varianten.

Vandaag

De voornaamste gemeenschappen waar Jiddisch gesproken wordt bevinden zich in de Verenigde Staten en in Israël, met kleinere gemeenschappen in Antwerpen en Zuid-Amerika. In met name de Verenigde Staten en Israël neemt het Jiddisch veel woorden uit de primaire landstaal - respectievelijk Engels en Hebreeuws - over. Zo zijn in New Yorks Jiddisch woorden zoals ’road’ en ’car’ gangbaar, terwijl daarvoor in Israëlisch Jiddisch Hebreeuwse of Duitse woorden gebruikt worden. Dit kan ertoe leiden dat Israëlische en Amerikaanse Jiddisch-sprekers moeite hebben om elkaar te begrijpen.

Geschiedenis

De taal is tussen de 9e en 11e eeuw in het Rijnland ontstaan als omgangstaal van de joden. Zij noemden deze taal Losjn Asjkenaz (van Hebreeuws lasjon: de „tale Asjkenaz’”) of bescheidener Tajtsj (Teutsch).

In de 11e eeuw wordt de taal langs de Rijn, de Moezel en de Main (Metz, Straatsburg, Worms, Mainz, Spiers en Keulen) gesproken, vanaf de 14e eeuw tot in Hamburg, Praag en Augsburg en in de 16e eeuw zelfs in Riga, Vilnius en Lublin. De migratie naar Oost-Europa in de tweede helft van de middeleeuwen is in hoge mate veroorzaakt door vervolgingen. De oudste tekst stamt uit 1272 (Worms, zegen en enkele berijmde regels uit de Machzor), uit 1382 zijn de eerste literaire teksten overgeleverd en in 1862 verscheen de eerste Jiddische krant (met de hebraïserende naam Kol Mevaser: „aankondigende stem”). Veel van de Hebreeuwse en Aramese woorden in het Jiddisch zijn ontleend aan de Thorawetten en de Talmoedstudie, die een een invloed hebben op alle aspecten van het leven.

In de 17e en 18e eeuw legden de Maskiliem nadruk op onderwijs in een „zuivere” taal; Jiddisch beschouwden zij niet als een taal, maar als een jargon —vergelijk de discussies over Sranantongo en Papiaments— dat men associeerde met achterlijkheid en louche achterbuurten. Er werd ook een commercieel bezwaar genoemd: geldschieters die boek hielden in het Jiddisch werden door de gojiem niet altijd vertrouwd omdat zij de in het Jiddisch geschreven boeken niet konden controleren. Dit heeft niet voorkomen dat er eind 19e en begin 20e eeuw een bloeiende Jiddische literatuur (Mendele Moikher Sforim, Y. L. Peretz, Salomon Anshi, S. S. Frug, Morris Rosenfeld, Sholem Asch, Chaim Nachman Bialik, Sholom Aleichem) is ontstaan, en dat voor de Eerste Wereldoorlog circa 50% van de inwoners van grote steden zoals Warschau Jiddisch sprak, terwijl in sommige kleinere steden het percentage 100% was. Voor de Tweede Wereldoorlog waren er wereldwijd ongeveer elf miljoen mensen die Jiddisch als hun moedertaal hadden. In de Tweede Wereldoorlog zijn echter miljoenen Jiddisch-sprekers vermoord door de nazi’s. Na deze oorlog zijn de overlevenden vooral naar Israël en de Verenigde Staten geëmigreerd. Hierdoor werd het Jiddisch verrijkt met Engelse woorden. Een bekende emigrant en Jiddische auteur is Isaac Bashevis Singer.

Er bestaat tevens een Jiddische Wikipedia.[1] Deze wordt gedomineerd door charedische joden, de enige groep die heden ten dage nog Jiddisch als omgangstaal hanteert.

Taalkundige aspecten

Jiddisch is een Germaanse taal. Het Jiddisch wordt doorgaans van rechts naar links geschreven met het Hebreeuwse alfabet, maar is taalkundig niet aan het Hebreeuws verwant. Er bestaan verschillende regionale dialecten van het Jiddisch.

Het moderne Jiddisch bevat behalve Semitische elementen ook enkele woorden uit de Romaanse talen (bensjen < benedicere: zegenen, lajenen < legere: lezen), en veel woorden, uitdrukkingen en elementen uit de Slavische talen (tsu van het Poolse vraagpartikel czy; sjlemazzelnik opgebouwd uit het Duitse schlimm, het Hebreeuwse mazzel en het Russische -nik).

Hoewel het Jiddisch gebruik maakt van het Hebreeuwse alfabet, is het taalkundig niet aan het Hebreeuws verwant. Om klinkers in Jiddische woorden van Duitse origine te noteren wordt een aantal combinaties van letters uit het Hebreeuwse alfabet gebruikt: bijvoorbeeld de o in tog (Tag) als (אָ), de e in ledik (ledig) of de ä in Täg(e) als (ײ), de oj in ojf (auf) als (ױ), de e’s in geven (gewesen) als (ע) enzovoort.

Asjkenazische joden gebruiken traditioneel tevens een uitspraak voor religieus Hebreeuws die verschilt van de Sefardische uitspraak. Toen het ’Modern Hebreeuws’ in gebruik genomen werd, werd de Sefardische uitspraak als standaarduitspraak gekozen. Het opvallendste verschil tussen de Sefardische en de Asjkenazische uitspraak is dat de letter ’tav’ wanneer deze zonder dagesj (puntje) geschreven wordt, als ’s’ in plaats van als ’t’ wordt uitgesproken. Daarnaast wordt een ’a’ in veel gevallen een ’o’ (en in bepaalde dialecten een ’oe’). Zo wordt ’sjabbat’ dus ’sjabbos’, de uitspraak die tegenwoordig ook door vrijwel alle niet-Jiddisch sprekende Asjkenazische orthodoxe joden gebruikt wordt. In verschillende dialecten worden vele andere klinkers ook anders uitgesproken. Zo wordt in Pools en Hongaars/Jeruzalems Jiddisch, de twee varianten die met name in de chassidische gemeenschap gebruikt worden, de ’u/oe’ uitgesproken als ’ie’ en een bepaalde ’a’ als ’oe’.

Voorbeelden:

  • ’Onze gebeden’ is in Sefardisch Hebreeuws: Tefilateinoe. Litouws Asjkenazisch: Tefiloseinoe. Hongaars Asjkenazisch: Tefiloeseinie.
  • ’Israël’ is in Sefardisch Hebreeuws: Jisraël. Litouws Asjkenazisch: Jisroël. Hongaars Asjkenazisch: Jisrueil.

Aangezien het Jiddisch nog wel lijkt op het oude Duits waarvan het voor het grootste deel afstamt, maar meestal met het Hebreeuwse alfabet geschreven wordt, ontstaat de paradoxe situatie dat een hedendaagse Israëli die Hebreeuws als moedertaal heeft, het Jiddisch kan voorlezen zonder het te begrijpen, terwijl een Duitser die het hem hoort voorlezen, het voor een groot deel kan begrijpen zonder het zelf te kunnen lezen.

Leesvoorbeeld

Het volgende voorbeeld is ontleend aan het begin van Bereisjes (Genesis), en geschreven in de YIVO-spelling:[2]

1 In onheb hot Got beshaffen dem himmel un die erd. 2 Un die erd iz geven vist un ledik, un fintsternish iz geven oifen gezicht fun tehom, un der geist fun Got hot geshwebt oifen gezicht fun di wassern. 3 Hot Got gezugt: zol weren licht. Un es iz geworen licht. 4 Un Got hot gezen dos licht az es iz gut; un Got hot fanandergeshedt zwischen dem licht un zwischen der fintsternish. 5 Un Got hot gerufen dos licht tog, un di fintsternish hot Er gerufen nacht. Un es iz gewe’en uvent, un es iz gewe’en frimorgen, ein tog.

Dezelfde tekst omgezet naar woorden zoals deze in het Duitse woordenboek staan (zonder rekening te houden met de grammatica):

1 In Anhieb hat Gott geschaffen dem Himmel und die Erde. 2 Und die Erde ist gewesen wüst und ledig, und Finsternis ist gewesen auf den Gesicht von tehom, und der Geist von Gott hat geschwebt auf den Gesicht von die Wassern. 3 Hat Gott gesagt: soll werden Licht. Und es ist geworden Licht. 4 Und Gott hat gesehen das Licht dass es ist gut; und Gott hat voneinandergeschieden zwischen dem Licht und zwischen der Finsternis. 5 Und Gott hat gerufen das Licht Tag, und die Finsternis hat Er gerufen Nacht. Und es ist gewesen Abend, und es ist gewesen Frühmorgen, ein Tag.

Jiddische invloeden in het Nederlands

Het Amsterdamse dialect kent veel Jiddische en Hebreeuwse leenwoorden, als mazzel, mesjogge, nebbisj, achenebbisj en koosjer. Daarvan afgeleid zijn termen terechtgekomen in het Bargoens: Koosjer was in oude Amsterdamse penosekringen een term voor een plaats waar weinig politie in de buurt was en men gemakkelijker z’n gang kon gaan. De invloed van het Joods-Nederlands etnolect is tot op de dag van vandaag in het Nederlands aantoonbaar. Veel van deze komen oorspronkelijk uit het Hebreeuws; deze woorden zijn niet steeds via het Jiddisch in het Nedrelands terechtgekomen. Het in het Nederlands ingeburgerde woord ’tov’ (goed) bijvoorbeeld, komt uit het Hebreeuws. Het Jiddische woord hiervoor is (het Duitse) ’gut’ (door Hongaarse joden uitgesproken als ’git’).

  • achenebbisj = armoedig, rommelig
  • bajes = gevangenis (< bajit: huis)
  • bolleboos = slimmerik (< ba’al ha’bajit: meester van het huis)
  • Daar ga je = proost (< Lechajiem: op het leven)
  • gabber = vriend, maat(< chaveer: vriend, kameraad)
  • gajes = randgroep van de maatschappij (< goj: volk, niet-Jood)
  • gannef = dief, schavuit (< ĝannáw: dief)
  • gappen = stelen (< gannaw: stelen)
  • gein = pret, plezier (< chen: waardering, behagen)
  • geteisem = slecht volk (< chatat: zondoffer)
  • goochem = slim (< chacham: wijs, wijze)
  • gotspe = onbeschaamde brutaliteit
  • gozer = kerel (<chazan, bruidegom)
  • hoteldebotel = helemaal van streek, stapelgek, dolverliefd (<awar oewoteel: heengegaan en verdwenen van de wereld)
  • jajem = wijn, sterke drank (< jajien: wijn)
  • jatten = zn. handen, ww. stelen, „klauwen” (< jad, jadájiem: hand, handen)
  • joet = biljet van 10 (gulden) (< Jod: tiende karakter in het Hebreeuws alfabet)
  • kapsones = hoogmoed
  • koosjer = in orde (< kasjeer: rein, geschikt)
  • lef = moed (<lev, hart)
  • majem = water, gracht, jenever (vooral in Amsterdam) (< majiem: water)
  • mazzel = geluk (< mazzal tov: goede invloed, vandaar ook: goed gesternte)
  • mesjogge = maf (< mesjoega: heen en weer zwalken)
  • misjpoge = Familie, gezelschap (< miesjpaga: familie)
  • Mokum (Alef) = (< makom: stad; „stad A” ofwel „Amsterdam” - vergelijk: Rotterdam werd vroeger ook genoemd Mokum Resh of „stad R”)
  • nakketikker = een ontzettend irritant persoon; beledigend woord gebruikt om intens vervelende mensen iets toe te roepen zonder over te gaan op echte scheldwoorden.
  • nebbisj = pechvogel
  • penose = boeven, onderwereld (< parnasa: werk, broodwinning)
  • pieremachochel = Letterlijk: bootje dat bijna zinkt, ook wel lompe logge vrouw
  • pleite = weg, verdwenen (< pleta: vlucht)
  • poen = geld, afgeleid van ponem (zie onder), omdat op munten een gezicht stond gestempeld om vervalsing tegen te gaan.
  • ponem/porem = gezicht (< paniem: (aan)gezicht)
  • schlemiel = arme man, kneusje
  • sjacheraar = beunhaas
  • sjoege = kennis, begrip, benul
  • smeris = politieagent (< shomer: beveiligingspersoon)
  • smoes = excuus (< Schmuck of Schmoo (beiden Jiddisch): letterlijk ’mist maken’)
  • sores = zorgen, problemen (< tsarot: benauwdheden, moeilijkheden)
  • stiekem = heimelijk (< sjetieka: zwijgen, stilte)
  • tinnef = troep (< tinnoef: afval, rommel)
  • tof = (< tov) goed
  • versjteren = verpesten, verzieken (vgl: verstoren)

Zie ook

Bronnen, noten en/of referenties

Noten
Literatuur
  • Een aardige inleiding met veel leesvoorbeelden is van de hand van Salcia Landmann, Jiddisch, das Abenteuer einer Sprache, DTV, 1964 (heruitgegeven uitgebreid met een biografische schets van Singer nadat deze in 1978 de Nobelprijs voor literatuur had ontvangen).
  • Hebreeuwse en Jiddisje woorden in het Nederlands, Sdu uitgevers, Den Haag, 2002, ISBN 90-12-09293-0
  • Hebreeuws / De mythe van de bijbelse taal, Inez Polak, Trouw, 18 december 2006.
Websites

1px.pngWikimedia Commons  Zie ook de categorie met mediabestanden in verband met Yiddish language op Wikimedia Commons.