Wikisage, de vrije encyclopedie van de tweede generatie, is digitaal erfgoed

Wikisage is op 1 na de grootste internet-encyclopedie in het Nederlands. Iedereen kan de hier verzamelde kennis gratis gebruiken, zonder storende advertenties. De Koninklijke Bibliotheek van Nederland heeft Wikisage in 2018 aangemerkt als digitaal erfgoed.

  • Wilt u meehelpen om Wikisage te laten groeien? Maak dan een account aan. U bent van harte welkom. Zie: Portaal:Gebruikers.
  • Bent u blij met Wikisage, of wilt u juist meer? Dan stellen we een bescheiden donatie om de kosten te bestrijden zeer op prijs. Zie: Portaal:Donaties.

Johan Rudolf Jacobs

Uit Wikisage
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Johan Rudolf Jacobs ( Sappemeer, 13 juli 1851 - Den Haag, 1 oktober 1906) was een Nederlands luitenant-kolonel der infanterie van het Indische leger, directeur van de Nederlandse fabriek van oorlogsmaterieel en ridder in de Militaire Willems-Orde en in de Orde van Oranje Nassau.

Loopbaan

Jacobs werd in 1875 vanuit de rang van sergeant (bij het eerste regiment infanterie) benoemd tot tweede luitenant. Hij vertrok per stoomschip Java naar Nederlands-Indië en werd na aankomst eerst geplaatst bij het vijftiende bataljon en in oktober 1875 overgeplaatst bij het zesde bataljon. In december 1876 werd hij overgeplaatst naar het tiende, het dertiende en vervolgens naar het veertiende bataljon. In juni 1877 werd Jacobs bevorderd tot eerste luitenant en overgeplaatst bij het garnizoensbataljon der Molukken. In augustus 1880 werd hij overgeplaatst van de Molukken naar de derde militaire afdeling (dertiende bataljon). Jacobs deed vervolgens dienst bij het Departement van Oorlog, werd in 1884 uit deze functie weer ontslagen en ingedeeld bij het subsistentenkader te Batavia. In september van genoemd jaar werd hij overgeplaatst naar het garnizoensbataljon van Atjeh en Onderhorigheden. In maart 1885 werd hij afgelost en naar het subsistentenkader te Batavia overgeplaatst. Jacobs werd in oktober 1887 overgeplaatst bij het dertiende bataljon en in juni 1888 bevorderd tot kapitein. Datzelfde jaar schreef hij in het Indisch Militair Tijdschrift (nummer 9) het artikel Iets over de rooftochten der Atjehnezen op Poeloe Bras en de middelen tot tegengang daarvan; een opmerking over onze schermoefeningen.

Oprichting van het Korps Koloniale Reserve, 1890

Jacobs verkreeg in oktober 1889 een tweejarig verlof wegens ziekte naar Europa en aansluitend werd hij gedetacheerd als kapitein-adjudant van luitenant-kolonel J.F.D. Bruinsma, de eerste commandant van het Korps Koloniale Reserve. De staf van het per Koninklijk Besluit van 24 augustus 1890 no. 18 opgerichte korps was tijdelijk gevestigd in Zutphen[1]. Later verhuisde de staf naar Nijmegen. Hij verbleef gedurende zijn verlof in Lochem, waar hij het plan opvatte om de moedige daden van gewezen Indische militairen te beschrijven; deze verhalen werden eerst in het tijdschrift Eigen Haard opgenomen en vervolgens afzonderlijk in boekjes gepubliceerd. Schetsen uit Atjeh maakten een belangrijk deel uit van die werken. De verhalen verschenen tevens in de kranten, bijvoorbeeld in Het Nieuws van de Dag van 3 december 1891, het verhaal getiteld Een belangwekkend stuk krijgsgeschiedenis, dat handelde over de expeditie naar Bali in 1868.[2] Daarnaast zamelde Jacobs geld in voor ridders van het Metalen Kruis. Hij werd bij Koninklijk Besluit van 31 augustus 1893 benoemd tot ridder in de Orde van Oranje Nassau.[3]


Verrichtingen te Atjeh

Jacobs keerde terug naar Indië en nam aldaar, op 13 december 1895 bevorderd tot majoor, deel aan de krijgsverrichtingen op Atjeh gedurende het jaar 1896. Voor zijn verrichtingen gedurende de periode maart tot en met november 1896 werd hij bij Koninklijk Besluit van 24 mei 1897 nummer 59 benoemd tot ridder in de Militaire Willems-Orde. Hij was aldaar commandant van het zevende bataljon en zijn adjudant was eerste luitenant der infanterie E.C. van der Heijden (zoon van generaal Van der Heijden).

Jacobs schreef in 1896 de boekjes Neerlands driekleur in Nederlands-Indië en Soldatenleven (deze verhalen verschenen deels eerder al in Elseviers Maandtijdschrift) over de heldendaden van het Indische leger. Hij was toen onder meer lid van het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde voor Nederlands-Indië. Ook in de Soldatenkrant (1898) verscheen van Jacobs een bijdrage. Hij werd bevorderd tot luitenant-kolonel, geplaatst bij het vijfde bataljon infanterie en in juli 1898 benoemd tot plaatselijk commandant te Soerabaja. Jacobs werd op zijn verzoek in mei 1899 eervol ontslagen uit de militaire dienst wegens ongeschiktheid voor alle militaire diensten en met behoud van recht op pensioen. Hij vertrok met de Prins Willem III in november van eerder genoemd jaar naar Nederland, waar hij directeur werd van de Nederlandse fabriek van oorlogsmaterieel. Hij schreef later nog het werk Nederlands driekleur in Nederlands Indië door Neerlands dapperen bewaakt. Schetsen uit het Indisch krijgsleven. Opgedragen aan de ridders der Militaire Willemsorde. Deel II. Nijgh & Van Ditmar. Rotterdam.

Naleven

Jacobs overleed in oktober 1906 en werd begraven op Nieuw Eik en Duinen.[4] Tot de velen die de baar grafwaarts volgden behoorden, behalve verschillende hoofdofficieren en oudofficieren van het Indische leger, deputaties van het hoofdbestuur en van het bestuur van district III van de Nieuwe Vrijzinnige Kiesvereniging Den Haag, waar Jacobs deel van had uitgemaakt.


Bronnen, noten en/of referenties

Bronnen, noten en/of referenties
  1. º Het Nieuws van de Dag. (15-12- 1890)
  2. º Een belangwekkend stuk krijgsgeschiedenis Het Nieuws van de Dag. (3 december 1891)
  3. º Het Nieuws van de Dag. (01-09- 1893)
  4. º Het Nieuws van de Dag voor Nederlands-Indië (30-10-1906)

Q1829213 op Wikidata  Intertaalkoppelingen via Wikidata (via reasonator)

rel=nofollow