Wikisage, de vrije encyclopedie van de tweede generatie, is digitaal erfgoed

Wikisage is op 1 na de grootste internet-encyclopedie in het Nederlands. Iedereen kan de hier verzamelde kennis gratis gebruiken, zonder storende advertenties. De Koninklijke Bibliotheek van Nederland heeft Wikisage in 2018 aangemerkt als digitaal erfgoed.

  • Wilt u meehelpen om Wikisage te laten groeien? Maak dan een account aan. U bent van harte welkom. Zie: Portaal:Gebruikers.
  • Bent u blij met Wikisage, of wilt u juist meer? Dan stellen we een bescheiden donatie om de kosten te bestrijden zeer op prijs. Zie: Portaal:Donaties.

Religieus fanatisme

Uit Wikisage
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Religieus fanatisme (v. Lat. fanaticus = door een godheid gedreven, bezeten, v. fanum = heiligdom) is een felle hartstochtelijke ijver voor een religie, gepaard met onverdraagzaamheid jegens andersdenkenden.[1] De Romeinen gebruikten het woord onder andere voor de Galli, de in extase tot excessen vervallende priesters van Cybele.[2]

Islam

Misschien is de islam wel de meest bekende religie met aanhangers die fanatieke tendensen uiten. Vanaf Osama bin Ladens fatwa in 1998, is de wereld terug bekend geraakt met de radicale jihad. In de koran wordt de term jihad doorgaans gebruikt voor oorlogvoering. Gewapende strijd om het gebied van de islam uit te breiden is een collectieve plicht voor de islamitische gemeenschap.[2][3] Osama bin Ladens fatwa illustreert een doel van de fanatieke jihad: „Naar gehoorzaamheid van Gods bevel, brengen wij de volgende fatwa uit voor alle moslims: de verklaring om alle Amerikanen en hun bondgenoten – burgers en militairen – te doden is een individuele plicht voor elke moslim die de kans krijgt.”

Christendom

Vanaf het begin dat het christendom de macht kreeg, zochten de machthebbers naar manieren om hun Kerk te kunnen controleren en uit te breiden. Vaak op een fanatieke en gewelddadige manier. Het christelijke fanatisme zou oorsprong hebben bij de Romeinse keizer Constantijn I, die geen afwijkingen van de officiële ideologie duldde. Een voorbeeld van een groep christenen die van deze ideologie afweken waren de aanhangers van het donatisme.

Het christelijk fanatisme blijft voortduren tot in de middeleeuwen, een goed voorbeeld zijn hier de kruistochten. Deze tochten waren religieus geïnspireerde militaire ondernemingen die westerse christenen tussen 1096 en 1271 ondernamen voor de herovering of het behoud van de heilige plaatsen in Palestina tegen de islam.[2]

Tot religieus fanatisme kan men ook de inquisitie rekenen, die ketters vervolgde. Deze inquisitie was vooral actief in de 16e eeuw. Joden en ketters waren het slachtoffer, maar ook vele heksenprocessen vonden in die tijd plaats. Deze hadden overigens niet alleen een religieus-fanatieke maar ook een economische achtergrond: de machthebbers konden zich de bezittingen van de veroordeelden toe-eigenen. Hoewel de inquisitie aanvankelijk ook de reformatie moest bestrijden, werden uitwassen als heksenprocessen ook door reformatorisch gezinden tot diep in de 17e eeuw voortgezet, met als dieptepunt de Heksenprocessen van Salem uit 1692.

Als reactie op de uitspattingen van kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders stonden soms boetepredikers op die een zuiverende invloed hadden, maar toen ze eenmaal macht verkregen hadden, ook zelf tot fanatisme vervielen. Een bekend voorbeeld van een dergelijk iemand is Girolamo Savonarola (1452-1498). Een ander voorbeeld was de wederdoper Jan van Leiden (1509-1536) die in de nadagen van de theocratie in Münster, een waar schrikbewind uitoefende. De tegenkrachten gingen in deze gevallen overigens even bloeddorstig te werk.

Een vorst als Filips II van Spanje (1527-1598) was zo behept met religieus fanatisme dat hij, teneinde de reformatie te bestrijden, een geheel wereldrijk in gevaar heeft gebracht.

In de 19e eeuw werd geleidelijk in de christelijke wereld het principe van scheiding van kerk en staat doorgevoerd zodat religieus fanatisme sindsdien meestal beperkt blijft tot een binnenkerkelijke aangelegenheid in het christendom.

Niettemin zijn bepaalde vormen van christelijk fanatisme ook daarna blijven bestaan. Zo werden van 1860-1870 door de paus katholieke jongens opgeroepen om te vechten voor het behoud van de Kerkelijke Staat. Velen gaven aan deze oproep gehoor en werden Pauselijk Zoeaaf. Ook toen in 1870 duidelijk was dat de Inname van Rome onvermijdelijk was, werden zij nog opgeofferd.

Voorbeelden van christelijk fanatisme in de twintigste eeuw zijn de gekkenlogger uit Katwijk en Lou de Palingboer.

Nog recenter zijn The Troubles in Noord-Ierland, waarbij gewelddaden en provocaties tussen katholieken en protestanten het maatschappelijk leven ondermijnden. Hoewel hier de sociaal-economische factor zeer belangrijk was, werd de godsdienst toch als excuus voor de gewelddadigheden aangevoerd.

Religieus fanatisme ziet men ook in bepaalde[Toelichting gevraagd] anti-abortusbewegingen die zich weliswaar Pro-life noemen maar zich zeer fanatiek, en soms zelfs op gewelddadige wijze, verzetten tegen abortus in al haar vormen, wat gebeurt op grond van religieuze leerstelligheden.

Zie ook

Bronnen, noten en/of referenties

Bronnen, noten en/of referenties
  1. º Van Dale Groot Woordenboek van de Nederlandse Taal, 15e druk, 2015
  2. 2,0 2,1 2,2 Microsoft Encarta/Winkler Prins Encyclopedie, 2002
  3. º (en) Encyclopaedia Britannica, 15e editie, 1978
rel=nofollow