Wikisage, de vrije encyclopedie van de tweede generatie, is digitaal erfgoed

Wikisage is op 1 na de grootste internet-encyclopedie in het Nederlands. Iedereen kan de hier verzamelde kennis gratis gebruiken, zonder storende advertenties. De Koninklijke Bibliotheek van Nederland heeft Wikisage in 2018 aangemerkt als digitaal erfgoed.

  • Wilt u meehelpen om Wikisage te laten groeien? Maak dan een account aan. U bent van harte welkom. Zie: Portaal:Gebruikers.
  • Bent u blij met Wikisage, of wilt u juist meer? Dan stellen we een bescheiden donatie om de kosten te bestrijden zeer op prijs. Zie: Portaal:Donaties.
rel=nofollow

Toonsoort

Uit Wikisage
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Dit artikel valt onder beheer van Dorp:Luisterrijk.

De toonsoort (soms toonaard genoemd) is een begrip in de muziektheorie. De toonsoort legt doorgaans twee zaken vast: het tooncentrum (tonica, grondtoon) van een compositie, en het toongeslacht. In dit artikel wordt ingegeaan op de toonsoorten in de Westerse muziek.

Benaming

Het toongeslacht wordt vaak aangeduid met de Franse, Engelse of Duitse benaming. De benamingen zijn:

Nederlands grote terts, groot, majeur kleine terts, klein, mineur
Frans majeur mineur
Engels major minor
Duits dur moll

Al deze benamingen kunnen gecombineerd worden met de Nederlandse naam van het tooncentrum, maar voorzichtigheid is geboden bij de Duitse aanduidingen B-dur en b-moll, aangezien hier gemakkelijk een vertaalfout wordt gemaakt. (De Duitse B komt overeen met de Nederlandse Bes, en de Nederlandse B heet in het Duits H).

Naast deze twee toongeslachten zijn er ook nog enkele oude kerktoonsoorten, zigeunerladders en nog vele andere toonladders in de microtonale muziek en niet-westerse muziek.

Bij het benoemen van een grote-tertstoonladder gebruikt men in het Nederlands en in het Duits oorspronkelijk hoofdletters en bij kleine-tertstoonladder kleine letters. Tegenwoordig, met name in popmuziek-akkoordenschema's, is het echter ook gebruikelijk om de Engelse notitie aan te houden, waarbij de grondtoon altijd met een hoofdletter aangeduid wordt en slechts het toongeslacht met m voor mineur en M voor majeur aangeduid wordt. In het Frans meestal een kleine letter (ut, ré, mi), maar het komt ook wel voor dat de Fransen een hoofdletter gebruiken voor majeur.

De naam van elke toonsoort volgt deze achtergrond. Met bijvoorbeeld de toonsoort a-klein wordt bedoeld: de mineurtoonsoort met als grondtoon de toonhoogte A.

Een eenvoudige manier om een toonsoort te beschrijven is m.b.v. een toonladder.

Door middel van voortekens wordt in de traditionele muzieknotatie het toonmateriaal vastgelegd. Een toonsoort met drie mollen geeft verlagingen van de B, E en A aan, waarmee doorgaans de toonsoorten c-klein en Es-groot genoteerd worden. In theorie kan men onbeperkt veel voortekens gebruiken, maar in de regel gaat men niet verder dan zes voortekens. De prelude en fuga nummer III uit Das Wohltemperierte Klavier, bijvoorbeeld, is geschreven in Cis (zeven kruisen) maar wordt ook vaak in Des (vijf mollen) uitgegeven. Qua klank maakt dat door de gelijkzwevende stemming geen verschil.

Verwantschappen van de verschillende toonsoorten komen duidelijk tot hun recht in de kwintencirkel.

Karakter

Hector Berlioz en Richard Strauss schreven in hun instrumentatieleer het volgende over het karakter van elke toonsoort. Natuurlijk zijn deze aanduidingen relatief: een treurige melodie in G klinkt uiteraard niet "nogal vrolijk". In de welgetemperde stemming liggen alle afstanden tussen alle opeenvolgende hele en halve noten ongelijk van elkaar in tegenstelling tot de gelijkzwevende stemming. Hierdoor kan het voorkomen dat een dezelfde noot een ander gevoel oproept bij een ander muziekstuk als deze in een andere toonsoort is. (Deze noot is dan subtiel onreiner in relatie tot de grondtoon van de compositie.) Er is namelijk een microtonaal verschil in toonhoogte tussen bijv. een reine Fis en een reine Ges. De kleur van een muziekstuk wordt in de welgetemperde stemming dan ook naast de akkoord-opvolgingen en/of melodie bepaald door de grondtoon van de precieze ladder. In onderstaande tabel hebben de ongebruikelijke toonsoorten (meer dan zeven voortekens) een donkere achtergrond. De karakteromschrijvingen zijn van toepassing op de welgetemperde stemming, in de tegenwoordig gebruikelijke evenredig zwevende stemming zijn de genoemde klankkleurkarakteristieken niet van toepassing.

majeur # / b karakter   mineur # / b karakter
Ces 7b edel, maar niet zo hel klinkend ces 10b -
C geen ernstig, maar mat en somber c 3b duister, weinig helder klinkend (dof dus)
Cis 7# minder somber, opvallender cis 4# tragisch, helder klinkend, voornaam
Des 5b majestueus des 8b duister, weinig helder klinkend
D 2# opgewekt, rumoerig, maar wat gewoontjes d 1b klagelijk, helder klinkend, wat gewoontjes
Dis 9# mat dis 6# mat
Es 3b majestueus, tamelijk hel klinkend, zacht ernstig es 6b zeer somber en treurig
E 4# glanzend, stralend, edel e 1# schreeuwerig, gewoon
Eis 11# - eis 8# -
Fes 8b - fes 11b -
F 1b kernachtig, krachtig f 4b weinig helder klinkend, duister, heftig
Fis 6# glanzend, doordringend fis 3# tragisch, helder klinkend, doordringend
Ges 6b minder glanzend, zachter ges 9b -
G 1# nogal vrolijk, maar wat gewoontjes g 2b zwaarmoedig, tamelijk helder klinkend, zacht
Gis 8# mat, maar edel gis 5# weinig helder klinkend, treurig
As 4b zacht, gesluierd, zeer edel as 7b zeer mat, treurig, maar edel
A 3# glanzend, voornaam, blijmoedig a geen tamelijk helder klinkend, zacht, treurig, tamelijk edel
Ais 10# - ais 7# -
Bes 2b edel, maar zonder glans bes 5b duister, mat, rauw, maar edel
B 5# edel, helklinkend, stralend b 2# zeer helder klinkend, wild, wrang, onvriendelijk, heftig
Bis 12# - bis 9# -