Wikisage, de vrije encyclopedie van de tweede generatie, is digitaal erfgoed

Wikisage is op 1 na de grootste internet-encyclopedie in het Nederlands. Iedereen kan de hier verzamelde kennis gratis gebruiken, zonder storende advertenties. De Koninklijke Bibliotheek van Nederland heeft Wikisage in 2018 aangemerkt als digitaal erfgoed.

  • Wilt u meehelpen om Wikisage te laten groeien? Maak dan een account aan. U bent van harte welkom. Zie: Portaal:Gebruikers.
  • Bent u blij met Wikisage, of wilt u juist meer? Dan stellen we een bescheiden donatie om de kosten te bestrijden zeer op prijs. Zie: Portaal:Donaties.

Onderwijsondernemer

Uit Wikisage
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Een onderwijsondernemer is iemand die activiteiten kan ontplooien die een verandering van het bestaande onderwijssysteem veroorzaken of ondersteunen[1]. Een onderwijsondernemer maakt ondernemend leren mogelijk of draagt daaraan bij.

Meestal doelt men bij een onderwijsondernemer op een onderwijsmanager die pro-actief handelt vanuit zijn maatschappelijke positie en bijbehorende verantwoordelijkheid[2]. Of men doelt op een zelfstandige ondernemer die, vaak vanuit zijn praktijkervaring, als coach, ontwikkelaar of adviseur wordt ingehuurd of investeert in het onderwijs[3]. Minder gebruikelijk is het om leerlingen, die zich in het onderwijs ondernemend (willen) gedragen, of docenten, die met ondernemers uit de schoolomgeving samenwerken en hun eigen onderwijs en ontwikkeling vorm geven, hieronder te scharen.

Achtergrond

De Nederlandse ministeries van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I) en Onderwijs Cultuur en Wetenschap (OCW) willen dat meer onderwijsinstellingen aandacht geven aan ondernemerschap in hun schoolprogramma’s. Middels het actieprogramma Onderwijs en ondernemerschap[4] tracht men ondernemende scholen, leerlingen en docenten te stimuleren. België kent het Actieplan ondernemerschap[5]; een overzicht van de maatregelen binnen het beleidsdomein Economie, Wetenschap en Innovatie (EWI) ter ondersteuning van het ondernemerschap in Vlaanderen. Uit onderzoek blijkt dat het trainen van prille ondernemers effectief en relevant is in met name landen gedreven door innovatie[6].

Kenmerken

In het onderwijs worden doorgaans twee betekenissen, die elkaar deels overlappen, voor ondernemerschap gehanteerd[7]. De ene betekenis is die van zelfstandig ondernemerschap of het werken voor eigen rekening en risico. De andere is ondernemerschap als gedrag. Hiermee wordt onder meer het nemen van initiatief bedoeld of specifiek het signaleren van en inspringen op kansen in de markt.

Vermogens die een ondernemer kenmerken zijn het vermogen om zichzelf en anderen te inspireren en te motiveren, incasseringsvermogen, improvisatievermogen[8], aanpassingsvermogen en doorzettingsvermogen[9]. De E-scan (Entrepreneursscan) kijkt naar de bereidheid tot risico nemen, de flexibiliteit, de creativiteit, de marktgerichtheid, het doorzettingsvermogen, de effectiviteit, de sociale oriëntatie, de dominantie, de zelfstandigheid en de prestatiegerichtheid.

Vaststelling

Men kan ondernemerschap in het onderwijs volgens deskundigen vaststellen door het waarnemen van een sterke behoefte om te excelleren, een hoge prestatiemotivatie[10]. Deze potentiële onderwijsondernemer ziet volgens de deskundigen kansen om te presteren en toont dit door de competitie daartoe aan te gaan[11]. Ze schijnen meer dan anderen bereid daartoe flink in te investeren en durven risico's te nemen[12]. Het valt onderzoekers op dat deze ondernemers meestal een sterke interne locus of control kennen[13], wat wil zeggen dat ze gedreven worden door de overtuiging en zelfvertrouwen[14] dat ze invloed hebben op de eigen omgeving en daarmee de eigen prestaties. Men stelt dat men mede daarom een grote behoefte aan autonomie en onafhankelijkheid heeft[15] en een sterk geloof in de eigen creativiteit om nieuwe ideeën, oplossingen, producten en diensten te scheppen[16]. Het geloof in de maakbaarheid van het leven maakt volgens sommigen ook dat ze toleranter zijn voor ambiguïteit[17] (onzekerheid en onduidelijkheid), meer vertrouwen op de eigen intuïtie[18] en makkelijker volharden en doorzetten. Het zichtbare doelgerichte handelen kan de omgeving ervaren als integer en betrouwbaar. Het is lijkt immers helder wat men aan de onderwijsondernemer heeft, er is schijnbaar geen verborgen agenda.

Er zijn verschillende wetenschappelijke tests die het ondernemersprofiel achterhalen[19]. Dat dit betrouwbaar gebeurt is belangrijk omdat jezelf kennen een bepalende factor schijnt te zijn voor succesvol ondernemen[20]. Men raadt daarom geldverstrekkers aan bij starters niet zozeer te hangen aan onzekere voorspellingen uit een ondernemingsplan, maar meer te kijken naar de persoon van de ondernemer[21]. Of het uberhaupt mogelijk is het persoonlijkheidsprofiel van een ondernemer te kunnen beschrijven is lange tijd [22], tot nog vrij recentelijk[23], bestreden.

Een lastige vraag voor wetenschappers is wanneer in het onderwijs ondernemerschap in voldoende mate van toepassing is om deze als zodanig vast te stellen? Op de eerste plaats vergt dat een scherpe definitie en afbakening die grotendeels op de gehanteerde visie op ondernemerschap gestoeld zal zijn. Want hoe hoog moet de prestatiemotivatie zijn? Hoe tolerant en doorzettend dient men te zijn? Moeten alle kenmerken van toepassing zijn, of mag men talentvol zijn op enkele? En bedoelen we met een ondernemer vooral een vakman, manager, pionier of een verkoper? Daarbij speelt ook nog het gegeven dat hoewel erfelijk bepaalde persoonlijkheidskenmerken (Big Five persoonlijkheidsfactoren) niet zoveel verschillen over verschillende landen en culturen[24], men grote verschillen ziet in de mate van ondernemerschap[25]. De invloed van de familie of vrienden, de directe omgeving, op het starten maar ook het uitbouwen van een onderneming is groot. Ook een ondernemersvriendelijk klimaat draagt bij aan ondernemerschap[26]. Andere factoren spelen dus klaarblijkelijk een grote rol en verbloemen vaak de feitelijke aanleg voor ondernemerschap.

Omvang

In Nederland is in 2011 circa 12% van de beroepsbevolking ondernemer[25] waarvan 35% vrouw. Hiermee is Nederland koploper in Noord- en West-Europa. Als men vanuit het gelijkheidsbeginsel de definitie van ondernemerschap zo zou willen formuleren dat evenveel vrouwen als mannen geschikt als ondernemer zijn dan betekent dat in die situatie 16% van de Nederlanders ondernemer zal zijn. Gezien de bepalende invloed van geschikte externe factoren voor het daadwerkelijk ontwikkelen van een aanleg tot ondernemerschap naar ondernemer zijn, zou men volgens onderzoekers met een sterk aandeel niet ontwikkeld of latent ondernemerschap (ongeveer 4%[27]) rekening dienen te gehouden. Als men het voorgaande aanneemt dan komt men bij ongeveer een kwart van de bevolking tot de vaststelling van ondernemerschap en waarschijnlijk (iedereen is immers verplicht een dele van zijn leven onderwijs te volgen) geldt hetzelfde percentage voor de deelnemers aan het onderwijs.

Deze grens wordt bevestigd door onderzoek naar de zekerheid waarmee studerenden aangeven voor een eigen onderneming te gaan[28]. Gezien de maatschappelijke ontwikkelingen behoeft ondernemerschap zich niet alleen meer te uiten in het daadwerkelijk worden van een ondernemer, maar kan het zich ook tonen in een ondernemend werknemerschap, waarnaar een toenemende vraag vanuit de markt is.

Een andere indicatie voor dit percentage vinden we bij testpsychologen die voor het interpreteren van prestatie motivatie tests (PMT- A) een normaalverdeling hanteren waardoor 23% van de bevolking in de categorie hoge prestatiemotivatie valt. Sommigen argumenteren dat een hoge prestatiemotivatie weliswaar een sterke relatie en positieve invloed zal hebben op de andere kenmerken van ondernemerschap, maar dat dit ondernemerschap niet garandeert. Daartegenover staat dat anderen stellen dat iemand met een gemiddelde prestatiemotivatie ook een goede ondernemer zou kunnen zijn omdat hij of zij op andere kenmerken excelleert. Deze kenmerken op zich kunnen op termijn bij stimulering door de omgeving de prestatiemotivatie op haar beurt weer verhogen. Zouden testpsychologen ondernemerschap testen dan zouden ze wederom een normaalverdeling hanteren om een hoge mate van ondernemerschap te onderscheiden van een gemiddelde of lage mate van ondernemerschap. Met andere woorden, het percentage van de Nederlanders dat ondernemend is, zou een kwestie van een grens trekken kunnen zijn. Het onderwijs is bekend met deze wijze van determineren (CITO of de wijze waarop veel onderwijzers de becijfering van hun leerlingen normeren).

Zie ook

Referenties