Wikisage, de vrije encyclopedie van de tweede generatie, is digitaal erfgoed

Wikisage is op 1 na de grootste internet-encyclopedie in het Nederlands. Iedereen kan de hier verzamelde kennis gratis gebruiken, zonder storende advertenties. De Koninklijke Bibliotheek van Nederland heeft Wikisage in 2018 aangemerkt als digitaal erfgoed.

  • Wilt u meehelpen om Wikisage te laten groeien? Maak dan een account aan. U bent van harte welkom. Zie: Portaal:Gebruikers.
  • Bent u blij met Wikisage, of wilt u juist meer? Dan stellen we een bescheiden donatie om de kosten te bestrijden zeer op prijs. Zie: Portaal:Donaties.

Plautdietsch

Uit Wikisage
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Plautdietsch ook bekend als Mennonieten-platduits of Mennonietenduits, is een taal uit de Germaanse taalgroep. Plautdietsch wordt, voornamelijk in Zuid-Amerika en Rusland, nog steeds gesproken door mennonieten.

Betekenis

’Plautdietsch’ betekent ’Platduits’. Het woord ’plat’ verwees naar de vlakke streek waar dit dialect werd gesproken. ’Dietsch’ komt overeen met het Duitse woord ’Deutsch’ en de Nederlandse woorden ’Duits’ en ’Diets’. Dit verwees oorspronkelijk naar de taal van het volk, duidelijke taal. In het Nederlands bedoelt men met ’Platdiets’ meestal de streektaal die wordt gesproken ten oosten van de Voerstreek, in de Belgische provincie Luik.

Aantal sprekers en geografische verspreiding

Over de hele wereld zijn er ongeveer 500.000 Plautdietschtaligen: mennonieten of hun afstammelingen. Deze wonen voornamelijk in de Latijns-Amerikaanse landen Brazilië, Mexico, Bolivië, Paraguay, Peru, Uruguay,[1] Honduras, Belize, en Argentina. De taal heeft ook groepen sprekers in de Verenigde Staten en Canada (voornamelijk in Manitoba en Saskatchewan).

De traditionele mennonieten wonen als kolonisten op het platteland. Wegens de sterke invloed van de hen omringende cultuur, hebben ze dikwijls Spaanse of Portugese woorden toegevoegd aan hun woordenschat. Hoewel het voor velen van hen vanzelfsprekend is om Engels, Hoogduits, Russisch of Spaans als tweede taal te spreken, zijn er in Latijns-Amerika ongeveer 100.000 ééntalige Plautdietsch-sprekers.

In Duitsland hebben naar schatting ongeveer 200.000 personen een Plautdietsche afkomst. De meesten van hen immigreerden in de jaren 1990 uit de landen van de Sovjet-Unie: zowat tien procent van de uit Rusland afkomstige Duitsers (Rusland-Duitsers) zijn Russische mennonieten.

Geschiedenis

De Plautdietsch-sprekers stammen af van een vreedzame groep wederdopers rond Menno Simonsz, een Fries predikant te Witmarsum. Wegens de voortdurende vervolging, vluchtten ze in de 16e eeuw uit de Lage Landen, vooral uit Noord-Holland en Friesland, naar de streek van de monding van de rivier de Wisła (ook bekend als de Weichsel, Wijsel, of Vistula). Door hun ervaring met waterbeheer, waren ze hartelijk welkom om de rivierdelta droog te leggen en in te polderen. Hun omgangstaal werd gaandeweg steeds meer beïnvloed door de Nederpruisische variant van het Nederduits, maar behield eigen kenmerken.[2] Hun dialect stond bekend als het Weichselplatt en wordt beschouwd als een vorm van het Nederpruisisch.

In de late 18e eeuw nodigde het zich uitbreidende Russische Rijk Duitsers uit om nieuwe gebieden te koloniseren. Toen de Pruisische regering na 1803 niet langer vrijstelling van militaire dienstplicht toestond, trokken velen naar het gebied ten noorden van de Zwarte Zee, dat Rusland in de Russisch-Turkse oorlog (1768-1774) had veroverd. De streek bevindt zich nu in de Oekraïne en andere landen. Aanvankelijk vertrokken zij uit de streek ten noorden van de Zwarte Zee om andere gebieden te koloniseren, bijvoorbeeld in West-Siberië. Na 1870 werd ook in Rusland de vrijstelling van militaire dienstplicht ingetrokken, waardoor een stroom van emigratie naar Amerika op gang kwam. Vanaf 1920 ontvluchtten zij de Sovjet-Unie omdat zij in het kader van de Sovjetisering toenemend met vervolging te maken hadden en onteigend werden. Na de Tweede Wereldoorlog vertrokken sommigen met Amerikaanse hulp uit de Sovjet-Unie. In de jaren 1990 maakten velen die nog in Rusland gebleven waren, gebruik van een Duitse wet die het mogelijk maakte dat personen met een Duitse afstamming als Duitse burgers werden erkend, om naar de Bondsrepubliek te verhuizen.

Vergelijking met verwante talen

Plautdietsch is geschoeid op een Nederduitse (Nedersaksische) leest. De Hoogduitse klankverschuivingen die de Hoogduitse dialecten scheidden van de Nederduitse dialecten en andere verwante talen, hebben daarom minder invloed op het Plautdietsch. Plautdietsch bevat wel leenwoorden uit het Hoogduits waarin de klankverschuiving wel voorkomt. Dit zijn algemeen aanvaarde woorden, in het Plautdietsch volgens het woordenboek van Herman Rempel (Kjenn Jie Noch Plautdietsch). Voorbeeld: Spruch met ch, i.p.v. spreuk met k.[3]

Uitwerkingen van de Hoogduitse klankverschuivingen

Duits Nederduits Plautdietsch Nederlands Engels
Hoogduits pf, f = Nederduits p Pfeife Piep Piep pijp pipe
Apfel Appel Aupel appel apple
Hoogduits z, s, ss, ß = Nederduits t Zunge Tung Tung tong tongue
was wat waut wat what
essen eten, äten äte(n) eten to eat
Fuß Foot Foot voet foot
Hoogduitse ch = Nederduits k machen maken, moaken moake(n) maken to make
Hoogduits t = Nederduits d tun doon doone(n) doen to do
Teil Deel Deel deel part (vergelijk „dole”, „deal”)
Hoogduits b = Nederduitse w (v-klank), f Leben Lewen, Läwen Läwe(n) leven life
Korb Korf Korf korf basket
Engelse th = in andere Germaanse talen een d danken danken danke(n) danken to thank

Zoals het Nederlands, Fries en Nederduits, veranderde de th in het Plautdietsch in een d.

Klinkerverschuiving in Germaanse talen

Originele klinker Duits (Hoogduits) Nederduits Plautdietsch Nederlands Engels
[iː]? Wein [vaɪn]? Wien [viːn]? Wien [viːn]? wijn [ʋɛin]? wine [wain]?
[yː]? Feuer [fɔʏɐ]? Füür [fyːɐ]? Fia [fiːɐ]? vuur [vyːr]? fire [faɪɚ]?
[uː]? Haus [haʊ̯s]? Huus [huːs]? Hus [huːs]? (Mol), [hyːs]? (Oude Kolonie) huis [ɦœʏ̯s]? house [haʊs]?

Het Nederlands, Engels en Duits ondergingen gelijkaardige klinkerverschuivingen, maar in het Plautdietsch werd de u-klank [/yː/]? en de i-klank [/iː/]? samengevoegd. De lange oe-klank ([/uː/]?) bleef bewaard in het Molotschna-dialect. In het dialect van de Oude Kolonie verschoof de oe-klank in de richting van het niet meer gebruikte u ([/yː/]?).

Unieke ontwikkelingen

Klinkerverdoffing

Hoogduits Plautdietsch Nederlands Engels
[/ɪ/]? naar [/ɛ/]? Fisch, dünn Fesch, denn vis, dun fish, thin
[/ɛ/]? naar [/a/]? helfen, rennen halpe(n), rane(n) helpen, rennen to help, to run
[/ʊ/]? naar [/ɔ/]? Luft, Brust Loft, Brost lucht, borst air (stamt uit het Latijn; vgl. Eng. „lift”, „loft”), breast
[/aː/]? to [/au/]? Mann, Hand Maun, Haunt man, hand man, hand

Klinkervereenvoudiging

Een tweeklank of een klank met Umlaut wordt een gewone klinker.

Hoogduits Plautdietsch Nederlands Engels
grün, schön jreen, scheen groen, mooi/schoon green, beautiful (vergelijk archaïsch sheen)
naar ei [[ɛ]]? Heu, rein Hei, rein hooi, schoon hay, clean
[/œ/]? naar e, a Götter Jetta goden gods

Tweeklankvorming voor g, k, ch [IPA x] en r, met mogelijk verlies van de r

Hoogduits Plautdietsch Nederlands Engels
Herz Hoat hart heart
machen moake(n) maken to make
fragen froage(n) vragen to ask (vergelijk Oudengels fraegn)
hoch huach hoog high
Horn, Hörner Huarn, Hieena hoorn, hoorns horn, horns

De r is meestal weggevallen op het einde van het woord, na beginklinkers en voor alveolaire medeklinkers, maar werd behouden in de infinitief van de werkwoorden, na korte klinkers en soms na een klinker op het einde van het woord, zoals in de woorden Huarn, Hieena.

Andere overeenkomsten

Proto-Germaans Hoogduits Plautdietsch Nederlands Engels
[/a/]? = [/o/]? *watraz, *fadar, *namōn Wasser, Vater, Name Wota, Voda, Nomen water, vader, naam water, father, name
[/ai/]? = ee [[ɔɪ]]? *saiwalō, *ainaz, *twai Seele, eins, zwei Seel, eent, twee ziel, een, twee soul, one, two
[/æ/ /au/]? = oo [[ɔʊ]]?1 *raudas, *hattuz rot, Hut root, Hoot rood, hoed red, hat
  1. [/æ/]? verschoof naar [/au/]? voor stemhoudende medeklinkers.

Palatalisatie

De letters /g/ of een /k/ voor of na een klinker in de eerste lettergreep (/e/ or /i/, sjwa niet meegerekend), verschoven naar /j/ en /c/ (deze c wordt geschreven als kj of tj), zelfs wanneer er nog een andere medeklinker tussen de klinker en deze letter staat. Een /g/ tussen klinkers wordt gepalataliseerd (verzacht) tot een /ɟ/-klank, geschreven als gj of dj. (Een gelijkaardige klankverschuiving trad op in het Engels, maar niet algemeen.) Wanneer een /e/ of een /i/ verdoft of verlaagd werd tot een /a/, wordt de gepalataliseerde klank behouden. Waar het Duits een palatalisatie onderging (van de /ç/-medeklinker), behoudt het Plautdietsch de palatalisatie (van de /k/) ook nadat een klinker in de eerste lettergreep verdoft werd.

Duits Plautdietsch Nederlands Engels
gestern jistren gisteren yesterday
geben jäwen geven to give
Kirche Kjoakj kerk church
Brücke Brigj brug bridge
Milch Malkj melk milk
recht rajcht recht right

Invloeden en leenwoorden

Nederlands

Gedurende de eerste helft van de 16e eeuw vond in de Spaanse Nederlanden gedurende de tachtigjarige oorlog de terreurheerschappij plaats van Fernando Álvarez de Toledo, de derde Hertog van Alva. Bijgevolg verlieten vele mennonieten en gereformeerden het land. In de 17e eeuw werd de Nederlands gereformeerde kerk de officiële kerk, en was weinig verdraagzaam tegenover andere protestantse bewegingen. Vooral de bewegingen die als „radicaal” werden gezien omdat ze geen wapens wensten op te nemen of de wereldlijke autoriteiten niet erkenden, stootten op weerstand van de officiële gereformeerde kerk.

In het Nederduitse taalgebied lieten zij sporen achter rond het lagere gedeelte van de Vistula (Weichsel), rond Danzig / Gdansk en Elbląg / Elbing, en stroomopwaarts richting Toruń.

Geruime tijd behielden de mennonieten hun oude taal. In Danzig verdween het Nederlands als kerktaal omstreeks 1800. Terwijl de gesproken taal van de mennonieten beïnvloed werd door de plaatselijke dialecten, het Weichselplatt, werd hun geschreven taal beïnvloed door het Hoogduits. Zij namen hun vorm van Weichselplatt mee toen zij richting Rusland, Canada en elders emigreerden.[4]

Duits

De meeste anabaptisten die zich in de delta van de Weichsel vestigden, stamden uit Noordduitsland of Nederland. Later sloten zich vluchtelingen bij hen aan uit verschillende streken van Duitsland en Zwitserland. Zij hadden een invloed op het taalgebruik. Na bijna twee eeuwen in West-Pruisen, verdrong het Duits het Nederlands als geschreven taal, in de kerk en op school. Steeds meer woorden werden uit het (Hoog)-Duits ontleend, vooral voor religieuze begrippen. Vele van deze termen tonen (in tegenstelling tot woorden in Nederduitse dialecten) de invloed van de Hoogduitse medeklinkerverschuiving, zelfs al zijn ze voor de rest aangepast aan de Plautdietsche klanken.

Plautdietsch Hoogduits Nederduits Nederlands Engels
hinja hinter achter achter behind (after)
Zol (spreek de Z uit als Ts) Zahl Tall tal number (vgl. „(to) tell”)
jreessen grüßen gröten groeten to greet
kjamfen kämpfen vechten; kempen vechten to fight

Dit is vooral het geval bij zelfstandige naamwoorden (nomen) die worden gevormd uit werkwoorden. Gewoonlijk bleef in werkwoorden de oorspronkelijke medeklinker bewaard, terwijl de medeklinkers in de zelfstandig naamwoorden Hoogduitse klankverschuiving doormaakten. Voorbeeld: schluten (sluiten), Schluss (slot), bräakjen (breken), Bruch (breuk).

Weblinks

  1. º ''The Linguist List'': Plautdietsch. Linguistlist.org. Geraadpleegd op 2011-10-05.
  2. º Welschen (2000-2005), 49-50; De Smet 1983.
  3. º http://www.mennolink.org/cgi-bin/dictcgi?ls1146.
  4. º De Smet, Gilbert. Niederländische Einflüsse im Niederdeutschen in: Gerhard Cordes and Dieter Möhn (redactie), Handbuch zur niederdeutschen Sprach- und Literaturwissenschaft, Berlin: Erich Schmidt Verlag, 1983. ISBN 3-503-01645-7, p. 730 – 761.
rel=nofollow