Wikisage, de vrije encyclopedie van de tweede generatie, is digitaal erfgoed

Wikisage is op 1 na de grootste internet-encyclopedie in het Nederlands. Iedereen kan de hier verzamelde kennis gratis gebruiken, zonder storende advertenties. De Koninklijke Bibliotheek van Nederland heeft Wikisage in 2018 aangemerkt als digitaal erfgoed.

  • Wilt u meehelpen om Wikisage te laten groeien? Maak dan een account aan. U bent van harte welkom. Zie: Portaal:Gebruikers.
  • Bent u blij met Wikisage, of wilt u juist meer? Dan stellen we een bescheiden donatie om de kosten te bestrijden zeer op prijs. Zie: Portaal:Donaties.

Groot-Nederlandse Beweging

Uit Wikisage
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Een prentkaart met een kaartje van „Groot-Nederland” (in dit geval inclusief Brussel en Frans-Vlaanderen). Met enkele strofen van het Wilhelmus ernaast.

De Groot-Nederlandse Beweging of het grootneerlandisme is het streven naar bewustmaking en ontwikkeling van de taalkundige en culturele affiniteit van Nederland en Vlaanderen.[1] In politieke betekenis is het het streven naar een staatkundige vereniging van de Nederlandstalige gebieden in Europa.

Geschiedenis

Ontstaan

De Groot-Nederlandse beweging of het grootneerlandisme ontstond aan het einde van de 18de eeuw onder de invloed van de Verlichting en de Romantiek.

Een tijdelijke verwezenlijking van de Groot-Nederlandse Gedachte vond in bepaald opzicht plaats in het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden (1814-1840).

De beweging herleefde na 1849 door de congressen die werden gehouden tussen Belgische en Nederlandse intellectuelen. In België kwam de Nederlandstalige burgerij steeds meer in het geweer tegen de bevoorrechte positie van het Frans en de dienovereenkomstige achterstelling van het Nederlands door de overheid en in het openbare leven. De wens om de verbroken band tussen de Nederlandssprekenden te herstellen en de positie van het Nederlands in België te verbeteren leidde tot de oprichting van het Algemeen-Nederlands Verbond (ANV) in 1895. De belangstelling voor de Groot-Nederlandse beweging werd hierdoor en door het oprichten van de Vlaamse Beweging gestimuleerd.

Het begrip „Groot-Nederlands” zelf kwam pas op in de jaren twintig van de 20e eeuw. Een groot pleitbezorger van de Groot-Nederlandse gedachte was de sociaaldemocratische historicus Pieter Geyl (1887-1966), een hoogleraar in Utrecht. Hij schreef de essays De Groot-Nederlandsche gedachte, deel I (1925) en II (1930). Daarna gaf hij in zijn vierdelige werk Geschiedenis van de Nederlandsche Stam (1930-1959, 1961-1962) een geschiedkundig overzicht van het Nederlands taalgebied (tot 1798).[2] Hij zette zich vóór de Tweede Wereldoorlog actief in om gezet om de verwezenlijking van zijn ideaal: een hereniging van het Nederlands taalgebied, te bevorderen.

Eerste Wereldoorlog

De Eerste Wereldoorlog verscherpte de tegenstellingen tussen Franstaligen en Nederlandstaligen in België. De ’Flamenpolitik’ van de bezetters was gericht de Vlamingen warm te maken voor een hereniging met Nederland. Dit Groot-Nederland zou vervolgens een deelstaat van het Duitse Rijk kunnen worden. De Flamenpolitik hield ook een de bestuurlijke scheiding tussen een Nederlands- en een Franstalig deel van België in. Dit leidde in de Vlaamse Beweging tot een anti-Belgische reactie, die nog gevoed werd door het aankaarten van misstanden zoals de taalkwestie in het Belgische leger. Volgens een hedendaagse historica was de taalkwestie bij de soldaten aan het front nochtans nauwelijks een vraagstuk en sprong de Belgische legerleiding aanmerkelijk behoedzamer met haar manschappen om dan de andere oorlogvoerende landen.[3] Niettemin werd de wens om zich af te scheiden van België en aan te sluiten bij Nederland sterker.

Het hoofdbestuur van het Algemeen-Nederlands Verbond distantieerde zich van het Vlaams Activisme.

Interbellum

Aan het einde van de Eerste Wereldoorlog kon het Algemeen-Nederlands Verbond rekenen op een aanzienlijke aanhang in zowel Nederland als België, onder meer onder studenten. Onenigheid over de radicale koers van de Vlaamse Beweging leidde echter tot een afscheuring van de studentenafdelingen in het Dietsch Studenten Verbond (DSV). Tijdens het interbellum was de Groot-Nederlandse gedachte populair in Nederland en deze populariteit werd breed gedragen door alle zuilen heen.

Een deel van de Groot Nederlanders keerde zich tegen de Walen die niet tot de Dietse gemeenschap zouden behoren. Een herstel van het Vereenigd Koninkrijk der Nederlanden binnen de grenzen van 1815-1830 werd niet beschouwd als Groot-Nederlands maar als „Bourgondisch”.

Anderzijds werd Zuid-Afrika wèl als een deel van de Dietse gemeenschap beschouwd. Aangezien een gemeenschappelijke godsdienst ontbrak en de gezamenlijke geschiedenis lange tijd onderbroken was, vormde de gezamenlijke taal het verbindende element hiervan.[4]

In de jaren 30 werd in Rotterdam de Stichting Noord-Nederland-Vlaanderen opgericht, die zo’n duizend leden zou gaan tellen.

De opkomende belangstelling voor de Vlaamse letterkunde was van grote culturele betekenis. De Groot-Nederlandse opvatting van de geschiedenis, door de historici Pieter Geyl en F. C. Gerretson, was van wetenschappelijk belang.

Tweede Wereldoorlog

Tijdens de Tweede Wereldoorlog kwamen België en Nederland beide onder Duitse bezetting. Sommigen geloofden dat de Duitsers een Groot-Nederlandse staat zouden toestaan en gingen daarom met de Duitsers collaboreren. De Duitse bezetter, en met name de SS-stroming, zag echter niets in dit idee; men wenste een Groot-Duits ofwel Groot-Germaans Rijk waarin de verschillen tussen Duitse en Nederlandse bevolkingsgroepen miskend werden. Hitler verbood na verloop van tijd alle Groot-Nederlandse propaganda, en sommige groepen als Nederland Eén! gingen in het verzet tegen de nazi’s. Vooraanstaande Groot-Nederlanders kwamen zelfs in een gevangenkamp terecht, zoals de Nederlandse professor Pieter Geyl en enkele Nederlandse leden van het in 1931 opgerichte Verbond der Dietsche Nationaalsocialisten (Verdinaso). Verdinaso kreeg in Nederland nooit veel aanhang.

Vele Vlaamse kopstukken van de Groot-Nederlandse gedachte voor 1940 hadden verregaand gecollaboreerd met de Duitsers, met name in het VNV. Andere bewegingen die de Groot-Nederlandse Gedachte koesterden waren bijvoorbeeld de Nationaal-Socialistische Beweging (NSB) en het Zwart Front.

Na de Tweede Wereldoorlog

Wegens de collaboratie stond de Groot-Nederlandse Beweging na de Tweede Wereldoorlog in beide Benelux-staten in een kwaad daglicht. Enkele decennia na de oorlog begon de gedachte in de politiek opnieuw op te komen, eerst in radicale partijen, later ook bij de gematigde partijen.

In het kader van de Benelux en de Europese Unie kreeg de culturele inhoud van de Groot-Nederlandse Gedachte nieuwe mogelijkheden.

Heel-Nederland

Een versie van „Heel-Nederland” tijdens de Franse bezetting.

Terwijl de Groot-Nederlandse beweging gewoonlijk gedefinieerd wordt als het streven naar de hereniging op basis van de gemeenschappelijke taal, gaat de term Heel-Nederlands soms verder. Het kan het staatkundige streven betekenen naar een vereniging van België (met of zonder het Duitstalige gedeelte), Luxemburg, gedeelten van Duitsland (met name Oost-Friesland en Rijnland), de huidige staat Nederland, en de „Franse Nederlanden”. Met de Franse Nederlanden bedoelt men het gedeelte van de Nederlanden dat nu in Frankrijk ligt, met als natuurlijke grens de rivier de Somme. Dit is het zuidelijke deel van het historische Graafschap Vlaanderen, namelijk Frans-Vlaanderen en Henegouwen en Artesië, waarvan vandaag de dag stukken gelegen zijn in Frankrijk, en van Picardië, het gebied ten noorden van de rivier de Somme.

Sommigen gebruiken de term Heel-Nederland als synoniem voor Groot-Nederland op basis van de gemeenschappelijke taal. Daarom wordt ook de term Bourgondisch (Bourgondicisme) gebruikt als synoniem voor het ruimere staatkundige Heel-Nederlandse streven volgens de bovenstaande definitie. Deze naam verwijst naar de Bourgondische Kreits, zoals vermeld in het Verdrag van Venlo uit 1543 en de Transactie van Augsburg van 1548.

Onder anderen de Vlaamsgezinde Waal Lucien Jottrand bracht dit idee in de 19e eeuw naar voren. In de jaren 1934-1940 was het Verdinaso van Joris Van Severen de grootste propagandist van de Heel-Nederlandse gedachte.

Orangisme

De Heel-Nederlandse of Groot-Nederlandse gedachte dient niet te worden verward met het orangisme. Het orangisme is het gericht zijn op het Huis van Oranje-Nassau. Veel van de Belgische orangisten hebben ook een Groot- of Heel-Nederlandse visie, terwijl ook anderzijds veel aanhangers van het grootneerlandisme of heelneerlandisme dikwijls orangisten zijn, onder meer wegens de als ’francofoon’ geziene Belgische monarchie.

De Groot-Nederlandse of Heel-Nederlandse beweging concentreert zich niet op de vraag van het koningschap; het grootneerlandisme richt zich op de staatkundige of culturele kwesties, het heelneerlandisme enkel op de staatkundige problematiek.

Bronnen

  1. º Lexicon Geschiedenis van Nederland & België, p. 143
  2. º Encarta-encyclopedie Winkler Prins (1993-2002) s.v. Geyl, Pieter Catharinus Arie. Microsoft Corporation/Het Spectrum.
  3. º De Schaepdrijver, Sophie, De Groote Oorlog, p. 103-173 en 255-289, Atlas, Antwerpen-Amsterdam 1999 (vierde druk).
  4. º Briefwisseling Gerretson-Geyl, deel III, blz. 115