Wikisage, de vrije encyclopedie van de tweede generatie, is digitaal erfgoed

Wikisage is op 1 na de grootste internet-encyclopedie in het Nederlands. Iedereen kan de hier verzamelde kennis gratis gebruiken, zonder storende advertenties. De Koninklijke Bibliotheek van Nederland heeft Wikisage in 2018 aangemerkt als digitaal erfgoed.

  • Wilt u meehelpen om Wikisage te laten groeien? Maak dan een account aan. U bent van harte welkom. Zie: Portaal:Gebruikers.
  • Bent u blij met Wikisage, of wilt u juist meer? Dan stellen we een bescheiden donatie om de kosten te bestrijden zeer op prijs. Zie: Portaal:Donaties.

Alexander de Grote

Uit Wikisage
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Alexander III de Grote (Pella, 21 juli 356 voor Christus[1]Babylon, 11 juni 323 voor Christus[2]), in het Grieks: Μέγας Ἀλέξανδρος (Mégas Aléxandros) of Ἀλέξανδρος Γ' ο Μακεδών, (Aléxandros tritos o Makedón) was koning van Macedonië. Hij verenigde de elkaar bevechtende Griekse stadstaten (póleis) en veroverde onder meer Perzië en Egypte.

Levensloop

Jeugd

Alexander de Grote werd geboren in Pella als Alexander III, zoon van de Macedonische koning Philippus II en koningin Olympias. Volgens een legende werd hij niet verwekt door Philippus II, maar door Zeus. Alexander was zich hiervan bewust en buitte dit politiek uit door zich de zoon van Zeus te noemen.

Het ten noordoosten van het klassieke Griekenland gelegen Macedonië werd door de Grieken als half barbaars gezien. Alexanders moeder kwam uit Molossië, Epirus. Zowel Macedonië als Epirus werd bewoond door 'grens'-Grieken. Dat wil zeggen Grieken aan de andere kant van de Olympus. De inwoners waren beduidend minder geciviliseerd dan de Grieken in de stadstaten van het zuiden.

Zijn vader benoemde de filosoof Aristoteles tot zijn leermeester, van wie volgens sommigen zijn levenslange liefde voor poëzie (vooral Homerus) stamde. Hij en Alexander bleven lang bevriend, maar uiteindelijk (toen Alexander 30 jaar oud was) keerden ze zich tegen elkaar, waarop Alexander de vriendschap verbrak. Dit kwam omdat Alexanders vriend Callisthenes was overleden door een overdosis gif. (Callisthenes was de neef van Aristoteles. En zo dacht Aristoteles dat Alexander Callisthenes had vermoord).

De jonge Alexander kon uitstekend paardrijden en leidde op jonge leeftijd al een deel van zijn vaders leger ("de Punt": cavalerie) onder meer in de beslissende Slag bij Chaeronea (338 v.Chr.).

In 336 v.Chr. werd Philippus vermoord door Pausanias, een verontwaardigde jongeman die een van zijn minnaars was geweest. De moord was op de bruiloft van zijn dochter Cleopatra. Zowel Alexander als Olympias waren tegen de bruiloft, terwijl geen van hen beiden Philippus hadden vermoord. De moordenaar werd op diezelfde avond gedood. Er werd een onderzoek gestart door Aristoteles om de aanhangers te vinden. Pas in 330 v.Chr. was het onderzoek afgerond.

Bevestiging van de macht in Griekenland

Onder Philippus had Macedonië al diplomatiek en militair gezien de leiding gekregen over Griekenland definitief na de Slag bij Chaeronea. Toen de dood van Philippus de Grieken ter ore kwam, meenden zij dat onder diens onervaren zoon de Macedonische hegemonie snel zou eindigen, maar na een onverwachte inval van Alexander moesten zij zich toch weer onderwerpen. Hierbij richtte hij in Thebe een bloedbad aan. Daarvoor nog trok hij ten strijde tegen de opstandige gebieden Thracië en Illyrië, in het noorden van Macedonië. Alexander de Grote zou in Athene ook de bekendste cynische filosoof uit de oudheid ontmoet hebben in, namelijk Diogenes van Sinope. Alexander vroeg hem of hij iets nodig had en Diogenes vroeg hem, een stapje opzij te doen, om hem het zonlicht niet te benemen.

Bij zijn troonbestijging liet hij meteen zijn neef Amyntas IV veroordelen.

Onderwerping van Perzië

In 334 v.Chr. begon Alexander aan zijn beroemde veldtocht tegen Perzië. De eerste twee jaar richtte hij zich op Perzië, dat toen een groot gebied beheerste in het Midden-Oosten. Zijn vader had al dit plan opgevat, terwijl ook de Grieken er warm voor liepen om eindelijk met de Perzische erfvijand af te rekenen. Alexander veroverde eerst Klein-Azië. In de ooit door Griekse kolonisten gestichte steden (zoals Halicarnassus) in Klein-Azië zou Alexander vaak als bevrijder worden gezien.

Hij versloeg een Perzisch legertje bij de rivier de Granicus en veroverde daarna stad na stad. Na anderhalf jaar (herfst 333 v.Chr.) versloeg hij de Perzen bij Issus. De Perzische koning liet zich in een engte lokken, tussen het gebergte en de zee, waar hij weinig had aan zijn numerieke overmacht; kwalitatief waren de Macedoniërs hem de baas.

Na Issos rukte Alexander op naar het zuiden, richting Libanon en Egypte om eerst deze gebieden te bezetten zodat de Perzen hem later niet in de rug konden aanvallen. Aan de voor de Libanese kust gelegen eilandstad Tyrus stelde hij een ultimatum om vrijwillig toegang te geven voor hem en zijn leger. De handelslieden van Tyrus hadden daar geen interesse in en waanden zich onaantastbaar op hun goed beveiligde eiland. Maar Alexander liet een dam aanleggen tot bij de stadsmuren en na een lange belegering wisten zijn soldaten de muren te veroveren. Woedend over het verzet dat Alexander veel tijd had gekost liet hij zijn manschappen de stad plunderen en verwoesten. De bevolking werd grotendeels uitgemoord en de overlevenden als slaaf verkocht. Hierna trok Alexander naar Jeruzalem dat hem na het inmiddels bekend geworden lot van Tyrus wijselijk vrije doortocht verleende. In Egypte werd Alexander als bevrijder ontvangen en kostte het hem niet veel moeite om zijn gezag te vestigen. Hij liet zich als nieuwe Farao eer bewijzen en liet de eerste plannen opstellen voor de bouw van de nieuwe stad Alexandrië aan de monding van de Nijl. Hierna richtte Alexander zich weer naar het oostelijke Perzische kernland om dit definitief te verslaan.

Hij rukte verder op naar het oosten, waar het kwam tot de Slag bij Gaugamela, op 1 oktober 331 v.Chr. Darius III werd weer verslagen, maar wist te ontkomen. Later werd hij alsnog vermoord door een van zijn eigen generaals. Daarna veroverde Alexander de Perzische steden Babylon en Persepolis, de gebieden Medië en Scythië en de steden Susa, Herat en Samarkand. Hij sloot een vriendschapsverbond met het koninkrijk Khorazm bij de Oxusrivier in 328 v.Chr., dat werd beschouwd als een woestijnachtig gebied. Bij archeologische opgravingen bleek echter dat in die tijd bij deze rivier een grote irrigatiecultuur bestond.

De begroeting van Alexander in de Siwa Oase

Toen Alexander in Egypte aankwam met zijn leger, werd hij binnengehaald als redder en tot Farao gekroond. Wie weet hoe de Farao gezien werd door de Egyptenaren, begrijpt dat Alexander in hun ogen vanaf dat moment de op aarde gereïncarneerde oppergod was. Dat de Grieken die Alexander vergezelden dat ongetwijfeld anders zagen, behoeft geen betoog.

In Egypte bevond zich diep in de woestijn een Oase met een wereldberoemd orakel. Dit orakel van Amon werd al eeuwen ook door Grieken bezocht om het hun vragen voor te leggen. De priesters daar spraken Grieks met die bezoekers. En het orakel was bekend komen te staan als het orakel van Zeus-Amon. Zeus was immers de oppergod, maar dan van de Grieken. Men caterde dus voor zijn klanten op een manier die de potentiële klanten aansprak.

Alexander besloot ook het Orakel van Zeus-Amon te bezoeken. Hij trok met een select groepje van makkers door de woestijn naar Siwa om zijn vraag aan het orakel voor te leggen. Bij aankomst van Alexander in Siwa werd hij begroet door de hogepriester met de Griekse woorden 'oh zoon van Zeus'. En aangezien Alexander de Farao van deze hogepriester was en als Farao de manifestatie van de oppergod Amon op Aarde, was die begroeting niet meer dan beleefd. Dit was het tweede moment waarop het lijkt dat Alexander als god begroet werd. Wederom een kwestie van plaatselijke gebruiken; niets anders dan een cultureel bepaald verschil, dat door de Grieken echter anders werd uitgelegd.

Wat vroeg Alexander de Grote aan het Zeus-Amon orakel

Overigens weet niemand, wat nu die vraag was die Alexander hier stelde aan Zeus-Amon. Hij ging helemaal alleen naar binnen en kwam later tevreden met het antwoord naar buiten. Maar hij heeft nooit aan iemand verteld, althans zover wij weten, wat zijn vraag nu was. Er is in de afgelopen 23 eeuwen veel gespeculeerd over die vraag. Misschien ligt het antwoord in de wijze waarop de Grieken over leven en dood dachten. Grieken leefden in hun idee voort door hun daden, die ook eeuwen later nog bezongen en beschreven werden. Het leven na de dood, het hiernamaals, was, in de Griekse gedachte, een gruwelijke wereld, waar een mens nog maar een schim, een zwak aftreksel was van zichzelf. Voortleven deed men alleen in heldendichten die verhaalden over iemands roemvolle daden. En een Griek streefde ernaar om zich in zo’n heldendicht voor eeuwen en eeuwen bezongen te zien.

Op grond van deze gedachte is het mogelijk, dat Alexander aan Zeus-Amon heeft gevraagd of hij 'eeuwig' zou voortleven. Gezien het feit dat hij met de verovering van het Perzische Rijk en het Egyptische Rijk, naast het Griekse Rijk wat hij van zijn vader geërfd had, de beroemdste mens van zijn tijd was, heeft het orakel zonder twijfel met een volmondig 'ja' geantwoord. En dat antwoord is juist gebleken. De roem van Alexander, en daarmee Alexander zelf, leeft nog steeds voort.

Begin van het Hellenisme

Het was Alexanders plan om Griekenland en Perzië niet alleen militair, maar ook cultureel te verenigen. Hij introduceerde aan zijn hof in de voormalige Perzische hoofdsteden Babylon, Persepolis en Susa Perzische kledij en gewoonten. Een ervan was de proskynesis, het zich in het stof werpen voor een een hogergeplaatste. De Grieken verafschuwden dit, wat Alexanders populariteit danig ondermijnde. Ook trouwde hij met enkele prinsessen uit het voormalige Perzische rijk, te weten Roxane van Bactrië, Darius' dochter Statira en Ochus' dochter Parysatis. Hoewel zijn beste vriend en erastes (minnaar) Hephaestion als de liefde van zijn leven wordt beschouwd, verwekte Alexander bij Roxane vermoedelijk Alexander IV ("Aegus") (323 - 309 v.Chr.). Hij had ook nog een bastaardzoon, Herakles (327 - 309 v.Chr.). Tevens dwong Alexander veel van zijn officieren met Perzische vrouwen te trouwen.

India

In 327 v.Chr. trok Alexander naar India. Hij wilde "tot het einde van de wereld" zijn tocht voortzetten, wat, zo meende hij, bij de uitmonding van de Ganges was. Hij versloeg bij de rivier de Hyadaspes in de Punjab, die tegenwoordig Jhelum heet, de Indiase vorst Porus, maar uiteindelijk weigerden zijn soldaten verder te gaan vanwege de maandenlange tropische regenval. De dramatische terugtocht, onder meer door de Gedrosische woestijn in het Afghaans-Iraanse grensgebied, kostte duizenden van zijn mannen het leven.

Rond deze tijd stierf Alexanders beroemde paard Bucephalus ("koeienkop"), waarover de legende ging dat het afstamde van de woeste paarden van Diomedes, getemd door Herakles in zijn achtste werk.

Alexanders dood

Alexander maakte plannen voor veldtochten naar het Arabische schiereiland en tegen Carthago, maar in 323 v.Chr. stierf hij op 32-jarige leeftijd in het paleis van Nebukadnezar II in Babylon aan een plotselinge koorts. Mogelijk is een overdosis nieskruid dat in die tijd dikwijls werd voorgeschreven tegen psychische aandoeningen, hem fataal geworden.

Een andere gedachte is dat Alexander, die voor hij deze laatste keer Babylon binnentrok, verbleef in een kamp in de moerassen rond Babylon, een aandoening aan zijn longen heeft opgelopen. Dit zou hebben geresulteerd in een longontsteking, die hem fataal is geworden. Voor de theorie van de longontsteking pleit ook het feit dat Alexander enige tijd daarvoor een pijl in zijn borstkas had gekregen bij de verovering van een stad. Alexander was vanzelfsprekend zelf met zijn generaals en soldaten de muur overgeklommen om de stad te veroveren en had daarbij de verwonding opgelopen. Daarvan leek hij te zijn genezen, maar het is niet onmogelijk dat zijn longen toch een zwakke plek waren gebleven.

Rond Alexanders dood zijn veel raadsels, waarvan sommigen aan de legendevorming van Alexander als god hebben bijgedragen. Zo is er het verhaal dat de balsemers van zijn lichaam pas dagen na zijn dood, terwijl de generaals vochten over de erfenis van Alexander, bij zijn lichaam kwamen. Maar dat dit vreemd genoeg, in het zeer warme Babylon, niet aan het ontbinden was. Indien Alexander een tijd schijndood is geweest, of in coma lag, zou dat verklaren waarom het ontbindingsproces nog niet in gang was gezet. De veer die voor Alexanders mond was gehouden om te kijken of hij nog ademhaalde, had niet bewogen. Maar als hij bijvoorbeeld een longontsteking heeft gehad, kan zijn ademhaling zeer oppervlakkig en moeilijk waarneembaar zijn geweest. Het goddelijke is dus in twijfel te trekken, naar alle waarschijnlijkheid was het een gebrek aan medische kennis van die tijd.

Na zijn dood

Bij zijn overlijden strekte Alexanders rijk zich in oost-westelijke richting zo'n 4000 km uit. De grote afstanden droegen, samen met het feit dat het in relatief korte tijd tot stand was gekomen, bij aan het snelle uiteenvallen ervan. In eerste instantie werd er een soort staatsraad gevormd, bestaande uit de voornaamste generaals van Alexander, zijn moeder, zijn halfbroer Philippus Arrhidaeus en enkele raadgevers, om de zaken waar te nemen voor de beoogde opvolger Alexanders jonge zoon Alexander IV. Al snel trokken de sterkste generaals de werkelijke macht naar zich toe. Deze generaals bekend als de "Diadochen", bevochten elkaar hevig, wat uiteindelijk ook velen in Alexanders omgeving het leven kostte: zijn moeder Olympias, zijn vrouw Roxane (Perzisch: Rhoxane), zijn zoons Alexander IV en Heracles, zijn zus Cleopatra, zijn halfzus Eurydice, zijn halfbroer Philippus Arrhidaeus en de meeste van zijn hoogste officieren werden uiteindelijk vermoord. In eerste instantie viel zijn rijk uiteen in vier delen, na verdere ontwikkelingen drie en uiteindelijk twee.

Legendevorming

De legendevorming rond Alexander de Grote is aanzienlijk. Hierboven is al genoemd zijn zogenaamde afstamming van Zeus. Tevens zou het Orakel van Delphi hem onoverwinnelijk genoemd hebben. In Europa en delen van het westen van Azië wordt hij veelal als held en geniaal veldheer gezien, maar in Iran geldt hij als vernietiger van hun eerste grote rijk en verwoester van Persepolis. Uit vele culturen, van de Britse tot verschillende culturen in Zuidoost Azië, zijn legenden over hem bewaard gebleven, waarin hij dan soms wordt afgebeeld als lokale vorst.

Bij de Minangkabau van West-Sumatra bestaat een legende dat één van zijn nakomelingen met zijn boot op de Gunung Merapi bleef steken (toen alleen met de top boven de zee uitstekend). Zijn nakomelingen bevolkten later de Minanglanden, zo vertelt de legende. De koningen van de Minangkabau claimden afstamming van Iskandar Zulkarnain (zie hieronder).

In het Oosten wordt hij vaak als "Iskander" aangeduid. Onder de klassieke geschiedschrijvers die over zijn veldtochten verhalen zijn Arrianus, Plutarchus en Quintus Curtius. Beroemd is ook zijn methode om de legendarische Gordiaanse knoop te ontwarren, te weten met zijn zwaard. Alexander wordt in de Koran (Soera De Nachtreis, Vers 82) Dhoulkarnain (de tweehoornige) genoemd.

Van Alexander wordt beweerd, dat hij het scheren zou ingevoerd hebben, opdat tegenstanders zijn soldaten tijdens het gevecht niet bij de baard zouden kunnen grijpen. Scheren zou in zijn leger uitgevoerd zijn met de wapens. Afbeeldingen tonen Alexander zonder baard, terwijl Griekse helden en Goden dikwijls baarden dragen.

Alexanders karakter

Oude geschriften over Alexander zijn weinig objectief, bedoeld óf om hem op te hemelen óf om hem door het slijk te halen, zodat we weinig zeker weten over zijn karakter. Zo vermoordde hij zijn vriend Cleitus tijdens een ruzie bij een drinkgelag, iets waar hij later veel spijt van had. Ook liet hij Philotas en diens vader Parmenion vermoorden, die weigerden details van een samenzwering tegen hem te onthullen, maar dat kan ook als verstandig worden aangemerkt. De filosoof Anaxarchos zou, toen Alexander zichzelf te veel als god begon te zien, gezegd hebben, wijzende op zijn bloedende vinger: "Zie hier het bloed van een sterveling, niet van een god." In andere versies van het verhaal zou Alexander dit juist zelf hebben gezegd tegen een overdreven onderdanige soldaat.

Recent is men meer gaan letten op de negatieve kanten van Alexander: vooral A.B. Bosworth was hier als wetenschapper zeer belangrijk:

"We moeten ophouden ons Alexander voor te stellen als Alexander "de Grote": de jonge, charismatische veroveraar, die de wereld wou vergrieksen en cultuur brengen, en waarover zoveel anekdotes bestaan; eerder moeten we ons hem voorstellen als een brutale vechtjas, die talloze stammen op zijn weg uitmoordde, zich op talloze zuippartijen ziek dronk en daarop agressief werd. Hij was zonder een greintje respect voor de onderworpen gebieden; zijn beleid beperkte zich tot genadeloze repressie en miste elke visie op lange termijn. Wie zich niet onvoorwaardelijk onderwierp, hoefde vaak niet meer op genade te rekenen, wat de anekdotes dan ook vertellen. Bijvoorbeeld bij de verovering van Tyrus werd bijna de gehele bevolking uitgemoord omdat de stad zich verzette tegen annexatie. Ook het lot van Persepolis was niet beter. In Griekenland zelf was het lot van een opstandige stad trouwens even gruwelijk zoals bij de verwoesting van Thebe bleek. De vergelijking met Attila de Hun of Dzjengis Khan, berucht om hun wreedheid, is misschien dan ook meer op zijn plaats dan die met de blonde halfgod. Alexander "de Gruwelijke" is misschien wel meer op zijn plaats."

Aldus de mening van Bosworth. Volgens andere historici moet men dit echter in de context van die tijd zien. Veroveraars en machthebbers waren nooit mensen die het bij het opbouwen van een imperium nauw met de 'mensenrechten' namen en daarbij genadeloos voor tegenstanders en onwilligen waren. In een volgende fase, als het Imperium eenmaal tot stand is gekomen, komt er door een sterk centraal gezag pas ruimte voor handel en kunst om tot bloei te komen.

Alexander wordt als leerling van Aristoteles en door de beelden die van hem als Griekse halfgod zijn gemaakt in de beeldvorming vooral gezien als de stichter van het hellenisme. Dat kwam echter pas na zijn dood tot volle wasdom. Ook na de dood van Dzjengis Khan brak onder diens opvolgers een bloeiperiode voor het veroverde rijk aan.

Nog steeds omstreden blijft Alexanders seksuele geaardheid; was hij hetero-, homo of biseksueel? Niet alleen trouwde hij drie keer met een vrouw, tevens hield Alexander er diverse vriendjes op na. Hephaestion zou in Alexanders wereld de meest dierbare persoon in zijn leven zijn. Maar ook dit moeten we in de tijdsgeest plaatsen; in het oude Griekenland (en dus in Alexanders tijd ook Makedonië) was de mannen-, of beter gezegd de knapenliefde een normale zaak. Opmerkelijk zou dan wel zijn dat Hephaestion altijd zoveel voor hem is blijven betekenen.

Alexanders erfenis

Alexanders veroveringen leidden tot een grote verspreiding van de Griekse taal en cultuur, tot in India toe. Hier kan men nog de Griekse invloed zien in bijvoorbeeld beeldhouwwerk en architectuur. De periode na zijn dood wordt dan ook het Hellenistische tijdperk genoemd. Andersom werden ook de Grieken beïnvloed door wat zij in het Oosten aantroffen, bijvoorbeeld door de Babylonische astrologie, religies en andere oosterse cultuuruitingen.

Invloed van Alexander

Maar ook begonnen de nieuwe Griekse machthebbers de weelderige levensstijl van de oosterse potentaten te imiteren wat vroeger onder de Grieken zeker afgekeurd zou zijn. Het koningschap nam ook een goddelijk air aan. Dit was gebruikelijk in Perzië en Egypte waar de koning gezien werd als een levende god op de troon. Dit aspect kwam via het hellenisme ook terecht bij de latere Romeinse keizers die tenslotte ook goddelijke eer opeisten.

Alexander was ook van grote invloed op de economie. Zo stimuleerde hij de handel door havens en wegen aan te leggen en nieuwe steden te stichten. Ook van belang was de economische impuls die uitging van de verdeling van de Perzische kostbaarheden, die daarvoor nutteloos in schatkelders hadden gelegen. Hij liet namelijk een groot gedeelte van de Perzische schatkist omsmelten en tot muntgeld slaan en stimuleerde zo flink de geldeconomie.

Ten slotte waren Alexanders tochten feitelijk ook wetenschappelijke expedities, op onder meer geografisch, geschiedkundig en biologisch gebied. Hiervan profiteerde bijvoorbeeld Aristoteles die geregeld verslagen over voordien onbekende zaken toegestuurd kreeg. Hierdoor werd het Griekse wereldbeeld aanzienlijk verruimd.

Tijdens zijn regering werden er vele steden naar hem genoemd, waarvan Alexandrië in Egypte de bekendste is. Ook van grote betekenis was dat door de hellenisering van het Midden-Oosten het Grieks als lingua franca gebruikt werd waardoor rond het begin van de jaartelling de meeste bewoners dit konden verstaan. Hierdoor kon het jonge christendom zich snel verspreiden en wortel schieten.

Trivia

Fictie

  • Louis Couperus, Iskander, de roman van Alexander de Grote Nijgh & van Ditmar mcmxxiv 3e druk
  • Valerio Massimo Manfredi, Alexander De Grote (2004 Luithingh Sijthoff B.V., Amsterdam)
  • Doeschka Meijsing, De tweede man, roman rond de historische Alexander de Grote en een hedendaagse persoon met dezelfde naam (2000)
  • Willem Jan Otten, Alexander. Tragedie van het succes in vier bedrijven, toneelstuk over Alexanders jacht op Dareios. Het Toneel Speelt, 2006
  • Mary Renault, Fire from Heaven, London: Longman Group (1970) (Vuur uit de hemel, Van Holkema en Warendorf)
  • Mary Renault, The Persian boy, London: Longman Group (1972) (De Perzische jongen, Van Holkema en Warendorf)

Films

De bekendste film over Alexander de Grote is Oliver Stone's productie "Alexander" uit 2004 met onder anderen Colin Farrell in de titelrol, en verder met onder meer Angelina Jolie, Val Kilmer, Jared Leto, Christopher Plummer en Anthony Hopkins in de voornaamste rollen.

Muziek

Het laatste nummer van het album "Somewhere in time" van Iron Maiden (1986) heet "Alexander the Great", de tekst bestaat uit een uittreksel uit zijn daden.

Externe links

Literatuur

}}

Bronnen, noten en/of referenties

Bronnen, noten en/of referenties: