Wikisage, de vrije encyclopedie van de tweede generatie, is digitaal erfgoed

Wikisage is op 1 na de grootste internet-encyclopedie in het Nederlands. Iedereen kan de hier verzamelde kennis gratis gebruiken, zonder storende advertenties. De Koninklijke Bibliotheek van Nederland heeft Wikisage in 2018 aangemerkt als digitaal erfgoed.

  • Wilt u meehelpen om Wikisage te laten groeien? Maak dan een account aan. U bent van harte welkom. Zie: Portaal:Gebruikers.
  • Bent u blij met Wikisage, of wilt u juist meer? Dan stellen we een bescheiden donatie om de kosten te bestrijden zeer op prijs. Zie: Portaal:Donaties.

Ontwikkelingssamenwerking

Uit Wikisage
(Doorverwezen vanaf Ontwikkelingshulp)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Ontwikkelingssamenwerking is bedoeld om Derde wereld-, of ontwikkelingslanden en hun burgers en instellingen te helpen zich verder te ontwikkelen en zo een hogere levensstandaard te bereiken.

Ontwikkelingssamenwerking is actief op terreinen zoals infrastructuurontwikkeling, democratie en participatie, armoede-bestrijding, duurzame ontwikkeling, culturele eigenheid, economische hervormingen, voedselzekerheid, onderwijs en gezondheidszorg.

Vormen

Er zijn meerdere vormen van ontwikkelingssamenwerking:

  • de gouvernementele of overheidshulp:
    • de multilaterale overheidshulp,
    • de bilaterale overheidshulp,
  • de niet-gouvernementele of semi-private hulp,
  • de particuliere of private hulp.

Bij de multilaterale hulp zijn meerdere landen betrokken, zoals hulp via één van de instanties van de Verenigde Naties.

De bilaterale hulp is hulp van het ene land naar het andere, bijvoorbeeld van Nederland aan Tanzania. Dit is de hulp die de Nederlandse regering in het kader van haar ontwikkelingssamenwerking verstrekt aan ontwikkelingslanden, zonder tussenkomst van een internationale organisatie. Wereldwijd is de bilaterale hulp van 2000 tot 2005 gegroeid van 45 tot 95 miljard dollar. Zonder de toegename van schuldafschrijvingen en de steun aan Irak bedraagt die groei echter 9%.[1] In euro´s gerekend houdt dat een sterke daling in.

Naast overheden en niet-gouvernementele organisaties (NGO) worden tegenwoordig ook burgers, sociale organisaties, stichtingen, scholen, ziekenhuizen, sportclubs, vriendengroepen en bedrijven actief. In Nederland worden dit particuliere initiatieven genoemd, in België spreekt men van de vierde pijler van de ontwikkelingssamenwerking. Belangrijk is dat het hier gaat om 'niet-domeinspecifieke organisaties'. Ze zijn met ontwikkelingssamenwerking bezig maar zijn er niet voor opgericht en niet in gespecialiseerd in tegenstelling tot de drie andere vormen of pijlers.

In opkomst is verder de ontwikkelingssamenwerking die plaatsvindt binnen beroepsgroepen, zoals bij de boeren van Noord en Zuid. In de laatste jaren hebben zij een geheel eigen vorm gegeven aan hun internationale samenwerking 'van boer tot boer'. AgriCord, dat gevestigd is in Leuven, verenigt agri-agencies die elk in hun eigen land namens de georgansieerde landbouw de collega's in ontwikkelingslanden steunen in de opbouw van sterke belangenbehartigende organisaties en bedrijvigheid op coöperatieve grondslag.[2]

De particuliere hulp wordt ook wel 'doe het zelf ontwikkelingshulp' genoemd.

Noodhulp

Ontwikkelingssamenwerking onderscheidt zich van noodhulp door een structurele aanpak die de oorzaak van problemen aanpakt op lange termijn. Noodhulp (of humanitaire hulp) biedt een oplossing voor tijdelijke problemen veroorzaakt door natuurrampen of gewapende conflicten.

Een voorbeeld ter verduidelijking:

Visies

Over ontwikkelingssamenwerking bestaan veel uiteenlopende overtuigingen. Deze kunnen grofweg ondergebracht worden in drie grote groepen. Deze groepen proberen oorzaken te duiden die overigens niet als contrair aan elkaar hoeven worden beschouwd. Door middel van begrip van de drie groepen kunnen supplementaire wijzen van ontwikkelingswerk ontwikkeld worden.

Tiers-mondisten

Volgens de Tiers-mondisten ligt de oorzaak van de onderontwikkeling van de Derde Wereld bij de ongelijke (economische) machtsverhoudingen tussen Noord en Zuid. De meeste anders-globalisten horen bij deze groep.

Zij denken dat de vrije markteconomie de financiële winsten probeert te maximaliseren zonder oog voor de sociale en ecologische gevolgen. Door de globalisering zouden bedrijven aan maatschappelijke controle, arbeidswetten en milieunormen ontsnappen, omdat er geen internationale politieke instellingen zouden zijn die voldoende invloed op multinationale ondernemingen kunnen uitoefenen.

Tiers-mondisten ijveren voor

  • Eerlijke handel die arbeiders en landbouwers uit het Zuiden een eerlijke prijs en goede arbeidsomstandigheden garandeert.
  • Kwijtschelding van de financiële schulden van de armste landen.
  • Correcties op de vrije markt, zoals de Tobintaks, verlaging van de invoerrechten en afschaffing van de landbouwsubsidies in het Noorden.
  • Duurzame ontwikkeling

Ze protesteren tegen de Structurele Aanpassings Programma's (SAP) van de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds (IMF) die ertoe leiden dat lokale regeringen minder kunnen investeren in basisvoorzieningen zoals gezondheidszorg en onderwijs.

Anti-tiers-mondisten

De Anti-tiers-mondisten gaan ervan uit dat de problemen in de ontwikkelingslanden zelf ontstaan. De onderontwikkeling is volgens hen een gevolg van corruptie (uit gegevens van de Afrikaanse Unie uit 2005 blijkt dat door corruptie in Afrika jaarlijks 150 miljard dollar verdwijnt), (religieuze) onderdrukking, snelle demografische groei, andere mentaliteiten, natuurrampen en etnische conflicten.

Volgens Anti-tiers-mondisten leiden globalisering en een vrije markt met zo weinig mogelijk beperkingen tot economische groei, die op termijn ook de armen ten goede komt. Ongelijkheid is voor hen geen probleem: Als armen ook welvarender worden, dan maakt het niet uit hoe rijk de rijksten zijn.

Ze gaan ervan uit dat ontwikkelingssamenwerking zich moet beperken tot acties die het economisch systeem zo weinig mogelijk hinderen. Noodhulp kan, maar als de crisis voorbij is heeft het geen zin of is het onmogelijk om de onderliggende problemen aan te pakken.

Antropologen

Sommige antropologen zoeken de oorzaken onderontwikkeling in de kolonisatieperiode: Door de paternalistische houding van de blanken zijn Afrikanen hun weerbaarheid, eigenwaarde en geloof in hun eigen mogelijkheden en creativiteit verloren. Onderontwikkeling betekent voor hen dat mensen geen vrije keuzes meer kunnen maken; afhankelijkheid is het gevolg.

Begrippen als tijd, geld, vrijheid, arbeid, leven, gezondheid, gender, leeftijd en familie hebben dikwijls een andere betekenis voor mensen uit het Zuiden. Harmonie met de natuur, sociale relaties en respect voor de voorouders zijn in het Zuiden belangrijk bij het zoeken naar oplossingen voor concrete problemen; in tegenstelling tot het Noorden waar rationaliteit en het individu centraal staan bij ontwikkeling. Antropologen vinden dat ontwikkelingssamenwerking opnieuw doordacht moet worden vanuit de cultuur en de eigen opvattingen van mensen uit het Zuiden.

Overzicht

Nederland

(Zie ook Ontwikkelingshulp door Nederland)

Nederland geeft ruim 0,8% van het Bruto Nationaal Product (BNP) uit aan ontwikkelingshulp en is daarmee zowel in Europa als wereldwijd koploper. In 2008 werd 4,8 miljard besteed aan ontwikkelingshulp. De helft van dit bedrag gaat naar Afrika. Uit een onderzoek gedaan in januari 2008 bleek dat de Nederlandse burgers voorstanders zijn van ontwikkelingshulp, maar 60% vindt het bedrag te hoog en twijfelt aan de effectiviteit van de hulp.

De ontwikkelingshulp door Nederland komt op drie manieren op zijn plaats terecht:

  • Via een bilaterale relatie, in zo'n geval gaat het geld direct naar een land waarmee Nederland een relatie heeft. In 2008 waren dat 36 landen. Ongeveer de helft van het budget loopt via bilaterale relaties.
  • Via internationale organisaties zoals de Verenigde Naties en de Wereldbank. Ongeveer een kwart van het budget bereikt ontwikkelingslanden op deze manier.
  • Via bedrijven, Niet-Gouvernementele Organisaties (NGO's) en kennisinstellingen. Deze route heet 'het particuliere financieringskanaal'. Bij maatschappelijke organisaties gaat het om organisaties als NOVIB, Cordaid of Artsen zonder grenzen. Ongeveer een kwart van het budget loopt via deze organisaties.

Een deel van de Nederlandse hulp gaat via medefinancieringsorganisaties (MFO's): Oxfam Novib, ICCO, Hivos, Cordaid. Plan Nederland (voorheen Foster Parents Plan) en Terre des Hommes. Deze MFO's zijn niet verbonden aan de regering, maar aan burgers, en dus een vorm van niet-gouvernementele organisaties (NGO's). Zij geven geld aan andere niet-gouvernementele organisaties die de eigenlijke hulpprojecten verzorgen in ontwikkelingslanden.

Niet al het geld komt vanuit de regering. Ook burgers betalen direct voor ontwikkelingssamenwerking. De MFO's hebben bijvoorbeeld ook een eigen achterban die gelden bijdragen voor hun ontwikkelingsprojecten. Hetzelfde geldt voor andere NGO's die geld werven bij burgers, zoals Woord en Daad, Red een Kind, VSO, World Granny , WPF en SOS Kinderdorpen.

België

Zie Belgische Technische Coöperatie (BTC), Directie-Generaal Ontwikkelingssamenwerking België (DGOB) en Vlaams Agentschap voor Internationale Samenwerking (VAIS) voor gouvernementele ontwikkelingssamenwerking.
Zie Vredeseilanden, 11.11.11, Broederlijk Delen en Caraes voor niet-gouvernementele ontwikkelingssamenwerking.

Externe links

Bibliografie

Voetnoten