Wikisage, de vrije encyclopedie van de tweede generatie, is digitaal erfgoed

Wikisage is op 1 na de grootste internet-encyclopedie in het Nederlands. Iedereen kan de hier verzamelde kennis gratis gebruiken, zonder storende advertenties. De Koninklijke Bibliotheek van Nederland heeft Wikisage in 2018 aangemerkt als digitaal erfgoed.

  • Wilt u meehelpen om Wikisage te laten groeien? Maak dan een account aan. U bent van harte welkom. Zie: Portaal:Gebruikers.
  • Bent u blij met Wikisage, of wilt u juist meer? Dan stellen we een bescheiden donatie om de kosten te bestrijden zeer op prijs. Zie: Portaal:Donaties.

Koninkrijk der Nederlanden

Uit Wikisage
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Het Koninkrijk der Nederlanden is een staat met grondgebied in West-Europa (Nederland) en het Caraïbische gebied (Aruba en de Nederlandse Antillen). De drie gebieden worden omschreven als landen en zijn gelijkwaardige onderdelen van het grondgebied van het Koninkrijk. De staatkundige positie van de landen is echter verschillend. De beide Caraïbische gebiedsdelen zijn door het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden, sinds 1954 het leidende document voor het Koninkrijk, autonoom maar beslissen ook mee over door het Statuut benoemde Koninkrijksaangelegenheden, voor zover die aangelegenheden de beide gebieden raken. Nederland wordt bestuurd door de instellingen van het Koninkrijk zoals die in het Statuut worden genoemd en in de Grondwet voor het Koninkrijk der Nederlanden zijn geregeld. De Grondwet is ouder dan het Statuut en was tot 1954 het leidende document van het Koninkrijk. Nog steeds is het echter (volgens artikel 5 van het Statuut) het document dat de in het Statuut genoemde instellingen van het Koninkrijk constitueert en (grotendeels ook) regelt. Daarom treedt Nederland als enige van de drie landen, naar binnen en naar buiten op in de hoedanigheid van het Koninkrijk der Nederlanden. Deze unieke regeling maakt dat er wel wordt gesproken over een verband met federale trekken[1][2] De Nederlandse Antillen en Aruba kennen elk een eigen Staatsregeling. Het zwaartepunt in de verhoudingen berust zowel feitelijk als juridisch bij Nederland.[3] Het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden van 28 oktober 1954 bevat de hoogste staatsregeling van het Koninkrijk.[4]

Van 1954 tot 1975 was ook Suriname een autonoom land binnen het Koninkrijk.

Geschiedenis

Toen eind 1813 Napoleon werd verslagen en er door de overwinnaars een staatkundige herinrichting van Europa werd bewerkstelligd, herkreeg Nederland, dat deel uitmaakte van het Franse Keizerrijk, zijn vrijheid. Na de proclamatie van het Souvereine Vorstendom der Verenigde Nederlanden op 20 november 1813 werd de toenmalige Prins van Oranje Willem Frederik van Oranje-Nassau in Amsterdam als soevereine vorst ingehuldigd en aanvaardde hij de soevereiniteit van dit vorstendom onder waarborg van een constitutie. Dit betrof echter aanvankelijk enkel de zogeheten Noordelijke Nederlanden: de vereniging met de Zuidelijke Nederlanden vond plaats in 1814 in een réunion intime et complète. In maart 1815 nam deze vorst de titel Koning der Nederlanden aan. Daarmee was het Koninkrijk der Nederlanden een feit. Voorheen was het huidige Nederland slechts korte tijd eerder een monarchie geweest: het Koninkrijk Holland (of volgens de toenmalige spelling Koningrijk Holland) aan de vooravond van de inlijving door Frankrijk. De Koning der Nederlanden was tevens de Groothertog van Luxemburg, een provincie van het Koninkrijk die lid was van de Duitse Bond. In 1830 scheidde België zich af van het Koninkrijk. Een deel van het Groothertogdom Luxemburg ging, nadat het Koninkrijk de onafhankelijkheid van België had erkend, als zelfstandige staat in personele unie met Nederland (tot 1890) verder. Het deel van de provincie Limburg dat voor het Koninkrijk behouden bleef kreeg een soortgelijke status die Luxemburg eerder had gehad: provincie van Nederland en Hertogdom binnen de Duitse Bond in personele unie met Nederland. Daarbij bleven de de steden Maastricht en Venlo, hoewel ze deel uitmaakten van het Hertogdom, buiten de Duitse Bond. Dit gebeurde om de Duitse Bond te compenseren voor die gebiedsdelen van het Groothertogdom Luxemburg die aan België waren gevallen. Aan deze status van het Hertogdom Limburg kwam in 1867 een einde nadat de Duitse Bond was opgeheven. Sindsdien is Limburg een gewone provincie van Nederland, hoewel de Koning de titel Hertog van Limburg blijft voeren.

Het Koninkrijk der Nederlanden bezat koloniën in andere werelddelen. Dit waren Nederlands-Indië, Suriname en de Nederlandse Antillen (de Kolonie Curaçao en Onderhorigheden) en kleine gebieden in West-Afrika. Na de Tweede Wereldoorlog raakte het dekolonisatieproces in een stroomversnelling. Onder druk van de Verenigde Naties en de Verenigde Staten moest Nederland toestaan dat Indonesië een zelfstandige staat werd. Alleen Nederlands Nieuw-Guinea bleef nog onder Nederlands bestuur staan.

In de Nederlandse Antillen en Suriname bleek het wel mogelijk om via gemeenschappelijk overleg te komen tot een nieuwe constructie van het Koninkrijk, waarin zelfstandigheid en de gelijkwaardigheid van deze overzeese gebiedsdelen ten opzichte van Nederland verzekerd waren.

In 1954 werd de koloniale relatie tussen Nederland, Suriname, de Nederlandse Antillen en Nieuw-Guinea beëindigd door de totstandkoming van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden. Suriname en de Nederlandse Antillen kregen beiden de status van land en daarmee o.a. autonomie op het gebied van binnenlands bestuur.[5]

In 1962 kwam Nieuw-Guinea onder VN-bewind, om in 1963 onder bestuur van Indonesië te komen.

In 1975 trad Suriname uit het Koninkrijk en werd een onafhankelijke republiek en in 1986 kreeg Aruba, tot dan toe onderdeel van de Nederlandse Antillen, de status aparte of status van land en werd dus een zelfstandig land binnen het Koninkrijk. Sindsdien bestaat het Koninkrijk der Nederlanden uit drie landen: Nederland, de Nederlandse Antillen en Aruba.

Staatsinrichting

De Grondwet voor het Koninkrijk der Nederlanden en de staatsregelingen van de landen zijn juridisch ondergeschikt aan het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden. De staatsinrichting van Nederland (het Rijk in Europa) wordt geregeld in de Grondwet voor het Koninkrijk der Nederlanden, die van de Nederlandse Antillen in de Staatsregeling van de Nederlandse Antillen en die van Aruba in de Staatsregeling van Aruba. In de Grondwet voor het Koninkrijk der Nederlanden vinden tevens de organen van het Koninkrijk die in het Statuut worden genoemd hun regeling, met aanvullingen door het Statuut waar het Koninkrijksaangelegenheden betreft die Aruba en/of de Nederlandse Antillen raken. Statuut en Grondwet geven beiden richting aan het staatsbestel van het Koninkrijk als geheel. Het Statuut in Koninkrijksaangelegenheden die Aruba en/of de Nederlandse Antillen direct raken, de Grondwet in alle andere situaties, behoudens de situaties die geregeld worden door de Staatsregelingen van Aruba en de Nederlandse Antillen.

Het Statuut bepaalt welke organen het Koninkrijk heeft. Genoemd worden onder meer de Kroon, de ministerraad, de Raad van State en de wetgevende macht van het Koninkrijk. Omdat deze allen hun regeling grotendeels in de Grondwet vinden en deze Grondwet die instellingen ook aanwendt voor het bestuur over Nederland is het niet juist om het Koninkrijk als een bondsstaat te kwalificeren. De instellingen van het Koninkrijk zijn (art. 5 van het Statuut) dezelfde instellingen die de Grondwet kent, voorzien van overzeese aanvulling voor de doeleinden van de Koninkrijksaangelegenheden die Aruba en/of de Nederlandse Antillen raken. Voor zover het gaat om Koninkrijksaangelegenheden die de Nederlandse Antillen en Aruba niet raken treedt Nederland, in de hoedanigheid van het Koninkrijk der Nederlanden, volgens het bepaalde in de Grondwet, zelfstandig op naar binnen en naar buiten. De twee andere landen kunnen dat niet, ook niet waar het gaat om aangelegenheden van het Koninkrijk die Nederland niet zouden raken en zijn daarbij gebonden aan de procedures die zijn omschreven in het Statuut.

Dat gekozen is voor dit model, ligt voor de hand, gelet op de grote verschillen tussen Nederland en beide andere landen. Alleen al het verschil in bevolkingsaantallen en economische betekenis maakt dat een Nederlands overwicht verdedigbaar is. Het Statuut gaat dan ook niet uit van gelijkheid maar van gelijkwaardigheid van de drie landen.[6]

Een opmerkelijke uiting van dit model is dat Nederland volwaardig lid is van de Europese Unie, terwijl de Caraïbische delen van het koninkrijk slechts geassocieerd zijn met de EU. Het komt erop neer dat de Nederlandse Antillen en Aruba geen EU-grondgebied vormen terwijl de burgers wel EU-burgers zijn.

Wijzigingen aan het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden kunnen alleen worden voltrokken als alle landen binnen het Koninkrijk het eens worden.

Aangelegenheden

Onverminderd hetgeen elders in het Statuut bepaald, zijn aangelegenheden van het Koninkrijk: de handhaving van de onafhankelijkheid en de verdediging van het Koninkrijk; de buitenlandse betrekkingen; het Nederlanderschap; de regeling van de ridderorden alsmede van de vlag en het wapen van het Koninkrijk; de regeling van de nationaliteit van schepen en het stellen van eisen met betrekking tot de navigatie van zeeschepen, die de vlag van het Koninkrijk voeren, met uitzondering van zeilschepen; het toezicht op de algemene regels betreffende toelating en uitzetting van Nederlanders en op de algemene voorwaarden voor toelating en uitzetting van vreemdelingen en de uitlevering. Daarnaast kunnen andere onderwerpen in gemeen overleg tot aangelegenheden van het Koninkrijk worden verklaard.

Artikel 43 van het Statuut bepaalt verder dat het waarborgen van de fundamentele menselijke rechten en vrijheden, de rechtszekerheid en de deugdelijkheid van bestuur aangelegenheid is van het Koninkrijk. Aangelegenheden van het Koninkrijk die de Nederlandse Antillen en/of Aruba niet direct raken worden geregeld volgens de bepalingen van de Grondwet (en dus feitelijk door Nederland).

Koninkrijksinstellingen

Formeel kent het Statuut een Kroon van het Koninkrijk, een Koninkrijksregering, een wetgever van het Koninkrijk en een Raad van State (van het Koninkrijk). Die vinden hun regeling in de Grondwet terwijl het Statuut voor die instellingen aanvullende bepalingen bevat.

Kroon van het Koninkrijk

De Kroon van het Koninkrijk wordt gedragen door de erfelijke Koning der Nederlanden. Hij is staatshoofd van het Koninkrijk en voert de regering over het Koninkrijk en over de landen afzonderlijk. In de Nederlandse Antillen en Aruba vertegenwoordigt een gouverneur de Koning als staatshoofd van het Koninkrijk in diens uitoefening van de regering over het betroffen land.

Koninkrijksregering

Onder de Koninkrijksregering wordt verstaan, de Koning en de ministerraad van het Koninkrijk tezamen. De Ministerraad van het Koninkrijk is de Nederlandse ministerraad aangevuld met door de landsregeringen van de Nederlandse Antillen en Aruba benoemde gevolmachtigd ministers.

Wetgever van het Koninkrijk

De wetgever van het Koninkrijk bestaat uit de (Nederlandse) Staten-Generaal en de Koninkrijksregering tezamen. Art. 15, 16 en 17 Statuut geven echter enige participatie aan de Staten van de Nederlandse Antillen respectievelijk Aruba.

Het ontbreken van een volwaardig parlement voor het gehele Koninkrijk is volgens sommige prominente politici een groot democratisch tekort. In 1997 pleitte Ernst Hirsch Ballin, de huidige Minister van Justitie, in de Eerste Kamer voor het oprichten van een Koninkrijksparlement.

Een wet die door de wetgever van het Koninkrijk wordt uitgevaardigd wordt rijkswet genoemd. Een voorbeeld van een rijkswet is de Rijkswet op het Nederlanderschap. De gevolmachtigde minister van de Nederlandse Antillen of Aruba is gemachtigd in de Tweede Kamer een voorstel voor een rijkswet te doen. Op basis van een rijkswet kan een Algemene Maatregel van Rijksbestuur worden opgesteld.

Raad van State

Er is een Raad van State van het Koninkrijk, deze bestaat uit de Nederlandse Raad van State met dien verstande dat er voor de Nederlandse Antillen en voor Aruba, een lid door de Koning kan worden benoemd op verzoek van de regering van het betrokken land.

Rechtspraak

In Nederland worden zaken in eerste aanleg behandeld bij een van de negentien rechtbanken. Men kan tegen uitspraken van een rechtbank in hoger beroep gaan bij een van de vijf gerechtshoven of een van de bestuursrechtelijke hoger-beroepsinstanties. De Nederlandse Antillen en Aruba hebben respectievelijk het Gerecht van Eerste Aanleg en het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba. Van uitspraken van de Nederlandse gerechtshoven en het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba staat in beginsel cassatieberoep open bij de Hoge Raad der Nederlanden.

Op basis van het zogenaamde concordantiebeginsel, vastgelegd in artikel 39 van het Statuut, wordt onder meer het burgerlijke recht en het strafrecht in Nederland, de Nederlandse Antillen en Aruba zoveel mogelijk op overeenkomstige wijze geregeld. Dat maakt het mogelijk dat jurisprudentie van de Hoge Raad met betrekking tot een zaak die in het ene land speelt, vaak overeenkomstige gelding heeft in de andere twee landen van het Koninkrijk.

Samenwerkingsregeling

Op grond van artikel 38 van het Statuut functioneert op het terrein van wetgeving en bestuur tussen de Nederlandse Antillen en Aruba een samenwerkingsregeling. De regeling is per 1 januari 1986 in werking getreden. In dit verband is onder meer een 'ministeriële samenwerkingsraad' uit beide landen ingesteld. Ook hebben de twee landen een Gemeenschappelijk Hof van Justitie en een Kustwacht van de Nederlandse Antillen en Aruba.

Landen

Nederland

Hoofdartikel.png Zie Nederland voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Nederland is een gedecentraliseerde eenheidsstaat met als regering de Koning en de (Nederlandse) raad van ministers tezamen. Het volk wordt vertegenwoordigd door de Staten-Generaal, die bestaat uit een kamer van vertegenwoordigers en een kamer van senatoren.

Nederland kent drie territoriale bestuurslagen: het rijk, de provincie en de gemeente. Het land is onderverdeeld in twaalf provincies: Drenthe, Flevoland, Friesland, Gelderland, Groningen, Limburg, Noord-Brabant, Noord-Holland, Overijssel, Utrecht, Zeeland en Zuid-Holland. Elke provincie heeft een Commissaris van de Koningin[7], een College van Gedeputeerde Staten en een volksvertegenwoordiging in de vorm van de Provinciale Staten. De provincies zijn op hun beurt onderverdeeld in gemeentes, bestaande uit een burgemeester, een college van Burgemeester en Wethouders en een gemeenteraad.

Een aparte, veel oudere functionele bestuurslaag vormen de waterschappen, met een dijkgraaf of watergraaf aan het hoofd.

Binnen de Europese Unie heeft Nederland een volwaardig lidmaatschap.

Nederlandse Antillen

De Nederlandse Antillen is een gedecentraliseerde eenheidsstaat met als regering de Koning (vertegenwoordigd door de gouverneur) en de (Antilliaanse) raad van ministers tezamen. Het volk wordt vertegenwoordigd door de Staten (niet te verwarren met de Provinciale Staten in Nederland).

De Nederlandse Antillen kennen twee bestuurslagen: het land en de vijf eilandgebieden (Bonaire, Curaçao, Saba, Sint Eustatius en Sint Maarten). Elk eilandgebied heeft een Gezaghebber, Bestuurscollege en een Eilandsraad.

Binnen de Europese Unie hebben de Nederlandse Antillen de status van landen en gebieden overzee (LGO).

Aruba

Aruba is een gecentraliseerde eenheidsstaat met als regering de Koning (vertegenwoordigd door de gouverneur) en de (Arubaanse) raad van ministers tezamen. Het volk wordt vertegenwoordigd door de Staten van Aruba. Aruba kent maar één bestuurslaag: het land.

Binnen de Europese Unie heeft Aruba de status van landen en gebieden overzee (LGO).

Politiek

Staatkundige vernieuwing

De afgelopen jaren is gebleken dat de huidige staatkundige stand van zaken binnen het koninkrijk niet bevredigend is. Binnenkort zal daartoe het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden worden herzien. Op alle eilanden in de Antillen zijn volksraadplegingen gehouden. Het eilandgebied Sint-Maarten gaf te kennen een status aparte zoals Aruba te verkiezen. De bevolking van Bonaire stemde voor opheffing van de Antillen en voor directe banden met Nederland. Saba stemde voor dezelfde directe relatie met Nederland. Curaçao stemde voor een status aparte en Sint-Eustatius voor een Antillen 'nieuwe stijl'.

Erkenning van homohuwelijk

Het burgerlijk wetboek van de Nederlandse Antillen noch dat van Aruba erkent de openstelling van het huwelijk voor paren van gelijk geslacht. Toen Charlene Obuder en Ester Lamers zich op Aruba wilden inschrijven als echtpaar kregen zij te verstaan dat dit niet mogelijk was op Aruba. Maar in hoger beroep kreeg het echtpaar gelijk. De rechter nam in zijn beslissing het Statuut in acht, met name artikel 40, waarin bepaald wordt dat alle "authentieke akten" in het hele Koninkrijk gelden. Ook de Hoge Raad definieert het huwelijk als een akte.

Toelatingsregeling

Zowel de Nederlandse Antillen als Aruba stellen toelatingseisen aan Europese Nederlanders die zich in de overzeese koninkrijksdelen willen vestigen. Nederland stelt echter geen eisen aan Antillianen en Arubanen die zich in Nederland willen vestigen, omdat het juridisch niet mogelijk is. Antillianen en Arubanen zijn EU-burgers en hebben vrij toegang tot alle lidstaten van de Europese Unie. De Antillen en Aruba zijn geen lid van de EU en hoeven dus andersom geen EU-burgers toe te laten. Voormalige minister Rita Verdonk was sinds begin 2005 bezig met een regeling om het mogelijk te maken Antilliaanse en Arubaanse probleemjongeren terug te sturen. Deze regeling is tot tweemaal toe afgekeurd door de Raad van State en is sinds het aantreden van Balkenende IV van de baan.

Zie ook

Externe links