Wikisage, de vrije encyclopedie van de tweede generatie, is digitaal erfgoed

Wikisage is op 1 na de grootste internet-encyclopedie in het Nederlands. Iedereen kan de hier verzamelde kennis gratis gebruiken, zonder storende advertenties. De Koninklijke Bibliotheek van Nederland heeft Wikisage in 2018 aangemerkt als digitaal erfgoed.

  • Wilt u meehelpen om Wikisage te laten groeien? Maak dan een account aan. U bent van harte welkom. Zie: Portaal:Gebruikers.
  • Bent u blij met Wikisage, of wilt u juist meer? Dan stellen we een bescheiden donatie om de kosten te bestrijden zeer op prijs. Zie: Portaal:Donaties.

Lijst van uitdrukkingen en gezegden A-E

Uit Wikisage
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Inhoud

Spreekwoorden

A-E   F-J   K-O   P-U   V-Z

Uitdrukkingen en gezegden

A-E   F-J   K-O   P-U   V-Z

a

Van a tot z.
Van het begin tot het einde; helemaal.

aagje

Een nieuwsgierig Aagje.
Een nieuwsgierig persoon.

aambeeld

Altijd op hetzelfde aambeeld slaan.
Steeds weer op hetzelfde onderwerp terugkomen.

aangebrand

Gauw aangebrand zijn.
Snel boos worden.

aanvaring

Met iemand in aanvaring komen.
Ruzie of problemen met iemand krijgen.

aanzien

Zonder aanzien des persoons.
Zonder iemand voor te trekken; zonder er rekening mee te houden om wie het gaat.

aap

Aap wat heb je mooie jongen.
Sarcastische opmerking over iemand die wat al te trots is op iets.

Nu komt de aap uit de mouw.
Nu blijkt wat werkelijk de bedoeling was.

In de aap gelogeerd zijn
In een vervelende positie beland zijn.
Café In't Aepjen, Zeedijk 1, Amsterdam (één van de twee nog bestaande laatmiddeleeuwse houten huizen in de stad) was vroeger een logement, waarvan de eigenaar apen hield, die ongedierte aantrokken.
Ook werden rond de gouden eeuw veel mensen aangetrokken door ronselaars van de VOC(Verenigd Oost Indisch compagnie) in Café In't Aepjen. De ronselaars lieten het alcoholisch vocht flink stromen om ervoor te zorgen dat hun slachtoffers hun handtekening zetten onder een contract. De volgende morgen werd het duidelijk dat ze geronseld waren en er geen weg meer terug was.

Ook: De aap is een zeil, soms moeten gasten aan boord er genoegen mee nemen als beddengoed.



Voor aap staan
In het openbaar belachelijk zijn.

aard

Dat is de aard van het beestje.
Dat is typisch iets voor die persoon; zo zit hij of zij nu eenmaal in elkaar.

Een aardje naar je vaartje hebben.
Veel op je vader lijken.

aarde

In goede aarde vallen.
Goed ontvangen worden (bijvoorbeeld van een voorstel, toespraak of boek).

Iemand ter aarde bestellen.
Iemand begraven.

Abraham

Abraham gezien hebben.
50 jaar of ouder zijn.

Weten waar Abraham de mosterd haalt.
Weten hoe iets in zijn werk gaat; dingen goed snappen.

achterdeur

Via de achterdeur.
Indirect, onopgemerkt, stiekem.
Een achterdeurtje.
Een manier om iets te ontduiken.

achterhoofd

Hij is niet op z'n achterhoofd gevallen.
Hij is behoorlijk slim; hij heeft iets wel in de gaten.

acte de présence

Acte de présence geven.
Ervoor zorgen dat je ergens aanwezig bent.

ac - te de pré - sence

adamskostuum

In adamskostuum.
Naakt, zonder kleren.

adder

Als door een adder gebeten zijn.
Opeens fel reageren.

addertje

Er schuilt een addertje onder het gras.
Er is een verborgen risico in het spel.

adem

De langste adem hebben.
Iets het langst volhouden.

Iemands hete adem in je nek voelen.
Merken dat een ander je bijna inhaalt; opgejut of opgejaagd worden.

Iets in één adem uitlezen.
Een boek waaraan je begonnen bent heel snel uitlezen, omdat je het zo spannend vindt.

Je laatste adem uitblazen.
Sterven, doodgaan.

advocaat

Advocaat van de duivel spelen.
Een mening geven waar je het zelf niet mee eens bent, maar die je geeft om reacties uit te lokken.

aflossing

Een aflossing van de wacht.
Een vervanging van de ene persoon door een andere.

aftocht

De aftocht blazen.
Vertrekken als de situatie bedreigend of te moeilijk wordt.
Afgeleid van het trompetsignaal of hoornsignaal, waarmee men een legeronderdeel het bevel tot terugtrekken placht te geven

afwezigheid

Schitteren door afwezigheid.
Ergens niet aanwezig zijn, terwijl je komst wel verwacht werd.

agenda

Een verborgen agenda hebben.
Een doel hebben dat voor de anderen verborgen gehouden wordt, bijvoorbeeld in een samenwerkingsverband.

Dat staat op de agenda.
Dat gaat nog gebeuren; dat gaat nog besproken worden.

akkertje

Op z'n dooie akkertje.
Op zijn gemak, heel rustig, heel langzaam.

akkoord

Het op een akkoordje gooien.
Met elkaar afspreken iets op een bepaalde manier aan te pakken.


alfa

De alfa en de omega.
Het begin en het einde; de allerbeste.

alles

Alles op alles zetten.
Zich tot het uiterste inspannen om iets te bereiken.

ambacht

Iemand van twaalf ambachten en dertien ongelukken zijn.
Steeds verschillende baantjes hebben maar in geen enkel baantje succesvol zijn.

angel

Ergens de angel uit trekken.
Ervoor zorgen dat iets minder gevaarlijk wordt door het meest gevaarlijke deel onschadelijk te maken; iets minder pijnlijk maken.

anker

Het anker lichten.
Vertrekken. Er vandoor gaan.

antenne

Een antenne hebben voor iets.
Iets goed aanvoelen.

apegapen

Op apegapen liggen.
op sterven liggen; oneig. versuft, verslapt zijn, het zeer benauwd hebben (bijv. door de warmte).

apelazarus

Je het apelazarus werken.
Heel hard werken.
Je het Apelazerus schrikken.
Door iets of iemand onverwachts heel heftig schrikken.

appel

Iemands oogappel(tje).
Een zeer geliefd persoon (vaak kind). Lieveling

Een appeltje voor de dorst
Een reserve voor moeilijke tijden die mogelijk nog gaan komen

Voor een appel en een ei
Bijzonder goedkoop

Appels met peren vergelijken
Verkeerde conclusies trekken door zaken te vergelijken die niets met elkaar te maken hebben

Hij heeft een appeltje met hem te schillen.
Iets met iemand te bespreken hebben naar aanleiding van iets wat men die ander verwijt.

Door de zure appel bijten.
Een onaangenaam karwei opknappen.

Appelen voor citroenen verkopen.ook: Knollen etc.
Oplichten, bedriegen

apropos

Van je apropos gebracht worden.
Helemaal in de war raken.

A propo
Over iets anders.

arbeid

Een Sisyphus-arbeid
Een zware, onmogelijke, zinloze taak

argusogen

Iets met argusogen bekijken.
Iets wantrouwend bekijken. Iets nauwlettend in de gaten houden.

arm

De sterke arm der wet
Met gepast geweld optredende overheidsorganisatie, bijvoorbeeld politie of justitie

Iemand in de arm nemen.
Iemands hulp vragen als je een bepaalde kwestie niet alleen kunt oplossen.

Iemand met open armen ontvangen.
Heel blij zijn met iemands komst en dat ook laten merken.

armoe

Het is daar armoe troef.
Daar heerst grote armoede.

armslag

Armslag krijgen.
Meer mogelijkheden krijgen.

augiasstal

De augiasstal reinigen.
Op een plaats waar heel veel dingen slecht geregeld zijn, de zaken eindelijk goed gaan regelen; een plaats waar heel veel rommel ligt, schoonmaken.

averechts

Averechts uitpakken.
Helemaal verkeerd aflopen. Tegengesteld uitpakken.

baal

Ergens de balen van hebben.
Iets niet meer leuk vinden en willen dat het stopt.

baan

Dat is van de baan.
Dat gaat niet door.

Iets op de lange baan schuiven.
Iets uitstellen tot later.

Iets in goede banen leiden.
Ervoor zorgen dat iets goed verloopt.

baard

De baard in de keel krijgen.
Een lage stem krijgen.

baas

Er is altijd baas boven baas.
Er is altijd iemand die het nog weer beter doet of beter weet.

Iemand of iets de baas zijn.
Iemand of iets kunnen overmeesteren.

baat

Ergens baat bij hebben.
Ergens voordeel van hebben; ergens beter van worden.

badwater

Het kind met het badwater weggooien
Verkeerde maatregelen nemen om ongewenste zaken te bestrijden, zodat juist datgene verloren gaat wat het meest waardevol is.
Herkomst: In de tijd dat het water nog uit de put kwam en het gezin een bad nam in de teil, waren de ouders het eerst aan de beurt en daarna de kinderen, de oudste eerst. Tegen de tijd dat de baby aan de beurt was, was het water zo vuil dat men de baby niet zou kunnen zien als die ondergedompeld zou zijn!

bak

Aan de bak komen.
Aan de beurt komen; een baan krijgen.

Het is volle bak.
Het is helemaal uitverkocht; er zijn heel veel mensen.

baken

De bakens verzetten.
De zaak heel anders aanpakken.

bakker

Het komt voor de bakker.
Het komt in orde; het wordt geregeld.

baksteen

Met een baksteen in de maag geboren worden.
Graag een huis willen hebben dat van jezelf is, dat je eigendom is.

bakzeil

Bakzeil halen.
Toegeven dat je ongelijk hebt; aanzienlijk minder hoge eisen stellen dan je eerder deed.

bal

Hij weet er geen bal van.
Hij weet er niets van.

De bal aan het rollen brengen.
Ervoor zorgen dat iets onderzocht wordt, dat er actie ondernomen wordt.

De bal terugkaatsen.
Op een vraag die gesteld wordt geen antwoord geven, maar een tegenvraag stellen; op een kritische opmerking van iemand reageren door zelf ook meteen een kritische opmerking te maken over de ander.

Elkaar de bal toespelen.
Elkaar voordeeltjes geven; elkaar helpen.

Dat is een bal voor open doel.
Dat is een opmerking waar een zeer voor de hand liggend weerwoord op gegeven kan worden.

Ergens een balletje over opgooien.
Ergens voorzichtig over beginnen te praten om erachter te komen wat anderen ervan vinden.


balans

De balans opmaken.
Kijken hoe iets verlopen is; nagaan of je ergens voordeel of nadeel van hebt gehad.

ballon

Een proefballonnetje oplaten
Een voorstel doen om er achter te komen hoe men er op zal reageren. (Met de bedoeling het terug te trekken bij te veel tegenstand, en door te zetten als anderen ermee instemmen).

ban

In de ban zijn van iets.
Zo erg in iets geïnteresseerd zijn dat je aandacht alleen nog maar daarop kunt richten.

band

Uit de band springen
Uitbundig plezier maken, zonder rekening te houden met de regels van orde en fatsoen.

Aan de lopende band.
Aan één stuk door; steeds maar weer.

Iets aan banden leggen.
Ervoor zorgen dat iets zich niet verder kan uitbreiden.

bank

Door de bank genomen.
Gemiddeld; meestal; gewoonlijk.

bar

Het is bar en boos.
Het is heel erg; het is heel slecht.

Barbertje

Barbertje moet hangen.
Iemand moet ergens de schuld van krijgen, ook al heeft hij of zij het misschien helemaal niet gedaan.

barricade

De barricades opgaan.
Actie voeren om iets voor elkaar te krijgen of juist tegen te houden.

Bartjens

Volgens Bartjens.
Helemaal correct; zoals het hoort of zoals het moet; heel precies berekend.

bed

Dat is ver van mijn bed óf Dat is een ver-van-mijn-bed-show.
Dat is iets waar ik me helemaal niet mee bezighoud; dat is iets dat op grote afstand van hier gebeurt.

Je bedje is gespreid.
Je komt in een situatie terecht waarin alles al voor je geregeld is; je hoeft je geen zorgen te maken over de toekomst.

bedelstaf

Aan de bedelstaf raken.
In een situatie terechtkomen waarin je geen geld of bezittingen meer hebt en dus heel arm bent.

bedrijf

Tussen de bedrijven door.
Tussen andere bezigheden in; tussendoor.



been

Er geen been in zien
Geen bezwaar onderkennen. Er niet voor terugschrikken

Het been stijf houden
Niet toegeven.

De benen nemen
Er vandoor gaan

Met de benenwagen
Te voet

Tegen het zere been schoppen
Een pijnlijke opmerking maken over iets wat gevoelig ligt.

Zijn beste beentje voorzetten
Iets zo goed mogelijk doen.

Met het verkeerde been uit bed gestapt zijn.
De dag met een slecht humeur beginnen.

Dat houdt me op de been.
Dat zorgt ervoor dat ik door kan blijven gaan; daardoor houd ik het vol.

Iemand op het verkeerde been zetten.
Iemand ergens een verkeerde indruk van geven, waardoor hij of zij iets gaat denken wat helemaal niet klopt.
Mogelijk afkomstig uit de schermsport.


Op de been blijven.
Blijven staan; niet ziek worden; niet verslagen worden.

Op de been zijn.
Ergens zijn; niet langer ziek zijn.

Op eigen benen staan.
Voor jezelf zorgen; geen hulp nodig hebben.

Op je achterste benen gaan staan.
Boos worden; ergens fel tegen protesteren; het ergens helemaal niet mee eens zijn.

Op je laatste benen lopen.
Bijna niet meer kunnen van vermoeidheid.

beer

De beer is los.
Er gebeurt opeens van alles; er ontstaat ruzie of paniek.

Een ongelikte beer.
Een man die geen nette manieren heeft; een onfatsoenlijke man.

beest

De beest uithangen.
Je misdragen; je schaamteloos en onfatsoenlijk gedragen; met name bij feesten.

Het beestje bij zijn naam noemen.
Duidelijk en precies zeggen hoe je over iets of iemand denkt; precies zeggen hoe iets zit.

Het is bij de (wilde) beesten af.
Het is verschrikkelijk; het is schandalig.

beetje

Alle beetjes helpen.
Ook een kleine bijdrage is van nut.
Alle kleine details voegen iets toe aan het geheel.

begin

Dat is het begin van het einde.
Dat is het begin van iets dat uiteindelijk verkeerd zal aflopen.

behang

Iemand wel achter het behang kunnen plakken.
Iemand heel vervelend vinden, waardoor je het liefst even helemaal niets meer met hem of haar te maken zou willen hebben.

bek

Breek me de bek niet open.
Begin daar maar niet over, want daar kan ik ook heel veel negatieve dingen ook vertellen.

Op je bek gaan.
Een grote fout maken; afgaan.

bekaaid

Er bekaaid van afkomen.
Weinig krijgen in vergelijking met anderen.

bel

Aan de bel trekken.
Duidelijk maken dat er iets aan de hand is; duidelijk maken dat er iets niet klopt.

Er gaat een belletje rinkelen.
Ik begin het te begrijpen.

beloop

Iets op zijn beloop laten.
Iets gewoon maar verder laten gaan zonder dat je je ermee bemoeit, zonder dat je ingrijpt.

benenwagen

Met de benenwagen gaan.
Gaan lopen.

bepakt

Bepakt en bezakt
Klaar staan met bagage

berde

Iets te berde brengen.
Een voorstel doen; iets ter sprake brengen.

berg

Bergen kunnen verzetten.
Veel taken kunnen verrichten; heel veel werk aankunnen.

De berg heeft een muis gebaard.
Iets wat heel groot of bijzonder leek te gaan worden, is uiteindelijk op niets uitgelopen.

Bergafwaarts.
Het gaat steeds slechter, bijvoorbeeld met iemands gezondheid, of met een bedrijf.

Iemand gouden bergen beloven.
Iemand heel veel beloven; iemand dingen beloven die je nooit waar kunt maken; iemand beloven dat hij of zij rijk zal worden.

Ergens als een berg tegen op zien.
Iets voor zichzelf beschouwen als een zeer moeilijke, of onplezierige, taak of omstandigheid.

bericht

Geen bericht is goed bericht.
ook: geen nieuws is goed nieuws.
Als je niet weet hoe het met iets of iemand gaat, kun je ervan uitgaan dat het goed gaat, zolang je geen slecht bericht ontvangt.

beugel

Niet door de beugel kunnen.
De norm overschrijden van wat nog behoorlijk is.

beurs

Beurs op de knip; ook: Hand op de knip
Geen geld (meer) uitgeven.

bierkaai

Vechten tegen de bierkaai.
Een gevecht aangaan dat je in principe al bij voorbaat verloren hebt.

biet

Ik snap er geen biet van.
Ik snap er niets van.

De bietenbrug op gaan.
falen, ten onder gaan, zwaar verliezen

biezen

De biezen pakken.
Vertrekken, de biezen zijn een dubbele mand van vlechtwerk, gebruikt als koffer

blad

In een goed blaadje proberen te komen
Een goede reputatie proberen te verkrijgen bij de machthebbers

Geen blad voor de mond nemen
Zonder terughoudendheid een harde mening uiten; geen mooie of omslachtige woorden gebruiken om zijn beweringen minder onaangenaam te laten klinken.

blaten

Veel geblaat maar weinig wol.
Veel gepraat maar weinig prestatie.

blauw

Het maar blauw blauw laten
Er verder maar niet over spreken

Een blauwtje lopen
Afgewezen worden (in de liefde)

Een blauwe maandag
Een extreem korte periode (bijvoorbeeld ergens gewoond hebben of in dienst geweest zijn)

Iemand bont en blauw slaan
Iemand zo slaan dat hij een dik gezicht met blauwe en geel blauwe vlekken krijgt.

blind

Met blindheid geslagen zijn
verblind zijn, volkomen gebrek hebben aan inzicht.
(Volgens Frederik August Stoett is deze spreekwijze ontleend aan de bijbel, Deut. XXVIII)

bloed

Iemand het bloed onder zijn nagels vandaan halen
Iemand vreselijk treiteren of irriteren

Iemands bloed wel kunnen drinken.
Iemand niet mogen en daardoor alles doen om die persoon te hinderen.

bloem

De bloemetjes buiten zetten.
Eens flink er op los feesten

blok

Een blok aan het been.
Een last bij het voortgaan.

Voor het blok zetten.
Iemand onverwacht in een lastige positie brengen; bijvoorbeeld iemand dwingen te reageren die dat eigenlijk niet wil.

bloot

Bloot slaat dood.
Term uit kinderspel bij het aftikken.

bocht

Kort door de bocht
Voorbarig, nuanceringen negerend. Voorbeeld:"De bewering dat fractiediscipline de democratie om zeep helpt is misschien wat te kort door de bocht."

Zich in bochten wringen
Op onnatuurlijke manier een moeilijkheid oplossen of zich ergens uitpraten.

boeg

Iets voor de boeg hebben.
Nog werk te doen hebben. / Nog iets mee moeten maken

Over een andere boeg gooien.
Een heel andere benadering gaan proberen om iets te trachten te bereiken.

Een schot voor de boeg.
Iets proberen en kijken hoever men er vanaf is.

boek

Goed te boek staan
Een goede reputatie hebben

Volgens het boekje
Overeenkomstig de theorie of overeenkomstig de voorschriften

Over iemand een boekje opendoen
Informatie over iemand geven, waarvan diegene niet wil dat het bekend wordt.

Buiten zijn boekje gaan.
Zich bemoeien met iets wat hem niet aangaat.

Hij is een open boek voor mij
Ik doorzie zijn karakter volledig.

boer

De boer op gaan
Bij de klanten langsgaan. Hiervan ook: in bredere kring presenteren. Van venters, die van boerderij naar boerderij gaan.

Goed boeren / goed geboerd hebben
Succesvol geweest zijn, vooral financieel

Lachen als een boer die kiespijn heeft
Zuurzoet lachen

bok

Een bok schieten
een fout (flater) begaan

bokkepruik

De bokkepruik op hebben
Slecht gehumeurd zijn

boom

Een boom opzetten
Een informele discussie starten.

Door de bomen het bos niet meer zien
Door alle details het overzicht verliezen.

De kat uit de boom kijken
Een afwachtende houding aannemen

Een boom van een kerel.
Een grote man.

Hoge bomen vangen veel wind.
Als je beroemd bent krijg je veel te verduren.

boon

Voor spek en bonen meedoen.
Wel mee doen met een spel of iets dergelijks, maar nooit kunnen winnen of verliezen.

Zijn eigen boontjes doppen.
Geen beroep doen op hulp van anderen; zijn eigen problemen zelf oplossen.
Soms gebruikt met 'moeten' ("Zij moest haar eigen boontjes doppen.")
Boontje komt om zijn loontje.
Met de gevolgen of straf komen te zitten van iets waarvan je mee weg dacht te komen.
voorbeeld: hij gokte dat hij dat geld wel binnen zou slepen, nu zit hij met jarenlange schulden te grienen.

boot

De boot missen
Te laat zijn.

Iemand in de boot nemen
Iemand voor gek zetten.

Ergens de boot mee ingaan.
Iets hebben ondernomen, dat tot een totale mislukking heeft geleid.
Bijvoorbeeld als "Daar is hij flink de boot mee ingegaan".


bord

Met een bord voor de kop lopen
Niet voor andere omstandigheden of zienswijzen open staan.

borst

Maak je borst maar nat.
Bereid je voor op een zware klus (of op veel tegenstand).

Zichzelf op de borst slaan
Duidelijk aan de omgeving laten weten dat men ergens bijzonder trots op is

bos

Door de bomen het bos niet meer zien
Door een veelheid aan detailinformatie het zicht op het grote geheel kwijtraken

bot

Bot vangen
Geen resultaat boeken

boter

Boter bij de vis
Contant afrekenen

Boter op het hoofd hebben
Hypocriet zijn. Zelf mede verantwoordelijk zijn voor iets wat men anderen verwijt.

Botertje aan de boom
Een voorspoedige toestand; alles even mooi en goed (van: "Boter(tje) tot de boôm (bodem)")

Boter aan de galg
dat heeft geen zin, dat is onbegonnen werk

Het botert niet tussen hen
Ze kunnen niet goed met elkaar over weg.

Met zijn neus in de boter vallen
(Onverwacht) goed terechtkomen.

Met zijn gat in de boter vallen
(onverwacht) goed terechtkomen.

boterham

Het op je boterham krijgen
Een stevig standje incasseren.

bovenkamer

Er mankeert iets in zijn bovenkamer.
Hij is niet goed bij zijn verstand.

brandschoon

Niet brandschoon zijn
Dingen misdaan hebben

breien

Ergens een eind/punt aan breien
Snel tot een afsluiting komen (bijvoorbeeld van een toespraak)

bril

Door de bril van een ander zien.
De mening van een ander blind vertrouwen
Elk ziet door zijn eigen bril.
Ieder ziet het op zijn eigen manier.
Iets door een gekleurde bril zien.
De zaken niet onbevooroordeeld bekijken.
Hij zet er de lakense bril bij op.
Hij kijkt bijzonder scherp toe.
Iemand een bril opzetten.
Iemand inlichten en terechtwijzen.

broek

Bij die twee heeft zij de broek aan.
Bij dat echtpaar neemt de vrouw de meeste beslissingen.

Zij hebben een te grote broek aangetrokken.
Die organisatie heeft een doel op zich genomen waarvoor ze niet de benodigde capaciteiten, financiële middelen en/of invloed hebben.

brood

Zoete broodjes bakken
Dingen zeggen om een goede indruk achter te laten bij mensen met invloed.

Als warme/hete broodjes over de toonbank gaan.
Zeer goed verkopen

Het eet geen brood
Het kost niets om het te bewaren, behoeft geen onderhoud.

Broodnodig
Onmisbaar

Scoren alsof het warme broodjes zijn
scoren alsof het helemaal niets is

brug

Dat is een brug te ver.
Dat is te hoog gegrepen.

Brugman

Hij kan praten als Brugman
Hij kan makkelijk met veel woorden een min of meer overtuigend verhaal afsteken.

brui

Er de brui aan geven
Ergens mee ophouden

bruintje

Dat kan Bruin(tje) niet trekken
Dat kunnen we ons niet veroorloven. (afgeleid van een populaire naam voor trekpaarden)

buik

Ergens de buik vol van hebben
Iets zoveel meegemaakt hebben dat men er een afkeer van gekregen heeft

Iets op je buik kunnen schrijven
Er vanuit kunnen gaan dat hetgeen dat men wilde niet door zal gaan

Plat op de buik gaan
Aan iemand toegeven, zich overleveren

Twee handen op één buik zijn
Het in alles eens zijn, één front vormen

bus

Het sluit als een bus
Het past goed; het is logisch; het is volkomen juist; er is niets tegen in te brengen.
Het klopt als een bus
Deze uitdrukking is een contaminatie van het sluit als een bus met: het klopt als een zwerende vinger

buskruit

Hij heeft het buskruit niet uitgevonden.
Hij is niet erg snugger.

buur

Bij de buren is het gras altijd groener.
(ook: Buurmans gras is altijd groener.)
(ook: het gras lijkt altijd groener aan de overkant)
Bij anderen lijkt het altijd beter (omdat men daar de interne problemen niet van kent).


Een goede buur is beter dan een verre vriend.
Soms komt echte hulp uit een onverwachtte hoek, het onbekende blijkt vaak betrouwbaarder dan iets uit je verleden

cent

Geen rooie cent waard
Waardeloos
Een fluitje van een cent
Heel gemakkelijk
Geen cent te makken hebben
Weinig te besteden hebben

chemie

Tussen die twee was er geen chemie
Die twee mensen hadden te veel karakterverschillen om goed te kunnen samenwerken.

contramine

In de contramine zijn
Overal bezwaar tegen maken.

daad

De daad bij het woord voegen.
Iets zeggen en het dan ook onmiddellijk doen.

dak

Je kan het dak op.
Jouw wens wordt niet gehonoreerd.
Dat ging van een leien dakje.
Dat ging vanzelf.

dans

De dans ontspringen
Het noodlot ontlopen.

deur

Dát doet de deur dicht
Dát accepteer ik niet.

Een open deur intrappen
Een stelling verkondigen, waarover iedereen het al eens is. Het voor-de-hand-liggende uitspreken.

Met de deur in huis vallen.
Zonder omhaal van woorden meteen to-the point komen.

Niet met iemand door één deur kunnen
Niet met iemand kunnen samenwerken (door verschillen in persoonlijkheid.)

Zo zat als een deur
Helemaal bezopen zijn.

Zo gek als een deur
Stapelgek.

Iemand de deur wijzen
Iemand wegsturen.

Voor de rode deur moeten gaan
Voor het gerecht komen.

Iets de deur uit doen
Iets wegdoen.

diep

In het diepe gegooid worden
In een baan aan het werk moeten zonder ingewerkt te worden.

Te diep in het glaasje kijken
Zichzelf bedrinken

doekje

Een doekje voor het bloeden
Een inadequate maatregel.

Er geen doekjes om winden.
Zonder iemand te ontzien de ernst van de zaak bespreken.

doel

Het doel heiligt de middelen.
Een op zichzelf verwerpelijke methode wordt gerechtvaardigd door het goede doel dat ermee bereikt wordt.

dominee

Er komt een dominee voorbij.
Er valt een plotselinge stilte in een rumoerig gezelschap. (Ontstaan door het gebruik in vissersplaatsen dat de dominee de familie op de hoogte moest stellen van een bericht van overlijden of vermissing bij een schipbreuk).

donderen

Kijken alsof men het in Keulen hoort donderen
Zeer verbaasd kijken

Als een donderslag bij heldere hemel
Een onverwachte gebeurtenis, die een grote schok teweeg brengt

dood

Als de dood zijn voor iets
Heel erg bang zijn voor iets

Iemand doodverven met iets
Iemand bestemd voor een post achten, iemand als de dader van iets afschilderen (doodverf is grondverf)

Een broertje dood hebben aan iets
Een grote afkeer hebben van iets[1]

Om de dooie dood niet
Volstrekt niet, in geen geval, al kost het me mijn leven[2]

Zo dood als een pier
Geheel en al dood, als een aardvorm die slap aan de hengel hangt
Over de doden niets dan goeds.
Men ziet kwaadspreken over overledenen als iets heel onbeleefd, er mag niet gespot worden met de dood.

doodbloeden

De aanval bloedt dood
De aanval komt geleidelijk uit op een mislukking.

Dat zaakje zal wel doodbloeden
Die kwestie zal geleidelijk aan wel worden vergeten.

doopceel

Iemands doopceel lichten
Gedetailleerde informatie over iemands leven inwinnen.

draad

De draad kwijt zijn
De loop van het verhaal niet meer kunnen volgen

De rode draad (in een verhaal of betoog)
Het centrale thema, hetgeen waar steeds weer op wordt teruggegrepen

Aan een zijden draadje hangen
De kansen zijn nog niet verkeken, maar het scheelt erg weinig

Tot op de draad versleten
Helemaal versleten

drol

Het interesseert me geen drol
Het interesseert me niets

Er geen drol van begrijpen
Ergens niets van begrijpen

druppel

Dat is de druppel die de emmer doet overlopen
Dat is maar een kleine ergernis, maar samen met wat er al gebeurd is, wordt het niet meer geaccepteerd.

Die twee lijken als twee druppels water op elkaar
Die twee lijken heel erg op elkaar.

dubbeltje

Ieder dubbeltje om moeten draaien
Zo weinig geld hebben, dat voor elke uitgave bedacht moet worden of die wel verantwoord is.

Ieder dubbeltje drie keer omdraaien
Zo gehecht zijn aan geld dat men aarzelt bij iedere uitgave.

Een dubbeltje op zijn kant.
Een situatie die goed of fout kan aflopen; een hachelijke situatie.

Voor een dubbeltje op de eerste rang willen zitten
Tegen minimale kosten maximaal voordeel verlangen

duim

Uit zijn duim gezogen.
Gefantaseerd

Iemand onder de duim houden.
Iemand in je macht hebben

duit

Een duit in het zakje doen.
Een kleine bijdrage leveren. Historisch de kleinst mogelijke gave in het collectezakje van de kerk.

dweilen

Dweilen met de kraan open
Geen kans op succes hebben, omdat men de symptomen bestrijdt zonder de oorzaak aan te pakken.

dijk

Een dijk van een baan
Een geweldige baan.

Dat zet geen zoden aan de dijk.
Dat is geen bijdrage van serieuze betekenis.

eend

Een vreemde eend in de bijt
Een vreemd exemplaar in de groep. (Een bijt is een opening in het ijs).


ei

Dat zal hem geen windeieren hebben gelegd.
Daar zal hij wel veel geld mee verdiend hebben.

Eieren voor zijn geld kiezen.
Zijn oorspronkelijke standpunt of voornemen loslaten vanwege de consequenties. Een beperkte nederlaag accepteren om de kans op een groter verlies uit te sluiten.

Voor een appel en een ei.
Bijzonder goedkoop.

Het was een eitje.
Het was heel gemakkelijk.

Op eieren lopen.
Zeer voorzichtig handelen.

Het is koek en ei tussen hen.
Ze zijn zeer bevriend.

Zijn ei kwijt kunnen.
De gelegenheid hebben zich te uiten; of, zijn creativiteit kunnen gebruiken

Dat is het hele eieren eten.
Na een uitleg, zo zit het dus in elkaar (eieren eten is hier als voorbeeld van een probleem gebruikt).

Appeltje eitje.
Erg makkelijk.

eind

Aan het kortste eind trekken
Een vervelende taak of positie toegewezen krijgen. (Afgeleid van het gebruik om te loten door een strootje te trekken uit een verzameling strootjes van verschillende lengte. Degene die het kortste eindje trekt, moet het opknappen.)

De eindjes aan elkaar (moeten) knopen
Moeite moeten doen om de noodzakelijke uitgaven te kunnen doen met de beschikbare financiën. Letterlijk: Een lijn moeten maken door aanwezige kortere lijnen aan elkaar te knopen.

Het een eind uit de broek laten hangen
Royaal zijn

Dat loopt op zijn einde
Het is bijna afgelopen

Aan zijn eindje vasthouden
Zijn standpunt handhaven

Hij is aan het eind van zijn akker
Zijn geld is op

Hij is aan het eind van zijn Latijn
Hij is bijna dood

Een straatje zonder eind
Een eindeloos proces, iets wat nooit ophoudt

elleboog

Het achter de ellebogen hebben
Achterbaks; zonder zijn zelfzuchtige bedoelingen te laten zien.
Oude methode van bedrog. Voorbeeld: Een el (lengtemaat van de hand tot de oksel) touw wordt stiekem te kort afgemeten vlak achter de elleboog.

Ellebogenwerk
Succes boeken door op slinkse wijze van anderen misbruik te maken.

engeltje

Alsof er een engeltje over je tong piest
Iets lekker vinden

Een dronken vrouw is een engel in bed
Drank draagt bij aan het beëindigen van de tegenstand

De engeltjes schudden hun kussens uit
Het sneeuwt

  1. º Onzetaal.nl: Ergens een broertje dood aan hebben
  2. º DBNL.nl: F.A. Stoett, Om den (dooden) dood niet