Wikisage, de vrije encyclopedie van de tweede generatie, is digitaal erfgoed

Wikisage is op 1 na de grootste internet-encyclopedie in het Nederlands. Iedereen kan de hier verzamelde kennis gratis gebruiken, zonder storende advertenties. De Koninklijke Bibliotheek van Nederland heeft Wikisage in 2018 aangemerkt als digitaal erfgoed.

  • Wilt u meehelpen om Wikisage te laten groeien? Maak dan een account aan. U bent van harte welkom. Zie: Portaal:Gebruikers.
  • Bent u blij met Wikisage, of wilt u juist meer? Dan stellen we een bescheiden donatie om de kosten te bestrijden zeer op prijs. Zie: Portaal:Donaties.
rel=nofollow

Kabeltelevisie

Uit Wikisage
Versie door Zwmacoaan (overleg | bijdragen) op 9 dec 2018 om 06:12
(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Met Kabeltelevisie word televisie via een bekabeld netwerk bedoeld. Met een bekabeld netwerk is niet alleen kabeltelevisie mogelijk maar ook radio en internet.

Geschiedenis

Nederland

Voor de Tweede Wereldoorlog bood de PTT de Radiodistributie aan, later Draadomroep geheten. Dit systeem bood vier radiostations via telefoonkabels. In de jaren zestig van de 20e eeuw werd dit systeem uitgefaseerd.

Snel na de eerste officiële Nederlandse televisie-uitzending in 1951 ontstond op de daken van de huizen een heel woud van televisieantennes. Dit was niet alleen een lelijk gezicht, maar het was ook gevaarlijk: bij een storm konden slecht gemonteerde of slecht onderhouden antennes omwaaien en schade veroorzaken. In dichtbebouwde gebieden was een goede ontvangst van ethertelevisie bovendien zeer moeizaam. Om aan deze situatie een eind aan te maken werden de eerste centrale antenne-inrichtingen (cai) aangelegd. Deelnemende huishoudens werden door een coaxkabel verbonden met een gemeenschappelijke antennemast die per huizenblok, wijk of gemeente op centraal gelegen punten werden opgesteld. Aanvankelijk was de aanleg van deze centrale-antennesystemen in strijd met de Telegraaf- en Telefoonwet: de PTT had het wettelijk monopolie op de distributie van omroepsignalen. In de praktijk werd de aanleg van particuliere cai gedoogd.

Doordat de centrale antennemast hoger geplaatst werd dan menige particuliere antenne, konden zelfs afgelegen zenders ontvangen worden. Zo waren de Duitse televisiezenders in West-Nederland beschikbaar.

In Nederland is er ook een plan geweest om een landelijk netwerk aan te leggen, het zogenaamde CAS-net. Hiervoor is speciaal de CASEMA (Centrale Antenne Systemen Exploitatie Maatschappij) opgericht. Dit plan werd in de Tweede Kamer weggestemd.

In plaats daarvan kon vanaf 1970 een machtiging worden aangevraagd voor de aanleg en exploitatie van een gemeenschappelijke antenne-inrichting (een kabelnetwerk bestemd voor een kleine groep woningen, gai) of voor de aanleg en exploitatie van een centrale antenne-inrichting (een kabelnetwerk bestemd voor wijken, plaatsen of hele gemeenten, cai). Een dergelijke machtiging kon verkregen worden als aan technische en administratieve voorwaarden werd voldaan. Een gai mocht in principe niet groter zijn dan 100 aansluitingen en na het kruisen van een weg mocht het signaal niet meer worden versterkt. Een cai was beperkt tot de gemeentegrens. Gedurende de jaren 70 en 80 werden in vrijwel alle gemeenten een of meer kabelnetten aangelegd; maar per aansluitgebied werd slechts één machtiging aan een woningcorporaties of bedrijf verleend. Geleidelijk aan kwamen de kabelnetten in exploitatie bij gemeentelijke diensten. Vaak doordat woningcorporaties hun gais overdroegen aan gemeenten. Later werden de regels verruimd en mochten de kabelnetten van gemeenten worden gekoppeld en konden ze samen van één ontvangstation gebruikmaken.[1]

In de jaren 70 en 80 kwamen de eerste signalen op de kabel die niet via de ether werden uitgezonden of te ontvangen waren: lokale omroepen, BRT 1 en 2, BBC 1 en 2 en commerciële (satelliet)omroepen (Sky Channel was de eerste) werden doorgegeven. Vanaf 1985 zond de eerste betaal-tv-zender (FilmNet) via de kabel uit. In 1992 werden gemiddeld 19 (analoge) televisiezenders via de kabel doorgegeven.[2]

Na de Europese liberalisering van de telecommunicatiesector halverwege de jaren 90 verdween het systeem van machtigingen. In hoog tempo werden kabelnetwerken onderling verbonden via glasvezel. De meeste gemeentelijke netwerken werden overgenomen door private kabelbedrijven, die de verouderde netwerken moderniseerden en verglaasden tot HFC-netwerken. Hierdoor kon de kabel zich ontwikkelen van broadcast-infrastructuur tot een volwaardige infrastructuur waarop ook tweeweg communicatie mogelijk werd (internettoegang en telefonie via de kabel). Het gemiddeld aantal analoge zenders dat eind jaren 90 werd doorgegeven groeide naar 30.

Eind jaren 90 introduceerden de meeste kabelbedrijven digitale kabeltelevisie. De kabelbedrijven geven sindsdien naast analoge signalen digitale radio- en televisiesignalen door.

In 2004 volgde de introductie van hdtv-uitzendingen, in 2007 de introductie van video on demand en in 2010 volgden de eerste uitzendingen van stereoscopische televisie.

België

In België begon de ontwikkeling van kabeltelevisie al in 1960, met het eerste netwerk in St. Servaas bij Namen, aangelegd door Coditel. De oorspronkelijke bedoeling van deze vroege kabelnetwerken was televisie aanbieden aan kijkers in gebieden met slechte ontvangst - zoals de rivierdalen in het zuiden van het land. Daarom volgden al snel netwerken in Luik, Verviers en Wezet. Vanaf 1964 kregen ook delen van Brussel kabeltelevisie. In grote Belgische steden bestond overigens vaak al radiodistributie: een kabelnetwerk waarmee men via vaste bakjes in huis een viertal radiozenders verdeelde. In steden was bovendien ook het esthetische aspect belangrijk: het woud van antennes verdween dankzij de kabeltelevisie. In de jaren 70 haalde het aantal aansluitingen al de kaap van 1 miljoen, vandaag zijn het er ongeveer 4 miljoen.

Vanaf 1969 werden de populaire (Franstalige) programma's van Télé Luxembourg (nu RTL TVI) via een straalverbinding verdeeld in Brussel en de grote Waalse steden. In de loop van de daaropvolgende jaren zijn er gelijkaardige verbindingen uitgebouwd voor de verdeling van de Franse (TF1 en Antenne 2), Duitse (ARD en ZDF), Nederlandse (Nederland 1 en Nederland 2) en vanaf het begin van de jaren 80 ook de Britse (BBC1 en BBC2) over het hele Belgische grondgebied. Vanaf de jaren 80 kwamen daar ook via satelliet uitgezonden kanalen bij (onder meer de RAI, Sky Channel en MusicBox).

Na het Koninklijk Besluit op de distributienetwerken voor radio en televisie in 1966 konden de gemeenten kiezen uit vier vormen van kabeltelevisie-exploitatie op hun grondgebied: een concessie voor een privébedrijf, een gemeentelijke regie, een zuivere intercommunale of een gemengde intercommunale. Dit KB heeft gevolgen tot op vandaag:

  • Vlaams gewest: de Vlaamse zuivere intercommunales waren gegroepeerd in Interkabel, de netwerken van de Vlaamse gemengde intercommunales zijn later overgegaan naar Telenet. Ondertussen heeft Telenet Interkabel overgenomen. VOO is actief in de gemeente Voeren.
  • Waals gewest: in Wallonië zijn alle kabelbedrijven sinds 2007 allemaal gegroepeerd onder VOO met uitzondering van enkele gemeenten in Henegouwen die onder Telenet vallen samen met de gemeente Komen.
  • Brussels gewest: het voormalige Coditel later overgenomen door Numericable, was een zuiver privébedrijf, deze werden later terug overgenomen door het Franse bedrijf SFR, Wolu-TV was enkel actief in Sint-Lambrechts-Woluwe en werd later ook overgenomen door Franse bedrijf SFR. UPC Belgium N.V. was ook actief in enkele gemeenten voordat het in 2006 werd overgenomen door Telenet, Telenet is sins mei 2006 actief in enkele Brusselse gemeenten die dat in 2017 de Belgische tak van Franse Bedrijf SFR overneemt. Tot slot is VOO ook actief in enkele Brusselse gemeenten.

Lijst met aanbieders van kabeltelevisie

. Ziggo

. KPN

Bronnen, noten en/of referenties

Bronnen, noten en/of referenties
rel=nofollow
rel=nofollow
rel=nofollow