Wikisage, de vrije encyclopedie van de tweede generatie, is digitaal erfgoed

Wikisage is op 1 na de grootste internet-encyclopedie in het Nederlands. Iedereen kan de hier verzamelde kennis gratis gebruiken, zonder storende advertenties. De Koninklijke Bibliotheek van Nederland heeft Wikisage in 2018 aangemerkt als digitaal erfgoed.

  • Wilt u meehelpen om Wikisage te laten groeien? Maak dan een account aan. U bent van harte welkom. Zie: Portaal:Gebruikers.
  • Bent u blij met Wikisage, of wilt u juist meer? Dan stellen we een bescheiden donatie om de kosten te bestrijden zeer op prijs. Zie: Portaal:Donaties.

Gezichtsvermogen

Uit Wikisage
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Gezichtsvermogen is het vermogen van een organisme om belichte objecten waar te nemen, veelal driedimensionaal en in kleur. De mens ziet kleuren in het spectrum van rood tot violet. Waarnemen met dit zintuig heet zien. Het oog is het orgaan van het gezichtsvermogen.

Het woord 'gezichtsvermogen' wordt ook gebruikt als omvattende term voor een aantal parameters:

  • Het vermogen om objecten voldoende scherp te kunnen zien. Dit is de eigenlijke visus.
  • Het vermogen om objecten in de periferie van het netvlies ('vanuit de ooghoek') te kunnen zien.
  • Het vermogen om kleuren waar te kunnen nemen.
  • Het vermogen om diepte te kunnen zien.
  • Het vermogen om de ogen met de oogspieren in alle richtingen te kunnen bewegen.
  • Het vermogen om zonder refractiefout afbeeldingen op het netvlies te kunnen projecteren.
  • Het vermogen om goed te kunnen accommoderen.

Functie van het gezichtsvermogen

De functie van het gezichtsvermogen is het zich kunnen oriënteren in de belichte wereld doordat objecten licht terugkaatsen op verschillende helderheidsniveaus, in verschillende patronen en in verschillende kleuren. Informatie uit dit zintuig wordt gecombineerd met informatie van de proprioceptie, de tastzin en het evenwichtsorgaan om een compleet beeld van de plaats van het organisme in de omvattende objectenwereld te kunnen bepalen.

Werking van het gezichtszintuig

De lichtgevoelige receptoren van het gezichtsvermogen (de staafjes en de kegeltjes) bevinden zich achter het netvlies van het oog, of de ogen. Het oog of de ogen zitten op hun beurt bij veel organismen aan de voorzijde van het hoofd, maar soms ook elders, bijvoorbeeld op de poten. Bij meer dan één oog, is het mogelijk om driedimensionaal te kijken.

Licht valt het oog binnen door het hoornvlies en de voorste oogkamer, via de als diafragma werkende pupil van de iris en via de achterste oogkamer, geprojecteerd door de ooglens en passerend door het glasachtig lichaam op de lichtgevoelige receptoren achter het netvlies. Daar worden de lichtindrukken omgevormd tot actiepotentialen in de oogzenuwen.

De beide uit het netvlies komende oogzenuwen doorkruisen het chiasma opticum, van waaruit weer twee zenuwbundels tevoorschijn komen, de tractus optici. Bij de mens is de kruising van de oogzenuwen door het chiasma opticum nodig om de binnenste ('nasale') door lichtdeeltjes beschenen netvlieshelften van beide ogen qua afbeelding samen te brengen bij de buitenste ('temporale') door lichtdeeltjes beschenen netvlieshelften. Daardoor komen de neuronen van de beide linker netvlieshelften samen in de linker tractus opticus en de neuronen van de beide rechter netvlieshelften in de rechter tractus opticus.

In de hersenen worden de door de tractus optici doorgegeven lichtprikkels tenslotte als gepercipieerde beelden geconstrueerd binnen de visuele cortex.

Soorten waargenomen lichtprikkels

Er zijn twee soorten lichtprikkels: Licht met kleurtonen en licht met grijstonen. In beide gevallen worden er fotonen omgezet in actiepotentialen door gespecialiseerde receptoren.

Lichtprikkels met kleurtonen activeren de in kleuren gespecialiseerde lichtgevoelige receptoren, de kegeltjes, die zich vooral in het midden van het netvlies bevinden, op de gele vlek. Er zijn drie typen kegeltjes: Kegeltjes die gevoelig zijn voor grofweg blauw, groen en rood licht. In de hersenen worden deze primaire kleuren gemengd tot de gepercipieerde werkelijke kleur. De kegeltjes werken alleen bij voldoende licht-sterkte.

Lichtprikkels met grijstonen activeren de in grijstinten gespecialiseerde lichtgevoelige receptoren, de staafjes, die zich vooral naast het midden van het netvlies bevinden. De staafjes zijn in schemeromstandigheden nuttig voor het organisme om zich nog te kunnen oriënteren.

Meten van het gezichtsvermogen

Om de visus te bepalen kan gebruik worden gemaakt van de Snellenkaart. Deze kaart is ontwikkeld door de Nederlandse oogarts Herman Snellen. Met deze kaart kan bepaald worden of de visus afwijkt t.o.v. de gemiddelde gezichtsscherpte. Als bijvoorbeeld op een afstand van 6 meter de referentie-letters voor 6 meter gelezen kunnen worden, dan is de visus in ieder geval gelijk aan 1. Kan iemand nog kleinere letters lezen dan is de visus groter dan 1. 1,5 komt wel voor bij jonge gezonde mensen. Het is onjuist de visus in procenten aan te willen geven, zoals wel vaak gebeurt. Iemand met een visus van 0,5 is niet 'half blind': hij of zij heeft op een afstand waarop een ander een 1 mm grote letter nog kan lezen, een 2 mm grote letter nodig.

Voor kleurwaarneming bestaan andere testkaarten , ook voor dieptezien zijn testmethoden. Voor de oogbewegingen volstaat een eenvoudig klinisch onderzoek meestal. Voor de gezichtsveldbepaling zijn eenvoudige methoden die zonder apparatuur uit te voeren zijn en automatische apparaten die een meer gekwantificeerd resultaat geven.