Wikisage, de vrije encyclopedie van de tweede generatie, is digitaal erfgoed

Wikisage is op 1 na de grootste internet-encyclopedie in het Nederlands. Iedereen kan de hier verzamelde kennis gratis gebruiken, zonder storende advertenties. De Koninklijke Bibliotheek van Nederland heeft Wikisage in 2018 aangemerkt als digitaal erfgoed.

  • Wilt u meehelpen om Wikisage te laten groeien? Maak dan een account aan. U bent van harte welkom. Zie: Portaal:Gebruikers.
  • Bent u blij met Wikisage, of wilt u juist meer? Dan stellen we een bescheiden donatie om de kosten te bestrijden zeer op prijs. Zie: Portaal:Donaties.

Marcus Tullius Cicero

Uit Wikisage
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
rel=nofollow

Marcus Tullius Cicero (Arpinum, 3 januari 106 v.Chr.Caieta, 7 december 43 v.Chr.) was een Romeins redenaar, politicus, advocaat en filosoof. Zijn leven viel samen met de overgang van de Romeinse Republiek naar het keizerrijk en hij was zelf betrokken bij de meeste politieke gebeurtenissen uit die tijd. Cicero's geschriften geven een belangrijk historisch, maar gekleurd inzicht in deze periode.

Biografie

Cicero is de enige Romein uit de klassieke periode van wie een bijna volledige biografie bewaard is in de volgende bronnen:

  • Cicero vertelt in zijn redevoeringen en werken veel over zichzelf (semi-autobiografisch).
  • Vrienden van hem, onder wie Titus Pomponius Atticus en Cornelius Nepos, hebben over zijn leven geschreven.
  • Er is van Cicero een vrij omvangrijke briefwisseling bewaard gebleven.

Jeugd

Cicero werd geboren in Arpinum (het huidige Arpino), in een rijke familie van landeigenaren, de Tullii. De politieke posities werden in die tijd vooral bezet door rijke families en hoewel rijk, had Cicero's familie geen grote politieke invloed. Cicero, die al van jongs af aan een politieke ambitie koesterde, groeide op met een afkeer van de rijkere en beroemdere families in Arpinum.

Zonder noemenswaardige achtergrond had Cicero weinig opties om een politieke carrière te bewerkstelligen. Een succesvolle militaire carrière was doorgaans een goede manier om door te dringen tot de Romeinse politiek, maar Cicero had een grondige afkeer van oorlog. Opmerkelijk was wel dat de vermogende familie van zijn echtgenote Terentia Varrones, met wie hij in 77 v.Chr. in het huwelijk trad, hem heeft gesteund bij de uitbouw van zijn politieke carrière.

Begin van zijn politieke loopbaan

Cicero begon zijn carrière als advocaat onder Sulla. Door de advocatuur haalde hij veel roem en cliënteel binnen, onder meer door het verdedigen van Roscius die aangeklaagd was door een vriend van Sulla. Door Sulla buiten de zaak te houden kon hij het proces winnen. Hierna besloot hij zich aan de aandacht van Sulla te onttrekken door op studiereis te gaan naar Griekenland. Enkele jaren later keerde hij terug voor de verkiezingen van de quaestura. Als quaestor moest hij in Sicilië de toevoer van graan controleren, wat een erg verantwoordelijke positie was, en hij slaagde erin een goede overeenkomst te sluiten met de Sicilianen.

De nieuwe gouverneur van Sicilië, Verres, had de provincie volledig uitgebuit en de Sicilianen hadden Cicero gevraagd om Verres aan te klagen. Cicero werd bij dit proces langs alle kanten tegengewerkt door vrienden van Verres. Ook kwamen de verkiezingen van aedile er bijna aan en Cicero kwam in tijdnood; dus besloot hij een hele korte redevoering te schrijven vol met bewijsmateriaal. Dit had Hortensius, een van de beroemdste advocaten van die tijd en verdediger van Verres, niet verwacht en Cicero won de zaak en vestigde zijn roem. Later publiceerde hij de andere redevoeringen voor het proces Verres, waarin hij veel kritiek had op de "homines arrogantes", de optimates die het volk uitbuitten. Hiermee toonde hij zich als een kritische aanhanger van de optimaten. Als aanklager had Cicero bovendien het recht om alle titels over te nemen van iemand die hij succesvol door het gerecht had laten veroordelen. Verres was praetor geweest en Cicero genoot nu alle voordelen van deze nieuwe maatschappelijke status. Zo mocht hij nu als eerste spreken in een debat tussen senatoren die nog niet de titel van praetor droegen. Voor de ambitieuze Cicero was dit een cruciaal privilege dat zijn politieke carrière zeer ten goede kwam.

Hij had het motto aangenomen dat aan Achilles werd toegeschreven, altijd de beste te zijn en de rest te overtreffen. In zijn politieke ambitie werd hij echter nog steeds gehinderd door zijn gebrek aan achtergrond. Daarbij kwam nog het feit dat de vorige Homo Novus (Nieuwe Man, een consul zonder voorvaders met de positie van consul), de politiek radicale Gaius Marius was. Gedurende zijn leven bleef Cicero de terugkerende vergelijking met Gaius Marius (die ook uit een Arpinische familie stamde, doch tot de Populares behoorde) haten.

In 63 v.Chr. werd Cicero de eerste Homo Novus sinds 30 jaar. De enige significante prestatie tijdens zijn ambtstermijn was het verijdelen van een vermeend complot, dat tot doel had de Romeinse Republiek ten val te brengen, opgezet door Lucius Sergius Catilina, de tegenstander van Cicero in de consulverkiezing. Cicero kondigde een staat van beleg af (senatus consultum de re publica defendenda of senatus consultum ultimum) en liet een handvol bondgenoten van Catilina folteren en executeren. Hij ontving hiervoor de eretitel "Pater Patriae", maar leefde de jaren daarop in angst voor vervolging wegens het ter dood veroordelen van Romeinse burgers zonder (ernstig) proces.

Politieke turbulentie

In december 62 v.Chr. werd Publius Clodius Pulcher, een jonge man met een zeer slechte reputatie, verkleed als harpspeelster betrapt bij het feest van Bona Dea in het huis van de toenmalige pontifex maximus (Caesar). Dit was een feest waar uitsluitend vrouwen aanwezig mochten zijn. Dit schandaal staat bekend als het Bona Dea-schandaal. Cicero pleitte in een proces tegen Clodius Pulcher, maar deze werd vrijgesproken, ondanks Cicero's bewijzen. Clodius had namelijk de jury omgekocht.

Na een politieke turbulente periode combineerden in 60 v.Chr. Julius Caesar, Pompeius en Crassus hun krachten om de Romeinse politiek over te nemen. Dit triumviraat (driemanschap) betaalde de uitstaande schulden van Cicero (die er niet in slaagde zijn geld zuinig te beheren) af. Hij betaalde de schuld die hij hierdoor had bij het triumviraat af als advocaat. Het drietal probeerde Cicero over te halen zich bij hen te voegen, maar na een periode van aarzeling besloot deze dat zijn loyaliteit aan de Senaat en het Republikeinse ideaal sterker was.

In 58 v.Chr. introduceerde Clodius Pulcher, lid van de Populares, een wet die de straf van verbanning stelde op het executeren van Romeinse burgers zonder proces. Cicero hield vast aan de verdediging dat het senatus consultum ultimum hem tijdelijk de macht van dictator had gegeven. Hij verliet Rome net voor het invoeren van de wet en vluchtte naar Cyzicus.

Dankzij de steun van de pas verkozen volkstribuun Titus Annius Milo kon Cicero anderhalf jaar later, in 56 v.Chr., in triomf terugkeren naar Rome. Hij zette zijn advocatenpraktijk verder en verdedigde met succes achtereenvolgens Publius Sestius (zie Pro Sestio) en Caelius (zie Pro Caelio), die allebei betrokken waren bij de opstootjes tussen de gewapende bendes van Milo (die zij steunden) en Clodius. Na zijn redevoering ter ere van zijn terugkeer naar de Senaat (zie Post reditum in senatu) verkreeg hij van de Staat een schadeloosstelling ter waarde van 2 miljoen sestertiën, om de vernieling van zijn huis te vergoeden. Eens hij deze verkregen had, trachtte Cicero het opnieuw op te bouwen, maar in zijn afwezigheid had Clodius op dezelfde plaats een tempel laten oprichten. Hij zou deze dus moeten afbreken... Hoewel Cicero de pontifices zover kreeg dat ze de wijding wegens een "procedurefout" ongedaan maakten (met zijn rede Pro domo sua), beschuldigde Clodius, die ondertussen verkozen was tot aedilis, hem voor de comitia tributa van heiligschennis. Hij bereikte niets met de beschuldiging, maar liet zijn bendes de arbeiders die aan het huis werkten lastigvallen, liet ze het huis van Cicero's broer Quintus in brand steken en liet ze zelfs Milo's bendes aanvallen. Een tussenkomst van Pompeius was nodig om de orde te herstellen, zodat Cicero eindelijk zijn huis weer kon opbouwen.

Na Crassus' overlijden in 53 v.Chr. begon Pompeius (lid van de Optimates) samen met de meerderheid van de Senaat zich tegen Caesar te keren, die op dat moment ten strijde trok tegen de Gallische stammen.

In 50 v.Chr. verdiepte zich het conflict tussen Pompeius en Caesar. Cicero gaf de voorkeur aan Pompeius, maar wilde van Caesar geen permanente vijand maken. Toen Caesar in 49 v.Chr. met zijn leger Italië binnentrok, vluchtte Cicero uit Rome. Caesar probeerde Cicero over te halen om terug te komen, maar Cicero reisde af naar Salonika. Na Caesars overwinning, kwam Cicero echter weer terug in Rome. De verstandhouding met zijn vrouw Terentia ging sindsdien zienderogen achteruit en eindigde met een echtscheiding in 46 v.Chr., na meer dan dertig jaar huwelijk.

In een brief aan Varro op 20 april 46 v.Chr., vertelde Cicero hoe hij zijn rol onder Caesar zag: "Ik adviseer je te doen wat ik mijzelf adviseer - vermijd gezien te worden, ook als we niet kunnen vermijden dat er over ons gepraat wordt. Als onze stemmen niet meer gehoord worden in de Senaat en op het Forum, laat ons dan het voorbeeld volgen van de oude wijzen en ons land dienen door ons schrijven, ons concentrerend op gebieden van de ethiek en de constitutionele wetgeving."

In februari 45 v.Chr. stierf Tullia, Cicero's dochter, een schok waarvan hij nooit helemaal zou bekomen.

De moord op Caesar

Cicero was getuige van de moord op Caesar in maart 44 v.Chr., maar maakte geen deel uit van het complot. Cicero en Marcus Antonius werden de twee grootste figuren in politiek Rome. Cicero als vertegenwoordiger van de Senaat en Antonius als Consul en uitvoerder van Caesars testament. Na de dood van Caesar ontstond er een machtsstrijd tussen Antonius, Lepidus en Octavianus (adoptiezoon van Caesar, later Augustus genaamd). Cicero, nog steeds een groot voorstander van de republiek, hield een aantal redes (de Philippica's), die de senaat op moesten zetten tegen Marcus Antonius, ten gunste van Octavianus, toen nog een tiener. Cicero geloofde dat Octavianus zonder veel problemen door de Senaat gebruikt kon worden (Adolescens laudandus, ornandus, tollendus - De jongeman moet worden geprezen, onderscheiden en .... ter zijde geschoven).

Einde van zijn leven

Cicero's plan faalde toen Antonius, Lepidus en Octavianus tot een overeenkomst kwamen en besloten hun macht te delen (het tweede triumviraat). Eén van de afspraken hierbij was dat de drie ieder hun vijanden ongestraft mochten executeren. Antonius zette niet alleen Cicero op zijn lijst, maar ook diens zoon, broer en neef. Octavianus, die zijn succes goeddeels te danken had aan Cicero, besloot Cicero geen bescherming te bieden. Cicero, zijn broer en zijn neef trachtten uit Italië te vluchten. Zijn broer en zijn neef werden vermoord toen zij hun vlucht onderbraken om aan geld te komen, maar Cicero zette door. Plutarchus beschreef de laatste momenten van Cicero: "Cicero hoorde [zijn achtervolgers] komen en gaf zijn dienaren opdracht de draagbaar (waarin hij vervoerd werd) neer te zetten waar zij stonden. Hij keek vastberaden naar zijn moordenaars. Hij was bedekt met stof; zijn haar was lang en warrig en zijn gezicht was pokdalig van zijn angsten - zodat de meeste omstanders hun gezicht bedekten terwijl Herennius hem doodde. Zijn keel werd doorgesneden toen hij zijn nek uit de draagbaar stak. Naar Antonius' orders sneed Herennius zijn hoofd en handen af." Hierop voegde Appianus deze woorden toe: "...de centurio trok zijn hoofd uit het vuilnis en sneed het van de romp; ook hakte hij de hand af waarmee Cicero zijn redevoeringen tegen Antonius als tiran had geschreven. Antonius was buiten zinnen van vreugde."

Antonius en zijn vrouw gebruikte eerst zijn lichaam als demonisch amusement. Fluvia (Antonius III vrouw) zou kennelijk naalden in Cicero's tong gestoken hebben. Cicero's hoofd en handen liet Antonius aan de rostra (het sprekerspodium) op het Forum timmeren als waarschuwing voor anderen. Cicero's zoon, Marcus, verbleef in Griekenland op het moment van de moord en ontsnapte zo aan executie. In 30 v.Chr. werd hij consul onder Octavianus, die in dat jaar Antonius had verslagen en tot zelfmoord gedreven na de ineenstorting van het tweede triumviraat.

Overzicht van Cicero's belangrijkste werken

In grote lijnen kan men Cicero's rijke literaire oeuvre indelen in vier hoofdcategorieën (tussen haakjes staan de jaartallen waarin ze werden uitgegeven of uitgesproken):

Redevoeringen

  • Pro Sexto Roscio Amerino (80 v.Chr.) was een pleitrede voor de jonge Sextus Roscius die ervan beschuldigd werd zijn vader te hebben vermoord.
  • In Verrem (Tegen Gaius Verres, 70 v.Chr.), een reeks van 7 redevoeringen gericht tegen een zekere Verres, praetor in Sicilië, die zijn provincie rijkelijk geplunderd had. Cicero nam de aanklacht op zich, op verzoek van de Sicilianen zelf, die een goede herinnering hadden bewaard aan diens quaestuur in 75.
  • De imperio Cn. Pompei (Over het commando van Cn. Pompejus, 66 v.Chr.), Cicero's eerste belangrijke politieke redevoering, was gericht tot het Romeinse volk ter verdediging van een wetsvoorstel van de volkstribuun Manilius, dat aan Pompejus de leiding overdroeg van de militaire campagne tegen Mithridates.
  • In Catilinam (Tegen Catilina, 63 v.Chr.), vier redevoeringen tegen Catilina en zijn aanhangers met betrekking tot hun vermeende pogingen tot staatsgreep. Cicero, die dat jaar consul was, was er zo trots op dat hij zelf de uitgave ervan verzorgde in het jaar 60 v.Chr.
  • Pro Murena (Voor Murena, eveneens 63 v.Chr., chronologisch tussen de 2e en de 3e In Catilinam), een pleitrede voor een zekere Murena, die tot consul was verkozen voor het jaar 62. Een van de mislukte kandidaten diende echter een klacht in wegens vermeende omkoperij. Cicero verdedigde zijn cliënt met zoveel brio en humor dat hij werd vrijgesproken.
  • Pro Archia (Voor Archias, 62 v.Chr.) is de pleitrede voor de Griekse dichter Archias, die sinds jaren in Rome gevestigd was, maar wiens burgerrecht men betwijfelde. De rede is uitgegroeid tot een schitterende lofrede op de poëzie en op de literatuur in het algemeen. Cicero nam met genoegen de verdediging van Archias op zich, omdat hij bij deze een lofdicht op zijn eigen consulaat had "besteld" (overigens zonder gevolg)
  • Pro Flacco (59 v.Chr.) Ter verdediging van Lucius Valerius Flaccus (praetor in 63 v.Chr.) in de rechtbank voor afpersing.[1]
  • Pro Caelio (Voor Caelius, 56 v.Chr.), is Cicero's pleitrede voor Marcus Caelius Rufus. Hij was beschuldigd door Lucius Sempronius Atratinus, wiens vader, Lucius Calpurnius Bestia, eerder aangeklaagd was door Caelius. Clodia vulde deze aanklacht aan met 2 eigen beschuldigingen: Caelius zou goud van haar hebben geleend en zou getracht hebben Clodia te vergiftigen via haar slaven.
  • Pro domo sua (rede voor zijn eigen huis, ca. 56 v.Chr.): tijdens zijn vrijwillige ballingschap uit Rome van 1½ jaar was Cicero’s huis vernield en had Clodius op die plek een tempel laten bouwen. Met deze ‘oratio pro domo sua’ overtuigt Cicero de pontifices ervan dat de wijding van die tempel ongeldig is wegens een procedurefout.
  • Pro Milone (Voor Milo, 52 v.Chr.), wellicht Cicero's meesterwerk, is een pleitrede ter verdediging van Titus Annius Milo, aangeklaagd wegens moord op de demagoog Clodius.
  • Pro Ligario (Voor Ligarius, 46 v.Chr.) is een pleitrede voor Ligarius, een gewezen aanhanger van Pompejus, aan wie Julius Caesar na zijn overwinning in de 2e burgeroorlog de terugkeer naar Italië had verboden. Vóór de dictator pleitte Cicero - met succes overigens! - voor de terugkeer van zijn cliënt.
  • In Marcum Antonium orationes Philippicae (Philippische redevoeringen tegen Marcus Antonius, 44/43 v.Chr.), een reeks van 14 redevoeringen gericht tegen de persoon van Marcus Antonius. Naar het voorbeeld van Demosthenes' Philippicae, gericht tegen Philippus II van Macedonië, klaagt Cicero hier, tegenover Senaat en Volk, de politieke ambities aan van Antonius. De inhoud van deze redevoeringen zou Cicero fataal worden.

Traktaten over welsprekendheid

  • De Oratore (Over de Redenaar, 55 v.Chr.) is in dialoogvorm geschreven, naar het voorbeeld van Plato's dialogen. In het eerste boek wordt gesproken over de algemene ontwikkeling die voor een redenaar onontbeerlijk is. Het tweede handelt over de inventio en de dispositio, en het derde over de stijl, de lichaamstaal en de stem van de (goede) redenaar.
  • Partitiones Oratoriae (54 v.Chr.?) is opgesteld ten behoeve van Cicero's zoon Marcus. Het werd een praktisch handboek in vragen en antwoorden, waarin de zoon allerlei vragen stelt in verband met de redekunst, waarop de vader dan een antwoord geeft.
  • Brutus (46 v.Chr.) is een gesprek tussen Cicero, Brutus en Atticus, waarin een historisch overzicht wordt gegeven van de Romeinse welsprekendheid.
  • Orator (De Redenaar, 46 v.Chr.) is een werk waarin de auteur het ware beeld wil ophangen van de ideale redenaar. Cicero heeft hier afgezien van de dialoogvorm, en het werk is dan ook minder didactisch dan zijn De Oratore.

Filosofische traktaten

  • De Inventione (Over de vindingrijkheid, 78 tot 77 v.Chr.), een verzoening tussen de filosofie en de retoriek
  • De re publica (De Staat, 54 tot 51 v.Chr.), een traktaat dat in navolging van Plato's dialoog Politeia handelt over de ideale staat. De boeken I-III zijn grotendeels bewaard gebleven, maar van IV-VI zijn slechts fragmenten over, waaronder het zogenaamde Somnium Scipionis, waarmee het werk afsluit.
  • De finibus malorum et bonorum (45 v.Chr.) handelt (in vijf boeken) over het hoogste goed.
  • Tusculanae disputationes (Gesprekken in Tusculum, 45 v.Chr.) zijn in dialoogvorm geschreven. De gesprekspartners zijn verondersteld bijeen te komen in Cicero's villa te Tusculum. De behandelde onderwerpen (het misprijzen van de dood, het verdragen van pijn en tegenslagen, ...) zijn meestal stoïcijns van inslag.
  • De natura deorum (Over de aard der goden, 45/44 v.Chr.), drie boeken die achtereenvolgens handelen over de godsopvattingen bij Epicurus, bij de Stoïcijnen en de Academici.
  • De senectute (Over de Ouderdom, 44 v.Chr.) zingt de lof van het ouder worden.
  • De amicitia (Over de Vriendschap, 44 v.Chr.) is een lofzang op de ideale vriendschap.
  • De officiis (Over de Plichten, 44 v.Chr.) is een traktaat in drie boeken over de plichten, geschreven ten behoeve van zijn zoon Marcus.
  • De legibus (Over de Wetten) handelt over het Romeins recht. Cicero pleit ervoor dat recht moet zijn gebaseerd op natuurrecht.

Correspondentie

Het gaat over een collectie van ongeveer 900 brieven (waaronder ook enkele antwoorden van correspondenten). De publicatie ervan werd verzekerd hetzij door Atticus (althans voor de brieven aan deze gericht), hetzij door Cicero's privésecretaris Tiro (een vrijgelaten slaaf).

  • Ad Familiares (Aan familie en vrienden, jaren 63 tot 43 v.Chr.), zijn 16 boeken met brieven gericht tot zijn vrouw, zijn dochter, zijn zoon, zijn secretaris en een groot aantal vrienden en relaties.
  • Ad Atticum (Aan Atticus, jaren 68 tot 43 v.Chr.), eveneens 16 boeken met brieven gericht tot zijn beste vriend Titus Pomponius Atticus, wiens zus gehuwd was met Cicero's broer Quintus.
  • Ad Quintum fratrem (Aan zijn broer Quintus, jaren 60 tot 54 v.Chr.), drie boeken met brieven gericht tot zijn broer Quintus toen deze stadhouder in Klein-Azië was.
  • Ad Brutum (Aan Brutus, 44/43 v.Chr.): de authenticiteit van deze 2 boeken met brieven wordt echter ernstig betwijfeld.

Trivia

  • Een tekst van Cicero ligt aan de basis van het nog altijd in de grafische wereld (en die van de moderne dtp-programma's) toegepaste Lorem ipsum.
  • Bekende uitspraak van Cicero: "Quo usque tandem abutere, Catilina, patientia nostra?" ("Hoe lang nog, Catilina, zul je ons geduld op de proef blijven stellen?" (begin van Cicero's "Redevoering tegen Catilina")).
  • Er is een drukletter Cicero (12 punten) gemaakt rond 1467 voor de uitgave van zijn geschriften. (1 cicero = 12 Didot-punten = 4,51 mm. Dit is de typografische maat die op het vasteland van Europa gebruikelijk was. Na de teloorgang van de boekdruk maakte de cicero plaats voor de angelsaksische pica.)
  • De spreekwoordelijke wijsheid van Cicero leidde tot het woord cicerone, dat reisgids of vraagbaak betekent.

Kritiek op Cicero

Michael Parenti heeft een studie en boek[2] geschreven waarin Cicero veelvuldig genoemd wordt als tegenstander van Caesars 'volkse' beleid. Parenti betoogt dat bij Cicero's oprechtheid in zijn vredelievende geschriften vraagtekens gezet kunnen worden. Cicero zou steevast voor de heersende elite hebben gekozen en zich van de verpauperde mensen weinig aangetrokken hebben.

Bibliografie

Zie ook

Externe links

Wikimedia Commons  Vrije mediabestanden over Marcus Tullius Cicero op Wikimedia Commons

Bronnen, noten en/of referenties

Bronnen, noten en/of referenties:

  1. º Pro Flacco (For Flaccus), Cicero's rede voor Lucius Valerius Flaccus. Latijn naast Engelse vertaling. (N.B.: de Engelse vertaling is uit 1856 en wijkt (sterk) af van de Engelse vertaling uit 1977 in de serie Loeb Classical Library (te vinden in uw (Universiteits-)bibliotheek)).
  2. º 'De moord op Julius Caesar. Historische mythes over de democratie'
rel=nofollow
Voorganger:
Lucius Iulius Caesar en Gaius Marcius Figulus
Romeins consul
samen met Gaius Antonius Hybrida
63 v.Chr.
Opvolger:
Decimus Iunius Silanus en Lucius Licinius Murena