Wikisage, de vrije encyclopedie van de tweede generatie, is digitaal erfgoed

Wikisage is op 1 na de grootste internet-encyclopedie in het Nederlands. Iedereen kan de hier verzamelde kennis gratis gebruiken, zonder storende advertenties. De Koninklijke Bibliotheek van Nederland heeft Wikisage in 2018 aangemerkt als digitaal erfgoed.

  • Wilt u meehelpen om Wikisage te laten groeien? Maak dan een account aan. U bent van harte welkom. Zie: Portaal:Gebruikers.
  • Bent u blij met Wikisage, of wilt u juist meer? Dan stellen we een bescheiden donatie om de kosten te bestrijden zeer op prijs. Zie: Portaal:Donaties.

Tonaliteit

Uit Wikisage
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Tonaliteit is een relatieve term uit de muziektheorie met betrekking tot de melodie en harmonie. Het is de muzikale perceptie (ervaring), die wordt bewerkstelligd door de onderlinge verhoudingen van de tonen ten opzichte van elkaar en de grondtoon (tonica) van de gebruikte toonsoort. De tonica wordt ervaren als het tooncentrum: de spil van melodie en harmonie en daarmee het terugkerende fundament van oplossing en spanningloosheid.

Tonaliteit staat tegenover atonaliteit (zie verder).

In harmonisch opzicht wordt de tonaliteit bepaald door de verhouding van de verschillende akkoorden ten opzichte van elkaar en de tonicadrieklank. Tonaliteit komt dus, naast het melodieverloop, tot uiting bij het gebruik van een bepaalde opeenvolging van akkoorden (akkoordenprogressie), waaronder de (afsluitende) cadens.

Tonaliteit en toongeslacht

De 'staalkaart' van de tonaliteit is in beginsel het toongeslacht, dat aangeeft welke soort intervallen gebruikt worden. Het diatonische toongeslacht gebruikt enkel hele en halve diatonische tonen, het chromatische toongeslacht gebruikt chromatische halve tonen en de overmatige secunde, het enharmonische toongeslacht gebruikt kwarttonen, ....
Binnen een toongeslacht worden allerlei toonsoorten mogelijk. Bijvoorbeeld: in het diatonische toongeslacht zijn er verschillende specifieke opeenvolgingen mogelijk van de hele en halve tonen. We starten de toonsoort vanuit een grondtoon en daarop kunnen verschillende verhoudingen van de tonen ten opzichte van elkaar en de grondtoon worden opgebouwd. Bijvoorbeeld: als de toonsoort majeur is, krijgen we twee gelijke tetrachorden, waarvan elk tetrachord bestaat een twee hele en een halve toon. Zie hieronder verschillende toonsoorten zonder voortekening, die elk beginnen met een andere grondtoon en waar je de verhoudingen tussen de verschillende tonen onderling en t.o.v. de grondtoon zelf kan uittellen. Al deze onderstaande toonsoorten stammen af van het diatonische toongeslacht. Elke toonsoort kan men op verschillende grondtonen bouwen, en zo bekomt men de verschillende toonaarden.

Enkele concrete voorbeelden van toonsoorten zonder voortekening zijn:

  • Majeur: c d e-f g a b-c (wordt binnen modale systeem ionisch genoemd)
  • Harmonisch mineur: a b-c d e-f g#-a (maar kan ook met melodisch stijgende of dalende wendingen zijn)
  • Eolisch: a b-c d e-f g a (authentiek of antiek mineur, modaal)
  • Dorisch: d e-f g a b-c d (modaal)
  • Mixolydisch: g a b-c d e-f g (modaal)
  • Lydisch: f g a b-c d e-f (modaal)
  • Frygisch: e-f g a b-c d e (modaal)
  • Lokrisch: b-c d e-f g a b (modaal, zeldzaam) (in praktijk onwerkbaar omwille van de verkleinde kwint afstand tussen de grondnoot en de dominant)


Kleuring van de tonaliteit vindt plaats door gebruik van chromatiek (incidentele verhogingen en verlagingen), alteraties (toonladder-vreemde tonen in akkoorden) tussendominanten of tussen-subdominanten en modulaties (het overgaan van de ene toonsoort naar de andere).

Ontwikkeling: van modaal-functioneel naar tonaal-functioneel

Binnen tonaliteit (waarbij elke noot van de toonladder een functie heeft tegenover de tonica, vandaar het b.n. functioneel) kunnen we modaal-functionele harmonie en tonaal-functionele harmonie onderscheiden.

In de geschiedenis van de klassieke muziek, vanaf het begin van de 17e eeuw tot met 1750, de zgn. barokperiode, is de ontwikkeling van de muziek, waarin de harmonie en melodie sterk aan elkaar zijn gekoppeld, frappant: in korte tijd veranderde deze volledig van stijl en structuur. Dit is mede het gevolg van deze soort van tonaliteit van het toonsysteem, dat is gebaseerd op majeur en mineur, vooral de harmonisch kleine tertstoonladder. ( Dit wordt ook wel het 'tonaal-functioneel systeem' genoemd, waardoor men in dit verband spreekt van 'tonaal-functionele muziek'). Een belangrijke eigenschap in deze, is dat de drie harmonische hoofdfuncties tonica (oplossing), subdominant (stuwing) en dominant (spanning, met leidtoon) tot het ontstaan van een melodie dwingen. Jean-Philippe Rameau (1683 - 1764), de voornaamste muziektheoreticus in deze, beschreef dit als: "la mélodie naît de l'harmonie" (de melodie wordt uit de harmonie geboren).

Voor deze periode in de muziekgeschiedenis, was de muziek overwegend modaal-functioneel, dat wil zeggen gebaseerd op de kerktoonsoorten. Met betrekking tot de harmonie, komt deze soort van tonaliteit van deze muziek anders tot stand omdat deze feitelijk is gericht op de melodielijn die ook modaal-functioneel geconcipieerd is, van waaruit een akkoordopeenvolging (met vaak plagale wendingen) kan worden afgeleid. Deze eigenschap is in dit opzicht, tegengesteld aan het klassieke conventionele systeem van majeur/mineur, vooral harmonisch. Tegenwoordig komen we modaal-functionele muziek veelvuldig tegen in de volksmuziek, met name die uit Ierland en Schotland, maar ook in de jazz. Hierin worden eveneens technieken gebruikt in de vorm van uitwijkingen en modulaties.

Bitonaliteit

Bitonaliteit is het verschijnsel waarbij twee tegelijk klinkende stemmen een duidelijk verschillend tooncentrum hebben. De horizontale coherentie in elke respectievelijke stem stuurt naar een verschillend tooncentrum.

Atonaliteit

Bij atonaliteit wordt doelbewust de beweging naar een grondtoon, als basis van een toonaard, vermeden. Dit is het geval bij dodecafonie of twaalftoonsmuziek, waarin elke toon gelijkwaardig is. Er zijn wel tooncentra die opvallen, maar deze kan men zelf vastleggen en hangen niet af van een vooraf bepaalde toonsoort zoals in tonale muziek.

Bronnen

Principes van de westerse tonaal-functionele harmonie, een algemene harmonieleer van L. Verbeke, ISBN 978-90-74253-06-2*[1]


Zie ook