Wikisage, de vrije encyclopedie van de tweede generatie, is digitaal erfgoed

Wikisage is op 1 na de grootste internet-encyclopedie in het Nederlands. Iedereen kan de hier verzamelde kennis gratis gebruiken, zonder storende advertenties. De Koninklijke Bibliotheek van Nederland heeft Wikisage in 2018 aangemerkt als digitaal erfgoed.

  • Wilt u meehelpen om Wikisage te laten groeien? Maak dan een account aan. U bent van harte welkom. Zie: Portaal:Gebruikers.
  • Bent u blij met Wikisage, of wilt u juist meer? Dan stellen we een bescheiden donatie om de kosten te bestrijden zeer op prijs. Zie: Portaal:Donaties.

Agrariër

Uit Wikisage
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Een agrariër, in de volksmond landbouwer oftewel boer, is iemand die met landbouw of veeteelt zijn geld verdient. Meestal woont deze met zijn vrouw, boerin genaamd, en verdere familie op een boerderij, welke op of in de buurt van het land ligt dat bij de boerderij hoort.

Een boer die slechts de beschikking over een klein stuk land of klein aantal dieren heeft, wordt ook wel een keuterboer(tje) genoemd. Iemand die op het land werkt, maar zelf geen grond heeft, wordt een landarbeider genoemd. In de antropologie wordt verder ook de peasant (kleine boer) onderscheiden.

Nederland

Cijfers

De laatste vijfentwintig jaar is het aantal agrarische bedrijven in Nederland sterk gedaald. In 1980 waren er 144.994 landbouwbedrijven, daarvan waren er in 2004 nog 83.885 over. Ook het aantal mensen werkzaam in de landbouw is gedurende die jaren sterk afgenomen: van 265.467 in 1980 tot 167.824 in 2004.

Opleiding

Er zijn verscheidene opleidingen om agrariër te worden. De Agrarisch opleidingscentra (AOC's) verzorgen de agrarische beroepsopleidingen.

Het Wageningen Universiteit en Researchcentrum in Wageningen verzorgt wetenschappelijke opleidingen en leidt niet direct op tot het beroep van boer alhoewel enkele afgestudeerden een eigen boerenbedrijf hebben.

Geschiedenis

De boer of agrariër is ontstaan in de Neolithische revolutie toen de mens in plaats van te jagen sedentair werd. Een perceel bos werd platgebrand en enige tijd beplant of beweid. Zodra de grond was uitgeput trok men naar een volgend perceel. Door de uitvinding van bemesting werd het mogelijk zich permanent te vestigen. Zo ontstonden boerendorpen waaromheen men landbouw en veeteelt bedreef.

Gedurende de middeleeuwen verloren veel boeren hun vrijheid door het feodale stelsel. Een klein deel van de boeren wist zichzelf te handhaven en behield hun vrijheid en hun erf. Deze werden weerboeren (wehrbauer) genoemd. In de late middeleeuwen gingen deze vrije boeren over tot het pachten van grond van adellijke grondbezitters. De onvrije boeren volgden later. Hierdoor ontstond in Noord-Nederland en Noord-Duitsland een groot verschil in aanzien en invloed tussen hereboeren, keuterboeren en landarbeiders. In de negentiende eeuw leidde dit verschil tot sociale spanningen in met name Friesland, Drenthe en Groningen.

Tegenwoordig is de boer nog steeds onlosmakelijk verbonden met de bestaansmogelijkheid (als primaire sector) van onze samenleving.