Wikisage, de vrije encyclopedie van de tweede generatie, is digitaal erfgoed

Wikisage is op 1 na de grootste internet-encyclopedie in het Nederlands. Iedereen kan de hier verzamelde kennis gratis gebruiken, zonder storende advertenties. De Koninklijke Bibliotheek van Nederland heeft Wikisage in 2018 aangemerkt als digitaal erfgoed.

  • Wilt u meehelpen om Wikisage te laten groeien? Maak dan een account aan. U bent van harte welkom. Zie: Portaal:Gebruikers.
  • Bent u blij met Wikisage, of wilt u juist meer? Dan stellen we een bescheiden donatie om de kosten te bestrijden zeer op prijs. Zie: Portaal:Donaties.

Ietsisme

Uit Wikisage
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Godsdienstfilosofie
800px-Rel exp diagram.jpg
Het goddelijke
Religies
Themata en concepten
Stromingen
Godsdienstfilosofen
Werken

Het ietsisme is een niet verder gespecificeerd geloof of een aanname dat er een of andere hogere kracht bestaat, zonder dat hierbij voor een bepaalde religie wordt gekozen.

Ietsisme kan in het algemeen verwijzen uiteenlopende overtuigingen waarbij mensen aannemen dat er ’iets’ metafysisch bestaat, waarbij niet noodzakelijk een traditioneel geloofssysteem, dogma of visie op de natuur en op God van een of andere religie wordt gevolgd. Het ligt dicht bij de begrippen agnostisch theïsme en deïsme.

Het woord ietser, dat daarvan werd afgeleid, betekent iemand die gelooft dat er aan al het bestaande een transcendente maar onbenoembare en niet verder definieerbare kracht ten grondslag ligt.

Onder theïsten en atheïsten roept het ietsisme soms weerstand op, maar uit een opiniepeiling van het dagblad Trouw uit oktober 2004 bleek dat 40% van de Nederlanders tot de ietsisten kunnen worden gerekend.[1]

De term kreeg in Nederland bekendheid nadat hij in 1997 gebruikt werd door politiek columnist Ronald Plasterk in een column voor het televisieprogramma Buitenhof, maar het woord bestond mogelijk reeds eerder.[2]

Plasterk noemde ietsisme aanvankelijk een „religieus armzalig en irritant tijdsverschijnsel”, maar kwam hier later op terug.

Eerder omschreef Ad Verkuijlen hetzelfde fenomeen met het woord ’ietsers’. In een column in Filosofie Magazine, 1996, met als titel ’Daar komen de Ietsers’ schreef hij: „Steeds minder mensen voelen zich betrokken bij een kerk. Het aantal mensen dat gelooft ’aan een hogere macht die verder onbenoemd bleef’ stijgt echter gestaag; sinds 1991 met 2% naar 22%. Aldus het Sociaal en Cultureel Rapport 1996. Het is een nationale epidemie. Iedereen kent er wel een paar. Op de vraag of zij in een (christelijke) God geloven, antwoorden zij gewichtig: ’Nee, maar er moet wel iets zijn!’”.[3]

Hij baseerde zich bij het schrijven van die column op cijfers uit het Sociaal en Cultureel Rapport 1996. Ook Plasterk zei zich hierop te baseren.[2]

In tegenstelling tot het klassieke agnosticisme, dat eerder negatief staat tegenover religieuze overtuigingen (niet geloven wat men niet kan weten), blijft het ietsisme daar eerder positief tegenover staan (er is veel meer dan we kunnen weten). Het is een vorm van religieuze vrijzinnigheid of religieuze onkerkelijkheid. De invulling daarvan kan variëren van een christelijk godsbeeld van een „kracht” die buiten de wereld staat tot een boeddhistisch wereldbeeld met „krachten” die in de wereld bestaan. Het is ook een mogelijk om de keuze tussen beide open te laten.

Het woord ietsisme is opgenomen in de 14e editie van de Dikke Van Dale, uitgegeven in oktober 2005. Het woord ’ietsism’ begon ook in het Engels als leenwoord uit het Nederlands te circuleren.

In 2009 werd door Joan Elkerbout uit Sint-Oedenrode een interreligieuze kerk gesticht,[4] Dit werd ’de eerste officiële tempel voor het ietsisme’ genoemd.

Referenties

Weblink