Wikisage, de vrije encyclopedie van de tweede generatie, is digitaal erfgoed

Wikisage is op 1 na de grootste internet-encyclopedie in het Nederlands. Iedereen kan de hier verzamelde kennis gratis gebruiken, zonder storende advertenties. De Koninklijke Bibliotheek van Nederland heeft Wikisage in 2018 aangemerkt als digitaal erfgoed.

  • Wilt u meehelpen om Wikisage te laten groeien? Maak dan een account aan. U bent van harte welkom. Zie: Portaal:Gebruikers.
  • Bent u blij met Wikisage, of wilt u juist meer? Dan stellen we een bescheiden donatie om de kosten te bestrijden zeer op prijs. Zie: Portaal:Donaties.

Maan

Uit Wikisage
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Maan
654px-Full moon.jpg

De maan.

Karakteristieken
Diameter 3475,9 km
Omtrek 10916 km
Massa 7,35×1022kg
Valversnelling 1,62 m/s2
Gemiddelde afstand tot de Aarde (van middelpunt tot middelpunt) 384 450 km
Perigeum (kleinste afstand idem) 363 104 km 
Apogeum (grootste afstand idem) 405 696 km 
Eccentriciteit 0,054 9
Omlooptijd rond de Aarde 27,3217 dagen (siderische maand)
Tijd tussen twee volle manen 29,5306 dagen (synodische maand)
Atmosfeer Geen
Temperatuur (min) 33 K (-240 °C)[1]
Temperatuur (max) 400 K (127 °C)
Kleur Grijs (Albedo 10%)
Kern Kleine ijzerkern

De Maan is de enige natuurlijke maan van de Aarde. Ze wordt soms aangeduid met haar Latijnse naam Luna.

De meeste manen in het Zonnestelsel zijn erg klein, maar er zijn enkele grote, planeetachtige manen. Onze maan hoort daar ook bij. Hoewel er manen in het Zonnestelsel zijn die nog groter zijn dan onze maan (bijv. Ganymedes en Titan), worden de Aarde en de Maan wel als dubbelplaneet aangeduid, omdat de Maan in vergelijking met de Aarde niet zeer klein is: de massa van de Maan is 1/81 van die van de Aarde. Het gemeenschappelijk zwaartepunt waar Aarde en Maan omheen draaien, ligt echter nog binnen de Aarde. Alleen bij de dwergplaneet Pluto en zijn maan Charon is de maan naar verhouding nóg groter, namelijk 1/8 van de planeetmassa, en ligt het gemeenschappelijk zwaartepunt buiten Pluto.

Baan en rotatie

Doordat de Maan een elliptische baan om de Aarde aflegt, varieert de afstand tussen Maan en Aarde. Het punt waar de Maan het verst van de Aarde afstaat heet apogeum (afstand Maan-Aarde 405 500 km) en het punt waar de Maan het dichtst bij de Aarde staat heet perigeum (afstand 363 345 km). De gemiddelde afstand tussen de Aarde tot de Maan bedraagt 384 450 km.

Gesynchroniseerde rotatie

De rotatie van de Maan (om haar as) is synchroon met haar beweging rond de Aarde. Praktisch betekent dit dat de Maan steeds met dezelfde kant naar de Aarde gericht is. Daarom spreekt men van de voorkant, het zichtbare deel van het maanoppervlak, en de achterkant, het onzichtbare deel van de Maan. Voordat een Russische ruimtesonde genaamd Loenik 3 in 1959 een kijkje aan de achterkant had genomen, wist men dan ook niet hoe de achterkant van de Maan eruit zag.

De synchrone rotatie is ontstaan door getijdekrachten. De zwaartekracht vervormt het gesteente van de Maan waardoor er wrijving ontstaat die de rotatie van de Maan afremt tot de synchrone rotatie ontstaat[2]. Ook de Aarde ondervindt deze krachten en het is aangetoond dat de Aarde steeds langzamer gaat draaien. Elders in het heelal wordt synchrone rotatie ook aangetroffen, bijvoorbeeld (wederzijds) tussen Pluto en zijn maan Charon.

Maanden

Een synodische maand of lunatie is de tijd tussen twee nieuwe manen. De synodische maand duurt ongeveer 29,530 588 kalenderdagen, dat wil zeggen: 29 dagen, 12 uren, 44 minuten en 2,8 seconden.

In een siderische maand draait de Maan een ronde om de Aarde ten opzicht van de sterrenhemel. Dit duurt 27,321 661 dagen en is ook de omlooptijd van de Maan om haar eigen as, als gevolg van de eerder genoemde synchronisatie.

Schijngestalten

De maancyclus heeft sinds mensenheugenis symbool gestaan voor de tijdmeting (mensura) en de schijngestalten werden verder geprojecteerd op alle grotere cyclussen in de natuur en zelfs op het ontstaan en vergaan van de hele kosmos. In de mythologie is zij daarom vaak geassocieerd met godinnen.

De Maan vertoont schijngestalten doordat gewoonlijk slechts een gedeelte van het van de Aarde af zichtbare maanoppervlak door de Zon wordt verlicht.

Na nieuwe maan (donkere maan), volgt wassende maan tot het eerste kwartier en dan volle maan, afnemende maan of krimpende maan tot het laatste kwartier en opnieuw nieuwe maan. Tijdens nieuwe maan als de Maan en de Zon, vanaf de Aarde gezien, samenstaan (in conjunctie staan), is de donkere helft naar de Aarde gekeerd. De volgende avonden staat bij zonsondergang een smalle maansikkel aan de westelijke hemel; na ongeveer een week is de boogafstand (elongatie, de hoek tussen de lijnen Aarde-Zon en Aarde-Maan) tot de Zon toegenomen tot ongeveer 90° en is de sikkel tot een halve cirkel geworden (eerste kwartier). Nog een week later is zij zover naar het oosten gelopen dat de Maan bij zonsondergang opkomt en vol is geworden. Weer een week later komt de Maan pas omstreeks middernacht op en is nog maar voor de helft verlicht (laatste kwartier). Daarna komt zij steeds later op en neemt steeds meer af om ten slotte alleen nog aan de oostelijke morgenhemel, vlak voor zonsopkomst, als een smal sikkeltje zichtbaar te zijn. Deze totale cyclus duurt gemiddeld 29,530 588 dagen.

De grens tussen het verlichte en het onverlichte deel van de Maan wordt terminator genoemd. Voor een waarnemer die zich op de Maan op de terminator zou bevinden, staat de Zon op de horizon en gaat onder of komt op. De terminator beweegt zich langzaam over het maanoppervlak. De terminator heeft een onregelmatig verloop vanwege het bergachtige maanoppervlak. De schaduwen van bv. heuvels en bergen zijn er lang, met als gevolg dat details van het maanoppervlak daar vanaf de Aarde goed zichtbaar zijn; een gegeven waar de maanwaarnemers en maanfotografen onder de amateursterrenkundigen dankbaar gebruik van maken.

Wanneer de volle maan 'perfect' is, en Zon, Aarde en Maan precies op één lijn staan, is er een maansverduistering: de Maan komt dan precies in de schaduw van de Aarde te staan. In het geval van nieuwe maan kan er op overeenkomstige wijze een zonsverduistering ontstaan. Dan werpt de Maan haar schaduw op de Aarde.

Als er twee keer in dezelfde maand een volle maan optreedt, wordt de tweede volle maan een blauwe maan genoemd. Dit verschijnsel komt ongeveer om de twee á drie jaar voor. Zo vielen en valt er in de maanden juli 2004, juni 2007 en december 2009 een blauwe maan. Ongeveer om de twintig maanden zijn er twee blauwe manen in een jaar. Die vallen dan alleen in de maanden januari en maart wanneer februari geen volle maan heeft. Voor het laatst gebeurde dit in 1999.

Deze naam blauwe maan oftewel Blue Moon had oorspronkelijk een andere betekenis en wordt in feite ten onrechte op deze manier gebruikt, ten gevolge van een fout in het blad Sky and Telescope in 1946. In 1999 werd er in het zelfde blad een artikel aan deze fout gewijd. Sinds de ingang van de Gregoriaanse kalender werd er regelmatig een extra maan in een kwartaal ingevoegd om er voor te zorgen dat de manen ongeveer gelijk liepen met de zonnekalender. Deze extra manen werden ingevoegd in de maand voor een zonnewende en zo kwam er vaak een vierde volle maan in een kwartaal. De derde volle maan in een kwartaal met vier manen werd in almanakken altijd de Blue Moon, dat is blauwe maan, genoemd.

Getijden

De Maan is, samen met de Zon en de draaiing van de Aarde, verantwoordelijk voor de getijdenwerking op de Aarde. Deze getijdenwerking zorgt ervoor dat de draaisnelheid (rotatie) van de Aarde heel langzaam afneemt, per eeuw neemt de gemiddelde daglengte dan ook met ruim 1,5 milliseconde toe. Om deze reden is in 1972 de schrikkelseconde ingevoerd. Als de getijdenwerking er niet was zou de Aarde veel sneller ronddraaien.

Van haar kant oefent de Aarde ook getijdenwerking op de Maan uit, maar dan wel van een sterkere orde van grootte. Hierdoor is de draaisnelheid van de Maan al zo sterk afgenomen dat de Maan precies evenveel tijd nodig heeft om om haar eigen as te draaien, als eenmaal om de Aarde. Zie hierboven bij Gesynchroniseerde rotatie.

Libraties

Hoofdartikel.png Zie Libratie voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De zichtbare kant van de Maan is 59% van het maanoppervlak, we zien dus vanaf de Aarde meer dan de helft van de Maan. Dat komt door libraties, waarvan er verschillende zijn.

Maandelijkse verticale libratie

De rotatieas van de Maan is niet helemaal loodrecht op het baanvlak. Anders gezegd, gezien vanaf de Maan staat de Aarde soms ten noorden en soms ten zuiden van de evenaar. Daardoor ziet men vanaf de Aarde een beetje over de polen van de Maan heen. Dit is het jaknikken van de Maan.

Maandelijkse horizontale libratie

De baan van de Maan is een ellips en de rotatie is eenparig. Daardoor beweegt de Maan, gezien vanaf de Aarde, ook een beetje heen en weer en zien we soms wat meer aan de oostkant en soms aan de westkant. Dit is het neeschudden van de Maan.

Dagelijkse libratie

Vanaf verschillende punten op Aarde zien we de Maan uit een andere hoek. Dat betekent dat een waarnemer in de loop van de nacht, terwijl de Aarde draait, eerst tegen de westkant en later tegen de oostkant van de Maan kijkt.

Oppervlak

Inslagkraters

Het grootste deel van het maanoppervlak is bedekt met inslagkraters. De meeste hiervan zijn gelegen in de zogenaamde hooglanden van de Maan. Deze kraters stammen uit de tijd van het grote oerbombardement, waarin restanten van het ontstaan van het Zonnestelsel op de planeten en hun manen terecht kwamen. Slechts een minderheid van de kraters, zoals Copernicus en Tycho, is van recentere datum. Het ontbreken van een atmosfeer op de Maan laat toe dat de kraters na 4 miljard jaar er meestal nog 'vers' uitzien.

Vulkanisme

Enkele grotere (en vooral diepere) inslagstructuren zijn later tijdens een van de vulkanische perioden van de Maan opgevuld geraakt, waardoor de donkere maria (enkelvoud: mare) ontstonden. Dit zijn dus in feite enorme vulkanische vlakten en geen zeeën zoals men vroeger dacht ('mare' = Latijn voor zee). Voorbeelden hiervan zijn Mare Iridium en Mare Orientale. De meeste maria treft men aan op de voorkant van de Maan.

Op de maria treft men vulkanische en tektonische vormen als flows, rillen en mareruggen aan.

Water

De NASA maakte op 13 november 2009 bekend dat de satelliet LCROSS water op de Maan ontdekt heeft. Door de geplande neerstorting van LCROSS op het maanoppervlak kwam een hele stofwolk vrij. Deze werd nauwkeurig geanalyseerd en er bleek meer dan 100 liter water (ijs) in te zitten. Men schat de hoeveelheid water op de maan op ongeveer 1 liter per kubieke meter maangrond en -stof.[3]

Ontstaan

Hoofdartikel.png Zie Grote Inslagtheorie voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

De gangbare theorie is dat de Maan is ontstaan doordat de Aarde botste met Theia, een planeet van ongeveer de grootte van Mars. De impact zou dusdanige energie hebben opgewekt, dat door de hitte zowel de Aarde als deze planeet bijna onmiddellijk in gesmolten toestand overgingen. Theia zou hierbij volledig vernietigd zijn en versmolten met de aardmaterie, waarvan een dikke brok vloeibare lava door de kinetische energie zou weggeslingerd zijn te midden van een spiraalstaart van dergelijke vloeibare massa (mogelijk is dit de oorsprong van de planetoïdengordel voorbij Mars). Die coagulerende enorme brok vloeibare materie trok samen als een gigantische druppel, die nog meer van de omringende spiraalmassa tot zich nam en geleidelijk stolde tot de vorm van de Maan. Deze theorie vindt bevestiging in de samenstelling van de gesteenten op de Maan, die ongeveer dezelfde is als die van de aardkorst. Volgens nader onderzoek aan isotopen in deze gesteenten (die teruggebracht waren door verschillende Apollo-vluchten) gebeurde dit 4,527 miljard jaar geleden, dus slechts dertig tot vijftig miljoen jaar na het ontstaan van het Zonnestelsel, en nog lang voor er oceanen waren op Aarde.

Ruimtevaart naar de Maan

Onbemand

Rusland

VS

Ranger
  • Tussen augustus 1958 en januari 1964 mislukten 15 Amerikaanse ruimtesondes, waaronder een aantal sondes van het Ranger-programma.
  • Op 21 juli 1964 stuurde Ranger 7 foto's met details tot 1 m groot van een gebied bij krater Fra Mauro naar de Aarde, voor zijn geplande inslag.
  • Ranger 9 maakte op 24 maart 1965 foto's van de krater Alphonsus met details van 25 cm en sloeg daarna te pletter.
Surveyor

Het Surveyor-programma bestond uit Surveyor 1 tot en met 7, sondes die op de Maan moesten landen tussen 1966 en 1968 (5 waren geslaagd) om onderzoek te doen naar de bodem op diverse plaatsen op de Maan. Surveyor 7 landde in de buurt van de krater Tycho.

Lunar Orbiter

Deze Maansatellieten (Lunar Orbiter 1 tot en met 5) brachten tussen augustus 1966 en eind 1967 de Maan gedetailleerd in kaart op zoek naar landingsplaatsen voor de bemande maanlandingen van het Apollo-project.

Terug naar de Maan
  • Na bijna 20 jaar keerden de Amerikanen terug naar de omgeving van de Maan met de Maansatelliet Clementine, die tussen februari en maart 1994 meer dan twee miljoen foto's maakte van het Maanoppervlak. Laser-altimetrie van Clementine wees uit, dat de Maan hoogteverschillen tot 16 km had.
  • In maart 1998 beweerde NASA dat de Lunar Prospector, weer een maansatelliet, water had gevonden had bij beide polen van de Maan. Aan het eind van de missie viel de Lunar Prospector gepland te pletter bij de Zuidpool, in de vergeefse hoop om sporen van water te kunnen waarnemen in de pluim van de inslag.
  • Na weer meer dan tien jaar werd op 18 juni 2009 de Lunar Reconnaissance Orbiter (LRO) gelanceerd, die als taak heeft het maanoppervlak in hoge resolutie (tot 0,5 m) in kaart te brengen om eventuele toekomstige landingsplaatsen te kunnen identificeren, en daarnaast ook onderzoek doet naar het mogelijkerwijs voorkomen van waterijs in de poolgebieden, waar op de bodem van sommige kraters de zon nooit schijnt, en de temperatuur laag genoeg blijft om waterijs voor lange tijd te kunnen vasthouden. Uit eerste metingen blijkt dat op sommige plaatsen aan de zuidpool de temperatuur bijzonder laag is, -240 °C (33 K), veel kouder dan men had verwacht. In oktober 2009 werd met de LCROSS-missie water gevonden.[4]

Europa

De Smart-1 van ESA werd gelanceerd in september 2003 en functioneerde tot 2006, toen hij gepland op de Maan te pletter sloeg.

Japan

  • Op 24 januari 1990 lanceerde de Japanse ruimtevaartorganisatie JAXA de maansonde Hiten, die via een speciale route bij de Maan kwam.
  • Het Lunar-A-project werd niet uitgevoerd, maar op 14 september 2007 werd de Kaguya gelanceerd, ook bekend als Selene. Het project kostte 55 miljard yen inclusief H-2A-raket en was daarmee het duurste Maanproject sinds Apollo. Het doel was gegevens over de geologische evolutie en oorsprong van de Maan te verzamelen. Op 4 oktober 2007 kwam Selene in een baan om de Maan[5][6].

China

China lanceerde haar eerste maanverkenner Chang'e-1 op 24 oktober 2007.

India

India lanceerde in oktober 2008 de Maansatelliet Chandrayaan-1.

Bemand

Tussen juli 1969 en december 1972 heeft de NASA in het kader van Project Apollo zeven bemande vluchten uitgevoerd met als doel mensen op de Maan te brengen. Zes van deze vluchten waren succesvol en brachten ieder twee mensen op de Maan. De derde vlucht, van Apollo 13, werd door een ongeluk voortijdig afgebroken.

Kolonisatie van de Maan

President Bush maakte op 17 december 2005 in een persconferentie op het hoofdgebouw van de NASA grootse plannen bekend voor een permanent bewoonde maanbasis. De president van de Verenigde Staten zei uiterlijk in 2013 een bemand ruimtestation te willen hebben. Als het ISS af is, zouden de eerste mensen naar de Maan moeten gaan om er een station te bouwen. Amerika is niet de enige die last heeft van "maankoorts": Japan wil voor 2016 een sterrenkijker op de schaduwzijde van de Maan hebben staan.

De geur van de Maan

De astronauten van de Apollo-maanlandingen (1969-1972) vertelden dat ook de Maan een specifieke geur afgeeft. Afgaande op de geur van het maanstof dat aan hun ruimtepakken bleef kleven, zou de Maan naar buskruit ruiken (dit maanstof kwam in aanraking met de zuurstof in de LEM en verspreidde aldus in de cabine een typische geur).


Symboliek

In de iconografie is een maansikkel het attribuut van de maagdelijke godin Diana en van de maangodin Luna.

Een maansikkel onder de voeten van Maria symboliseert kuisheid.[7] Als men een maan tekent, wordt dit meestal ook gedaan in een sikkel(halve maan)vorm (ook met één of twee ogen, een neus en een mond) en soms met een slaapmuts.

De Maan staat vaak symbool voor het vrouwelijke. In Turkse volksverhalen echter is de Maan mannelijk, de padisjah (prins) van de feeën, en de Zon is zijn vrouw.

Zie ook

(zie ook : samenvatting van de soera's)

Externe links

Essay:De Maan in de muziek De Maan in de muziek. De maan heeft veel componisten geïnspireerd tot het schrijven van muziek. Wikimedia Commons  Vrije mediabestanden over Moon op Wikimedia Commons


Cartografie