Wikisage, de vrije encyclopedie van de tweede generatie, is digitaal erfgoed

Wikisage is op 1 na de grootste internet-encyclopedie in het Nederlands. Iedereen kan de hier verzamelde kennis gratis gebruiken, zonder storende advertenties. De Koninklijke Bibliotheek van Nederland heeft Wikisage in 2018 aangemerkt als digitaal erfgoed.

  • Wilt u meehelpen om Wikisage te laten groeien? Maak dan een account aan. U bent van harte welkom. Zie: Portaal:Gebruikers.
  • Bent u blij met Wikisage, of wilt u juist meer? Dan stellen we een bescheiden donatie om de kosten te bestrijden zeer op prijs. Zie: Portaal:Donaties.

Vakbond

Uit Wikisage
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Een vakbond (ook wel: vakvereniging, werknemersvereniging, vakorganisatie of syndicaat) is een organisatie die de individuele en collectieve belangen behartigt van aangesloten werknemers en andere leden.

Geschiedenis van de vakbeweging

Hoofdartikel.png zie ook het artikel vakbonden in Vlaanderen

De eerste vakbonden ontstonden ten tijde van de industriële revolutie.

In België ontstond de allereerste vakbond in 1842: de ALCIT was een vereniging van typografen in Brussel. De ambachtslui in drukkerijen hadden een lange traditie van onderlinge bijstand. Tot het einde van de 18de eeuw werden die verenigingen "kapellen" genoemd. Begin van de 19de eeuw geeft de industrialisatie een enorme impuls aan het kapitalisme. De arbeiders werken voor minimumlonen en leven in ellendige omstandigheden. Uitbetaling van loon gaat in België tot 1887 meestal volgens het trucksysteem; de werkgevers betalen een gedeelte in natura. In Nederland is tot in de 20ste eeuw in de venerijen en de schoenindustrie gedwongen winkelnering schering en inslag. Stilaan vormen zich meer vakbonden, dikwijls in de vorm van bijstandskassen (mutualiteiten). Deze arbeidersorganisaties bestonden dikwijls op de rand van de legaliteit, maar in 1866 werd het toenmalige coalitieverbod (art. 415/416) vervangen. Vakbondsorganisatie werd vanaf dan mogelijk, hoewel stakingen nog steeds bestraft werden. Werkgevers maakten bijvoorbeeld zwarte lijsten met namen van voortrekkers van de vakbond. Wie op deze lijst stond, kon elders moeilijk nog werk vinden.

De eerste vakvereniging in Nederland was de Bredase vereniging van drukkersknechten Door Eendragt t' Zaam Verbonden (D.E.t'z.V.), opgericht in 1837[1].

De eerste vakbonden lagen aan de basis van het socialisme. Karl Marx en Friedrich Engels organiseerden vanuit Brussel een netwerk van arbeidersorganisaties die leidde tot de stichting van de Eerste Internationale.

Activiteiten

De vakbond onderhandelt namens de leden met de werkgever of daarvoor aangewezen partij, zoals de werkgeversvereniging, over collectieve arbeidsvoorwaarden. Dit kunnen bijvoorbeeld zijn: loon, vergoedingen, werktijden en rusttijden. Daarnaast kan de vakbond met de (vertegenwoordiger van) werkgevers onderhandelen over de werkomstandigheden en meer in het algemeen de rechten en plichten van de werknemers. Ook treedt de vakbond op om de belangen van leden te behartigen bij bijvoorbeeld ontslag en reorganisatie, en kunnen vakbonden (arbeids)juridische bijstand en advies geven aan hun leden. Ook komt de vakbond meer in het algemeen op voor de verdediging van de geldende maatschappelijke waarden en normen ten aanzien van mens en arbeid.

Kritiek

Sommige economen zijn fel gekant tegen de verplichte organisatie van werknemers binnen een vakbeweging of tegen vakbonden in hun algemeenheid. Dit omdat de vakbonden een minimum prijs voor arbeid kunnen afdwingen voor hun leden. Hierdoor zullen producenten minder werknemers aannemen, en wordt de productiviteit aangetast. Die werknemers die buitenboord vallen moeten hun heil zoeken in een andere sector (waar ze minder zullen verdienen) of worden werkloos.

Wat de verplichte organisatie van werknemers binnen een vakbeweging betreft, is er in België de wet van 24 mei 1921 op de verenigingsvrijheid, die expliciet de negatieve verenigingsvrijheid beschermt, dus de vrijheid om niet lid te worden van een vakbond.

CAO-expert en publicist Harry Vogels uitte in zijn boek CAO Compact kritiek op de gebrekkige verantwoording van het geld dat op grond van CAO-afspraken door werkgevers en werknemers in CAO-fondsen moet worden gestort. Deze fondsen dienen voor scholingsprojecten en dergelijke en worden door werkgeversorganisaties en vakbonden beheerd. Volgens Vogels wordt dit geld gebruikt om de vakbondsorganisatie te financieren.[2] Volgens een persbericht van 9 april 2004 van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid vloeit 10% van de CAO-fondsen naar de vakbonden en werkgeversorganisatie voor de uitvoering van bepaalde activiteiten. Van 3% van het geld dat de sociale partners in dit kader ontvangen was onduidelijk waar het aan besteed is.

Anderen zijn van mening dat vakbonden werkgevers chanteren door te staken of te dreigen met staking. Door te staken wordt immers het bedrijf schade toegebracht. Bij sommige stakingen wordt zelfs het openbare leven verstoord, denk aan stakingen waarbij het openbaar vervoer wordt platgelegd, snelwegen geblokkeerd worden of industriezones met wegblokkeringen afgezet worden. Vooral bij publieksonvriendelijke acties door diensten als de brandweer kan de verontwaardiging bij het publiek groot zijn, vooral als hierdoor ongelukken worden veroorzaakt.

Werknemers die niet willen staken worden soms door de stakers gedwongen het werk toch neer te leggen.

Ook een veelgehoorde kritiek op vakbonden is dat zij soms proberen op de stoel van de ondernemer te gaan zitten, door zich verregaand te bemoeien met de bedrijfsvoering.

Vakbeweging wereldwijd

In vele landen waren vakbonden lange tijd illegaal en werd het opzetten van een vakbond streng bestraft.

Met name in Zuid-Amerika kan het vakbondslidmaatschap van oudsher levensgevaarlijk zijn. Er worden daar volgens cijfers uit 2003 jaarlijks nog steeds meer dan 100 vakbondsleden vanwege hun lidmaatschap vermoord. Desondanks kwamen vakbonden ook daar tot stand en kregen politieke macht, wat leidde tot arbeidswetgeving die niet alleen het recht op het vormen van vakbonden erkende, maar ook de relatie tussen werkgevers en vakbonden vastlegde.

Huidige positie

De syndicalisatiegraad in België bedraagt 54% (in de leeftijd 15-64 jaar), wat een van de hoogste percentages ter wereld is. Alleen Scandinavische landen scoren systematisch hoger.

In 2001 was 25% van de Nederlandse werknemers (in de leeftijd 15-64 jaar) aangesloten bij een vakbond ("georganiseerd"). In 2010 waren circa 1.870.000 personen lid van een Nederlandse vakvereniging.

Rechtsvorm

Vakbonden hebben over het algemeen de rechtsvorm van een vereniging. In België zijn vakbonden echter bij bijzondere bepaling géén rechtspersoon.

Vakbonden in diverse landen

Vakbonden in België

Vakbonden in Nederland

Vakbonden in Nederland
  • AC - Ambtenarencentrum overkoepelend orgaan van aantal Rijksbonden
    • ANPV, Vakbond voor politiepersoneel
    • ABGP - Vakbond voor werknemers in alle sectoren.
    • VBM/NOV - Vakbond voor defensiepersoneel.[3]
  • ASB - (Anarcho Syndicalistische Bond). anarchistische vakbond
  • AVV - Alternatief voor Vakbond
  • BBTV - Beroeps Bepaalde Tijd Vakbond, een defensiebrede vakbond gericht op defensiemedewerkers met een contract voor bepaalde tijd.
  • BTP - Bond van Telecompersoneel
  • BVPP - Bond voor Post Personeel, vakbond voor medewerkers in de postbranche
  • Christennetwerk l gmv (11.000 leden)
  • CNV - Christelijk Nationaal Vakverbond, met als aangesloten bonden (335.000 leden):
  • FNV - Federatie Nederlandse Vakbeweging, met als aangesloten bonden (1.400.000 leden):
    • ABVAKABO FNV (zorg, welzijn en de publieke sector) (353.000 leden).
    • AFMP/FNV (Algemene Federatie van Militair Personeel) (25.000 leden)
    • ANBO (Algemene Nederlandse Bond voor Ouderen) (178.000 leden)
    • AOb (Algemene Onderwijsbond) (81.000 leden).
    • FNV Bondgenoten (landbouw, industrie, zakelijke dienstverlening, handel en personenvervoer) (476.000)
    • FNV Bouw (Bouw & Infra, Afbouw & Onderhoud, Meubel & Hout, Woondiensten, Waterbouw) (124.000 leden)
    • FNV Horecabond (24.000 leden)
    • FNV KIEM (grafische/prepublishing, uitgeverijen, audiovisuele, verpakkingen en/of kunstensector) (36.000 leden; ook freelancers en zzp'ers)
    • FNV Mooi (Kappers, Schoonheidsspecialisten, Visagisten, Pedicures, Nagelstylisten en Wellness) (ook zzp'ers)
    • Marver/FNV, gericht op medewerkers van de Koninklijke Marechaussee (25.000 leden)
    • Nautilus NL (werknemers in de maritieme sector) (6.000 leden)
    • FNV Sport (1.100 leden)
    • NL Sportea (De bond voor alle andere topsporters dan de profvoetballers)
    • NPB (Nederlandse PolitieBond) (24.000 leden)
    • NVJ (Nederlandse Vereniging van Journalisten) (8.000 leden)
    • FNV Vrouwenbond (4.000 leden)
    • VVCS (Vereniging van Contractspelers)
    • FNV ZBo (voor zzp'ers in de bouw en hout) (10.000 leden)
    • FNV Zelfstandigen (13.000 leden)
  • LBV - Landelijk Belangen Vereniging
  • LSVb - Landelijke Studenten Vakbond
  • MHP - Vakcentrale voor middengroepen en hoger personeel, met als aangesloten bonden (160.000 leden):
  • NCF - Nederlandse Categoriale vakvereniging Financiën voor medewerkers bij het Ministerie van Financiën, Belastingdienst en Douane
  • NU'91 - Vakbond voor de verpleging en verzorging
  • NVB - Nederlandse Vervoers Bond
  • ODB - Onafhankelijke Defensie Bond, vakbond voor (voormalig) militair en burger defensiepersoneel, alsmede hun nabestaanden
  • RMU - Reformatorisch Maatschappelijke Unie
  • Vakbond ABW - (Algemene Bond van Werknemers) (6.000 leden)
  • VAWO - (Vakbond voor de wetenschap), vakorganisatie voor personeel van universiteiten, onderzoeksinstellingen en universitair medische centra (zie Organisatie van wetenschappers)
  • VLD - Vakbeweging in Vervoer, Logistiek en Dienstverlening
  • VVMC - (Vakbond voor Rijdend Personeel) (4.000 leden)
  • W.I.M. - Werknemersvereniging IKEA Medewerkers

Vakbonden in Spanje

Europese vakbonden

Europese vakbonden

Internationale vakbonden

Historische internationale vakbonden

Zie ook

Externe links

1px.pngWikimedia Commons  Zie ook de categorie met mediabestanden in verband met Trade unionism op Wikimedia Commons.

Bronnen, noten en/of referenties

Bronnen, noten en/of referenties