Wikisage, de vrije encyclopedie van de tweede generatie, is digitaal erfgoed

Wikisage is op 1 na de grootste internet-encyclopedie in het Nederlands. Iedereen kan de hier verzamelde kennis gratis gebruiken, zonder storende advertenties. De Koninklijke Bibliotheek van Nederland heeft Wikisage in 2018 aangemerkt als digitaal erfgoed.

  • Wilt u meehelpen om Wikisage te laten groeien? Maak dan een account aan. U bent van harte welkom. Zie: Portaal:Gebruikers.
  • Bent u blij met Wikisage, of wilt u juist meer? Dan stellen we een bescheiden donatie om de kosten te bestrijden zeer op prijs. Zie: Portaal:Donaties.

Decamerone

Uit Wikisage
Ga naar: navigatie, zoeken
A Tale from the Decameron, olieverfschilderij van John William Waterhouse, 1916

De Decamerone (ondertitel: Prencipe Galeotto) is een verzameling van 100 verhalen die de Italiaanse dichter en geleerde Giovanni Boccaccio schreef in de periode 1348-1353. Dit middeleeuws allegorisch werk wordt als zijn meesterwerk beschouwd en behoort stilistisch tot het mooiste proza uit de Italiaanse literatuur.

De Decamerone bestaat uit 100 novellen, verteld door tien mannen en vrouwen tijdens een tien dagen durende reis, op de vlucht voor de pest die Florence heeft besmet. De Decamerone is een allegorisch werk, berucht om zijn uitbeelding van liederlijke scènes uit het dagelijks leven, en niet in het minst om de pittige humor en spot. Daarnaast is het een opvallend zorgvuldig geconstrueerd boek met alle verhalen passend in een raamvertelling. De titel zelf is een samenstelling van de twee Griekse woorden δέκα Deka ("tien") en ἡμέρα Hemera, ("dag"). Boccaccio betrok vele invloeden bij het schrijven van de Decamerone, en vele schrijvers na hem, zoals Maarten Luther, Geoffrey Chaucer, en John Keats, lieten zich inspireren door de Decamerone.

Achtergrond

De Decamerone werd geschreven tussen 1350 en 1353 en speelt zich dus af tijdens de periode van de Zwarte Dood (of de pest), die Florence trof in 1348. Het 14e-eeuws Italië werd ook geteisterd door hongersnoden en oorlogen die de verspreiding van epidemieën zoals de pest nog in de hand werkten. Het resultaat van dit alles was een aanzienlijke vermindering van beschikbare arbeiders en vaklieden, en daarbij kwam dan nog de ineenstorting van de financiële structuur. De koopmansklasse werd fundamenteel voor de samenleving, en onderhield relaties met de adel en de aristocratie.

Dit is de setting waarin de Decamerone zich afspeelt en Boccaccio beschrijft het leven van degenen die zich van de pest trachten te isoleren, en degenen die hun gewone leven willen leiden ook al was het bestemd om te worden afgebroken door de onvermijdelijke ziekte. De pest had op sociaal, economisch, religieus en politiek gebied een enorme invloed op het toenmalige Europa. Het is tegen deze achtergrond van wanhoop, waanzinnig hedonisme en verandering dat de verhalen van de Decamerone worden verteld. De tien pelgrims die in de Decamerone Florence ontvluchten behoren tot de menigte van burgers die hun huizen in de stad verlaten en zich naar het platteland of naar het buitenland begeven. Ze nemen hun toevlucht in een villa op de heuvels en besteden hun tijd aan het vertellen van een verhaal per dag per persoon.

Literaire bronnen

Boccaccio ontleende de plots voor de meeste van zijn verhalen aan oudere Italiaanse, Franse, Latijnse en andere bronnen. Een deel van het verhaal van Andreuccio van Perugia (Dag II, verhaal 5) ontstond bijvoorbeeld reeds in de tweede eeuw in Efeze. De structuur van het raamverhaal is afkomstig uit de in het Sanskriet geschreven Panchatantra, daterend van voor 500. Boccaccio kan er via de Latijsne vertaling mee in contact gekomen zijn. Ook de beschrijving van de Zwarte Dood (waar Boccaccio zelf ook getuige van was) is niet origineel, maar gebaseerd op de Historia gentis Langobardorum van Paulus Diaconus, een monnik die leefde in de achtste eeuw.

Van een aantal verhalen waar geen vroegere sporen van werden gevonden wordt verondersteld dat ze mogelijk niet door Boccaccio bedacht zijn, maar afkomstig zijn uit lokale orale tradities. Boccaccio zelf zegt dat hij een aantal van de verhalen had horen vertellen. In Dag VII, verhaal 1, bijvoorbeeld, zegt hij dat hij als kind het verhaal van een oude vrouw hoorde.

Zelfs indien Boccaccio de verhaallijnen ontleende uit soms eeuwenoude bronnen, zorgt hij er toch voor dat ze zich afspelen in 'zijn' 14e eeuw. Ze zijn dan ook aangepast voor zijn cultuur en zijn tijdgenoten. Wat Boccaccio ook doet, is het combineren van meerdere van die oude verhalen, zoals in Dag II, verhaal 2 en Dag VII, verhaal 7).

Een andere techniek die Boccaccio frequent toegepast is om reeds bestaande verhalen complexer te maken. Een duidelijk voorbeeld hiervan is te vinden in het thema van Dag IX, verhaal 6, dat ook Geoffrey Chaucer gebruikt in zijn The Reeve's Tale, maar deze Middelengelse auteur volgt de originele Franse bron (een fabliau van Jean de Boves) meer op de voet, terwijl Boccaccio nog enkele elementen van eigen vinding introduceert.

Thema's

De honderd verhalen van de Decamerone verkennen veel thema's, waaronder verstand, liefde, geluk, bedrog, seks en religie. Ook de dood, de reden waarom de Brigata's zich van Florence verwijderen, speelt een belangrijke rol in de tekst. Deze thema's komen in een groot aantal verhalen van de Decamerone voor, vaak zelfs in hetzelfde verhaal.

Met name de numerologie lijkt in de de Decamerone een grote rol te spelen en verwijst mogelijk naar belangrijker thema's in de tekst. Zo is het getal 10 prominent aanwezig: de titel 'Decamerone' verwijst ernaar, alsook het aantal leden van de Brigata, en het aantal verhalen per dag. Nog meer voorbeelden: het jaar waarin Florence werd gedecimeerd door de pest was 1348. De eerste en laatste cijfers optellen levert 9 op, terwijl de middelste twee cijfers de som 7 geven. Er zijn 3 mannen en 7 dames in de Brigata. De dames vallen allemaal in de leeftijd tussen 18 en 27, die beide een veelvoud van 3 zijn.

Personages

De groep van tien Florentijnse jongeren, bekend als de "Brigata," bestaat uit zeven vrouwen en drie mannen, die elk een allegorische rol vervullen: Pampinea, Filomena, Neifile, Filostrato, Fiammetta, Elissa, Dioneo, Lauretta, Emilia en Panfilo. De vrouwen representeren elk een van de vier belangrijkste deugden (Voorzichtigheid, Rechtvaardigheid, Matigheid en Standvastigheid) of een van de drie theologische deugden (Geloof, Hoop en Liefde). De mannen vertegenwoordigen mogelijk de driedeling van de ziel: Rede, Woede en Lust. De auteur schrijft in de inleiding dat hij de ware namen van de leden van de Brigata achterhoudt, omdat hij niet wil dat ze zich in de toekomst zouden schamen over de verhalen die zullen verteld worden in het boek.

Behalve de fictieve vertellers worden ook heel wat personages in het boek vermeld die echt bestaan hebben, zoals Giotto di Bondone, Guido Cavalcanti, Saladin en Koning Willem II van Sicilië. Onderzoekers zijn er zelfs in geslaagd om het bestaan van minder bekende personages, zoals de bedriegers Bruno en Buffalmacco en hun slachtoffer Calandrino aan te tonen. Nog andere fictieve personages zijn gebaseerd op echte mensen, zoals de Madonna van Fiordaliso in verhaal II, 5, die is afgeleid van een Madonna Flora die leefde in de rosse buurt van Napels.

Inhoud

Proloog

De Decamerone begint met een proloog, waarin de auteur zijn recente bijna-doodervaring bespreekt, veroorzaakt door een overmaat aan passie. Hij bedankt zijn vrienden, zonder wie hij "ongetwijfeld zou zijn omgekomen." Dankbaar voor de hulp die hij in deze tijden van nood van anderen ontvangt, presenteert hij zijn werk als een gids voor de smoorverliefden. Hij richt zich in het bijzonder op de vrouwen. Vrouwen, zo zegt hij, zijn onderworpen aan de wil van hun familie en zijn ook inactief. Mannen, daarentegen, kunnen wanneer zij verteerd zijn door passie, hun toevlucht nemen tot jagen, gokken, zakendoen, enz. Vrouwen zijn "opgesloten binnen de nauwe grenzen van hun kamers ... willen een ding en tegelijkertijd ook het tegenovergestelde". De auteur presenteert zijn verhalen, verteld door een "waardige "groep van zeven vrouwen en drie mannen", met de bedoeling deze door liefde afgeleide vrouwen bezig te houden en hun instructie te geven. In de verhalen kunnen immers "nuttige adviezen" gevonden worden die de dames zullen helpen "te herkennen wat moet worden vermeden en ook wat moet worden nagestreefd" om de pijn van de liefde te verlichten.

Eerste dag

Voordat de vertelsessies starten, verzamelen de tien jonge Florentijnen (de Brigata) bij de Basilica di Santa Maria Novella in Florence. Daar besluiten ze om aan de Zwarte Dood te ontsnappen door de stad te verlaten en de komende twee weken hun intrek te nemen in een villa. Ieder gaat akkoord om elke dag een verhaal te vertellen, en dit gedurende tien dagen. De verhalen worden verteld in de tuin van de eerste villa waar de Brigata verblijft, ergens een paar mijl buiten de stad.

Onder het 'bewind van Pampinea', mag de eerste verteldag het onderwerp vrij gekozen worden. Hoewel er geen thema is opgegeven, handelen zes van de verhalen over een persoon die een andere censureert, en de andere vier zijn satires op de Katholieke Kerk.

Tweede dag

Filomena heerst tijdens de tweede dag en zij bepaalt het onderwerp waarover iedereen een verhaal moet vertellen: tegenslagen die onverwacht een gelukkige afloop hebben.

Derde dag

Neifile presideert als koningin van de derde dag. In deze verhalen heeft een persoon iets ofwel pijnlijk verworven, of iets verloren en dan weer teruggewonnen.

Vierde dag

Boccaccio begint deze dag met een verdediging van zijn werk zoals het toe nu is. Hij beweert dat delen van de vertellingen van de eerste dagen nog voor het werk klaar was circuleerden onder de geletterde burgers van Toscane. Waarschijnlijk probeert hij zo de tekst meer status te verlenen, omdat schrijven in de volkstaal niet echt als hoge literatuur werd beschouwd in de 14e eeuw.

Filostrato heerst tijdens de vierde dag, waarin verhalen verteld worden over geliefden van wie de relatie rampzalig afloopt. Dit is de eerste dag dat een mannelijke verteller heerst.

Vijfde dag

Tijdens de vijfde dag bepaalt Fiammetta het thema voor de te vertellen verhalen: geliefden die door allerlei tegenspoed en rampen heen moeten om de liefde en het geluk te vinden.

Zesde dag

Tijdens de zesde dag van de verhalen is Elissa koningin van de Brigata en zij kiest als thema verhalen waarin een personage voorkomt dat aanvallen en verlegenheid uit de weg gaat door een gevat antwoord te geven.

Van Veel verhalen van de zesde dag zijn geen vroegere versies bekend. Boccaccio zal waarschijnlijk de meeste ervan zelf hebben bedacht. Hij was zeker in staat om de situaties en de slimmigheden uit te vinden.

Zevende dag

Tijdens de zevende dag doet Dioneo dient als koning van de Brigata en geeft het thema voor de vertellingen op: verhalen waarin vrouwen hun echtgenoten bedriegen.

Verhalen van dit 'vrouwonvriendelijke' type zijn vrij typerend voor de middeleeuwen. In veel van Boccaccio's verhalen worden vrouwen echter afgeschilderd als intelligenter en slimmer dan hun echtgenoten. Hoewel Boccaccio veel van de vrouwen van deze verhalen op een positieve manier beschrijft, worden de meeste mannen uitgebeeld als stereotiepe hoorndragers.

Achtste dag

Lauretta heerst tijdens de achtste dag. Op deze dag moeten de leden van de groep verhalen vertellen over trucjes die vrouwen met mannen uithalen of, andersom hoe mannen de vrouwen om de tuin leiden.

Negende dag

Emilia is koningin van de Brigata voor de negende dag. Voor de tweede keer is er geen voorgeschreven thema (de enige andere keer was op de eerste dag).

Tiende dag

Panfilo is de koning van de laatste verteldag en hij geeft het gezelschap de opdracht om over daden van vrijgevigheid te vertellen. Die verhalen escaleren omdat ieder de vorige verteller wil overtreffen met nog een sterker verhaal over vrijgevigheid, tot het einde van de dag en de Decamerone aanbreekt. Dan wordt als een soort hoogtepunt van het opgegeven thema het verhaal over de lijdzame Griselda verteld.

Epiloog

De Decamerone eindigt nogal abrupt. Boccaccio verdedigt tegenover tegenstanders zijn werk zoals hij al deed in de introductie bij de vierde dag. Deze keer doet hij het op een humoristische en heiligschennende manier.

Met zijn laatste woorden richt de auteur zich tot de dames die, naar hij hoopt, zijn werk waardevol zullen vinden:

"Laat dus iedere dame vrij zijn om te zeggen en geloven wat ze ervan vindt, maar voor mij is het nu tijd om dit tot een einde te brengen, met mijn nederige dank aan Hem, door wiens hulp en begeleiding ik, na zo lang labeur, het beoogde doel bereikt heb. En laat u, mijn lieve dames, zich overleveren aan zijn Genade en Rust, en denk aan mij indien u ooit op enigerlei wijze baat zou hebben van het lezen van deze verhalen."

Literaire invloed

De verhalen uit de Decamerone waren voor veel latere schrijvers een bron van inspiratie. Enkele voorbeelden zijn:

  • Maarten Luther hervertelt verhaal Dag I, 2, waarin een Jood zich tot het katholicisme bekeert na een bezoek aan Rome en het zien van de corruptie van de katholieke hiërarchie . Echter, in de versie van Luther (te vinden in zijn "Tischreden # 1899"), proberen Luther en Philippus Melanchthon om de Joden van een bezoek aan Rome te weerhouden.
  • Marguerite de Navarre, Heptaméron.
  • De Parabel van de ring is de kern van zowel Gotthold Ephraim Lessings toneelstuk Nathan der Weise (1779 ) en wordt teruggevonden in verhaal I, 3. In een brief aan zijn broer op 11 augustus 1778, zegt Lessing uitdrukkelijk dat hij het verhaal aan de Decamerone ontleende. Jonathan Swift gebruikte ook ook hetzelfde verhaal voor zijn eerste grote gepubliceerde werk A Tale of a Tub.
  • Posthumus' inzetten op de kuisheid van Imogen in Shakespeares Cymbeline werd uit een Engelse vertaling van een 15e-eeuws Duits verhaal "Frederyke van Jennen" gehaald, waarvan de basisplot uit verhaal II, 9 kwam.
  • Zowel Molière als Lope de Vega gebruikten verhaal III, 3 voor hun toneelstukken in de volkstaal. Molière schreef L'ecole des maris in 1661 en Lope de Vega schreefDiscreta Enamorada.
  • Verhaal III, 9, dat Shakespeare omzette in All's Well That Ends Well las Shakespeare waarschijnlijk voor het eerst in een vertaling van het Franse verhaal in William Painters Palace of Pleasure.
  • Verhaal IV, 1 werd heropgenomen in de folklore als child ballad 269, Lady Diamond .[1]
  • John Keats ontleende het verhaal van Lisabetta en haar pot basilicum (IV, 5) voor zijn gedicht Isabella, or The Pot of Basil.
  • Het titelpersonage 'Romola' in George Eliots historische roman herinnert aan Gostanza in het verhaal V, 2. Zij koopt een kleine boot en laat zich wegdrijven in de zee om daar te sterven, nadat ze beseft dat ze niemand meer heeft die ze kan vertrouwen.
  • Verhaal V, 9 werd de bron voor het werk van twee beroemde 19e-eeuwse Engelstalige schrijvers. Henry Wadsworth Longfellow gebruikte het in zijn The Falcon of Ser Federigo als onderdeel van Tales of een Wayside Inn in 1863. Alfred Tennyson gebruikte het in 1879 voor een toneelstuk met de titel The Falcon.
  • Molière ontleende ook uit verhaal VII, 4 in zijn George Dandin, ou le Mari Confondu. In beide verhalen is de man ervan overtuigd dat hij per ongeluk de zelfmoord van zijn vrouw heeft veroorzaakt.
  • Het motief van de drie stammen in The Merchant of Venice van Shakespeare is te vinden in het verhaal X, 1. Echter, zowel Shakespeare en Boccaccio baseerden zich waarschijnlijk op het verhaal in Gesta Romanorum.
  • Bij zijn dood liet Percy Bysshe Shelley een fragment na van een gedicht, getiteld "Ginevra", dat hij uit het eerste deel van een Italiaans boek L'Osservatore Fiorentino had gehaald. Die vroegere Italiaanse tekst bevatte een stuk uit verhaal X, 4.
  • Verhaal X, 5 deelt zijn plot met Chaucers The Franklin's Tale. Beide auteurs maakten gebruik van een gemeenschappelijke Franse bron.
  • Het verhaal van de geduldige Griselda (X, 10) was de bron van Chaucers The Clerk's Tale. Sommige geleerden denken echter dat Chaucer misschien niet direct bekend was met de Decamerone, en in plaats daarvan zijn verhaal afleidde uit een Latijnse vertaling / navertelling van dat verhaal door Petrarca.
  • Christine de Pizan herstructureert verhalen uit de Decamerone in haar werk Le Livre de la Cité des Dames.
  • Charles Bukowski's roman Women(1978) is geïnspireerd door de Decamerone.
  • Steven James' thrillerroman The Knight (2009) toont een seriemoordenaar die zijn moorden baseert op verhalen verteld in dag vier van de Decamerone.

Externe link

1px.pngWikimedia Commons  Zie ook de categorie met mediabestanden in verband met Decameron op Wikimedia Commons.

Bronnen, noten en/of referenties

Bronnen, noten en/of referenties
  1. º Helen Kind Sargent, ed; George Lyman Kittredge, edEngels en Schots Ballads populair: Cambridge Edition p. 583 Houghton Mifflin Company Boston 1904