Wikisage, de vrije encyclopedie van de tweede generatie, is digitaal erfgoed

Wikisage is op 1 na de grootste internet-encyclopedie in het Nederlands. Iedereen kan de hier verzamelde kennis gratis gebruiken, zonder storende advertenties. De Koninklijke Bibliotheek van Nederland heeft Wikisage in 2018 aangemerkt als digitaal erfgoed.

  • Wilt u meehelpen om Wikisage te laten groeien? Maak dan een account aan. U bent van harte welkom. Zie: Portaal:Gebruikers.
  • Bent u blij met Wikisage, of wilt u juist meer? Dan stellen we een bescheiden donatie om de kosten te bestrijden zeer op prijs. Zie: Portaal:Donaties.

Mobiele telefoon

Uit Wikisage
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Een mobiele telefoon oftewel mobieltje oftewel GSM oftewel cellulair (Suriname) genoemd, is een apparaat waarmee men draadloos kan telefoneren, met behulp van een netwerk van antennes. Mobiele telefoons maken gebruik van radiogolven en van telefooncentrales om binnen een bepaalde regio communicatie tussen de gebruikers mogelijk te maken. De eerste generaties maakten gebruik van analoge modulatie, latere van digitale (GSM en UMTS).

Dit kan zowel op een openbaar als een privé-netwerk. Een voorbeeld van een privé- (ofwel gesloten) netwerk is het C2000-netwerk voor de hulpverleningsdiensten in Nederland of Astrid in België.

De term mobiele telefoon omvat niet de zogenaamde draadloze telefoons die gekoppeld zijn aan een vaste telefoonaansluiting, en die alleen gebruikt kunnen worden binnen een straal van honderd meter van het basisstation.

Om radiofrequenties te gebruiken voor mobiele telefonie is in Nederland een vergunning van het Agentschap Telecom van het Ministerie van Economische Zaken noodzakelijk. Mobiele telefoons moeten door dit agentschap (of een vergelijkbare instantie in een ander EU-land) worden goedgekeurd.

Mobiele telefoons hebben meestal niet voor iedere letter een toets. Daarom wordt bij het invoeren van tekst (voor een SMS, voor het telefoonboek, enz.) gebruik gemaakt van multi-tap of T9.

Een mobiele telefoon weegt tegenwoordig (ingevoegd op 10 maart 2009) minder dan 100 gram.

Geschiedenis van de mobiele telefoon in België/Nederland

In de jaren vijftig begon men met de opzet van een semi-openbaar netwerk, slechts te gebruiken voor bepaalde groepen. In die tijd was de verbinding simplex en moest men nog "Over!" roepen om tussen spreken en luisteren om te schakelen. Een telefoniste die meeluisterde, schakelde in de centrale de verbinding om.

ATF-1 t/m ATF-3

In de jaren zeventig ontstonden de zogeheten autotelefoon-netwerken. De Nederlandse PTT (die destijds het staatsmonopolie had op telecommunicatie) hanteerde de voor dergelijke netwerken de afkorting ATF. De netwerken gebruikten aanvankelijk frequenties van ca. 150 MHz, later ca. 450 MHz en tenslotte ca. 950 MHz. De netwerken waren analoog; er werd gebruikgemaakt van frequentiemodulatie en iedereen met een simpele ontvanger kon meeluisteren.

ATF-1, dat rond 150 MHz werkte en in maart 1980 werd geïntroduceerd, was tamelijk omslachtig. Zo moest de gesprekspartner die de abonnee vanaf het vaste net opriep weten in welk van de drie oproepgebieden in Nederland de opgeroepene zich bevond. Wel kon ATF-1 in Duitsland en Oostenrijk worden gebruikt. Omdat de capaciteit slechts toereikend was voor circa 2500 gebruikers zat het systeem na 3 jaar al vol.

ATF-2 werd in 1985 geïntroduceerd en werkte volgens een in Scandinavië ontwikkeld concept: Nordic Mobile Telephone. Het werd ook wel NMT-450 genoemd vanwege de gebruikte frequentieband. Er konden 50.000 abonnees op worden aangesloten. In 1989 zat het systeem -in Nederland vol. Een uitbreiding op ATF-2 vormde ATF-3, dat met het NMT-900 systeem werkte op de 900 MHz frequentieband en kwam in 1989 in bedrijf. Hiermee konden kleinere toestellen worden gerealiseerd (kleinere antennes, lagere vermogens) en er konden meer gebruikers op worden aangesloten.

Gebruik was in eerste instantie uitsluitend toegestaan aan boord van voertuigen. Wie een autotelefoon aan boord van een schip gebruikte was in overtreding. Aan boord van schepen was uitsluitend een marifoon als communicatiemiddel toegestaan. Het duurde jaren voordat aan deze merkwaardige situatie een einde kwam.

ATF-3 werd als laatste ATF-net in 1997 opgeheven.

Per 1 januari 2005 zijn de frequenties rond 151 MHz van het ATF-1 netwerk vrijgegeven voor kerkradio.

Greenpoint

Van 1992 tot en met 1998 kende Nederland een semi-mobiel telefoonnetwerk onder de naam Greenpoint (met de zgn. Greenhopper-toestellen die volgens de DECT-standaard werken).

GSM

Sinds ongeveer 1993, met de start van het GSM-netwerk, is het aantal Nederlanders met een mobiele telefoon zeer sterk gestegen. Tot begin jaren negentig was het gebruik beperkt tot zakenlieden, binnenvaartschippers en beroepschauffeurs. Thans heeft bijna elke Nederlander een mobiele telefoon.

Hierdoor is het telefoneren in openbare ruimtes, treinen en auto's gemeengoed geworden. De overheid zag zich genoodzaakt maatregelen af te kondigen tegen het telefoneren in de auto met het toestel in de hand. In ziekenhuizen vroeg men de mobiele telefoon uit te schakelen aangezien oude apparatuur mogelijk gestoord kon worden. Tegenwoordig is medische apparatuur ongevoelig voor mobiele telefoons. Ook in vliegtuigen vraagt men nog steeds de mobiele telefoon uit te schakelen. Oorspronkelijk in verband met mogelijke interferentie met de elektronica van het vliegtuig (wat geen probleem meer is), maar tegenwoordig nog steeds aangezien de telefoonnetwerken daar niet voor toegerust zijn en omdat vele reizigers geen storende telefoons in de buurt wensen.

In gebieden waar geen dekking via een GSM-netwerk beschikbaar is kan telefoneren via een satellietverbinding een geschikte oplossing vormen. Verschillende systemen zijn beschikbaar.

Datadiensten

Mobiele telefoons bieden behalve de telefoniedienst ook steeds meer datadiensten. Deze data kunnen weer naar een (draagbare) computer getransporteerd worden. Steeds meer data kunnen ook op het toestel zelf bekeken en ingevoerd worden. Een belangrijke datadienst is SMS, die het mogelijk maakt korte tekstberichten te ontvangen en te versturen. Hiermee zijn semafoons overbodig geworden.

GPRS, EDGE en UMTS zijn speciaal gemaakt om packet switched data toe te laten op het netwerk.

Verder is er Wi-Fi, een soort semi-netwerk. Er zijn veel hotspots waar men gratis kunt internetten.

In Nederland staan ondertussen vele masten, die in een straal van 10 km het signaal van een mobiele telefoon kunnen ontdekken. Bij het bellen zoekt het mobieltje verbinding met de andere mast (ook wel cel genoemd). Al die masten zijn verbonden aan een kast, waarin zich apparatuur bevindt die "weet" in welke cel een bepaalde mobiele telefoon zich bevindt.

Onderdelen van de mobiele telefoon

Een mobiele telefoon heeft over het algemeen de volgende onderdelen:

Het beeldscherm kan zijn uitgvoerd als:

In het geval van een Touchscreen, functioneert het beeldscherm tevens als invoereenheid.

Voorts kan een toestel voorzien zijn van:

Ontwikkeling van de gebruiksmogelijkheden

Een mobiele telefoon had in 1996 de mogelijkheid voor:

  • Telefonie met spraakcommunicatie

Een mobiele telefoon had in 1998 de mogelijkheid voor:

  • Telefonie met spraakcommunicatie
  • Trilfunctie

Een mobiele telefoon had in 2003 gewoonlijk de volgende mogelijkheden:

  • Telefonie met spraakcommunicatie
  • Trilfunctie
  • Dual Band
  • Bluetooth (in eerste instantie bij de duurdere/zakelijke toestellen)
  • Mobiel internet (WAP, onder andere via GPRS) (idem)
  • Tri Band (idem)
  • SMS-functie
  • Fotografie of video-opname

Vanaf 2004 werden de volgende mogelijkheden toegevoegd:

  • Extra gegevensopslag
  • EDGE

Vanaf 2005 werden de volgende mogelijkheden toegevoegd:

Vanaf eind 2007 werden de volgende mogelijkheden toegevoegd:

Vaak heeft een mobiele telefoon een eenvoudige rekenmachine.

Een mobiele telefoon kan vaak in eenvoudige uitvoering audio-, afbeeldings- en videobestanden afspelen/weergeven (draagbare mediaspeler-functie), en deze produceren met de audiorecorder-functie en de foto- en videocamera-functie (en dus ook camcorder-functie).

Technisch zijn de mobiele telefoons mogelijk geworden door vooruitgang in de miniaturisatie van elektronische componenten, het gebruik van digitale technieken en vooruitgang in de batterijtechnologie. Ze werden ook steeds kleiner (begrensd door de hanteerbaarheid, de ruimte die de toetsen vergen, en de wenselijkheid van een niet te klein scherm) en lichter.

Besturingssystemen

Mobiele telefoons werden tot kort voor 2009 veelal aangedreven door speciaal voor het betreffende merk ontwikkelde besturingssystemen, zoals Apple zijn eigen besturingssysteem OS X gebruikt voor de iPhone. Echter, vanwege de steeds grotere software eisen, kiezen fabrikanten tegenwoordig meestal één van de volgende besturingssystemen:

Gebruik

Nederland

In Nederland zijn er 77 mobiele telefoonaansluitingen per 100 inwoners. Daarmee staat Nederland qua gebruik op de tweede plaats in de wereld.

In september 2007 waren er in Nederland, volgens een onderzoek van Telecompaper,[1] 18.914.000 mobiele telefoonaansluitingen.

Luxemburg

Op de eerste plaats staat Luxemburg met maar liefst 97 mobiele telefoonaansluitingen per 100 inwoners. Daarmee staat Luxemburg qua gebruik op de eerste plaats in de wereld.

Japan

In Japan zijn er 58 mobiele telefoonaansluitingen per 100 inwoners. Japan is een zogenaamd hightechland. (Gegevens uit 2003)

Verenigde Staten

In de Verenigde Staten zijn er 46 mobiele telefoonaansluitingen per 100 inwoners. De Verenigde Staten zijn een zogenaamd hightechland. (Gegevens uit 2003)

België

Het gebruik van de mobiele telefoon in België is onderzocht. Daarbij is geconstateerd dat:[2]

  • 45 procent van de Belgen zijn gsm meeneemt naar het toilet.
  • 40 procent zijn gsm meeneemt in bad.
  • 4 procent zijn gsm ook opneemt tijdens de seks.

Betaling van het gebruik van de digitale netwerken

Betaling van het gebruik van de digitale netwerken kan met twee systemen:

  • Men neemt een abonnement waarbij vaak ook belminuten en/of een aantal SMSjes e.d. zijn inbegrepen, en eventueel onbeperkt gebruik van internet, en krijgt een maandelijkse rekening voor de vaste kosten en de eventuele bijbetaling achteraf van extra gebruik. Vaak is een toestel goedkoop of gratis bij het afsluiten van een abonnement voor bijvoorbeeld één of twee jaar. De abonnementsprijs fungeert daarbij tevens als "afbetaling" van het toestel.
  • Men kiest voor prepaid: men koopt een beltegoed; alleen het gebruik kost geld, ten laste van dit tegoed; wanneer het opraakt kan men door een bedrag te betalen het tegoed opwaarderen. Er is vaak een klein minimum bedrag dat per jaar minstens moet worden besteed aan opwaarderen.

De diverse functies van de mobiele telefoon die niet van het netwerk gebruik maken zijn (uiteraard) gratis.

Betalen met de mobiele telefoon

Sinds eind 2006 is in Nederland het mogelijk om met Rabo Mobiel kleine betalingen te doen met de mobiele telefoon. Naast deze betalingen is het sinds begin 2007 mogelijk toegangskaarten voor concerten en evenementen via internet te betalen en direct te ontvangen per sms. Mobile ticketing begint een vaste plek te krijgen in de ticketing industrie. Het grote voordeel van mobiele toegangskaartjes kan zijn dat men, naast de directe ontvangst van het ticket, ook via een aparte ingang het betreffende evenement in kan.[3] Naast Rabo mobiel is in 2007 ook een proef in de Beurstraverse, de zogenaamde Koopgoot, in Rotterdam gestart door het bedrijf Payter. Deze proef is inmiddels met onbekende tijd verlengd en wordt eind 2008 verder uitgerold naar de rest van Nederland.[4]. Inmiddels is het ook mogelijk om kortingscoupons op de mobiele telefoon te downloaden, geld over te maken naar andere gebruikers, al dan niet via sms[5] en te betalen in parkeergarages, supermarkten, restaurants et cetera.

Gezondheidsrisico's

De risico's van de elektromagnetische straling afkomstig van mobiele telefonie, zowel van de toestellen als van de zendmasten, is nog onduidelijk. Enerzijds bestaat er geen onderzoek dat eenduidig en ondubbelzinnig enige gezondheidsschade aantoont. Maar er is ook nog geen onderzoek dat alle effecten uitsluit - met name niet omdat er nog onvoldoende epidemiologisch onderzoek is gedaan naar langdurige blootstelling aan lage doses.[6]

Aanwijzingen voor gezondheidsrisico's

  • Een duidelijk aangetoond risico van mobiele telefonie, dat echter niet met elektromagnetische straling te maken heeft, is bellen tijdens het autorijden. Wie niet-handsfree telefoneert heeft 5 maal zoveel kans op een ongeval. Handsfree bellen is iets minder gevaarlijk, maar het risico is dan nog steeds 3,8 keer hoger.[7] Ook is gebleken dat bellen achter het stuur een sterker negatief effect heeft op de rijvaardigheid dan enkele glazen alcohol.[8]
  • Sommigen menen dat veelvuldig gebruik van de gsm kan leiden tot permanente oogproblemen en zelfs tot een cataract. Wetenschappers van de faculteit medicijnen van het Israëlische Instituut voor Technologie stelden de ooglenzen van jonge kalveren (qua structuur bijna gelijk aan het menselijk oog) bloot aan warmte die te vergelijken is met de temperatuurstijging die men krijgt tijdens een lang gsm-gesprek en aan microgolfstraling zoals die door een draagbare telefoon wordt geproduceerd. Na twee weken bleek dat het oogweefsel bij de proefdieren een bobbeltje had gevormd, dat sterke overeenkomsten vertoont met de eerste fase van de ernstige oogaandoening cataract.[9] [10]
  • Een studie van Prof. Santini [11] vond een duidelijke toename van de volgende symptomen bij mensen die vlakbij een zendmast wonen: hoofpijn/migraine, slaapstoornissen, irritatiegevoeligheid, depressieve klachten, vermoeidheid, concentratieproblemen, gevoel van onbehagen en geheugenstoornissen. Recentere - onafhankelijke - studies uit Oostenrijk door Hutter et al. [12] en uit Spanje door Navarro et al. [13] komen tot soortgelijke bevindingen. Reeds bij niveaus van 10-100 μW/m2 is er een verhoogde kans op genoemde symptomen, terwijl veel mensen blootgesteld worden aan meerdere duizenden μW/m2.
  • Onderzoek van de Radboud Universiteit Nijmegen en het bedrijf Brainclinics, waarin 300 mensen gedurende twee tot drie jaar werden gevolgd, geeft aanwijzingen dat mensen die vaak en lang mobiel bellen, een subtiele vertraging van de hersenfunctie vertonen ten opzichte van mensen die minder bellen, en dat dit effect niet het gevolg is van verschillen in persoonlijkheid.[14] [15] De gevonden vertraging van de hersenfuncties valt binnen de "normale" grenzen, en regelmatige bellers toonden een verbeterde gerichte aandacht dan weinig-bellers. Het is daarom niet geheel duidelijk of hier sprake is van een nadelig gezondheidseffect.
  • Een onderzoek dat door fabrikanten van mobiele telefoons werd gefinancierd, geeft aanwijzingen dat de straling van GSM-telefoons de slaap kan verstoren. Bij proefpersonen die aan de straling waren blootgesteld duurde het langer voor zij de fase van diepe slaap bereikten, en die fase duurde ook korter.[16] [17]
  • Bij een onderzoek van de wetenschapper Dirk Adang van de Université catholique de Louvain werd een groep laboratoriumratten blootgesteld aan gsm-, antenne- en wifistraling en een andere groep niet. De blootgestelde ratten bleken een dubbel zo hoog sterftecijfer te hebben als de niet blootgestelde groep. Van de zeventien aan straling blootgestelde ratten bleken er zestien te zijn gestorven aan een tumor.[18] Het ging hierbij om een "langetermijnexperiment [...] en low exposure. De blootstellingsfactor was die van ICNIRP."[19]

Aanwijzingen tegen gezondheidsrisico's

  • Officiële onderzoeken en metingen, zoals beschreven op de site van het overheidsloket Antennebureau geven aan dat tot nu toe geen nadelige invloed van elektromagnetische velden op de gezondheid is gebleken en dat er geen redenen zijn om aan te nemen dat dat voor GSM en UMTS anders is.
  • Onderzoek van de International Comittee for Non-Ionizing Radiation Protection (Engelstalig) toont aan dat er tot nu toe geen oorzakelijk verband tussen blootstelling aan radiogolven en gezondheidsklachten is gevonden.
  • Informatie van de World Health Organisation (Engelstalig) laat zien dat er geen effecten van radiostraling op de gezondheid kan worden gevonden, alleen een kleine verhoging van de lichaamstemperatuur bij zeer hoge dosis straling.
  • Meldingen in de media van een groter aantal kankergevallen in de buurt van sommige GSM-antennes leiden vaak tot onrust. Maar het is een feit dat kankergevallen geografisch ongelijk verdeeld zijn over de bevolking. Omdat GSM-antennes overal in het land staan, valt het te verwachten dat er zo nu en dan toevallig een cluster van kankergevallen voorkomt in de buurt van een GSM-antenne. Bovendien zijn de gemelde kankergevallen in deze clusters een verzameling van verschillende soorten, die verschillende eigenschappen hebben. Het is daarom onwaarschijnlijk dat ze een gezamenlijke oorzaak (zoals een nabijgelegen GSM-antenne) hebben.[20]
  • Uit een uitgebreid Brits onderzoek, waarbij meer dan 966 mensen met een hersentumor werden ondervraagd, is gebleken dat er geen enkel verband is tussen mobiel bellen en hersentumoren.[21]
  • Elektromagnetische straling is pas boven een bepaalde grens in staat om veranderingen in een atoom te bewerkstelligen (ioniseren). Deze grens ligt bij 3,28 × 1015Hz, wat overeenkomt met ultraviolet licht. Mobiele telefonie werkt met frequenties die ongeveer een miljoen maal lager zijn. UMTS gebruikt een frequentie van 2 × 109Hz, GSM zit daar nog onder. Er is dus geen sprake van ioniserende straling. Een mobiele telefoon kan daarom geen DNA beschadigen, alleen maar een geringe temperatuurverhoging in het lichaam veroorzaken.

Zie ook

Referenties