Wikisage, de vrije encyclopedie van de tweede generatie, is digitaal erfgoed

Wikisage is op 1 na de grootste internet-encyclopedie in het Nederlands. Iedereen kan de hier verzamelde kennis gratis gebruiken, zonder storende advertenties. De Koninklijke Bibliotheek van Nederland heeft Wikisage in 2018 aangemerkt als digitaal erfgoed.

  • Wilt u meehelpen om Wikisage te laten groeien? Maak dan een account aan. U bent van harte welkom. Zie: Portaal:Gebruikers.
  • Bent u blij met Wikisage, of wilt u juist meer? Dan stellen we een bescheiden donatie om de kosten te bestrijden zeer op prijs. Zie: Portaal:Donaties.

Papegaaiduiker

Uit Wikisage
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
rel=nofollow

De papegaaiduiker oftewel Fratercula arctica is een opvallende vogel uit de familie van alken (Alcidae). Hij is gemakkelijk te herkennen aan het zwartwitte verenkleed en de grote, tijdens het broedseizoen felgekleurde snavel.

Door zijn uiterlijk en manier van voortbewegen wordt hij soms de clown der zeevogels genoemd, en ook wel eerbiediger de priester.

De papegaaiduiker wordt 28 tot 34 cm lang, heeft een vleugelspanwijdte van 50 tot 60 cm en weegt ongeveer 300 tot 700 gram. Hij eet voornamelijk vis. Hij komt voor in het Noord-Atlantisch gebied, waar hij in kolonies broedt in zelfgegraven holen op steile grazige hellingen op rotskusten. Hij overwintert op volle zee, verder van de kust dan andere alken. Aan de Nederlandse kust is hij zeldzaam.

In de winter is de snavel kleiner, in de nazomer verdwijnen de buitenste lagen. Het zijn acht verschillende stukjes en deze 'plaatjes' laten soms slechts gedeeltelijk los. Bij het duiken is dit een lastige belemmering. De Papegaaiduiker kan deze echter lostrekken met behulp van de nagel aan de buitenteen. Deze is halfcirkelvormig gekromd en staat niet recht vooruit, maar is zijdelings plat neergedrukt met de vlijmscherpe punt naar buiten. Papegaaiduikers worden in Nederland en België gerekend tot de zeldzame wintergasten langs de kust. Hun broedgebieden bevinden zich aan de kusten van Groot-Brittannië en Ierland, Noorwegen, IJsland, Spitsbergen, Nova Zembla, Groenland en de noord-oostkust van Noord-Amerika. Ze broeden in kolonies, soms van enkele tientallen broedparen, soms van vele duizenden. Graag benutten ze hellingen met een uitzicht over de open zee. Daar graven ze nestgangen, die in lengte variëren van één tot twee meter. Aan het eind van zo'n gang bevindt zich een ondiep kuiltje waarin plantenmateriaal en veren komen te liggen . Doorgaans wordt één ei (sporadisch twee) gelegd. Het is witachtig van kleur, soms voorzien van lichtbruine vlekjes. Het is erg groot : ruim 6 cm lang, 2 cm langer dan dat van een duif, die ongeveer even groot is als de papegaaiduiker. Het broeden vergt een week of zes en geschiedt hoofdzakelijk door het vrouwtje. Het jong wordt gevoed met visjes, die soms van grote afstand moeten worden gehaald. De snavel is dusdanig ingericht dat de vogels een flink aantal visjes tegelijk kunnen vasthouden. Op een gegeven moment laten de ouders het kind in de steek. Dit wordt op de duur erg hongerig en gaat buiten een kijkje nemen en fladder waggelt zeewaarts. Doorgaans vindt dit 's nachts plaats, ook wel in de schemering. Dan vallen vele jongen ten prooi aan mantelmeeuwen en jagers. Dat de aantallen papegaaiduikers afnemen is echter voornamelijk te wijten aan vervuiling van de zee door chemisch afval en olie. De vogels overwinteren in volle zee. Als ze sterven, zinken ze.

Het geslacht papegaaiduikers (Fratercula)

Er bestaan drie soorten :


Jacht

Op sommige plaatsen in IJsland wordt er legaal op de papegaaiduiker gejaagd. Voor de IJslanders is het (gegrilde) vlees een delicatesse. Eieren worden ook uit het nest meegenomen voor consumptie. Buitenlanders vinden papegaaiduikervlees meestal minder lekker omdat het enigszins naar visolie (levertraan) smaakt.

Zie ook

Externe links

Wikimedia Commons  Vrije mediabestanden over Fratercula op Wikimedia Commons