Wikisage, de vrije encyclopedie van de tweede generatie, is digitaal erfgoed

Wikisage is op 1 na de grootste internet-encyclopedie in het Nederlands. Iedereen kan de hier verzamelde kennis gratis gebruiken, zonder storende advertenties. De Koninklijke Bibliotheek van Nederland heeft Wikisage in 2018 aangemerkt als digitaal erfgoed.

  • Wilt u meehelpen om Wikisage te laten groeien? Maak dan een account aan. U bent van harte welkom. Zie: Portaal:Gebruikers.
  • Bent u blij met Wikisage, of wilt u juist meer? Dan stellen we een bescheiden donatie om de kosten te bestrijden zeer op prijs. Zie: Portaal:Donaties.

Oen

Uit Wikisage
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Oen is het Nederlandse woord waarmee in de spreektaal een dom of sullig persoon wordt aangeduid. Tevens is het een in de ezelhouderij gebruikte term voor een gecastreerde ezelhengst.[1][2]

Gebruik

De meestgebruikte betekenis van het woord oen is, volgens Van Dale, die van een "dom, sullig persoon". In de spreektaal is het woord in deze betekenis ingeburgerd geraakt en wordt het soms als beledigende toevoeging in het sociaal verkeer gebezigd. De etymologie van het woord, dat als zodanig al in 1631 werd gebruikt,[3] is onzeker. Mogelijk is het afgeleid van het woord loen, dat eveneens "domme, onhandige vent, knul" betekent. Het woord werd in de jaren zeventig populair door een Nederlands radioprogramma, de Dik Voormekaarshow, waarin de uitdrukking Wat een oen, hè! regelmatig werd gebruikt.[4]

Literatuur

Het woord duikt regelmatig op in de literatuur. Remco Campert gebruikte het in zijn boek Tjeempie wanneer de hoofdpersoon versucht Wat een uil ben ik toch! Oehoe, wat oenig van me!. Al eerder gebruikte Marga Minco het in 1962 in haar boek De Andere Kant als omschrijving die niet op een persoon sloeg: Die oenige gordijnen, en dat tafeltje, ontzettend. In De Walgvogel van Jan Wolkers uit 1974 wordt het gebruikt als omschrijving van soldaten in een denigrerende contekst: Oenen en debielen in blauwe bleekgesleten misdaadkleding met grote waterhoofden en waterige puilogen die met dierlijke kreten de wedstrijd volgden. Recenter beschreef Marjan Berk in Rook in de ribben uit 1987 een persoon: Nou ging die sufferd, die oen, zichzelf aangeven bij de vreemdelingenpolitie![5]

Ezelhouderij

De term wordt bij de ezelhouderij gebruikt om een gecastreerde hengst aan te duiden. Castratie gebeurt vóór het bereiken van de geslachtsrijpheid, met het doel een mannelijke ezel handzamer en minder dominant van gedrag te maken. Een dierenarts voert de operatie uit onder plaatselijke verdoving. De duur van de ingreep is gemiddeld tien minuten.[6][7]

Bronnen, noten en/of referenties
rel=nofollow
rel=nofollow