Wikisage, de vrije encyclopedie van de tweede generatie, is digitaal erfgoed

Wikisage is op 1 na de grootste internet-encyclopedie in het Nederlands. Iedereen kan de hier verzamelde kennis gratis gebruiken, zonder storende advertenties. De Koninklijke Bibliotheek van Nederland heeft Wikisage in 2018 aangemerkt als digitaal erfgoed.

  • Wilt u meehelpen om Wikisage te laten groeien? Maak dan een account aan. U bent van harte welkom. Zie: Portaal:Gebruikers.
  • Bent u blij met Wikisage, of wilt u juist meer? Dan stellen we een bescheiden donatie om de kosten te bestrijden zeer op prijs. Zie: Portaal:Donaties.

Middelbaar beroepsonderwijs

Uit Wikisage
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Het middelbaar beroepsonderwijs (afgekort mbo) is een Nederlandse onderwijsvorm.

De meeste mbo-opleidingen zoals bouw, techniek, zorg, sociale beroepen, economische beroepen worden gegeven op Regionale Opleidingencentra (roc's). Deze opleidingen vallen onder het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Groene opleidingen (landbouw-, tuinbouw, bosbouw, voeding, dierenhouderij) worden gegeven op Agrarische Opleidingscentra of aoc's . Deze vallen onder het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.
Daarnaast zijn er vakinstellingen; zij verzorgen mbo-opleidingen in één branche (bijvoorbeeld grafische vormgeving). Behalve openbare of bijzondere instellingen bekostigd door een van de ministeries, zijn er ook nog talloze particuliere opleidingsinstituten die erkende mbo-diploma's mogen afgeven. Met name kappersopleidingen en schoonheidsinstituten zijn vaak particuliere opleidingscentra.

Niveau

mbo-opleidingen worden gegeven op vier verschillende niveaus:

  • niveau 1: assistent beroepsbeoefenaar (geen startkwalificatie)
  • niveau 2: medewerker / basisberoepsbeoefenaar
  • niveau 3: zelfstandig medewerker / zelfstandig beroepsbeoefenaar / vakopleiding
  • niveau 4: middenkaderfunctionaris / gespecialiseerd beroepsbeoefenaar (geeft toegang tot hbo)

Het mbo kent geen Centraal Examen zoals bij het voortgezet onderwijs. De inhoud van de opleidingen is landelijk bepaald (of in eindtermen of in competenties) maar iedere onderwijsinstelling bepaalt zelf de wijze waarop dit wordt geëxamineerd, dit kan met behulp van eigen ontwikkelde toetsen, of examens van landelijke organisaties. Om te voorkomen dat dit tot grote verschillen in eindniveau leidt, ziet de Onderwijsinspectie toe op de onderwijsprogrammering en examinering.

Toelating

Tot het mbo wordt men toegelaten als men reeds enkele jaren voortgezet onderwijs achter de rug heeft, meestal een vmbo-opleiding of enkele jaren havo of vwo:

  • voor niveau 1 geldt een drempelloze instroom;
  • voor niveau 2 heeft men minimaal een vmbo-diploma (Basisberoepsgerichte leerweg) nodig. Soms geldt een drempelloze instroom, namelijk wanneer er geen verwante {"onderliggende"} niveau 1 opleiding bestaat. Men moet dan minimaal 16 jaar zijn;
  • voor niveau 3 en 4 is minimaal een vmbo-diploma (Kaderberoepsgerichte leerweg, Gemengde leerweg of Theoretische leerweg) of overgangsbewijs van havo/vwo 3 naar havo/vwo 4 nodig;
  • met een havo- of vwo-diploma op zak kan de leerling aan een versneld traject deelnemen.

Onderwijsbeurs

In Nederland bestaan er diverse beurzen waar scholieren zich jaarlijks kunnen informeren over vervolgstudies aan het middelbaar beroepsonderwijs. Enkele beurzen zijn onder andere:

  • Onderwijsbeurs Zuid-Nederland in het Beursgebouw Eindhoven in Eindhoven
  • Beroepskeuzebeurs West-Nederland in de Evenementenhal Rijswijk in Rijswijk
  • Beroepskeuzebeurs Midden-Nederlandin de Jaarbeurs Utrecht in Utrecht
  • Beroepskeuzebeurs Groot-Amsterdam in de Amsterdam RAI in Amsterdam
  • Studiebeurs Zwolle in de IJsselhallen in Zwolle
  • Studie Beurs in de Jaarbeurs in Utrecht

Organisatie

Alle mbo-opleidingen worden in twee vormen gegeven

  • beroepsbegeleidende leerweg (bbl). De leerling heeft een dienstverband van minimaal 24 uur per week bij een bedrijf. Één dag per week gaat de leerling naar school. Vroeger noemde men dit een leerlingstelsel of soms 'vakschool' of 'streekschool'.
  • beroepsopleidende leerweg (bol). De leerling heeft geen vast dienstverband en gaat vier of vijf dagen per week naar school. Een deel van de opleiding loopt hij stage (beroepspraktijkvorming). Een leerling in de Bol-opleiding krijgt minimaal 850 klokuren les en of begeleiding.

Perspectieven

Sinds de invoering van de Wet Educatie en Beroepsonderwijs (WEB) in 1996 kan een leerling die niveau 2 heeft afgerond, makkelijk doorstromen naar niveau 3, of van 3 naar 4. De arbeidsmarktperspectieven verschillen per opleiding, maar zijn meestal wel goed.

In 2010 wordt het competentiegerichte leren ingevoerd in het mbo. De kenniscentra voor beroepsonderwijs en bedrijfsleven hebben samen met onderwijs en bedrijfsleven nieuwe kwalificatiedossiers opgesteld. In een kwalificatiedossier staat wat een leerling moet kennen en kunnen als hij zijn mbo-opleiding heeft afgerond. Daarbij gaat het niet alleen om vaktechnische vaardigheden, maar ook om algemenere competenties als samenwerken en met klanten omgaan. De onderwijsinstellingen maken, op basis van deze kwalificatiedossiers, lesprogramma's. Leerlingen zullen dan vooral leren vanuit een beroepsgerichte setting. Problemen en cases uit de praktijk zullen het leren aansturen.

Historische ontwikkeling

Het middelbaar beroepsonderwijs is tot 1990 een niet bestaand fenomeen in de Nederlandse onderwijswereld. Wel bestaat er een groot aantal opleidingen voor de beroepen waar nu de ROC's voor verantwoordelijk zijn, vaak in combinatie met een verwante opleiding op het niveau waar nu het hbo verantwoordelijk is. Dit zijn echter allemaal zelfstandige, op een kleine beroepensector gerichte scholen. Deze scholen zijn ontstaan vanuit de behoefte van beroepsgroepen aan scholing voor de toekomstige beoefenaren van het beroep. Naast de beroepssector waarvoor wordt opgeleid zijn zeker de scholen voor de klassiekere beroepen ook nog gesticht vanuit de verschillende zuilen waarin de Nederlandse samenleving tot ongeveer 1970 opgedeeld was. De scholen worden steeds meer geconfronteerd met de spanning tussen regelgeving ten aanzien van bekostiging door het Rijk enerzijds, en een steeds snellere verandering van de kennis en vaardigheden die in de verschillende beroepen van beginners gevraagd worden anderzijds. Vanuit de politiek wordt ook gezien dat veel kleine scholen moeilijk kunnen inspelen op de maatschappelijke veranderingen.

Rond 1985 worden de hbo-opleidingen gefuseerd en eventueel gescheiden van de mbo-opleiding. Rond 1990 worden de mbo-opleidingen gefuseerd. Deze fusies worden in de scholen vaak als gedwongen ervaren, omdat de bekostiging door het rijk het voortbestaan van kleine scholen onmogelijk maakt.

In 1996 wordt de Wet Educatie en Beroepsonderwijs (WEB) van kracht, die de in de fusiegolf van 1990 ontstane scholen (om dezelfde reden) tot een nieuwe fusieronde dwingt. De ontstane scholen in het middelbaar beroepsonderwijs heten vanaf dat moment Regionaal opleidingencentrum of ROC. De samengevoegde agrarische scholen (vallend onder het Ministerie van LNV) heten Agrarisch opleidingscentrum of AOC. Het mbo staat in die tijd bekend als BVE (Beroepsonderwijs en Volwassenen Educatie). Inmiddels hoort de volwasseneneducatie niet meer automatisch tot het werkterrein van de regionale opleidingencentra en wordt weer gesproken over de mbo-sector.

Internationale herkenbaarheid

mbo is in het buitenland vergelijkbaar met het Vlaamse Technisch secundair onderwijs (TSO), de Further education colleges[1] in Engeland, de Community colleges[2] in de Verenigde Staten of de Sredneje professionalnoje obrzovanieje (Russisch: Среднее профессиональное образование) (SPO/СПО) in Rusland. Deze instituties leveren praktische en beroepsgerichte cursussen tot het niveau van de Higher National Diploma[3] (HND), de Foundation degree[4] (FD), of soms hooguit de Associate Degree (AD).

Sedert 2009 werkt onder meer de mbo Raad aan een indeling naar onderwijsniveau in het Europees Kwalificatieraamwerk, om de internationale vergelijkbaarheid te vergroten.

Kenniscentra

De kenniscentra voor beroepsonderwijs en bedrijfsleven (verenigd in Colo) zorgen voor de relatie tussen beroepsonderwijs en bedrijfsleven. Ze stellen kwalificatiedossiers op (waarin staat wat een leerling moet kennen en kunnen als hij klaar is met zijn mbo-opleiding) en erkennen en begeleiden stagebedrijven.

JOB

De Jongeren Organisatie Beroepsonderwijs (JOB) behartigt de belangen van alle mbo-studenten van Nederland. JOB helpt mbo'ers als zij vragen of problemen hebben, komt op voor de rechten van mbo'ers en vertegenwoordigt mbo'ers in landelijke overleggen, bijvoorbeeld bij het Ministerie van Onderwijs.

mbo Basisopleiding

Via diverse opleiders is het mogelijk om een mbo Basisopleiding te volgen. Een Basisopleiding is een verkorte vorm van een mbo-opleiding waarvoor geen vooropleidingseis geldt. mbo Basisopleidingen zijn niet officieel erkend.

Opleidingen

In 2007/2008 waren bij vrouwen de opleidingen Sociaal pedagogisch werk, Detailhandel en Hulp bij Zorg en Welzijn het populairst. Bij mannen was dat Bouw, ICT en Detailhandel[5]

Externe links

Bronnen, noten en/of referenties

Bronnen

Voetnoten

Artikelen

  • nu.nl mbo'ers redden het niet op hbo [1]
  • nu.nl mbo-leerling haalt norm voor lezen niet [2]
  • Miranda Megens, "Geen mbo-opleiding, toch diploma", Algemeen Dagblad, 27 november 2007
  • Trouw, Dijsselbloem vergeet een half miljoen mbo-leerlingen [3]
  • havo-EXAMEN VOOR mbo-4 [4]