Wikisage, de vrije encyclopedie van de tweede generatie, is digitaal erfgoed

Wikisage is op 1 na de grootste internet-encyclopedie in het Nederlands. Iedereen kan de hier verzamelde kennis gratis gebruiken, zonder storende advertenties. De Koninklijke Bibliotheek van Nederland heeft Wikisage in 2018 aangemerkt als digitaal erfgoed.

  • Wilt u meehelpen om Wikisage te laten groeien? Maak dan een account aan. U bent van harte welkom. Zie: Portaal:Gebruikers.
  • Bent u blij met Wikisage, of wilt u juist meer? Dan stellen we een bescheiden donatie om de kosten te bestrijden zeer op prijs. Zie: Portaal:Donaties.

Jacques Offenbach

Uit Wikisage
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Nootje.pngDit artikel valt onder beheer van Dorp:Luisterrijk. Nootje.png

Jacques Offenbach (Keulen, 20 juni 1819Parijs, 4 oktober 1880) was een briljant Duits/Frans componist en cellist.

Jacques Offenbach gefotografeerd door Félix Nadar

Leven

Jacques Offenbach was een zoon van een chazan (cantor) met de naam Isaac Judah Ebers in de joodse gemeente te Keulen. Jacques Offenbachs oorspronkelijke familienaam was Eberst, maar zijn vader, die uit de Duitse plaats Offenbach afkomstig was, wijzigde later, na zijn vestiging in Keulen, de naam Eberst in Offenbach. Later werd ook de voornaam Jakob omgezet in Jacques.

Jacques Offenbach behoorde in zijn tijd tot één van de grootste cellisten en is bekend geworden door de vele operettes[1] die hij componeerde. Bekende namen hiervan zijn: La Vie Parisienne, La belle Hélène, Fanfan la Tulipe en Orphée aux Enfers. Deze laatste wordt tegenwoordig toch meer als een opera beschouwd.

Zijn bekendheid dankt hij aan Les Contes d’ Hoffmann, een operette gebaseerd op de verhalen van de Duitse schrijver A.T. E. Hoffmann. Eén van de hoogtepunten in deze opera is de Barcarolle, die wordt beschouwd als de populairste barcarolle ooit geschreven.

Opleiding en eerste jaren

Als jongen kreeg Offenbach vioollessen, die hij al spoedig verruilde voor de cello waar hij zich beter in kon vinden en waarin hij uitblonk. Zoveel, dat zijn vader hem samen met zijn broer Jules in 1833 naar Parijs stuurde. Samen kregen ze ook een plaatsje in het opera-orkest van de componist Fromental Halévy. Jules zou zijn hele leven verder als musicus vrij onopgemerkt blijven. Intussen werd Jakob op het conservatorium toegelaten, waar hij door zijn medestudenten gewoon Jacques werd genoemd, wat voor de rest van zijn leven zo gebleven is. Van Halévy kreeg Jaques Offenbach tussendoor ook nog les in compositie.

Zijn verblijf op het conservatorium was maar van korte duur

Zijn verblijf op het conservatorium was maar van korte duur. Na een jaar staakte hij zijn studie, aan een kant gedwongen door financiële problemen, aan de andere kant doordat hij herhaaldelijk afwezig was bij de lessen. Om in leven te blijven had hij allerlei baantjes, maar kreeg uiteindelijk toch een aanstelling als cellist bij de Opéra Comique, waarna het allemaal wat gunstiger voor hem werd.

Zijn bekwaamheid op de cello was zó groot, dat hij werd gekozen om grote meesters te begeleiden als: Anton Rubinstein, Franz Liszt en Felix Mendelssohn, met als hoogtepunt het duo dat hij met Friedrich von Flotow vormde. Flotow was in die dagen populair door zijn succesvolle opera Martha. Dit alles vormde de doorbraak naar een verdere carrière als musicus en componist en leidde tot uitvoeringen van muziek, die zij gezamenlijk hadden gecomponeerd. Dit alles leverde hem een goed inkomen op.

Op zijn drieëntwintigste ging Offenbach over van het joodse naar het katholieke geloof, om daarna in 1848 te trouwen met Herminie d'Alcain.

Verdere ontwikkelingen

Kort daarna gaf Offenbach noodgedwongen zijn werk in Parijs tijdelijk op en week uit naar Duitsland aangezien Parijs uitermate onrustig was en werd beheerst door gewelddadige revolutionaire en politieke groepen tijdens de Februarirevolutie van 1848, waarbij Louis-Philippe moest aftreden en naar Engeland uitweek.

Hij vestigde zich in 1848 met zijn gezin tijdelijk in Keulen, maar verlangde er naar zo spoedig mogelijk naar Parijs terug te keren. Het jaar daarop keerde hij daadwerkelijk weer terug en datzelfde jaar werd benoemd tot dirigent aan het Théâtre Français.

In 1855 huurde Offenbach aan de Champs Élysées een klein houten theater dat hij de Bouffes-Parisiens noemde. Hij voerde hierin zijn nieuwste werken uit en had steeds bijna volledig uitverkochte zalen. Hij verwierf zoveel succes en verdiende zo goed, dat hij zich binnen een jaar met zijn gezelschap een groter en geschikter theater kon veroorloven, hoewel Offenbach niet echt goed met geld kon omgaan. Steeds waren er schulden en dat bleef zijn hele verdere carrière overschaduwen.

Zijn reputatie als componist van opéra-bouffes was veilig gesteld hoewel er natuurlijk ook de nodige schaduwzijden optraden. Zo mocht hij in zijn nieuwe theater aanvankelijk alleen maar eenakters opvoeren met slechts een handjevol sprekende of zingende karakters. Later werd het hem toegestaan groter werk in productie te nemen.

Zijn eerste avondvullende opéra-bouffe was Orphée aux Enfers, die onmiddellijk succesvol was

De eerste avondvullende opéra-bouffe was Orphée aux Enfers, die onmiddellijk succes had en vele opvoeringen beleefde. In 1860 werd hem het Franse staatsburgerschap verleend en maakte hij deel uit van het Legion d’Honneur wegens zijn verdiensten voor zijn tweede vaderland Frankrijk. Tijdens zijn carrière als componist en cellist schreef Offenbach meer dan 100 opéra-bouffes, waarvan de meeste immens populair en lucratief waren en die nu nog steeds worden uitgevoerd. Zijn onweerstaanbare zin voor humor was bijna overal in terug te vinden. Zijn vrijmoedige spot en satire over politieke en culturele uitingen, werden verwerkt in zijn muziek, en werd door een groot deel van het publiek nogal op prijs gesteld.

Offenbachs populariteit breidde zich uit over heel Frankrijk en bereikte Londen en de Verenigde Staten van Amerika.

Terugval

Hoewel Offenbach in die jaren werd overladen met eerbewijzen en prijzen, werd het toch in de loop van de tijd allemaal wat moeilijker voor hem. Toen namelijk op een gegeven moment de politieke situatie in Frankrijk verslechterde, ging het geleidelijk aan niet allemaal meer voor de wind met hem. Zijn eens zo gewaardeerde gevoel voor humor en satire werd plotseling uitgelegd als een aanval op zijn tweede vaderland en zijn aanzien werd daardoor ernstig geschaad. Het kwam zelfs zover, dat Offenbach in 1872 failliet werd verklaard, en hij zijn schulden alleen nog kon betalen door op tournee te gaan door de Verenigde Staten tijdens de eeuwfeesten daar. Hij dirigeerde daar onder meer een aantal nieuwe werken.

Zijn populariteit zakte nog verder weg toen hij werd overschaduwd door een nieuwe generatie componisten als Robert Planquette, Charle Lecocq en André Messager.

Graftombe van Jacques Offenbach, Cimetière de Montmartre

Zwanenzang

Offenbach hield zich door de jaren heen bezig hield met het schrijven van serieuze opera’s, maar had in dat genre maar matig succes. Zijn laatste opera Les Contes d’Hoffmann, die later wel zeer veel succes opleverde, was geïnspireerd en gebaseerd op de verhalen van de Duitse romantische schrijver E. T. A. Hoffmann, en werd gecomponeerd op een libretto van Jules Barbier. Offenbach werkte drie jaar aan de uitwerking en de voltooiing van deze opera, maar werd in die periode ernstig ziek.

Hij overleed in 1880 op eenenzestigjarige leeftijd in Parijs en liet een onvoltooide opera achter. Offenbach werd begraven op Montmartre. Zijn opera Les Contes d’Hoffmann werd afgerond door Ernest Guiraud en Leo Delibes die er echter een iets andere wending aan gaven. Offenbach had namelijk de gewoonte de definitieve vorm van zijn composities pas ná de première vast te leggen. Hij had ook nagelaten verdere instructies achter te laten over zijn uiteindelijke bedoelingen van de opera. Het enige wat duidelijk was, dat het een Opera Fantastique zou moeten worden in vijf akten. Bij de première van deze opera in 1881 werd de nu zo populaire Barcarolle weggelaten en werden nog meer delen geschrapt. Bij latere revisies is veel van het oorspronkelijke materiaal weer aan de opera toegevoegd.

De Franse componist Saint-Saëns heeft als een soort eerbewijs aan Offenbach in zijn Le Carnaval des animaux in 1887 een melodie van zijn collega verwerkt. In het vierde deel hiervan, De Schildpadden, wordt de traagheid van deze dieren extra benadrukt, door de razendsnelle Cancan uit Offenbachs Orphée aux Enfers, ongeveer drie keer zo langzaam te laten spelen als oorspronkelijk voorgeschreven was, wat natuurlijk een apart effect oproept. Dit effect wordt nog extra versterkt door de dissonanten die Saint-Saëns toevoegde.

Bronnen, noten en/of referenties

Bronnen, noten en/of referenties:
1px.png Bekijk op YouTube  Barcarolle van Offenbach op YouTube

  1. º Zelf noemde Offenbach zijn muziekstukken geen operettes. Ze verschillen namelijk nogal wat met de operettes van de Weense school, zoals gecomponeerd door Johan Strauss en Franz Lehár. Bij Offenbach gaat het meer om goed in het gehoor liggende muziek, met als achtergrond een verhaal vol satire en humor en vooral spot op bestaande toestanden en personen. Offenbach ontwikkelde deze specifieke muziekvorm, die men ook wel Offenbachiaden noemde of beter nog opéra-bouffe français — die later door andere Franse componisten is overgenomen.

1px.pngWikimedia Commons  Zie ook de categorie met mediabestanden in verband met Jacques Offenbach op Wikimedia Commons.