Wikisage, de vrije encyclopedie van de tweede generatie, is digitaal erfgoed

Wikisage is op 1 na de grootste internet-encyclopedie in het Nederlands. Iedereen kan de hier verzamelde kennis gratis gebruiken, zonder storende advertenties. De Koninklijke Bibliotheek van Nederland heeft Wikisage in 2018 aangemerkt als digitaal erfgoed.

  • Wilt u meehelpen om Wikisage te laten groeien? Maak dan een account aan. U bent van harte welkom. Zie: Portaal:Gebruikers.
  • Bent u blij met Wikisage, of wilt u juist meer? Dan stellen we een bescheiden donatie om de kosten te bestrijden zeer op prijs. Zie: Portaal:Donaties.

Paul Dukas

Uit Wikisage
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Nootje.pngDit artikel valt onder beheer van Dorp:Luisterrijk. Nootje.png
Paul Dukas omstreeks 1910

Paul Abraham Dukas (Parijs, 1 oktober 1865Parijs, 17 mei 1935) was een Frans componist, docent en muziekcriticus. Net als Ernest Chausson werd hij aanvankelijk sterk beïnvloed door de muziek van Cesar Franck. Later vond hij zijn eigen stijl, en werd hij aangetrokken door het impressionisme van Claude Debussy.
In 1897 werd Paul Dukas op slag beroemd door de eerste uitvoering van zijn Scherzo voor orkest: L'Apprenti Sorcier ( De Tovenaarsleerling ) naar een gedicht van Johan Wolfgang von Goethe. Hoewel Dukas al een componist van betekenis was, werd hij met dit muziekstuk op slag beroemd.
Het orkestwerk - een symfonisch scherzo - geeft een muzikaal visioen van Goethe's ballade Der Zauberlehrling. De ballade zelf is weer gebaseerd op een vertelling van de Griekse satiricus Lucian.

Jonge jaren

Paul Dukas was de tweede zoon van een joodse familie van drie kinderen. Zijn vader - Jules Dukas - was bankier, die zeer van cultuur en geschiedenis hield. De moeder van Paul Dukas – Eugénie – was een uitstekende pianiste, die - toen Paul Dukas 5 jaar was - stierf tijdens de geboorte van haar derde kind.
Paul Dukas kreeg al heel jong pianolessen en toonde op zijn 14 e een ongewoon goede muzikale aanleg. Na het lyceum te hebben gevolgd, ging hij in 1882 naar het conservatorium. Onder zijn medestudenten was ook de later zeer bekend geworden componist Claude Debussy, met wie Dukas een hechte vriendschap sloot, die levenslang duurde, zij het met een kleine onderbreking.
Dukas won diverse prijzen, waaronder in 1888 een tweede plaats in de Prix de Rome voor zijn cantate Vélléda, voor drie zangstemmen en orkest. Teleurgesteld door deze - wat hij noemde - mislukking, verliet hij het Conservatorium in 1889. Na militaire dienst, begon hij een dubbele carrière, namelijk als muziekcriticus en als componist.

Ontwikkelingen

Na zijn studies aan het Conservatorium begon Dukas te werken als criticus, wat hij uitstekend deed. Van 1910 tot 1912 ging hij aan de slag als leraar orkestratie aan het Parijs Conservatorium, waar hij vanaf 1927 tot aan het einde van zijn leven ook compositie onderwees. Een van zijn leerlingen was Olivier Messiaen.

Over zijn eigen werk was Dukas zeer kritisch, zodat zijn oeuvre niet erg groot is

Over zijn eigen werk was Dukas zeer kritisch, zodat zijn oeuvre niet erg groot is. Zijn perfectionisme ging erg ver, zo vér dat hij veel van zijn composities niet goed genoeg vond en ze niet liet publiceren of ze zelfs vernietigde.
Zijn belangrijkste werk is wel de opera Arian et Barbe-Blue, Conté musical en 3 actes, naar het stuk van Maurice Maeterlinck, die ook het libretto schreef van de opera Pelleas et Melisande van Claude Debussy.
In 1911 componeerde Dukas muziek voor het ballet La Péri, dat een voorval verbeeldt uit het leven van Alexander de Grote.

Kunstkring

Paul Dukas verkeerde vaak in het gezelschap van een kring musici als Claude Debussy, César Franck, Henri Duparc, Maurice Ravel en Charles–Marie Widor in het huis van de vermogende jurist en componist Ernest Chausson. Ook kwamen er beeldende kunstenaars en schrijvers op bezoek. Een bonte verzameling kunstenaars dus.

Vriendschap met Claude Debussy

>> Claude Debussy, foto uit 1908 van Félix Nadar

Paul Dukas kende Claude Debussy uit hun conservatoriumtijd, en speelde vaak quatre-mains met hem. Debussy droeg aan hem zijn compositie La damoiselle élu ( De uitverkoren jonkvrouw ) op.
Hun vriendschap kende ups en downs: de scheiding van Debussy bracht een tijdelijke verkoeling teweeg, maar na 1914 zagen ze elkaar weer geregeld.
Dukas prees de composities van Debussy onder meer met deze zinsnede: Het zijn symbolen van symbolen uitgedrukt in een nieuwe taal, die de kracht van een nieuw woord heeft. Hij zag ook al snel bij Debussy de vernieuwende kracht van zijn opera Pelléas en Mélisande.
Dukas was ook vaak te gast bij Jacques Durand – de muziekuitgever – samen met Maurice Ravel, Camille Saint-Saëns en Claude Debussy.

Laatste jaren

Op 11 september 1916 trouwde Paul Dukas met Suzanne Pereyra die van Portugese afkomst was. Bij het huwelijk van Dukas, schrijft Debussy hem een hartelijke brief.
Als de eerste Wereldoorlog - die van 1914 tot 1918 duurde - voorbij is, blijkt Dukas zeer teneergeslagen te zijn, ondanks het nabije geluk. Hij zou namelijk weldra vader worden. Zijn dochter Adrienne-Therèse, wordt geboren in december 1919.
Hij schrijft opnieuw kritisch over de operaproducties van de Opéra en de Opéra-Comique, maar houdt er in 1924 als criticus uiteindelijk mee op, en begon studies te schrijven over componisten als Gabriel Fauré,en Vincent d'Indy.
Intussen ging ook het muzikale leven in Parijs zich geleidelijk aan vernieuwen. Paul Dukas blijkt hierbij niet zo gecharmeerd te zijn van de nieuwe generatie componisten, met name de Groupe des Six bestaande uit Darius Milhaud, Georges Enesco,Albert Roussel, Jacques Ibert, Francis Poulenc en Germaine Tailleferre.

Gedenkplaat van Paul Dukas op Cimetière du Père-Lachaise in Parijs



Eind jaren ‘20, gaat Paul Dukas de laatste fase van zijn leven in. Zijn gezondheid gaat achteruit, rouw treft zijn familie en zijn vrienden en de internationale situatie wordt gespannen. Hij blijft nu veel bij zijn familie en richt zich ook wat meer in op het onderwijs. Hij moet nu zijn tijd verdelen tussen zijn leraarschap aan het Conservatoire de Paris, de commissies, de hoorzittingen en als lid van diverse jury's.
Dukas voelde zich langzamerhand oud worden. In begin 1935 kreeg hij te maken met hartfalen, waarbij hem volstrekte rust werd voorgeschreven. Hij hervatte in mei van dat jaar zijn lessen, maar dat was van korte duur, want op 17 mei 1935, stierf hij aan longoedeem, 69 jaar oud.
Er volgde een crematie waarna zijn as werd geplaatst in het Columbarium 1) nr. 4938 ( Noordzijde ), op de begraafplaats Père-Lachaise in Parijs, dezelfde begraafplaats waar ook onder meer de acteur Jean Gabin en Isadora Duncan - de beroemde Amerikaanse danseres - zijn bijgezet.


1) Columbarium ( Latijn ) = Duiventil

Composities

Het oeuvre van Paul Dukas kent een grote verscheidenheid, namelijk:

Composities voor orkest

  • Polyeucte, ouverture voor orkest ( 1891 )
  • Symfonie in C ( 1895–'96 )
  • Scherzo L'apprenti sorcier voor orkest ( 1897 )
  • Villanelle, voor hoorn, piano en orkest ( 1906 )

Vroege, ongepubliceerde composities

  • Air de Clytemnestre, voor zangstem en klein orkest ( 1882 )
  • Goetz de Berlichingen, ouverture voor orkest ( 1883 )
  • Le roi Lear voor orkest ( 1883 )
  • Chanson de Barberine, voor solosopraan en orkest ( 1884 )
  • La fête des Myrthes, voor koor en orkest ( 1884 )
  • 'L'ondine et le pêcheur, voor sopraan en orkest ( 1884 )
  • Endymion, cantate voor drie zangstemmen en orkest ( 1885 )
  • Introduction au poème 'Les Caresses voor piano ( 1885 )
  • La vision de Saül, cantate voor drie zangstemmen en orkest ( 1886 )
  • La fleur, voor koor en orkest ( 1887 )
  • Fugue, ( geen instrumentatie aangegeven ) ( 1888 )
  • Hymne au soleil, voor koor en orkest ( 1888 )
  • Vélléda, cantate voor drie zangstemmen en orkest ( 1888 )
  • Sémélé, cantate voor drie zangstemmen en orkest ( 1889 )

Opera’s

Opera Ariane et Barbe-bleue ( 1899–1907 )

Toneelmuziek

Ballet La Péri (poème dansé) (1911; later uitgebreid met Fanfare pour précéder La Péri ( 1912 )

Pianomuziek

  • Sonata, voor piano ( 1899–1900 )
  • Variations, interlude et finale sur un thème de Rameau, voor piano ( 1899–1902 )
  • Prélude élégiaque sur le nom de Haydn, voor piano ( 1909 )
  • Vocalise-étude (alla gitana, voor stem en piano ( 1909 )
  • La plainte, au loin, du faune, voor piano (1920)
  • Amours, sonnet voor zangstem en piano ( 1924 )
  • Allegro, voor piano ( 1925 )
  • Modéré, vermoedelijk voor piano ( 1933; postuum gepubliceerd in 1936 )

Vernietigde en voorgenomen composities

  • Opera Horn et Riemenhild ( 1892 )
  • Opera L'arbre de science ( 1899 )
  • Symfonisch gedicht Le fil de parque voor orkest ( circa 1908 )
  • Opera Le nouveau monde ( circa 1908–1910 )
  • Ballet Le sang de Méduse ( 1912 )
  • Symfonie nr. 2 ( circa 1912 )
  • Sonate voor viool en piano ( circa 1912 )
  • Opera La tempête ( circa 1918 )
  • Ballet Variations choréographiques voor orkest ( 1930 )
  • Compositie voor het Boston Symphony Orchestra ( 1932 )

Link