Wikisage, de vrije encyclopedie van de tweede generatie, is digitaal erfgoed

Wikisage is op 1 na de grootste internet-encyclopedie in het Nederlands. Iedereen kan de hier verzamelde kennis gratis gebruiken, zonder storende advertenties. De Koninklijke Bibliotheek van Nederland heeft Wikisage in 2018 aangemerkt als digitaal erfgoed.

  • Wilt u meehelpen om Wikisage te laten groeien? Maak dan een account aan. U bent van harte welkom. Zie: Portaal:Gebruikers.
  • Bent u blij met Wikisage, of wilt u juist meer? Dan stellen we een bescheiden donatie om de kosten te bestrijden zeer op prijs. Zie: Portaal:Donaties.

Beelddenken

Uit Wikisage
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Beelddenken is een vorm van denken in beelden. Het wordt wel tegenover taaldenken geplaatst, een vorm van denken in taal.

Schematische weergave van
beredenerend denken versus begrijpend denken.
(vanuit het begrijpend denken beredeneerd.)

Algemeen

Het begrip „beelddenken” werd volgens Roet de Groot (2005) geïntroduceerd door de logopediste Maria Krabbe in 1951. Zij werkte met kinderen met leerproblemen, zoals woordblindheid, stotteren en schrijfproblemen. Ze bleken volgens haar te denken in gedachten vanuit beleefde beelden en zij noemde hen „beelddenkers”. Nel Ojemann[1] beschreef beelddenken in 1987 nader als een „vorm van denken die iedereen zolang men jong is gebruikt. Het is denken in beelden en handelingen, een beweeglijk omgaan met de werkelijkheid, die men rond het vijfde, zesde jaar loslaat ten gunste van het zogenaamde begripsdenken.”[2]

Als we visueel waarnemen, ontstaat er een beeld op het netvlies. Volgens Roet de Groot (2006) zijn deze beelden soms nieuw, en soms bekend daar we ze eerder hebben gezien. Veel beelden zijn immers opgeslagen in het geheugen, en door deze herinnering constateren in het denkproces overeenkomsten en verschillen. Wanneer iemand „zich een beeld vormt” is hij actief bezig met het verkennen, waarbij meestal meerdere zintuigen zijn betrokken. De kwaliteit van de beelden wordt hierbij mede bepaald door emotie of gevoel. Ieder mens is in dit opzicht min of meer een beelddenker.

Beelddenkers

In de cognitiewetenschap stelt een theorie over menselijke cognitie, dat beelddenkers een fundamenteel andere cognitieve stijl hebben dan 'normale' (talige) denkers. Beelddenkers denken, zoals het woord al zegt, in beelden en dit brengt een coherent complex van gevolgen met zich mee.

Beredenerend en begrijpend denken t.o.v. de tijd.
Gedachtengangen van beredeneringen en van begrippen
naar respectievelijk bewust gefocust zijn of
onbewuste herkenning (ook van nieuwe inzichten).

Als positieve eigenschappen van beelddenkers wordt aangemerkt:

  • Beelddenkers hebben een beter ruimtelijk inzicht en gevoel. Alleen kan het lineair verwoorden soms problematisch zijn, gezien de complexere beelden (is een samenhang van meerdere inzichten, indrukken en ervaringen) tot lineaire beredeneringen ingeperkt moet worden.
  • Houden van computers en zijn vaak technisch, muzikaal, tactisch, of artistiek begaafd (zie ook : meervoudige intelligentie).
  • De natuurlijke aanleg om gelezen zinnen 'in één keer in zich op te nemen' in plaats van zinnen woord voor woord te lezen/begrijpen (snellezen). Maar als hen wordt gevraagd voor te lezen dan lezen ze vaak iets anders dan wat er letterlijk staat. De beelden die door bepaalde zinnen opgeroepen worden, zijn al achterliggend aanwezig bij bepaalde woordcombinaties.
  • Het vermogen om moeiteloos de locaties en relatieve posities te onthouden van objecten die ze ergens geplaatst hebben. Hun 'fotografisch korte termijngeheugen' kan eerdere situaties en momenten bijna exact oproepen. Dit is vanwege het niet eerst hoeven nadenken middels het bewustzijn, maar door intuïtief ingegeven beelden of anderzijds door middel van het onderbewustzijn. Dit reageert, linkt en associeert bijna gelijk als de prikkel (waarneming, gedachtengang) die het oproept / teweeg brengt.
    • Het méér beelden per seconde kunnen waarnemen mét de bijbehorende momenten van bewustwording (bijvoorbeeld bij het scannen of installeren van bestanden op een computer, waarbij de betreffende bestanden zéér snel en kort zichtbaar zijn (meerdere per seconde), maar die wel bewust waargenomen worden. Dit geschiedt door middel van zéér korte (intuïtieve) momenten van bewustwording (zonder beredenering, naar begrip).
  • Het vermogen om intuïtief conclusies te trekken die met lineair denken moeilijk te bereiken zijn. De intuïtie wordt opgebouwd naar eerdere conclusiegerichte gedachtengangen. Dit dient niet te worden verward of beschouwt met/als circulaire gedachtengangen bij niet-beelddenkers. Dat zijn slechts gedachtengangen die door het eigen bewuste denken in circulatie worden gehouden. Bij het beelddenken worden voortdurend allerlei associaties vanuit het onderbewustzijn bewust gemaakt (ook waar nog niet eerder over nagedacht is, oftewel nieuwe inzichten.
  • Een doorgaans bovenmaatse creativiteit die zich in alle mogelijke gebieden kan uiten, niet alleen in de beeldende kunst, maar in alle activiteiten waar enig visionair vermogen tot uitdrukking kan komen (beschouwende wetenschap, techniek, zakenwereld, filosofie, fotografie,... zie ook : m.i.).
  • Ze zijn sociaal en empathisch (al kan dat soms 'anders' overkomen).
  • Komen vaak jonger over dan ze in werkelijkheid zijn. In het bijzonder hebben sommigen met het Aspergersyndroom dit. Dezen hebben een onbewuste alertheid, welke automatisch gedrag of mimiek van anderen opvalt, welke aanspreekt of algemeen als positief herkend wordt. Dat is over het algemeen een jonger voorkomen. Dit wordt zoals alles dat interessant is verwerkt binnen het beelddenken. Gedrag of bewegingen (die ooit eerder bewust zijn geweest/gedaan) worden ingegeven, bijna gelijk als wanneer de omstandig heden erom vragen. Vanwege de onbewuste alertheid valt ook meer onbewust gedrag en bewegingen op bij anderen, die vervolgens onbewust worden toegepast, maar dus wel bewust zijn geweest (een onbewuste uiting van het bewustzijn). In wezen zijn ze dan continu bezig met doen-of-ze-normaal-zijn, weliswaar is dit niet theatraal vanwege de intuïtieve manier van doen-en-laten. Dat kan in sommige gevallen dermate goed toegepast worden, dat het naar anderen toe uiterst natuurlijk (eigen) oogt en waar zij vervolgens dan weer een voorbeeld aan nemen. De beelddenker zal in deze gevallen automatisch die overname opvallen in een kortstondig moment van dat betreffende begrip.
  • Ze gebruiken veel gebaren bij het praten omdat ze alles duidelijk voor zich zien, en het eigenlijk ook zo zouden willen uitleggen.

Als minder positieve eigenschappen wordt verder gezien:

  • Zijn (te) gevoelig, want soms kan het gebeuren dat ze plaagtoestanden te letterlijk nemen.
  • Het schrijven van teksten in een zeer 'kronkelige' stijl. Doordat vaak grotere gedachtensprongen worden gemaakt vinden woorden moeilijk samenhang, zijn zinnen losstaand en zonder verband.
  • Ze komen vaak slordig, structuurloos en chaotisch over en vergeten dat ze dingen op moeten ruimen.
  • Ze komen vaak dromerig over, en zijn er niet met hun gedachten bij en afwezig. (dagdromer)
  • Ze trekken snel conclusies op verkeerd geïnterpreteerde gebeurtenissen of informatie.
  • ze kunnen vaak niet op de juiste woorden komen en zeggen in plaats daar van vaak woorden als dinges.
  • ze gaan slordig om met spellingsregels want dat vinden ze onbelangrijk (niet altijd het geval).
  • ze zijn taalzwak (maar kunnen tegelijkertijd wel een grote woordenschat hebben). Vooral Engels is een struikelblok (niet altijd het geval).

Als problematisch wordt hierbij aangemerkt:

  • Problemen bij het onthouden van (voor hun) abstracte letterketens, zoals namen. Omdat een naam te 'abstract' is kan er geen beeld van gevormd worden. Beelddenkers snappen ook niet waarom een "taaldenker" een naam van twaalf letters zonder meer kan onthouden, maar een getal van twaalf cijfers niet. Voor hen is het eerste (veel) moeilijker dan het tweede. Immers, een naam van twaalf letters onthouden betekent in feite een keuze uit 26^12=95.428.956.661.682.176 = 95.428 biljoen verschillende mogelijkheden onthouden, terwijl een getal van twaalf cijfers onthouden een keuze uit "slechts" 10^12=1.000.000.000.000 = 1 biljoen verschillende mogelijkheden is.
  • Problemen bij het uitleggen van door hun bedachte concepten. De uitleg is dan meestal een beperkte verwoording van hun denkbeelden. Meestal wordt vanuit 'grote lijnen' gedacht en worden verbanden gezien waar ze geen adequate bewoording voor kunnen vinden.
  • Ze hebben het eerste en tweede leerjaar soms voorstand op andere leerlingen, maar naarmate ze ouder worden krijgen ze problemen in taal en wiskunde. Dit kan verwarring teweegbrengen bij de leerkrachten.

Bij exclusief woorddenken zijn vergelijkbare voor- en nadelen aanwijsbaar.

Beelddenken: Onderwerpen

Non-lineair denken

Veel meer dan 'taaldenkers' kunnen beelddenkers op een intuïtieve manier tot een conclusie komen. Conclusies of associaties dienen zich uit het onderbewustzijn op. Ook kunnen complete situaties of overzichten (overview) in één beeld ervaren worden. Beelddenkers redeneren niet door middel van taal, maar door logische associaties op een non-lineaire manier te manipuleren om daarmee conclusies te kunnen trekken. Beelddenkers zien het antwoord op een probleem voor zich (zonder er bewust over te hebben nagedacht). Het nadrukkelijkst aanwezig zijn beelddenkers in de moderne beeldende kunst en aanverwante beroepsgroepen waar nauwelijks een ander medium geldt dan het visuele. Dyslexie komt in deze richtingen echter ook relatief vaak voor, maar er wordt minder hinder van ondervonden. Door het beelddenken ontwikkelen zich veel ruimtelijke inzichten, wat bij bijvoorbeeld een architect of timmerman van pas komt. Dezen kunnen vaak driedementionaal denken, waarbij ze in gedachten door een huis gaan, en gedetailleerde constructies en instalaties voor zich zien. Ook kan bij het lopen door straten een plattegrond voor zich gezien worden. Naast dat beelddenken een manier van ruimtelijk denken is, is het ook begrijpend denken (zie ook : Essay over begrijpend denken) te noemen, gezien alles eerst begrepen moet worden alvorens het in de eigen denkbeelden omgezet en onthouden kan worden, wat overigens middels het onderbewustzijn gaat.

Onvermogens

In de praktijk worstelen vermeende beelddenkers ook vaak met hun onvermogens. Doordat ze leven in een wereld waarin de meeste mensen primair 'taaldenkers' zijn, wordt ook van hen verwacht dat ze een zekere competentie in het denken in taal hebben. Daarbij geeft het onthouden van weinig-voorkomende woorden, zoals de namen van mensen, hen vaak problemen. Kinderen die beelddenkers zijn hebben dan ook extra hulp nodig om te leren lezen dan een taaldenker. Zij lijken ook trager te leren, omdat zij inwendig op hun manier veel meer tegelijk leren. Een voorbeeld is het zien van verbanden die anderen niet zien.

Verder hebben zij vaak ook meer tijd nodig dan anderen om hun ideeën 'op een rijtje te zetten', omdat ze veel meer aspecten tegelijk van iets zien en verwerken in hun eigen 'multi-dimensionaal denkmodel'. Voor anderen is het dan vaak niet helemaal duidelijk wat bedoeld wordt. Dus op gebied van communicatie wordt van hen een extra inspanning en inleving gevraagd. Het kan zover komen dat er een overbelasting (overload) is aan input, waarbij wordt verlangt naar een rustmoment. Dán kan alle informatie (in opgeslagen beelden) alsnog verwerkt worden.

Beelddenken en Synesthesie

Een beelddenker maakt ook vaak gebruik van een of andere vorm van synesthesie. Bijvoorbeeld kan een combinatie van gehoor en zicht naar waarnemingen speuren, om bepaalde denkbeelden te bevestigen. Mensen met deze 'hyper-sensorische ingesteldheid' nemen vaak meer waar dan mensen zonder deze 'afwijking'. Vaak zijn ook mensen met autisme, Aspergersyndroom, ADHD en ADD beelddenkend. De wisselwerking van duidelijk waarnemen en efficiënte verwerking ervan, is veelal de basis voor beelddenkers.

Dyslexie

Psychologen stellen voor vermeende beelddenkers vaak de diagnose dyslexie. Veel beelddenkers zouden inderdaad moeite hebben met leren lezen, maar niet alle zogenaamde beelddenkers lijden aan de symptomen die normaal geassocieerd worden met dyslexie. Omdat de beelddenker niet in woorden denkt, maar in de betreffende begrippen, worden woorden pas begrepen in de context van de volledige zin. Daarbij is er veelal een zwak begrip van de afzonderlijke woorden, doch veelal een groter begrip van de volledige zin. Ook maakt het vaak uit of woorden en zinnen opgelezen worden mét of zónder geluid, vanwege dat woorden eerder op een fonetische manier zijn onthouden / aangeleerd. Het horen van wat zelf opgelezen wordt, wordt dan wél terstond begrepen.

Aangaande intelligentietests houdt men nog te weinig rekening met de mogelijkheid dat iemand beelddenkend is, met name wanneer dit rond de grens van zwakbegaafd (iq=70) blijkt te zijn. Vanwege dat er veel middels lezen begrepen of ingezien moet worden, en daarbij de factor tijd doorslaggevend is, zal de beelddenker veelal benadeeld zijn oftewel zal z'n score te laag zijn (verschillen als 30 zijn mogelijk). Aspecten in een iq-test die bijvoorbeeld met ruimtelijke inzichten te maken hebben, kunnen (aan de andere kant) juist beter en sneller ingezien worden, wat niet weg neemt dat bij deze tests in deze een niet-correcte beoordeling plaatsvindt. Er zijn overigens reeds diverse iq-tests die speciaal afgestemd zijn op beelddenkers. Jammerlijk worden die nog te weinig gebruikt wanneer dat eigenlijk wel zou moeten. Dit heeft er mee te maken dat de meeste mensen niet beelddenker zijn, zo ook de meeste vervaardigers en gebruikers van iq-tests. De klaarte van de uitkomst van gebruikelijke tests kan in sommige gevallen dus minder het geval zijn dan het lijkt.

Beelddenken en dieren

Onder : het begrijpen en denken d.m.v. beredeneringen
(merendeel van de mensen).
Midden : het begrijpen middels begrijpend denken (naar onderbewustzijn en eerdere ervaringen van mensen, middels intuïtie).
Boven : het begrijpen middels het onderbewustzijn van dieren, d.m.v. instinct en intuïtie, naar eerdere ervaringen).

Van dieren wordt ook verondersteld dat ze beelddenkend zijn, gezien ze ook geen woordelijke taal gebruiken en slechts hun onderbewustzijn hebben om te handelen, reageren en anticiperen. (Zie ook : Essay over het denken van mens en dier). Het valt niet te ontkennen dat, met name apen, honden en dolfijnen veel aangeleerd kunnen krijgen door mensen, en dat het op/met een bepaald teken of bepaalde situatie weer tot uiting kunnen laten komen. Dit is dan evenals bij het beelddenken een onbewuste ingeving naar de herinnering van een eerdere ervaring. Wanneer er voor bepaalde (nieuwe) waarnemingen geen eerdere ervaringen beschikbaar zijn, reageert een dier instinctief. Mensen reageren dan intuïtief, wat eveneens voortkomt uit het onderbewustzijn, maar vaak door het bewustzijn wordt weerhouden plaats te vinden (z'n doorwerking hebben). Van wat een dier allemaal aangeleerd kan krijgen, kan men min-of-meer van een bewustzijn spreken, echter blijft dat bij dieren beperkt tot onbewuste ingevingen, vanuit het geheugen, teweeggebracht door de waarnemingen op dat moment. Dat kunnen ook waarnemingen zijn van iets dat er juist niet is, zoals bij hond en baas(je). Evenals bij mensen het geval is, hebben ook dieren gevoelens en zo ook gevoelswaarden die de betreffende onbewuste ingevingen een bepaalde waarde toekennen, zoals angst, blijdschap, eenzaamheid, genot, lust, agressie of meerdere sociale factoren. Dit betreft allemaal niet instincten, doch ook wat het dagelijks leven van mensen betreft, aangaande wat eerder ervaren is. Zo kan een hond blij zijn om mee te mogen in een auto, afgaande op bepaalde tekenen of woorden, en wil die mogelijk niet meer uit de auto, zo leuk vindt die het. Begrijpenderwijze hebben dieren dus een hoeveelheid ervaringen beschikbaar in het geheugen dat nieuwe ervaringen doet herkennen, waar dan intuïtief op gereageerd wordt.

Controverse

Er zijn pedagogen die het beelddenken niet erkennen. Ze stellen dat het denken van de mens altijd gepaard zou gaan met taal. Taal zou een belangrijk gereedschap zijn om ingewikkelde zaken te overdenken. Deze pedagogen menen dat dit in de vorm van beelden niet mogelijk zou zijn.

Zuiver beelddenken zou weinig voorkomen. Onderzoek van ontwikkelingspsycholoog Linda Kreger Silverman suggereert dat minder dan 30% van de bevolking sterk visueel / ruimtelijk denken gebruikt, nog eens 45% maakt gebruik van zowel visueel / ruimtelijk denken als het denken in de vorm van woorden, en 25% denkt alleen in woorden.[3]

Literatuur over beelddenken

In Nederland is betrekkelijk weinig literatuur uitgekomen over dit fenomeen.[4]

  • Ghislaine Bromberger (2004), "De Kracht van Beelddenken", Soest: Uitgeverij Nelissen, ISBN 90-244-1664-7.
  • Ronald D. Davis, The Gift of Dyslexia.[5]
  • Temple Grandin, Thinking in Pictures.[6]
  • Roel de Groot en Cees Paagman (2003), Denkbeelden over Beelddenken, Utrecht: Uitgeverij Agiel, ISBN 90-807726-3-1.
  • Maarten In 't Veld en Roel de Groot (2005), Beelddenken en Begripsdenken: een Paradox?: verslag van het congres Beelddenken (Nijmegen, 2004), Utrecht: Uitgeverij Agiel, ISBN 90-77834-04-4.

Zie ook

Externe links

Bronnen, noten en/of referenties

Bronnen, noten en/of referenties: