Wikisage, de vrije encyclopedie van de tweede generatie, is digitaal erfgoed

Wikisage is op 1 na de grootste internet-encyclopedie in het Nederlands. Iedereen kan de hier verzamelde kennis gratis gebruiken, zonder storende advertenties. De Koninklijke Bibliotheek van Nederland heeft Wikisage in 2018 aangemerkt als digitaal erfgoed.

  • Wilt u meehelpen om Wikisage te laten groeien? Maak dan een account aan. U bent van harte welkom. Zie: Portaal:Gebruikers.
  • Bent u blij met Wikisage, of wilt u juist meer? Dan stellen we een bescheiden donatie om de kosten te bestrijden zeer op prijs. Zie: Portaal:Donaties.

Typografie

Uit Wikisage
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Typografie (van het Griekse τύπος (tupos): ’slag, vorm, afdruk’; en γράφειν (grafein): ’schrijven’), omvat het zetten, drukken en vormgeven van teksten, zowel voor functionele als esthetische doeleinden.

Om deze doeleinden te verwezenlijken speelt de opmaak van tekstblokken, de bladspiegel en de keuze van lettertypen, vette en cursieve varianten, witruimte en interpunctie een belangrijke rol.

Oorspronkelijk was het belangrijkste medium voor de typografie het boek. Anders dan voor boeken is typografie tegenwoordig niet weg te denken van formulieren, webpagina’s, interactieve cd-roms, reclameteksten of waarschuwingsborden. Typografie dient rekening te houden met het medium en doel van de geschreven teksten. Deze stellen verschillende eisen voor leesbaarheid en opvallendheid.

Toepassing van typografie

Typografie houdt zich bezig met tekstuele vormgeving, en wordt in de meeste gevallen toegepast om het doel en de inhoud van een tekst te ondersteunen. Een tekst moet bijvoorbeeld prettig leesbaar zijn. Daarom worden teksten in boeken en kranten vaak in een geschreefd lettertype gezet, maar op het beeldscherm juist vaak met een schreefloos lettertype zoals Verdana of Tahoma opgemaakt.

Voor een reclame- of waarschuwingsbord is het van belang dat woorden opvallen door ze met felle kleuren te accentueren. In een lange tekst wordt het juist als storend ervaren wanneer er vetgedrukte woorden uitspringen en wordt bij voorkeur cursivering gebruikt om de lezer te attenderen.

Ook met andere zaken die de leesbaarheid van een tekst beïnvloeden houdt typografie zich bezig. Bijvoorbeeld het gebruik (doelgroep) en de indeling van een pagina. De typograaf let op:

  • de zetbreedte (regellengte): de breedte van een tekstblok of kolom. De typograaf let daarbij op het maximum aantal tekens of woorden per regel. Bij een tekst met te lange regels moet het oog van de lezer namelijk een te grote afstandssprong maken van het eind van de regel naar het begin van de volgende. In het algemeen worden maxima gehanteerd van gemiddeld ca. 85 tekens (inclucief spaties en leestekens) of van gemiddeld twaalf woorden.
  • de diverse lettergroottes (corpsen) en -soorten. Door een combinatie daarvan (naast onder andere kleurgebruik) kan de typograaf de diverse tekstelementen visueel onderscheidend maken en daarmee de inhoudelijke hiërarchie goed visualiseren en ordenen. Letterfamilies bestaan uit diverse lettersoorten, meestal minimaal romein (normaal), vet, cursief en vet-cursief. Er zijn ook uitgebreide letterfamilies, die als extra bijvoorbeeld de lettersoort vet-cursief, halfvet, extra vet, versmald en verbreed hebben.
  • de interlinie: het wit tussen twee regels.
  • de regelafstand: de grootte van de letter (het corps) opgeteld bij de grootte van de interlinie. (Voorbeeld: corps 10 punt + 4 punt interlinie geeft een regelafstand van 14 punt.)
  • de woordspaties: het wit (de ruimte) tussen twee woorden.
  • het gebruik van kapitalen (hoofdletters) en onderkast (kleine letters als deze)
  • de letterspatiëring: het wit tussen de letters onderling
  • de leestekens
  • de gebruikte letterfamilie(s) (lettertypen).
  • het vaste (verticale) tussenwit (bij meerdere kolommen)
  • het bijeenblijven van inhoudelijke ’eenheden’

Om een bekend voorbeeld te geven: het is niet mooi wanneer een enkele regel van een alinea apart staat. Wanneer de eerste regel van een alinea apart staat, heet dit een ’weduwe’ (uit Engelstalige software bekend als widow). De laatste regel van een alinea die helemaal alleen in een kolom, of erger nog, bovenaan een nieuwe pagina staat, heet een ’wees’ (Engels: orphan). In Nederland staat dit bekend als een ’hoerenjong’.

Voor woordenboeken of kranten, waar ruimte schaars is, worden er opzettelijk smalle lettertypen uitgezocht, waardoor het papier efficiënter benut kan worden. De marges worden dan uiteraard ook klein gehouden. Een voorbeeld is het Lexicon (Bram de Does, 1992), dat wordt gebruikt in de krant NRC Handelsblad en het woordenboek de Dikke Van Dale.

Sommige aspecten en gewoontes van de typografie zijn universeel: te lange regels, te weinig interlinie en te kleine woordspaties lezen niet prettig. Andere gewoontes zoals het gebruik van aanhalingstekens en gedachtestreepjes verschillen van taal tot taal, van land tot land, kunnen na een tijdsperiode variëren en zelfs van publicatie tot publicatie verschillen.

Geschiedenis

Sinds de uitvinding van het schrift heeft men zich bezig gehouden met een vorm van typografie. In het westen is dit het duidelijkst geworden nadat Johann Gutenberg de boekdrukkunst introduceerde. Zijn eerste boeken proberen een evenwichtige bladspiegel te maken door het zorgvuldig uitkiezen van ligaturen en afkortingen, zoals die destijds ook in handschriften gebruikt werden.

De methode die Gutenberg gebruikte, waarbij losse houten letterstaafjes door de drukker (in hoog- of boekdruk) in een matrijs werden geplaatst, werd ruim vijf eeuwen lang toegepast. Er werden vele conventies ontwikkeld die ook in modernere technieken nog terug te vinden zijn.

De drukkunst heeft vele innovaties gekend, zoals de vlakdruk (offset), de rotatiepers, de zetmachines van Monotype en later Linotype, en heden ten dage de PC. Deze laatste maakt het voor eenieder mogelijk zelf teksten op te maken en de rol van typograaf te vervullen. Veel mensen gebruiken het tekstverwerkingsprogramma Word, WordPerfect of Writer waar ze zelf talloze mogelijkheden hebben om teksten van verschillende lettertypen, kleuren en vormen te voorzien. Andere typografische systemen zijn TeX en LaTeX, voornamelijk voor het opmaken van wetenschappelijke teksten gebruikt, en professionele opmaakprogramma’s zoals QuarkXPress, Adobe InDesign en Framemaker.

Typografische eenheden

Zie Typografische eenheid voor een uitgebreider overzicht.

Binnen de typografie zijn verschillende maatsystemen in gebruik. Deze worden alle drie uitgedrukt in ’punten’, en zijn alle drie geënt op het twaalfdelig stelsel. Een lettertype kan bijvoorbeeld een corpsgrootte van 12 punt hebben.

Het klassieke Europese systeem werd verbeterd door de Fransman François-Ambroise Didot en dit stelsel omvat onder meer de cicero en augustijn. De punt in dit stelsels is 0,376 mm. 1 Didot of Augustijn bestaat uit 12 punten.

Het stelsel dat in de Angelsaksische wereld wordt gebruikt, heet Pica. 1 Picapunt is 0,35146 millimeter (dus iets kleiner dan de Didot of Augustijn). Dit betekent dat er 72,27 punten in een inch gaan. 1 Pica bestaat uit 12 punten.

Met de komst van de computer en de invoering van PostScript is er nog een derde punt geïntroduceerd, gebaseerd op de Angelsaksische punt, maar nu afgerond zodat er precies 72 punten in een inch gaan, deze punt is dus de grootste van de drie typografische maatsystemen. Door de toenemende informatisering is dit punt ook in Europa vrijwel de standaard geworden.

Voorts wordt er ook met het metrieke stelsel en met inches gewerkt.

Nederlandse typografen

Gerelateerde artikelen

Weblink

Bronnen, noten en/of referenties

Bronnen, noten en/of referenties:

  • Boek. Over het maken van boeken, H. van Krimpen. Van Loghum Slaterus / Gaade, 1966 / 1986
  • Tekstwijzer, K. F. Treebus. SDU Uitgeverij, 1990. ISBN 90-12-06634-4
  • The Elements of Typographic Style v. 3.0, Robert Bringhurst, Hartley & Marks ISBN 0-88179-206-3