Wikisage, de vrije encyclopedie van de tweede generatie, is digitaal erfgoed

Wikisage is op 1 na de grootste internet-encyclopedie in het Nederlands. Iedereen kan de hier verzamelde kennis gratis gebruiken, zonder storende advertenties. De Koninklijke Bibliotheek van Nederland heeft Wikisage in 2018 aangemerkt als digitaal erfgoed.

  • Wilt u meehelpen om Wikisage te laten groeien? Maak dan een account aan. U bent van harte welkom. Zie: Portaal:Gebruikers.
  • Bent u blij met Wikisage, of wilt u juist meer? Dan stellen we een bescheiden donatie om de kosten te bestrijden zeer op prijs. Zie: Portaal:Donaties.

Neanderthaler

Uit Wikisage
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

De Neanderthaler (Homo neanderthalensis) is een uitgestorven mensensoort, die zich in een periode van honderdduizenden jaren geleidelijk aan ontwikkelde uit Homo heidelbergensis. De eerste onomstreden vondsten van skeletresten, die de klassieke Neanderthalerkarakteristieken vertonen, dateren van 180.000 en 176.000 jaar geleden[1]. Vondsten uit die tijd, midden in de Saalien-ijstijd, zijn weliswaar zeer zeldzaam, maar dit betekent niet dat er al niet eerder Neanderthalers hebben rondgelopen. Pas zo rond 130.000 jaar geleden, tegen het einde van het Saalien en tijdens het voorlaatste interglaciaal, het Eemien (van 128.000 tot 116.000 jaar geleden), worden de vondsten talrijker. Of hier een oorzakelijk verband mag worden gelegd met het begin van het Eemien is niet bekend[2]. Een zeer grote vondst, die van rond de 130.000 jaar geleden dateert, werd in 1899 in de nabijheid van de Kroatische stad Krapina gedaan[3].

Vondsten van skeletresten van Neanderthalers komen voor in Europa, het Midden-Oosten en Centraal-Azië.

In Azië verdwenen de Neanderthalers ongeveer 50.000 jaar geleden, in Europa ongeveer 32-34.000 jaar geleden, dit met uitzondering van de zuidelijke randen van het Iberisch schiereiland, waaronder Gibraltar, waar de Neanderthalers zich mogelijk nog enige duizenden jaren langer wisten te handhaven[4] Dat Gibraltar de laatste plek was waar Neanderthalers zich konden handhaven wordt echter betwijfeld door andere archeologen. Zij vermoeden dat de vondsten eerder het gevolg zijn van het zeer intensieve archeologische onderzoek dat de Engelsen op een zo klein oppervlak verrichten.[5]

Zoals hierboven reeds aangeduid maakten de Neanderthalers minstens twee IJstijden mee. Het voorlaatste interglaciaal, het Eemien, vond plaats van 128.000 tot 116.000 jaar geleden.

Algemeen wordt aangenomen dat zij niet de directe voorouders van de moderne mens zijn. De Neanderthalers leefden enige tijd gelijktijdig met de Cro-Magnonmens, die geldt als eerste moderne mens en dienovereenkomstig wordt aangeduid als Homo sapiens sapiens. Het is onwaarschijnlijk dat de Neanderthaler zich met de moderne mens (waarmee hij 99,8 % van zijn genoom gemeen heeft) heeft vermengd. Er zijn ook geen aanwijzingen dat Neanderthalers en moderne mensen direct met elkaar in concurrentie waren.

De Neanderthalers stammen mogelijk indirect af van de Homo erectus. Deze mensensoort liet met zijn trektochten Afrika achter zich en vestigde zich in andere werelddelen. Daarbij kwamen deze mensachtigen terecht in biotopen die als gevolg van andere geologische- en klimatologische gesteldheden, soms heel anders waren dan ze gekend hadden. Zij pasten zich echter met veranderende lichaamskenmerken daarop aan. In Europa leidde dit 500.000 jaar geleden tot Homo heidelbergensis waaruit zich later de Neanderthaler ontwikkelde. De 'Heidelbergmens' kon behoorlijk lang worden. De Neanderthaler daarentegen had een kort en gedrongen postuur. Algemeen wordt aangenomen dat de moderne mens ongeveer 200.000 jaar geleden in Afrika onafhankelijk van de Neanderthaler uit een andere Afrikaanse ondersoort van Homo erectus is ontstaan.

Ontdekkingsgeschiedenis

In 1856 ontdekte men in een kloof (Thal) van de rivier de Düssel (het Neanderthal, genoemd naar Joachim Neander, een geestelijke uit de 17e eeuw) tussen Düsseldorf en Elberfeld menselijke overblijfselen. Het ging om een schedeldak, een spaakbeen, twee dijbeenderen, een bovenarmbeen, een ellepijp en nog enkele brokstukken. Johann Carl Fuhlrott beschouwde de gevonden beenderen als de resten van een primitieve mens uit de ijstijd. Maar de toen wereldvermaarde anatoom Rudolf Virchow oordeelde er anders over en beweerde dat het schedeldak afkomstig was van een recente mensenschedel, die echter pathologisch misvormd was en derhalve wel toebehoord kon hebben aan een idioot. Virchow was gekant tegen de interpretatie van de Neanderthaler als prehistorische mens. Tot aan zijn dood wilde hij de vondst uit het Neandertal niet aanvaarden als bewijs voor het bestaan van andere mensensoorten in het verleden [6]

Het eerste neanderthalerskelet werd, achteraf beschouwd, ontdekt in Engis te Luik in 1829. Weldra vond men echter talrijke andere zogenaamde 'idiotenschedels' in Gibraltar, Spy (bij Namen), La Chapelle-aux-Saints, Peyzac-le-Moustier en in oude grindlagen bij Maastricht[7]. Zelfs hele geraamtes van deze voorhistorische mens werden ontdekt en op grond van 100 vondsten werd het mogelijk een betrouwbaar beeld te verkrijgen van Homo neanderthalensis of de 'Neanderthalmens' die niet groter was dan 1,60 m, doch volkomen rechtop liep en niet gebogen zoals te zien is op oudere afbeeldingen ontworpen volgens vondst van de "bejaarde van La-Chapelle-aux-Saints"[8]. Tegenwoordig zijn botten van ongeveer 400 individuen bekend. Hoewel er een groot aantal anatomische verschillen bestaat met moderne mensen komen er ook tegenwoordig nog wel mensen voor met veel trekken die morfologisch bij een Neanderthaler zouden kunnen passen. Alle bekende verschillen hebben overigens betrekking op het skelet: hoe neus, lippen, oren, gelaatstrekken, huidskleur, beharingspatroon van Neanderthalers eruit zagen is, anders dan door min of meer gerichte vermoedens op basis van leefwijze, biotoop en het skelet, volstrekt onbekend.

Rechtstreekse voorouder?

Sinds men resten van Neanderthalers gevonden heeft, bestaat er discussie in wetenschappelijke kringen of wij afstammen van de Neanderthaler, of dat dit een uitgestorven zijtak van Homo sapiens is. Veelal wordt aangenomen dat de Neanderthaler wel onze directe voorganger in de evolutie is, maar niet onze voorouder. Echter, recente aanwijzingen naar het bestaan van archaïsch genetisch materiaal in Europese en West-Afrikaanse populaties en nieuwe projecten ter ontrafeling van het Neanderthaler genoom, maken dat er hoop is op een definitief antwoord op de vraag of er menging heeft plaatsgevonden. De eerste volledige analyse van het mitochondriaal genoom van een Neanderthaler plaatste dit "onbetwistbaar buiten de variabiliteit van modern menselijk mitochondriaal DNA, met een geschatte divergentiedatum van 660.000 +- 140.000 jaar geleden"[9]

Het debat over de vraag of de Neanderthaler een menselijke ondersoort was die zich kon mengen met de moderne mens, of een heel aparte en inmiddels geheel uitgestorven mensensoort, duurt nog steeds voort. In 1864 doopte William King deze mens Homo neanderthalensis, waarmee hij aangaf de Neanderthaler als een aparte soort te zien. Berucht is Marcelin Boules reconstructie van "de man van La Chapelle-aux-Saints", waarin hij deze neerzet als een zwakbegaafde aapmens[8] Vanaf 1930 wordt het beeld genuanceerd door antropologen als Kleinschmidt, Coon, Weidenreich en Von Koenigswald. Een nieuwe reconstructie van Coon [feit?] liet een aangeklede en geschoren Neanderthaler zien die op straat nauwelijks zou opvallen. Voor het eerst komt dan ook de naamgeving Homo sapiens neanderthalensis in zwang, om aan te geven dat de Neanderthaler geen soort was maar een ondersoort[feit?].

In het debat kwam al spoedig naar voren dat het onmogelijk is dat de moderne mens direct van de Neanderthaler afstamt. Daarvoor waren de verschillen te groot en het werd duidelijk dat beide mensen enige tijd naast elkaar hebben bestaan. Echter, onderzoekers als Milford Wolpoff wezen op hybride kenmerken en aangezien volgens de biologische definitie verschillende soorten geen vruchtbaar nageslacht kunnen verwekken verwierpen zij dat de Neanderthaler een aparte soort kon zijn[feit?]. Zij blijven bij de naam Homo sapiens neanderthalensis, ondanks dat veel anatomen (waaronder Katerina Harvati[10]) de verschillen ook te groot vinden om de Neanderthaler als een ondersoort te kunnen classificeren. Zij blijven uitdrukkelijk bij de naam Homo neanderthalensis en stellen dat er geen menging noodzakelijk is geweest om bepaalde overeenkomsten te verklaren. Anderzijds worden een aantal kenmerken die de Neanderthalers met de Cro-Magnonmens gemeen hadden nog steeds onderzocht (door onderzoekers als Trinkhaus[11]) en gezien als bewijs dat er wel vermenging heeft plaatsgevonden. Het onderzoek van erfelijk materiaal toonde aan dat het volgens vrouwelijke lijn overerfbare mitochondrionaal DNA (MtDNA) niet van de Neanderthaler afkomstig kan zijn geweest.[12] Echter, recente genetische simulaties suggereerden dat 5% van het menselijke genoom niet kan worden verklaard uit een evolutie volgens rechte lijn en worden opgevat als een wezenlijke bijdrage van de Neanderthaler aan de Europese genenpoel die tot 25% kan hebben bedragen.[13] Waar de één wijst op de spiritueel menselijke eigenschappen in de Neanderthaler cultuur[14] vindt de ander géén bewijs voor culturele interactie[15].

De twee stromingen die twisten over de naamgeving van de Neanderthaler, zijn "Out of Africa II", die de Neanderthaler beschouwt als een soort, en de multiregionale theorie, die uitgaat van regionale invloed op de moderne mens van andere menselijke ondersoorten zoals de Neanderthaler door menging.

Enkele-oorspronghypothese

De meest aangehangen theorie, de enkele-oorspronghypothese, beschouwt de Neanderthaler als een aparte soort. Speculaties over het eventuele primitieve gedrag - ondanks bewijzen voor begrafenisrituelen met bloemen - en een over duizenden jaren stagnerende cultuur die het intellectuele onvermogen om zich aan te passen zouden aantonen, hebben al vroeg stemmen doen opgaan om de Neanderthaler als voorouder van de moderne mens uit te sluiten. Aangetroffen skeletten die het resultaat zijn van kruisingen tussen een Neanderthaler en de Cro-Magnonmens geven geen uitsluitsel over de vruchtbaarheid van de nakomelingen en het doorwerken van de vermenging op latere generaties. Ook van enkele typische overeenkomsten tussen de Cro Magnonmens en de Neanderthaler - zoals het zwaar aangezette puntige achterhoofd - is het onduidelijk of deze berusten op toeval, een gemeenschappelijke afkomst of onderlinge verwantschap.

Deze theorie gaat ervan uit dat de moderne mens in Afrika is ontstaan en van daaruit de wereld heeft gekoloniseerd. Daarbij zou hij groepen die zich in een eerder stadium eveneens vanuit Afrika over de wereld hadden verspreid, waaronder de Neanderthaler, vervangen hebben. Deze stelling werd in 1987 bevestigd door een artikel van Rebecca Cann en Mark Stoneking [16] Door analyse van de basenvolgorde van mitochondriaal DNA (MtDNA) hebben de onderzoekers een hypothese kunnen opstellen over de plaats van oorsprong en de verspreiding van de moderne mens, en de tijdschaal waarin dit zich heeft afgespeeld, door het construeren van een 'parsimonious tree', een zo eenvoudig mogelijke afstammingsconstructie die de verschillen verklaart.

Uit de mate van variatie in het mitochondrionaal DNA bij de huidige menselijke bevolking hebben zij geconcludeerd dat het oorsprongspunt van de moderne mens zich in Afrika bevindt. Zij komen tot deze conclusie omdat de variatie in het mitochondrionaal DNA onder bevolkingsgroepen in Afrika het grootst is. Een van de belangrijkere aanhangers van de enkele-oorspronghypothese is Paul Mellars, hoogleraar aan de universiteit van Cambridge.

Multiregionale model

De voorstanders van dit model menen dat een Neanderthaler een voorouder was van de moderne mens. Ook als de Neanderthaler niet de voorouder was van de moderne mens is het misschien wel mogelijk dat er toch incidenteel kruisingen zijn voorgekomen en dat er nog neanderthalgenen in de huidige mensenpopulatie rondzwerven. Het skelet van een Homo Sapiens kind van ongeveer 24.500 jaar geleden in Portugal, te Lagar Velho, niet ver van Lissabon, vertoonde Neanderthal kenmerken die zouden kunnen wijzen op vermenging.[17] Daarnaast heeft het paleontologische onderzoek naar mogelijke vermenging zich verplaatst naar de biologie en chronologie van de eerste morfologisch moderne mensen in westelijk Eurazië van vóór 28.000 jaar geleden. Vondsten in Petera cu Oase, Roemenië, leveren groeiende aanwijzingen dat deze vroege Homo sapiens een variabel mozaïek vertegenwoordigt waarin kenmerken van de afgeleide moderne mens, archaïsche Homo sapiens en Homo neanderthalensis verenigd zijn.[18][19] Het onderzoek van mitochondrionaal DNA lijkt deze hypothese niet te steunen - de verschillen tussen mitochondrionaal DNA van de Neanderthaler en de moderne mens zijn aanzienlijk, veel groter dan die tussen moderne mensen onderling (enkele neanderthalresten waren zo goed bewaard dat daaruit nog DNA ter vergelijking te winnen was). Echter, mitochondrionaal DNA wordt alleen langs rechte vrouwelijke lijn overgeërfd, in een proces dat, net als voor DNA op het Y-chromosoom, vooral bij kleinere populaties zeer gevoelig is voor genetische drift en over een aantal generaties gemakkelijk spoorloos kan verdwijnen, zodat het mogelijk is om uitgaande van dezelfde variaties in DNA, duizenden andere mogelijke afstammingsbomen te construeren.

Nieuw onderzoek suggereert dat minstens 5% van het genetische materiaal van moderne Europeanen en West-Afrikanen een archaïsche oorsprong heeft die het gevolg kan zijn van menging met Neanderthalers respectievelijk een nog onbekende archaïsche Afrikaanse populatie.[13] Zij kwamen tot dit resultaat door eerst een "nulmodel" te berekenen met genetische kenmerken waaraan een afstamming in rechte lijn van een voorouderlijke Homo sapiens zou moeten voldoen en dit naast de huidige distributie van genetische polymorfismen te leggen. De onderzoekers wisten aan te tonen dat dit nulmodel belangrijk afwijkt van de geconstateerde genetische variëteit. Genetische simulaties geven aan dat deze 5% aan afwijkend DNA, overeenkomt met een substantiële bijdrage aan de Europese genenpoel door archaïsche populaties zoals Neanderthalers, waarbij de vermengingsfactor kan oplopen tot 25%. Het is de verwachting dat toekomstig onderzoek een overvloed aan informatie over genetische polymorfismen zal opleveren, die als basis kan dienen voor nader onderzoek. Een Neanderthal genoom project is onderweg. In tegenstelling tot het onderzoek op MtDNA, heeft onderzoek naar afwijkingen in de vorm van mutaties die aantoonbaar zijn overgeërfd van Neanderthalers de potentie van bewijskracht.[20]

Lichaamsbouw

Veel mensen hebben een beeld van de Neanderthalers als aapachtige monsters, doch dit is een verwrongen en verkeerd beeld. De evolutie heeft ervoor gezorgd dat de Neanderthalers iets kleiner waren dan de moderne mens, zo'n 1,50m tot 1,60m, maar zwaarder gebouwd en veel sterker. De Neanderthaler overleefde minstens twee ijstijden.

Neanderthalers waren anatomisch duidelijk te onderscheiden van de moderne mens door de langwerpige vorm van hun schedel, hun zware wenkbrauwboog (de 'torus supraorbitalis', een benen rand die de oogkassen omspant), hun grote neus en terugwijkende kin. Mannelijke Neanderthalers waren gemiddeld 165 cm lang (vrouwen waren 10 cm korter) en hun ruggengraat vertoont dezelfde welving als die van de moderne mens, waaruit we kunnen concluderen dat ze zich niet voortbewogen als apen. Hun onderbenen waren kleiner, waardoor ze geen efficiënte lopers waren.

Er wordt aangenomen dat hun grote neus diende om koude lucht voor te verwarmen. Professor Robert Winston poneert echter de stelling in de BBC documentaire "Walking with Caveman" dat hun neus juist diende om af te koelen bij inspanning zodat ze niet zweetten, want dit zou in de koude bevriezen. Het nut van de forse wenkbrauwen is nog onduidelijk.

Naar de huidskleur en de beharing van de Neanderthalers is het gissen. Wegens het gunstiger klimaat waren Neanderthalers in het oosten vermoedelijk wat slanker dan hun verwanten in het westen, maar nog steeds forser gebouwd dan de hedendaagse mens.

  • gebit

Onderzoekers hebben onlangs ontdekt dat de voortanden sneller doorkwamen dan bij de huidige mens en oudere mensensoorten. De tandgroei hangt samen met de lengte van de jeugd. Waarschijnlijk was dus de Neanderthaler sneller volwassen dan de huidige mens. Met zijn 15de jaar zou hij al volgroeid zijn. Het is bekend dat bij diersoorten waarbij de sterfgevallen hoog liggen, over het algemeen de dieren ook sneller volwassen zijn. Aan de hand van karakteristieke slijtage aan de voortanden kon men besluiten dat hun gebit gebruikt werd als 'derde hand' (om dingen mee te bewerken en vast te houden). Met hun handen en vingers waren ze in staat om precisiewerk uit te voeren.

  • hersenen

Hun herseninhoud (gem. 1650 cc) was groter dan die van de moderne mens (gem. 1500 cc). Een andere bron geeft een gemiddelde van 1520 cc met een spreiding van 1245 tot 1740 cc en het gemiddelde van de mens als 1400 cc[21]. In beide gevallen heeft de Neanderthaler grotere hersenen dan de moderne mens. Dit is opmerkelijk, want hun lichaamslengte was kleiner en daarom zou men iets kleinere hersenen verwachten. Andere auteurs zeggen dat de hersengrootte juist perfect past bij het zwaardere lichaam. Het raadsel is waarom de Neanderthalers ondanks hun grotere hersenen, hun vermogen grote en gevaarlijke prooidieren te bejagen, en dat ze minstens twee ijstijden overleefd hadden, uitgestorven zijn. Het raadsel wordt alleen maar groter als ze uitgestorven zouden zijn door concurrentie met de anatomisch moderne mens, die kleinere hersenen had en minder stevig gebouwd was. In moderne evolutie handboeken wordt òf zonder commentaar gemeld dat de hersenen van de Neanderthaler 10% groter waren dan moderne mensen, òf dat dit perfect in overeenstemming is met hun groter lichaamsgewicht[22].

Archeologie

Verschillende takken van wetenschap houden zich bezig met methoden die gebruikt kunnen worden om geldige uitspraken te doen over de Neanderthalers: (1) de genetica, (2) de menselijke paleontologie (botten en kiezen) en (3) de archeologie en zijn talloze subdisciplines. Prehistorische, in dit geval Pleistocene archeologie, probeert aan de hand van de materiële overblijfselen van de Neanderthalers uitspraken te doen over alle aspecten van hun bestaan. Omdat we met zeer oude vondsten te maken krijgen, zal vooral het stenen (lithisch) materiaal bewaard blijven. Het organisch materiaal is meestal vergaan. Soms worden botten en kiezen aangetroffen en vaak is er ook houtskool aanwezig van de oude kampvuurtjes die de Neanderthalers op een bepaalde plek hebben aangelegd. Zij kenden dus in ieder geval het vuur en de steenbewerking. Van projectielwapens (werpsperen) zijn geen sporen gevonden. Bij neanderthalerskeletten zijn ook sporen van grafrituelen aangetroffen, zoals rode okeraarde die over het lijk werd gestrooid, en dierenbotten die mee werden gegeven.

Kunstuitingen (zoals gegraveerde stenen, beeldjes) die met zekerheid aan Neanderthalers kunnen worden toegeschreven zijn, zoals bij de Cro-Magnonmens, niet bekend. Ook voor handel door Neanderthalers is het bewijs veel beperkter. Vuurstenen werktuigen zijn niet altijd gemaakt van lokaal aanwezige vuursteen, dit hoeft niet op handel te wijzen maar kan ook op een trekkende levenswijze duiden.

De recentste archeologische opgraving van neanderthalerjachtkampen in de Benelux vond plaats vanaf 1998 tot en met 2003 te Veldwezelt-Hezerwater (België). De belangrijkste opgraving in Nederland werd verricht tijdens de laatste twee decennia van de twintigste eeuw in de groeve bij Belvédère bij Maastricht. De enige plekken waar concentraties van artefacten van Neanderthalers aan het maaiveld in Nederland zijn gevonden, liggen bij Mander te Overijssel en in het Corversbos-Hilversum in het Gooi. Ook op andere plekken in het Gooi zijn losse vondsten van artefacten van Neanderthalers gedaan.

  • Eerste vondst in Nederland

15 juni 2009 - Voor het eerst wordt een in Nederland ontdekt fossiel van een Neanderthaler tentoongesteld. Het betreft een meer dan 40.000 jaar oud schedelfragment met de kenmerkende wenkbrauwboog, enkele jaren geleden gevonden voor de Zeeuwse kust in de Noordzee. Het is te zien in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden.[23][24][25]

Leefwijze

De Neanderthaler produceerde stenen werktuigen. Hij gebruikte hiervoor het debitagesysteem. Dit wil zeggen dat hij probeerde van een brok vuursteen verschillende werktuigen te maken. Hij deed dit door het produceren van afslagen. Er zijn twee grote afslagsystemen bekend die door de Neanderthaler werden gebruikt: enerzijds het levalloissysteem en anderzijds het discoïdale systeem.

Reeds ca. 190.000 jaar geleden was de Neanderthaler verspreid over grote gebieden van Europa en het Midden-Oosten (van Groot-Brittannië tot Irak), en hij is waarschijnlijk geëvolueerd uit populaties van een eerdere, langere vorm, Homo heidelbergensis die in Europa voorkwam in het Pleistoceen, vooral door betere aanpassing aan de koude omstandigheden tijdens de ijstijden. Een Neanderthalerkind heeft zich waarschijnlijk wat sneller ontwikkeld dan bij de moderne mens: een kind van acht verkeert in een overeenkomstig ontwikkelingsstadium als een moderne twaalfjarige. Ze aten veel vlees en waren goede jagers, die onder andere oeros, wisent, hert, rendier en muskusos bejaagden. Hierbij werden waarschijnlijk speren gebruikt waarmee met de hand werd gestoken; uit een analyse van verwondingen van neanderthalskeletten blijkt een overeenkomst met het soort kwetsuren dat tegenwoordig door rodeorijders wordt opgelopen, met veel verwondingen van nek en hoofd, wijzend op contactgevechten. Een aantal skeletten heeft ernstige maar genezen verwondingen, wijzend op verzorging door anderen.

Een studie van een Franse archeoloog, J.M. Geneste, heeft aangetoond dat vuursteen over grote afstanden vervoerd kon worden[feit?]. Afstanden van meer dan 100 kilometer waren wel mogelijk. Maar deze uitzonderlijke afstanden zijn zeldzaam en kwamen alleen voor als het ging om zeer goede grondstof.

Dit onderzoek toont aan dat er sprake moet zijn geweest van een handelsnetwerk bij de Neanderthalers. In Krapina (Kroatië) werden beenderen van Neanderthalers aangetroffen die waren opengebroken en waar het beenmerg was uitgehaald, wat waarschijnlijk op kannibalisme duidt. Andere botten tonen snijsporen waar systematisch vlees van de beenderen is weggehaald met een vuurstenen gereedschap.

Er is reden om aan te nemen dat rituelen met betrekking tot dood en leven na de dood reeds tot de tijd van de Neanderthaler teruggaan. De overledenen werden in foetushouding en naar het oosten gericht bijgezet. Men poogde hun duim of wijsvinger bij de mond te brengen. Ze werden met rode oker besprenkeld. Er zijn ook aanwijzingen dat bloemen als grafgift dienden. Grotten werden als begraafplaats gebruikt.

Voedsel

Er zijn twee methodes om het voedsel van Neanderthalers te achterhalen: 1) isotoopanalyse van het collageen in hun botten en 2) botten van dieren die op hun verblijfplaatsen zijn gevonden. Uit isotoopanalyse blijkt dat ze carnivoren waren. Uit de tweede methode blijkt dat ze op grote herbivoren jaagden zoals rendieren en in veel mindere mate kleinere dieren zoals vogels of vissen[26]. In twee grotten in Gibraltar waar Neanderthalers bivakkeerden zijn resten van schelpdieren, jonge zeehonden en dolfijnen gevonden[27]. Tevens zijn er aanwijzingen dat ze herten, wilde zwijnen en beren gegeten hebben. Er zijn zelfs indicaties dat de Neanderthalers mosselen opwarmden voor ze ze opaten. Het vlees aten ze vaak rauw, maar ze kookten botten om het beenmerg er makkelijker uit te krijgen. Ze kookten ook planten en noten. Toch was het Neanderthalerdieet minder flexibel en minder gevarieerd dan dat van de moderne mens die behalve groot wild ook vogels en vis at. Dat minder flexibele dieet was een probleem in tijden wanneer de jacht niet veel opleverde en kan ook de oorzaak zijn geweest dat ze eerder dan homo sapiens sapiens uitstierven.

Taal

Of en in welke mate Neanderthalers met elkaar spraken is onderwerp van felle discussies. Het lijkt onwaarschijnlijk dat mensen die anatomisch zo dicht bij de moderne mens stonden, in groepen leefden en bij de jacht samenwerkten geen gevorderde communicatiemethoden zouden hebben gehad[28]. Toch heeft men lang geschreven dat Neanderthalers wel met grommen en schreeuwen zouden hebben gecommuniceerd. Een gevonden tongbeen laat echter zien dat althans dat deel van hun strottenhoofd, het enige dat kan fossiliseren, niet te onderscheiden was van dat van de moderne mens.

In dit verband is het interessant om op te merken dat juist de gebieden waar het onderzoek van Plagnol[13] veel archaïsche genen aantoonde, Europa en West-Afrika, de bakermat zijn van een aantal kleine taalgroepen (Baskisch en Kaukasische talen), maar ook van een tweetal belangrijke taalgroepen met een enorm verspreidingsgebied in respectievelijk Eurazië (Indo-Europese talen) en Afrika (de Bantoetalen). Als vermenging kan worden aangetoond, zal ook de wederzijdse invloed van taal en cultuur op de verschillende bevolkingsgroepen opnieuw geëvalueerd moeten worden.

Neanderthalers en Cro-Magnonmens

Men treft de Cro-Magnonmens, een vertegenwoordiger van de moderne mens, ca. 40.000 jaar geleden voor het eerst aan in Europa. Hij produceerde een cultuur die wij nu het Aurignacien noemen. De moderne mens en de Neanderthaler leefden daarna nog enkele duizenden jaren gelijktijdig in dezelfde gebieden, totdat de Neanderthaler zich terugtrok onder de Ebrogrens (Spanje). De recentste Neanderthalervondsten zijn ca. 28.000 jaar oud en werden aangetroffen te Gibraltar. De Neanderthaler is rond die periode uitgestorven. Waardoor dit is gebeurd is onzeker, hierover bestaan vele theorieën. Eén van die theorieën gaat ervan uit dat ze zijn weggeconcurreerd (en wellicht uitgemoord) door de Cro-Magnonmens[feit?]. Dit is echter nooit aangetoond.

Vindplaatsen Neanderthaler

De verspreiding van de tot hiertoe bekende vindplaatsen wijst erop dat er twee bewoningsconcentraties waren waarbij er meer leefgrotten en woonplaatsen in openlucht te vinden zijn; één in Zuidwest-Frankrijk en één in Israël. Een lijst van enkele vindplaatsen van Neanderthaler(s), gerangschikt per land:

Darwin over de Neanderthaler

Hoewel de eerste Neanderthalervondst dateert uit 1856, komt deze opmerkelijk genoeg niet voor in Darwin's On The Origin of Species (1859). Dit is begrijpelijk omdat Darwin überhaupt de oorsprong van de mens niet in dat werk behandelde. In 1864 lieten twee vrienden van Darwin hem een Neanderthal schedel zien[29]. In The Descent of Man (1871) noemt Darwin de Neanderthaler één keer: "Nevertheless, it must be admitted that some skulls of very high antiquity, such as the famous one of Neanderthal, are well developed and capacious"[30]. Hoewel Darwin dus accepteert dat de schedel van de Neanderthaler relatief groot is (zonder afmetingen of datering te geven), past deze vondst niet zo goed in zijn betoog dat 'primitieve' mensen kleinere schedels en hersenen dan de moderne mens gehad zouden moeten hebben. Geplaatst in de context van zijn tijd is het niet verwonderlijk dat Darwin in 1859 niets over de Neanderthalvondst schreef, omdat het toen de enige vondst was en er zeer tegenstrijdige interpretaties gegeven werden. De beroemde Duitse anatoom Rudolf Virchow meende dat het individu een recente kreupele man was die artritis en een misvormde schedel had[31]. Pas in 1886 werden er complete skeletten gevonden.

Voorlopers en oude verwanten van de mens

Fossiel voorkomen Geslacht(engroep) Soorten
7 - 4,4 Ma Hominini Sahelanthropus tchadensis · Praeanthropus tugenensis · Ardipithecus
4,3 - 2 Ma (Aus)
2,5 - 1 Ma (Par)
Australopithecus & Paranthropus Australopithecus: A. anamensis · A. afarensis · A. bahrelghazali · A. africanus · A. garhi · Paranthropus: P. aethiopicus · P. boisei · P. robustus
3,5 Ma (Ken)
tot heden
(H. sapiens)
Kenyanthropus & Homo Kenyanthropus: Kenyanthropus platyops · Homo: H. habilis · H. rudolfensis · H. georgicus · H. ergaster · H. erectus (H. e. lantianensis · H. e. palaeojavanicus · H. e. pekinensis · H. e. soloensis) · H. cepranensis · H. antecessor · H. heidelbergensis · H. neanderthalensis · H. rhodesiensis · H. floresiensis · Homo sapiens (Cro-magnonmens · H. s. idaltu · H. s. sapiens)

Trivia

  • De boeken van Jean M. Auel, de romanserie De Aardkinderen, gaan over de periode waarin de moderne mens en de Neanderthaler naast elkaar voorkwamen. Hoewel de schrijfster voor haar boeken veel onderzoek heeft gedaan, blijven het geromantiseerde verhalen en moet de wetenschappelijke juistheid van de beschrijvingen met een korrel zout worden genomen.
  • Er zijn creationisten die de Neanderthaler als een micro-evolutionaire variant zien van de huidige mens. Zij zien met andere woorden dat de mens op kleinschalig niveau veranderd is in de loop van de tijd.
  • In de naam Neanderthaler vindt men een h (in thal). Deze letter staat wel in de Latijnse naam, maar is door spellingswijzigingen in het Duits en in navolging daarvan in andere moderne talen vaak verdwenen.
  • Neander was het Griekse pseudoniem van Joachim Neumann (neos andros = nieuwe man = Neu Mann), de predikant-componist die hier gewoond had. De Neanderthaler is dus letterlijk vertaald een 'bewoner van het dal van de nieuwe man'.
  • De Belgische auteur Dirk Bracke schreef een jeugdroman over de Neanderthaler Steen[32]

Zie ook

Literatuur

  • (nl) Arsuaga, Juan Luis, 2004. Het halssieraad van de Neanderthaler; op zoek naar de eerste denkers. Amsterdam, Wereldbibliotheek. ISBN 90 284 2025 8
  • (en) Hall, Stephen S., 2008. Last of the Neanderthals - Eurasia was theirs alone for 200,000 years. Then the newcomers arrived. National Geographic, Oktober 2008.
  • (nl) Moerman, Piet, 1977. Op het spoor van de Neanderthalmens, Uitgeverij De Boekerij, Baarn ISBN 90 225 0576 6
  • B. Auffermann (2003) Neanderthalers in Europa, Davidsfonds, 126 blz.

Tentoonstelling

  • Neanderthalers in Europa, provinciaal Gallo-Romeins museum, Tongeren

Externe links

1px.pngWikimedia Commons  Zie ook de categorie met mediabestanden in verband met Homo neanderthalensis op Wikimedia Commons.


Bronnen

  1. º * (en) Schrenk, F., Müller, S., Hemm, S., 2008. The Neanderthals. Peoples of the ancient world. -- Uitgever Taylor & Francis, 113 pag., ISBN 0-415-42519-0. Bron refereert op pag. 63 aan vondsten in de Lazaret-grot en in Biache-Saint-Vaast (In Noord-Frankrijk), waarvan de ouderdom op respectievelijk 180.000 en 176.000 jaar is gedateerd
  2. º Zijn er betrouwbare bronnen die dit verband al of niet leggen??
  3. º * (de) Gorjanovic-Kramberger, K., 1901-1904. Der paläolitische Mensch und seine Zeitgenossen aus dem Diluvium von Krapina in Kroatien. Mittheilungen der Anthropologische Gesellschaft Wien, 31: 164-197; 32: 189-216 & 34: 187-199 (totaal 11 platen) MAGW 31, 32 & 34
  4. º * (nl) Finlayson, C. et al., 2006. Late survival of Neanderthals at the southernmost extreme of Europe. -- Nature 443: 850-853.
  5. º * (en) Roebroeks, J.W.M., 2007. Cracks in the cradle? On the quest for the origins of humankind. -- pp 171-188 in: In ’t Groen, A., de Jonge, H.J., Klasen, E., Papma, H., van Slooten, P. (Eds), Knowledge in Ferment. Dilemmas in Science, Scholarship and Society. Leiden University Press, ISBN 978-90-8728-017-8. pdf hier
  6. º „Der Irrtum des Rudolf Virchow – Vor 150 Jahren wurde der Neandertaler entdeckt“ – Deutsche Stiftung Denkmalschutz
  7. º * (fr) Crahay, J.G., 1823. Extrait d'une notice sur les ossements fossiles, trouvées en 1823, en creusant le canal entre Maestricht et Hocht, lue à la réunion générale de la Société des Amis des Sciences, Lettres et Arts de Maestricht, du 4 novembre 1823. Messager des Sciences historiques ou Archives des Arts et de la Bibliographie de Belgique 1823/24: 354-363.
  8. 8,0 8,1 * (fr) Boule, M., 1908. l'Homme fossile de la Chapelle-aux-Saints (Corrèze). l'Anthropologie, 19: 519-525.
  9. º Green RG et al., A Complete Neandertal Mitochondrial Genome Sequence Determined by High-Throughput Sequencing. Cell, Volume 134, Issue 3, 416-426, 8 August 2008
  10. º * (en) Harvati, K., Frost, S.R., McNulty, K.P., 2007. Neanderthal taxonomy reconsidered: Implications of 3D primate models of intra- and interspecific differences. PNAS 104 (18): 7367-7372. [1]
  11. º * (en) Trinkaus, E., 2007. European early modern humans and the fate of the Neandertals. PNAS, 104 (18): 7367-7372. [2]
  12. º * (en) Hodges, S.B., 2000. Human Evolution: A start for population genomics. Nature 408(6813): 652-653.)
  13. 13,0 13,1 13,2 * (en) Plagnol, V., Wall, J.D., 2006. Possible ancestral structure in human populations. PLoS Genet 2006, 2:e105.[3]
  14. º * (en) Robert Bednarik, R., 2006. The paleoanthropological and archaeological context Semiotix Course 2006 [4]
  15. º * (en) Mellars, P., 2006. Modern humans, Neanderthals shared earth for 1,000 years. 2006,[5]
  16. º * (en) Cann, R.L., Stoneking, M., Wilson, A.C., 1987. Mitochondrial DNA and human evolution. Nature, 325: 31-36.
  17. º * (en) Duarte, C., Maurício, J., Pettitt, P.B., Souto, P., Trinkaus, E., van der Plicht, H., Zilhão, J., 1999. The early Upper Paleolithic human skeleton from the Abrigo do Lagar Velho (Portugal) and modern human emergence in Iberia. PNAS, 96 (13): 7604-7609. [6]
  18. º * (en) Trinkaus, E. et al., 2003. An early modern human from the Petera cu Oase, Romania. PNAS, 100 (20): 11231-11236. [7]
  19. º * (en) Soficaru, A., Dobo, A., Trinkaus, E., 2006. Early modern humans from the Petera Muierii, Baia de Fier, Romania. PNAS 103 (46): 17196-17201. [8]
  20. º * (en) Wall, J.D., Hammer, M.F., 2006. Archaic admixture in the human genome. Current Opinion in Genetics & Development, 16: 606-610. [9]
  21. º * (en) Boyd, R., Silk, J., 2009. How humans evolved 5e druk W W Norton & Company, blz 330
  22. º Respectievelijk: Strickberger's Evolution Fourth Edition (p.512)[feit?] en Michael Ruse (2009) Evolution. The First Four Billion Years (p.764)[feit?].
  23. º Neanderthaler uit de Noordzee, www.nos.nl, 15 juni 2009.
  24. º Nederland heeft eigen Neanderthaler, www.nrc.nl, 15 juni 2009.
  25. º http://www.trouw.nl/achtergrond/deverdieping/article2788326.ece/De_oudste_Zeeuw_.html De oudste Zeeuw
  26. º Richards, M.P., Trinkaus, E., 2009. Isotopic evidence for the diets of European Neanderthals and early modern humans. PNAS August 11, 2009
  27. º Neanderthal diet like early modern human's 23 September 2008
  28. º *(nl) Roebroeks, W., 2000. Food for thought: naar aanleiding van het menu van de Neandertaler. Oratie bij de aanvaarding van het ambt van hoogleraar in de Archeologie van de Oude Steentijd aan de Universiteit Leiden op vrijdag 3 maart 2000. 24 pag. Download
  29. º Michael Balter (2009) 'New Work May Complicate History Of Neandertals and H. sapiens, Science, 9 Oct 2009 pp. 224 - 225.
  30. º Zie: Darwin Online, hoofdstuk 4.
  31. º Richard Milner (2009) Darwin's Universe. Evolution from A to Z, p. 316-318.
  32. º Dirk Bracke - Steen