Wikisage, de vrije encyclopedie van de tweede generatie, is digitaal erfgoed

Wikisage is op 1 na de grootste internet-encyclopedie in het Nederlands. Iedereen kan de hier verzamelde kennis gratis gebruiken, zonder storende advertenties. De Koninklijke Bibliotheek van Nederland heeft Wikisage in 2018 aangemerkt als digitaal erfgoed.

  • Wilt u meehelpen om Wikisage te laten groeien? Maak dan een account aan. U bent van harte welkom. Zie: Portaal:Gebruikers.
  • Bent u blij met Wikisage, of wilt u juist meer? Dan stellen we een bescheiden donatie om de kosten te bestrijden zeer op prijs. Zie: Portaal:Donaties.

Natuurrecht

Uit Wikisage
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Natuurrecht is de verzamelnaam voor een aantal min of meer uiteenlopende begrippen, die gemeen hebben dat zij binnen of boven het naar tijd en plaats verschillende, door de overheid opgelegde, onvolmaakte positieve recht nog een ander, niet uit de wil van de overheid voortvloeiend, en hoger of beter recht veronderstellen. Dit natuurrecht wordt dan beschouwd als van nature gegeven, dit wil zeggen in de natuurlijke orde van de dingen gefundeerd.

In de wijsbegeerte is natuurrecht de aanduiding van een sedert meer dan tweeduizend jaar bestaande wijze van denken over mens en maatschappij, die berust op de grondgedachte dat er een menselijke natuur bestaat en dat ook de samenleving berust op een natuurlijke ordening (zie ook Natuurwet).

In zijn lange geschiedenis, van de stoïcijnse filosofen via de grote middeleeuwse denkers en Hugo de Groot tot in onze dagen, vindt men bovenvermelde kenmerken steeds terug: of men nu geloofde in de immanente redelijkheid van de wereld, in het scheppingsplan van God of kortweg in het bestaan van regelmaat in de verschijnselen, altijd is de grondgedachte die van een onafhankelijk van de mens bestaande ordening in de wereld, die men door middel van deductieve redenering kan vaststellen.

Geschiedenis

Het natuurrecht is ontstaan uit het verzet tegen de Griekse tirannen. Tegenover de willekeur van de door hen uitgevaardigde wetten stelde men de hogere wetten die voortvloeien uit de menselijke natuur en het wezen van het menselijk samenleven.

Bij de Grieken en de Romeinen was er vooral aandacht voor de 'grootste gemene deler' (Aristoteles). Later kwam er ook aandacht voor het natuurrecht als richtsnoer, met als kenbron de interne natuur van de mens (de Stoïcijnen).

In de late middeleeuwen kwam de nadruk meer te liggen op het natuurrecht als richtsnoer, met als kenbron de openbaring, waarbij de lessen der openbaring geacht worden samen te vallen met die van de natuurlijke rede (Thomas van Aquino).

Verschillende 17e en 18e eeuws filosofen en rechtsgeleerden legden de nadruk op het natuurrecht als richtsnoer, met als kenbron de rede die als autonoom werd beschouwd en niet per se hoefde samen te vallen met de openbaring (De Groot, Pufendorf, Thomasius, Wolff).

In de 19e eeuw keerde de geest des tijds zich tegen het natuurrecht (zie bijvoorbeeld Friedrich Carl von Savigny en de Historische School).

In het begin van de 20e eeuw was een opleving van natuurrechtelijke gedachten te zien, waarbij in de meeste gevallen wel de idee van een hoger en beter recht werd behouden, maar óf de geldigheid overal-en-altijd werd prijsgegeven óf de kenbron werd verlegd van de rede naat het gemoed en de intuïtie (François Gény, Giorgio Del Vecchio).

De periode na de Tweede Wereldoorlog heeft opnieuw een bloei van natuurrechterlijke opvattingen gebracht, in het bijzonder in Duitsland. De ervaring hoezeer het positieve recht kon verworden tijdens de periode dat de Nationaalsocialistische Duitse Arbeiderspartij en Hitler via een democratische weg aan de macht waren gekomen, heeft daarbij een grote rol gespeeld. Ook zij die wetten tot legalisering van abortus en euthanasie verwerpen, kaderen dit vaak binnen het concept van het natuurrecht. Het moderne streven naar grotere gelijkheid en vrijheid voor alle mensen, evenals de hedendaagse strijd tegen de schending van de rechten van de mens, berust ook op natuurrechtelijke gedachtegangen.