Wikisage, de vrije encyclopedie van de tweede generatie, is digitaal erfgoed

Wikisage is op 1 na de grootste internet-encyclopedie in het Nederlands. Iedereen kan de hier verzamelde kennis gratis gebruiken, zonder storende advertenties. De Koninklijke Bibliotheek van Nederland heeft Wikisage in 2018 aangemerkt als digitaal erfgoed.

  • Wilt u meehelpen om Wikisage te laten groeien? Maak dan een account aan. U bent van harte welkom. Zie: Portaal:Gebruikers.
  • Bent u blij met Wikisage, of wilt u juist meer? Dan stellen we een bescheiden donatie om de kosten te bestrijden zeer op prijs. Zie: Portaal:Donaties.

Roken (tabak)

Uit Wikisage
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Het pictogram voor ’roken toegestaan’.

Roken is het door middel van inhaleren nuttigen van de rook van smeulende tabak. Er zijn andere genotmiddelen en drugs die ook gerookt kunnen worden, maar indien er geen verdere aanduiding gegeven is, wordt met ’roken’ ’het roken van tabak’ bedoeld. Roken is schadelijk voor de gezondheid; de rookverslaving die optreedt wordt veroorzaakt door de stof nicotine. Het ’trek’ hebben in een sigaret is feitelijk een signaal van het lichaam richting de hersenen dat het lichaam nicotine wil.

Tabak is overal ter wereld vrij verkrijgbaar, hoewel er meestal wel hoge accijns op wordt geheven, en ook anderszins het roken tegenwoordig meestal wordt ontmoedigd. In Nederland gebeurt dit bijvoorbeeld via de Tabakswet die sinds 1 januari 2004 iedere werknemer het recht geeft op een rookvrije werkplek (ook in de horeca). In België gebeurt dit onder andere via een gedeeltelijk rookvrije horeca. Het langverwachte rookverbod in de Nederlandse horeca van 1 juli 2008 was een doorbraak in de strijd tegen longkanker.

Geschiedenis

Voor de oorspronkelijke bewoners van het Amerikaanse continent is het roken van tabak al zeer lang een onderdeel van de cultuur. Van de Maya’s is bekend dat ze rond het jaar 500 al rookten. Aan het einde van de 15e eeuw kwam Christoffel Columbus als eerste Westerling in contact met de tabaksplant. Op 6 november 1492 zette hij twee Spanjaarden, Rodrigo de Jerez en Luis de Torres, aan wal op het eiland Guanahana op de Bahama's. Tot hun verbazing zagen zij dat de bewoners van het eiland gedroogde opgerolde kruiden rookten. Vooral De Jerez vond dit een interessant gezicht, en terug in Spanje in zijn geboortestad Ayamonte liep hij ostentatief op straat te roken. Hij werd prompt opgepakt op verdenking van tovenarij. Het duurde zeven jaar voordat hij zijn onschuld kon bewijzen en werd vrijgelaten. Een en ander kon niet voorkomen dat de gewoonte zich sindsdien over Europa en verder over de wereld verspreidde.

Tot het begin van de 20e eeuw waren vooral de sigaar en pijp in zwang. Later werd vooral de sigaret populair; voor de massaproductie ervan is de sinds de industriële revolutie gegroeide tabaksindustrie verantwoordelijk. Tot ca. 1975 beleefde het roken een opmars in allerlei facetten van het openbare leven. Rond 1945 was het een heel normaal en vriendschappelijk gebaar om een veertienjarige jongen een ’cigaret’ te presenteren met de vraag „Rook jij al?”. Bioscopen, bussen, trams en treinen waren voorzien van asbakken. Programma’s op televisie werden niet zelden gepresenteerd door een rokende verslaggever. Tot in de jaren ’80 stond bij menige kapper en schoonheidssalon een glaasje sigaretten op tafel. Op lagere en middelbare scholen stonden leraren rokend voor de klas; op sommige scholen in het hoger onderwijs rookten ook de studenten tijdens de colleges. Hoogwaardigheidsbekleders lieten zich al rokend interviewen door shagrokende journalisten. Ook Koningin Juliana kwam regelmatig rokend in beeld. Een rookvrije werkplek was, op kantoren, een grote uitzondering.

Toch werd er al veel eerder gezegd dat roken ongewenst was.

  • Robert Baden-Powell, de oprichter van de padvinderij, schreef al in 1908 dat een verkenner niet moet roken. Hij schreef: „Geen enkele jongen begint met roken omdat hij het lekker vindt, maar omdat hij denkt daarmee op een volwassen man te lijken. In werkelijkheid lijkt hij op een lummel.”
  • Thomas Edison had geen bezwaar tegen pijpen en sigaren, maar sigarettenrokers hoefden bij hem niet te solliciteren.[1]
  • Onder het nazi-bewind werd in de jaren dertig in Duitsland en Oostenrijk vanwege de volksgezondheid door de overheid tevergeefs een ontmoedigingsbeleid tegen roken gevoerd. Al in 1929 had de Duitse arts Fritz Lickint al een statistisch verband tussen roken en longkanker gevonden. In 1939 en 1943 publiceerde hij zijn omvangrijke overzicht Tabak und Organismus (1000 bladzijden). Andere Duitse artsen als Franz Hermann Müller uit Keulen vonden een verband tussen tabak en kanker in de mond, lippen, keel en slokdarm.[2]

De spoorwegen waren een opmerkelijke uitzondering: hier waren vanouds aparte compartimenten voor rokers en niet-rokers. In bussen was roken meestal verboden.

Omstreeks 1950 werd door Sir Richard Doll het verband tussen roken en longkanker aangetoond dat al eerder door Duitse onderzoekers was gevonden, maar in het Westen niet bekend was geworden. Veel mensen hadden dit in de oorlog opgelopen door het roken van in krantenpapier gedraaide shaggies en nu kwam er een tegenbeweging op gang. Al in de jaren vijftig ageerde in Nederland dokter Lenze Meinsma van de KWF Kankerbestrijding tegen roken. Pas in 1971 kreeg hij steun van collega-artsen, die eerst allemaal zelf rookten. In de jaren 70 kwam in heel Europa op de verpakking van rookwaren de waarschuwing te staan, dat roken de gezondheid schaadt. De waarschuwingen werden in de loop der jaren steeds explicieter en indringender. Reclame voor tabak werd, stapje voor stapje, verboden. Het roken in bijna alle vliegtuigen werd in de jaren 90 verboden; enkele jaren later volgde een rookverbod in het Nederlandse openbaar vervoer.

Begin 21e eeuw mag tabak in Nederland en België niet meer worden verkocht aan personen onder de 16 jaar, heeft elke werknemer recht op een rookvrije werkplek en zijn alle openbare gebouwen rookvrij. De enige uitzondering is de horeca, waar in België (cafés waar minder dan de helft van de inkomsten ten gevolge zijn van voedsel tenzij er een speciaal ingerichte aparte ruimte is) nog mag worden gerookt. Maar België is hierin een uitzondering: in veel andere Europese landen is het roken in cafés en restaurants inmiddels wettelijk verboden, op straffe van hoge boetes voor zowel de uitbater als de overtreder. Dat is een opmerkelijke verandering, aangezien de horeca vanouds als de plek gold waar roken vanzelfsprekend was.

In Nederland is na vijftig jaar discussie per 1 juli 2008 een definitief rookverbod in uitgaansgelegenheden van kracht. Cafés en restaurants hebben wel de mogelijkheid speciale ruimtes in te richten, zoals een overkapping buiten, met verwarming door warme lucht in de winter. In juli 2009 is het rookverbod weer aangepast door minister Ab Klink (minister van VWS). Hierbij is de wijziging aangebracht dat er in uitgaansgelegenheden zonder personeel toch gerookt mag worden.

Roken en gezondheid

Hoewel roken altijd een verondersteld genotmiddel is geweest, werd het aanvankelijk ook ingezet als geneesmiddel. Het werd aangewend bij verkoudheid, reuma, koorts, slangenbeten, zweren en zelfs syfilis. De eerste alarmseinen tegen tabak dateren uit 1809, toen de scheikundige Vauquelin waarschuwde dat tabak gif bevat. Een andere reden waarom men tegen het roken kon zijn was de associatie met criminaliteit. Pas toen halverwege de 20e eeuw de eerste ernstige wetenschappelijke rapporten werden gepubliceerd, ontstonden de tegenstanders die zich tegen de sigaret keerden om gezondheidsredenen.

De belangrijkste giftige stoffen in tabaksrook zijn:

Tabaksrook bevat nog talloze andere giftige stoffen. Sommige daarvan zijn een gevolg van de wijze waarop de tabak verbouwd is (bestrijdingsmiddelen), andere zitten ’van nature’ in de tabaksplant of ontstaan door onvolledige verbranding. Een klein lijstje: nitrosaminen, formaldehyde, arseen (zwaar metaal), cyanide, aceton (nagellak remover), ammoniak, azijnzuur, DDT (een bestrijdingsmiddel), polonium (radioactief element) en benzeenverbindingen.

Statistische onderzoeken wijzen uit dat roken (direct en indirect) verantwoordelijk is voor een groot aantal sterfgevallen, en de kans op vele ziekten vergroot. Ziekten die door roken worden bevorderd zijn onder meer:

Een zware roker is te herkennen aan een veranderde gebitskleur (bruine tanden), onfrisse adem, kleurverandering van de handen (vooral de vingers), voortijdige veroudering van de huid (rimpels), verhoogde kans op haaruitval en een minder goede algehele lichamelijke conditie.

Roken is bijzonder gevaarlijk voor het ongeboren kind, en verlaagt de kans op zwangerschap drastisch (onvruchtbaarheid). Roken kan o.a. bijdragen aan: beschadiging van de eicel en zaadcellen, miskraam (kans is 1,5 à 3x zo groot), wiegendood bij baby’s, aangeboren afwijkingen, een lager geboortegewicht van pasgeboren baby’s, allergische klachten bij kinderen. Ook veroorzaakt roken tijdens de zwangerschap een verhoogde kans op latere gedragsproblemen bij kinderen.[5]

Rokerslongen

Een rokershoest ontstaat als iemand langdurig rookt. De teer die de longen binnenkomt als er een trekje aan een tabaksproduct wordt genomen (bijvoorbeeld een sigaret), zet zich vast op het longweefsel. In de longen bevindt zich een enorm aantal trilhaartjes. Deze trilhaartjes hebben als taak het uit de longen drijven van met afval vervuild slijm. De trilhaartjes worden beschadigd door het teer, zodat de longen niet langer goed kunnen worden gereinigd en het vuil zich ophoopt. Dit vuil moet vervolgens worden uitgehoest - ziedaar de rokershoest.

Nicotine, teer en vele andere stoffen die vrijkomen bij het verbranden van tabak, komen de longen binnen. De agressieve gassen uit tabaksrook dringen door de natuurlijke slijmlaag van de longen heen. Deze stoffen tasten de cellen aan; de cellen sterven af. Gevolg is dat vele witte bloedlichaampjes komen helpen om de cellen weer op te bouwen. Bij mensen die veel roken komen er geen normale cellen terug, maar nemen slijmproducerende cellen de lege plaatsen in. Deze produceren zeer veel slijm, waardoor de vervuiling in de longen meegenomen kan worden. De hoeveelheid slijm is echter te groot voor de trilharen; deze kunnen het niet meer aan en raken verlamd. Ook nicotine zorgt ervoor dat de trilharen verlamd raken.

De trilharen voeren het slijm met vuil niet meer af; ze zijn immers verlamd en doen bijna niks meer. De hoeveelheid slijm kan nu alleen nog maar afgevoerd worden door het hoesten, de ’rokershoest’. Vooral ’s ochtends hebben rokers er last van: de trilhaartjes die hun werk nog enigszins hebben kunnen doen zijn erin geslaagd een deel van het slijm naar boven te brengen. Dit slijm is klaar om uitgehoest te worden. Veel rokers zullen daarom ook ’s ochtends moeten hoesten, meer dan overdag het geval is. Elke keer dat er gehoest wordt, neemt de elasticiteit van het longweefsel af. Op een gegeven moment is de rek bijna volledig uit het weefsel. Deze ziekte heet COPD en kan ernstig invaliderend zijn wanneer er niet gestopt wordt met roken. De rokerhoest kan ook als afweermechanisme werken. Een deel van de giftige stoffen wordt uitgehoest in plaats van in het lichaam opgenomen, echter weegt dit niet op tegen de schade die al is aangericht en waarschijnlijk nog toeneemt.

Percentage rokers in Europese landen in 1999

Het aantal rokers in de EU-landen (percentage van de bevolking boven 15 jaar, data: Europese Commissie, 1999)

Land Vrouwen (%) Mannen(%) Totaal gemiddelde (%)
België 15 31 25
Denemarken 30 32 31
Duitsland 30 43 36,5
Ierland 31 32 31,5
Finland 20 27 23,5
Frankrijk 37 39 38
Griekenland 28 46 37
Groot-Brittannië 28 26 27
Hongarije 27 44 35,5
Italië 17 32 24,5
Ierland 28 29 28,5
Luxemburg 27 39 33
Nederland 27 28 27,5
Noorwegen 32 34 33
Oostenrijk 19 30 24,5
Portugal 7 20 13,5
Spanje 25 42 33,5
IJsland 27 28 27,5
Zweden 22 17 19,5
Zwitserland 27 38 32,5

Roken in de media

Vaak wordt het voorbeeld van belangrijke anderen (ouders en vrienden) een belangrijke reden geacht om met roken te beginnen. Dergelijke voorbeelden zijn ook in de bioscoop en op televisie te vinden. Dit is mede de reden waarom het tegenwoordig in veel landen verboden is om reclame te maken voor rookwaren. Sindsdien proberen sigarettenfabrikanten dan ook vaak om hun producten via andere wegen onder de aandacht van potentiële klanten te krijgen: product placement in films is een voor de hand liggende manier. Sinds de jaren 90 wordt dan ook weer steeds meer gerookt in films. Andere manieren om roken te stimuleren zijn bijvoorbeeld het sponsoren van culturele gebeurtenissen en popconcerten, autorally’s, of het onder dezelfde naam opzetten van een kledingmerk dat formeel los staat van de sigarettenfabrikant. In al deze gevallen gaat het feitelijk om reclame.

Colitis ulcerosa

Roken lijkt iets te beschermen tegen het ontstaan van colitis ulcerosa. Men weet niet waarom dat zo is. Vooral na het stoppen met roken wordt vaker colitis ulcerosa gezien. Het voordeel voor de gezondheid weegt hier echter niet op tegen de nadelen.

Roken zonder tabak

Sinds kort is er een nieuwe oplaadbare sigaret op de markt die niet de schadelijke stoffen van de normale sigaret bevat, maar wel een kleine dosis nicotine. Voor de zware roker die er maar niet af te krijgen is zou dit een mooi alternatief zijn, echter voor mensen die pas gestopt zijn kan deze sigaret een verleiding zijn weer te gaan roken. Aangezien vele rokers vaak een voorkeur voor hun eigen merk hebben is de kans groot dat zij weer overstappen op hun oude vertrouwde sigaret. Na een rechtszaak in februari 2008 is het verboden reclame te maken voor deze sigaret aangezien deze als "geneesmiddel" gezien wordt. De naam voor deze sigaret is de E-sigaret.

Zie ook

Externe links

Bronnen, noten en/of referenties

Bronnen, noten en/of referenties:


Wikimedia Commons  Vrije mediabestanden over Smoking op Wikimedia Commons