Wikisage, de vrije encyclopedie van de tweede generatie, is digitaal erfgoed

Wikisage is op 1 na de grootste internet-encyclopedie in het Nederlands. Iedereen kan de hier verzamelde kennis gratis gebruiken, zonder storende advertenties. De Koninklijke Bibliotheek van Nederland heeft Wikisage in 2018 aangemerkt als digitaal erfgoed.

  • Wilt u meehelpen om Wikisage te laten groeien? Maak dan een account aan. U bent van harte welkom. Zie: Portaal:Gebruikers.
  • Bent u blij met Wikisage, of wilt u juist meer? Dan stellen we een bescheiden donatie om de kosten te bestrijden zeer op prijs. Zie: Portaal:Donaties.

Jean François van Royen

Uit Wikisage
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Jean François van Royen, ook bekend onder de naam Jean François van Roijen, (Arnhem, 27 juni 1878 - Leusden, 10 juni 1942) was een Nederlandse drukker, typograaf en algemeen secretaris van het hoofdbestuur van de PTT.

Jeugdjaren

Van Royen, lid van de familie Van Royen, was een zoon van majoor Jan Barend Hendrik van Royen (1830-1906) en Louisa Aletta Bijleveld (1833-1915). Hij was een broer van minister Louis Anne van Royen. De familie vestigde zich vanuit Arnhem in 1881 te Den Haag. De vader werd directeur van de Hollandsche Landbouw- en Kolonisatiemaatschappij in Hongarije. Op 8 september 1886 vestigden zij zich in Wageningen, vervolgens op 20 februari 1891 in Vrijenban, en sinds oktober 1892 opnieuw in Den Haag, waar François een opleiding aan het Openbaar Gymnasium volgde. Op 22 september 1897 werd hij ingeschreven als student in de rechten te Leiden. Na zijn kandidaats zette hij in Leipzig zijn studie voort. Terug in Leiden, sloot hij op 26 mei 1903 zijn rechtenstudie af met een promotie op stellingen. Hij trouwde in 1905 met Augusta Frederica Albrechtina Saltet (1879) met wie hij drie kinderen kreeg.

PTT

Na kort bij uitgeverij Martinus Nijhoff werkzaam te zijn geweest trad hij op 16 mei 1904 in dienst bij het toenmalig hoofdbestuur van de PTT. Op 1 januari 1918 kreeg hij de titel van algemeen secretaris. Van Royen was zeer geïnteresseerd in de drukkunst, en hij had geen hoge dunk van het Rijksdrukwerk. Hij gebruikte zijn invloed om de typografie te verbeteren en zocht daartoe zelf contact met toonaangevende kunstenaars. Zo gaf hij bijvoorbeeld architect K.P.C. de Bazel opdracht om de Jubileumzegels 1813-1913 te ontwerpen.

De Zilverdistel

In 1910 werd de uitgeverij De Zilverdistel opgericht door Jan Greshoff en J.C. Bloem om artistiek verantwoord drukwerk voor de uitgave van hun boeken te bevorderen. De schrijver P.N. van Eyck voegde zich later bij hen. Greshoff en Bloem verlieten echter al na een jaar de onderneming. Van Eyck bleef als enige over. De samenwerking met Van Royen begon in 1913.[1]

Het eerste werk dat onder de naam Zilverdistel ontstond was Worstelingen van P.N. van Eyck in 1910. Daarna verscheen in 1911 Experimenten van Geerten Gossaert en Naar het geluk van Jan van Nijlen. Het eigen rijk van Albert Verwey verscheen in 1912. Deze boeken werden bij de firma Joh. Enschedé te Haarlem. Daarbij moest af en toe worden geschipperd met de letterkeuze en typografie.[2]

In 1914 bezocht Van Royen met zijn vrouw drie Engelse Private presses, vlak voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog: de Ashendene Press van C.H. St John Hornby, de Eragny Press van Lucien Pissarro en de Doves Press van T.J. Cobden-Sanderson.

Al deze persen hadden de beschikking over lettertypen die speciaal voor deze privé-uitgevers gesneden ontworpen waren. Ook Van Royen vatte het idee op om zelf een aantal letters te laten ontwerpen voor eigen gebruik, en in zijn huis een drukpers te installeren om zelf te gaan drukken. Een naar aanwijzingen van Pissarro in Londen vervaardigde Albion-handpers kwam in 1914 bij Van Royen thuis te staan. De vloer van de bovenverdieping moest worden versterkt om het gewicht van 1200 kilo te kunnen dragen. De aanschaf van de pers (ongeveer f 5800) kwam geheel voor rekening van de mecenas Willem Anton Engelbrecht (1874-1965).[3]

De typografen S.H. de Roos en Lucien Pissarro werden aangezocht om twee nieuwe letters te ontwerpen. De letter van De Roos werd Zilvertype genoemd. De letter van Pissarro heeft een licht gotische inslag: de Disteltype. Ongewoon aan deze twee letters is dat ze beide gesneden waren op één corps, te weten 15 punten Didot, een zeer ongebruikelijke corpsgrootte. De Disteltype was oorspronkelijk bedoeld om vooral oudere teksten te drukken, de Zilvertype was voor eigentijdse teksten bedoeld. Later ontwierp Van Royen zelf zijn initialen en sneed ze eigenhandig in kops palmhout.

Het eerste officiële product van de pers met deze letters is de beginselverklaring van De Zilverdistel, Over boekkunst en de Zilverdistel (1916), geschreven door Van Royen en Van Eyck, en gedrukt met de Zilvertype. Daarna volgden onder andere Cheops van J.H. Leopold (1916), Prometheus Unbound van Shelley (1917) en Verzen uit de jaren 1880-1890 van Willem Kloos (1919).

Kunera Pers

In 1922 werd De Zilverdistel opgeheven en verbrak Van Royen de samenwerking met Van Eyck. Zonder medeweten van Van Eyck begon hij met een nieuwe pers. Deze kreeg de naam Kunera Pers. Het drukkersmerk werd ontworpen door Pissarro, naar de inzichten van Van Royen. In 1924 rolde de door Perzische en Arabische dichters geïnspireerde dichtbundel Oostersch van J.H. Leopold als eerste van de pers. Daarna volgde het dichtwerk van François Villon, in 1928 Maneschijn van Arthur van Schendel en in 1929 La tapisserie de Notre Dame van Charles Péguy. In de jaren dertig had Van Royen echter te weinig tijd voor zijn pers.

Toen in de jaren 1920 en 1923 de nieuwe hoofdbestuursgebouwen van de PTT aan de Haagse Kortenaerkade betrokken werden, was het Van Royen die voor interieurontwerpen de kunstenaars Willem Penaat en N.P. de Koo verzocht hun medewerking te verlenen aan de inrichting. Alles werd met hen onder de loep genomen: brievenbussen, postauto's enz. Voor het drukwerk had hij zich verzekerd van kundige medewerkers zoals S.H. de Roos, Jan van Krimpen, Kuno Brinks en André van der Vossen.

Uitgaven door Van Royen voor de Kunera Pers

Arrestatie

Vanaf 1922 was van Royen voorzitter van de Nederlandsche Vereeniging voor Ambachts- en Nijverheidskunst (VANK). Zo vervulde hij meer organisatorische functies in de culturele wereld, en daarom besloot G.A. van Poelje, secretaris-generaal en na het vertrek van de regering in mei 1940 feitelijk minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen, om hem te benaderen met een plan. Zoals velen vreesde Van Poelje dat de bezetter net als in nazi-Duitsland het culturele leven naar zich toe zou trekken. Er moest een nationaal verband van kunstenaars komen dat tegenwicht kon bieden. Op initiatief van Van Roijen vond op 24 mei 1940 een oprichtingsvergadering plaats van de Nederlandse Organisatie van Kunstenaars. In het jaar dat de NOK bestond heeft ze volgens met name de linkse kunstenaars te veel samengewerkt met de Duitsers. Maar voor de Duitsers en hun handlangers was zij een sta-in-de-weg, en begin 1941 kwamen zij met plannen voor de oprichting van een Kultuurkamer. De NOK hield een enquete onder haar leden, die zich in grote meerderheid uitspraken tegen deze Kultuurkamer. Op 16 mei 1941 vielen ambtenaren van het Departement van Volksvoorlichting en Kunsten het kantoor van de NOK binnen en namen de enquêtes en ander materiaal in beslag. De organisatie werd verboden.[4]

Rond het begin van de oorlog was Van Royen weer begonnen met een nieuw project voor de Kunera Pers. Hij speelde met een oud plan om Karel en de Elegast te drukken toen P.C. Boutens hem vroeg een selectie van zijn verzen uit te brengen. Van Royen bedacht de titel: In den keerkring. Op 1 maart 1942 was het werk voltooid. Een paar dagen later werd Van Royen door de Sicherheitsdienst gearresteerd, omdat de Duitsers hem als drijvende kracht beschouwden achter een protestschrijven tegen de Kultuurkamer - een actie die Van Royen de initiatiefnemers overigens had ontraden.

Op 10 juni 1942 overleed hij in het concentratiekamp Amersfoort aan uitputting, terwijl net besloten was tot zijn vrijlating. Zijn vrouw Gusta kreeg het bericht een dag later te horen, op het Haagse kantoor van de Sicherheitspolizei.[5] Het commentaar van de SD was: "Der Mensch hat eben Pech gehabt". In Duttendel is een straat naar hem vernoemd.

In november 1942 werden op last van de bezetter de huizen langs de kust in Den Haag ontruimd. De drukpers, de typografische bibliotheek, de verzameling en het archief van Van Royen kwamen terecht in het Postmuseum. Na de bevrijding werd de verzameling overgedragen aan de Koninklijke Bibliotheek. In 1963-1964 zijn de drukpers en het archief overgebracht naar het Museum Meermanno-Westreenianum.

Publicaties van Van Royen

  • 'De keizerlijke post in Nederland vóór honderd jaar', in Onze eeuw 11 (1911) III, 203-221;
  • 'Nieuwste boek der Eragny-Press' in De Witte Mier (1912) 171-173;
  • 'De Hollandsche Mediaeval van S.H. de Roos', in Onze kunst 12 (1913) I, 130-142;
  • Met P.N. van Eyck, Over boekkunst en de Zilverdistel. 's-Gravenhage, 1916.
  • 'Boekkunst en samenleving', in Jaarboek van Nederlandsche ambachts- en nijverheidskunst 3 (1921) 44-59
  • 'Een herinnering' [ter nagedachtenis aan de architect K.P.C. de Bazel], in Bouwkundig weekblad 44 (1923) 518-522;
  • De illustratie van het boek. Amsterdam, 1930.

Literatuur over Van Royen

  • G.H. 's-Gravesande, 'Mr. J.F. van Royen 60 jaar', in Het Vaderland, 25-6-1938;
  • R.J. Weber, 'De eigen drukpers van mr. J.F. van Royen', in PTT-Bedrijfsbanden 6 (1945) 5-6;
  • G.H. 's-Gravesande, Mr. J.F. van Royen en zijn beteekenis voor de boekkunst. Gravenhage, 1946.
  • A.M. Hammacher, Jean François van Royen 1878-1942. 's-Gravenhage, 1947.
  • W.F. Gouwe, Het ontwerpen van postzegels. 's-Gravenhage, 1953.
  • Christiaan de Moor, Postzegelkunst. 's-Gravenhage, 1960.
  • Jean François van Royen. Tentoonstelling... van J.F. van Royen... ter gelegenheid van de openstelling der Kunera pers in... Museum Meermanno-Westreenianum. 's-Gravenhage, 1964.
  • J.G. Visser, PTT 1940-1945. Beleid in bezetting. Amsterdam [etc.], 1968, passim.
  • J.W. Mulder, Kunst in crisis en bezetting. Amsterdam [etc.], 1978, passim.
  • E.A.B.J. ten Brink, 'Discussie over de leiding van de PTT in de jaren 1924-1926', in Economisch- en Sociaal-Historisch Jaarboek 42 (1979) 298-364.
  • Gert Holstege, 'Jubileumzegels 1913', in Nederlandse postzegels 1979. 's-Gravenhage, 1981, 5-19.
  • Mathieu Lommen, De grote vijf: S.H. de Roos, J.F. van Royen, J. van Krimpen, C. Nypels en A.A.M. Stols. Zutphen, 1991.
  • A.M. Hammacher (inleiding), Jan P. Boterman en Paul Hefting, Zilvertype corps 15, briefwisseling tussen J.F. van Royen en S.H. de Roos over het ontwerp van de Zilvertype, 1914-16, De buitenkant, Amsterdam, 1994
  • J.F. van Regteren Altena (inleiding), Jan P. Boterman en J.D.F. van Halsema, Disteltype corps 15, Over de Disteltype van J.F.van Royen en L. Pissarro en de literatuur van de Disteltype, De Buitenkant, Amsterdam, 2000.
  • Het ideale boek, Honderd jaar private press in Nederland, 1910-2010, onder redactie van Paul van Capelleveen en Clemens de Wolf, Uitgeverij Vantilt, in samenwerking met de Koninklijke Bibliotheek en Museum Meermanno, 2010.

Bronnen, noten en/of referenties

Bronnen, noten en/of referenties

Noten

  1. º Zilvertype, corps 15, De Buitenkant, 1994, Amsterdam, blz. 11
  2. º Het Ideale Boek, Uitgeverij Vantilt, 2010, blz. 56
  3. º Het Ideale Boek, Uitgeverij Vantilt, 2010, blz. 66
  4. º Henk van Gelder en Jacques Klöters: Door de nacht klinkt een lied. Amusement in Nederland 1940-1945, uitg. 1985, p. 31
  5. º Het Ideale Boek, Uitgeverij Vantilt, 2010, blz. 88
rel=nofollow