Wikisage, de vrije encyclopedie van de tweede generatie, is digitaal erfgoed

Wikisage is op 1 na de grootste internet-encyclopedie in het Nederlands. Iedereen kan de hier verzamelde kennis gratis gebruiken, zonder storende advertenties. De Koninklijke Bibliotheek van Nederland heeft Wikisage in 2018 aangemerkt als digitaal erfgoed.

  • Wilt u meehelpen om Wikisage te laten groeien? Maak dan een account aan. U bent van harte welkom. Zie: Portaal:Gebruikers.
  • Bent u blij met Wikisage, of wilt u juist meer? Dan stellen we een bescheiden donatie om de kosten te bestrijden zeer op prijs. Zie: Portaal:Donaties.

Afsplitsingen van de Bijbelonderzoekers en Jehovah's Getuigen

Uit Wikisage
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Een aantal groepen of splintergroeperingen, vooral in de Verenigde Staten, splitsten zich ooit af van de beweging die door Charles Taze Russell in 1879 werd gestart onder de naam Bible Students (Bijbelonderzoekers).

Er waren regelmatig personen die van mening verschilden over leerstellingen, met inbegrip van het van-huis-tot-huis werk waarvoor Jehovah’s Getuigen zo bekend staan, of niet akkoord gingen met beslissingen van diegenen die de leiding namen, bijvoorbeeld C. T. Russell, J. F. Rutherford, of later het ’Besturend Lichaam’.

Het merendeel van de belangrijke afsplitsingen vond plaats in de periode van 1916 tot 1930, dus voordat de Bible Students (Bijbelonderzoekers) in 1931 de naam Jehovah’s Getuigen aannamen. Doordat veel van de afgescheiden groepen zichzelf Bible Students bleven noemen, of een naam kozen die een variatie was op Associated Bible Students (een naam die gebruikt werd door de gemeenten die verbonden waren aan de International Bible Students Association, een van de wettelijke corporaties van het Wachttorengenootschap), ontstond vanuit de hoofdbeweging de wens om verwarring met de afgescheiden groepen te vermijden. Dit is een belangrijk facet waarom in 1931 een nieuwe naam (Jehovah's Getuigen) werd aangenomen. Veel van de afgesplitste groepen noemen zich nog steeds Bible Students (of een variatie daarop).

Eerste afsplitsing: 1909

In 1907 benadrukte Pastor Russell meer expliciet zijn opvatting dat christenen niet onderworpen waren aan het Nieuwe Verbond, maar dat het Nieuwe Verbond nog toekomstig was en zou worden gesloten tussen God en de natie Israël om zijn voornemens aan de wereld te onderwijzen. De controverse die hierover ontstond (en enkele andere onderwerpen) leidde in 1909 tot het vertrek van sommige aanhangers van de leer van Russell.

M. L. McPhail uit Chicago, een pelgrim (zoals een reizend vertegenwoordiger van het Wachttorengenootschap toen werd genoemd) en A. E. Williamson uit Brooklyn leidden de beweging van de New Covenant Believers (of New Covenant Bible Students) in de Verenigde Staten. Informeel werd de groep Vrije Bijbelonderzoekers (Free Bible Students) genoemd. Zij publiceerden het blad The Kingdom Scribe tot 1975. Momenteel heeft de groep de naam Berean Bible Students Church, met minder dan 200 leden.[1]

In Melbourne, Australië, stichtte E. C. Henninges in dezelfde periode de New Covenant Fellowship.

Tweede crisis: de dood van Pastor Russell

Na de dood van Charles Taze Russell in 1916, werd Joseph Franklin Rutherford gekozen tot president van het Wachttorengenootschap. Hij begon onmiddellijk aan een grondige herstructurering van de beweging die, rond 1928, leidde tot het vertrek van bijna driekwart van de leden van de geloofsgemeenschap. Een van de meest controversiële stappen die Rutherford ondernam was het afzetten van vier leden van de Board of Directors die nog door Russell zelf waren aangewezen (Robert H. Hirsh, Isaac F. Hoskins, A. I. Ritchie en James D. Wright) en hen in juli 1917 te vervangen door door hemzelf aangewezen personen. Na hun uitstoting startten deze vier uiteindelijk de Pastoral Bible Institute en begonnen met het uitgeven van The Herald of Christ’s Kingdom onder redactie van Randolph E. Streeter.

De Australische Berean Bible Institute scheidden zich ook formeel af van het Wachttorengenootschap in 1918.

In december 1918 beschouwden Charles E. Heard en sommige anderen de aanbeveling van Rutherford om war bonds (oorlogsaandelen) te kopen als een verdraaiing van Russells pacifistische leringen en startten de Stand Fast Bible Students Association in Portland, Oregon.

In 1917 vestigde Alexandre F. L. Freytag, landsopziener van Zwitserland voor het Wachttorengenootschap sinds 1898, de Angel of Jehovah Bible and Tract Society (Engel van Jehovah Bijbel en Traktaat Genootschap, die ook wel bekend werd als de Philanthropic Assembly of the Friends of Man (de Vrienden van de Mens) en The Church of the Kingdom of God, Philanthropic Assembly) en begon de persen van het Wachttorengenootschap te gebruiken om zijn zienswijzen te publiceren; hij werd in 1919 uit zijn functie gezet door Rutherford.

Paul S. L. Johnson, die samen met Hirsh, Hoskins, Ritchie en Wright het Wachttorengenootschap verliet, scheidde zich ook van hen af en vestigde in 1919 de Layman's Home Missionary Movement. Deze groepering gaf The Bible Standard uit.[2]

In Duitsland werd Ewald Vorsteher in de vroege jaren 1920 uitgesloten nadat hij weigerde bepaalde instructies van het Wachttorengenootschap op te volgen. Hij publiceerde de Wahrheitsfreund (Vriend van de waarheid). Zijn huis werd in 1933 doorzocht door de Gestapo. De ontdekking van documenten waarin kritiek werd geuit op het Naziregime werd gebruikt om de vervolging te rechtvaardigen van Bijbelonderzoekers zowel als Jehovah's Getuigen.

Late jaren 1920 tot na WO II

In 1928 verliet Norman Woodworth[3] het Wachttorengenootschap om een radioprogramma te maken getiteld Frank and Earnest; hij werd hierbij geholpen door de gemeente van de Bible Students uit Brooklyn. Dit leidde uiteindelijk tot het vestigen van de Dawn Bible Students Association met als doel het drukken en verspreiden van de serie Schriftstudiën waarmee het Wachttorengenootschap officieel in 1927 was gestopt.

Eveneens in 1928 onttrok de Italian Bible Students Association in Hartford, Connecticut, onder leiding van Gaetano Boccaccio, hun steun aan het Wachttorengenootschap en veranderde hun naam in de Millennial Bible Students Church, daarna in Christian Millennial Fellowship, Inc.. In 1940 begon Boccaccio met het uitgeven van het tijdschrift New Creation en bleef dit doen tot aan zijn dood in de vroege jaren 1990. Het tijdschrift wordt nog altijd uitgegeven door de Christian Millennial Fellowship, in 2011 hernoemd tot Christian Discipling Ministries International (CDMI). Deze wordt geleid door Elmer Weeks in New Jersey.[4]

Jesse Hemery, een van de meest prominente Bijbelonderzoekers in Engeland, was door Charles T. Russell in 1901 aangesteld als president van de International Bible Students Association in Engeland, en bezette deze functie tot 1946. In 1951 werd hij door Knorr uitgesloten en richtte hij de Goshen Fellowship op. Goshen, in het Nederlands: Gosen, de plaats waar de Israëlieten volgens de Bijbel in Egypte woonden, is een bekende Bijbelse plaatsnaam, en er zijn meerdere groepen met deze naam die geen onderling verband met elkaar houden.[5]

Gedurende het regime van Hitler werd het contact van de Duitse Bibelforscher met het hoofdbureau van het Wachttorengenootschap erg bemoeilijkt. Toen het contact werd hersteld, waren een aantal van hen het niet meer eens met verschillende leerstellige wijzigingen die in de tussentijd waren doorgevoerd en trokken zij zich terug van het Wachttorengenootschap.

Voormalige Oostbloklanden

In 1959 begon Willy Müller in Oost-Duitsland met het blad en de vereniging Christliche Verantwortung, dat gericht was tegen het Wachttorengenootschap. Müller had voorheen een verantwoordelijke functie onder Jehovah’s Getuigen, maar begon met de stasi samen te werken. Geselecteerde Getuigen van Jehovah uit het binnen- en buitenland kregen het blad via de post zonder dat daarop een afzender stond aangegeven. Kerkbladen citeerden het blad Christliche Verantwortung kritiekloos en zonder broncontrole. Een invloedrijke medewerker was Dieter Pape, die in 1970 een boek over Jehovah’s Getuigen schreef.

In het communistische Roemenië werd in 1948 / 1949 werd een verbod van kracht op Jehovah’s Getuigen in Roemenië dat duurde tot de Roemeense revolutie in 1989. De Engelse uitgave van De Wachttoren werd in Roemenië vertaald. De vertaling werd dan naar Oostenrijk gestuurd om gedrukt te worden. Uit Oostenrijk werd het drukwerk naar Roemenië gebracht om gebruikt te worden door de gemeenten die verder in contact stonden met het Wachttorengenootschap. Anderen hadden slechts beperkte toegang tot de nieuwe publicaties van het genootschap. Zij bestudeerden vooral de boeken van Rutherford en oudere publicaties. Ze bleven prediken en dopen uitvoeren. Ze hielden vast aan hun neutraliteit, waardoor ze vaak in de gevangenis kwamen wegens het weigeren van de militaire dienst. De zienswijze dat de „superieure autoriteiten” (uit Romeinen 13:1 (NW)) niet de menselijke regeringen zijn, maar Jehovah en Jezus Christus, was voor velen van hen een steun. Nog tijdens de verbodstijd bezochten Theodore Jaracz (toen lid van het Besturende Lichaam van Jehovah's Getuigen]) en Gerrit Lösch, met Rolf Kellner als tolk, de plaatselijke verantwoordelijken van de organisatie in het huis van Pamfil Albu. Albu kon de andere ouderlingen ervan overtuigen zich terug aan te sluiten. Door deze overeenkomst werden ongeveer 5000 Roemeense Getuigen opnieuw verenigd met de wereldwijde organisatie van Jehovah’s Getuigen.[6]

Anderen hadden het moeilijk om zich akkoord te verklaren met de nieuwe zienswijzen die intussen door het Wachttorengenootschap waren gepubliceerd. Zij besloten zich niet aan te sluiten bij de anderen en startten in 1992 de The True Faith Jehovah's Witnesses Association.[7]

Ook toen in de USSR doorsijpelde dat de interpretatie inzake de „superieure autoriteiten” gewijzigd was, dachten sommigen van Jehovah’s Getuigen dat deze wijziging van de KGB kwam. De KGB deed ook bewust pogingen om de eenheid te gestoten, door sommige verantwoordelijken te arresteren maar weer vrij te laten, terwijl anderen in de gevangenis kwamen. Dit leidde tot de oprichting van de „Theocratische Organisatie van Jehovah’s Getuigen”, die gebruik van publicaties van het Wachttorengenootschap van na 1962 afwees. Deze afgescheurde groep heeft een aanhang in Rusland, Oekraïne en Moldavië en beweert contact te zoeken met Jehovah’s Getuigen in andere landen.[8] Deze groep verstrekt geen gegevens over aantallen gemeenten of aanhangers en heeft weinig of geen publieke aandacht. Intussen is de website verdwenen.[9]

Afsplitsingen vanaf de jaren 1990

In 1993 verzocht wiskundige Gordon Ritchie, een achterkleinzoon van de boven reeds vermelde A. I. Ritchie, gedoopt te worden door Jehovah’s Getuigen. Vrijwel onmiddellijk daarna begon hij ideeën te verdedigen die afweken van de officiële leer van Jehovah’s Getuigen. Hij zou in maart 1996 uitgesloten zijn wegens afvalligheid.[10][11] Volgens Ritchie’s zienswijze waren Jehovah’s Getuigen tot 2004 de ware religie, maar vormt zijn eigen groepering van „Lord’s Witnesses” (Getuigen van de Heer) nu de enige ware aanbidding en zijn alle Jehovah’s Getuigen sindsdien uitgesloten.[12] De groepering stelt dat hun wiskundige analyse van de Bijbel goddelijke openbaringen aan het licht heeft gebracht die door Jehovah’s Getuigen zijn genegeerd. Ze beweren enkele honderden aanhangers te hebben.

Marc Heber Miller, een achterkleinzoon van William Miller, vond sinds 1958 dat hij als een Getuige van Jehovah de hemelse roeping had. Hij diende als volletijdprediker in Spanje en Mexico. Nadat hij en zijn familie met verschillende problemen geconfronteerd werden en hij een andere mening ontwikkelde over een aantal punten, maakte hij zich in 1998 los van Jehovah’s Getuigen en begon een website „Friends of the Nazarene”.[13] De groep omvat naast M. H. Miller „enkele anderen”.[14]

In 2007 trok Greg G. Stafford, auteur van het boek Defending Jehovah’s Witnesses (Jehovah’s Getuigen verdedigd), zich formeel terug uit de beweging. Stafford publiceerde boeken waarin hij verscheidene zienswijzen van Jehovah’s Getuigen, zoals het unitarisme, verdedigt.[15] Terwijl hij bepaalde leren verdedigde, stootte hij ook op punten waarmee hij niet volledig akkoord kon gaan. Hij beschrijft zichzelf en anderen die zijn mening zijn toegedaan nog steeds als „Jehovah’s Getuigen”,[16] maar introduceerde in 2007 ook de benaming „Christian Witnesses of Jah” (Christelijke getuigen van Jah) om degenen aan te duiden die veel van de leerstellingen van Jehovah’s Getuigen geloven,[17][18] maar zich niet willen aansluiten bij het kerkgenootschap Christelijke gemeente van Jehovah’s Getuigen of niet alle door het Wachttorengenootschap gepubliceerde leerstellingen geloven.[19]

Verwijzingen

  1. º http://bbschurch.org
  2. º http://www.biblestandard.com
  3. º (en) Site van de "Bible Students' Library"
  4. º http://www.cdmi.org/about-us/history
  5. º Aangezien Goshen (Gosen) een bekende Bijbelse naam was, bestaan er verschillende gelijknamige organisaties die niets met elkaar te maken hebben.
  6. º Gerrit Lösch, Een vader verloren, een Vader gevonden, in: De Wachttoren, 15 juli 2014, p. 17-22.
  7. º (en) Site van de Roemeense The True Faith Jehovah’s Witnesses Association
  8. º (ru) gearchiveerde versie van de pagina BashniaStrazhy.by.ru (’De Theocratische Organisatie van Jehovah’s Getuigen’)
  9. º De laatste in archive.org gearchiveerde versie van de website was op 2 november 2011. Volgens de volgende gearchiveerde versie uit november 2012 was de website toen niet meer actief.
  10. º (en) www.LordsWitnesses.us, Versie 2009-05-05
  11. º (en) TrueBibleCode.com Versie 5 mei 2009.
  12. º (en) Officiële website van Lord’s Witnesses, Versie 5 mei 2009
  13. º http://www.nazarene-friends.org
  14. º M. H. Miller, Messianic Confessions — Addendum May 28, 1998
  15. º (en) Worth another look
  16. º (en) elihubooks.com
  17. º (en) Website van „Christian Witnesses of Jah” op elihubooks.com
  18. º (en) Why interested in Jehovah’s Witnesses op elihubooks.com
  19. º (en) Christian Witnesses of Jah op elihubooks.com