Wikisage, de vrije encyclopedie van de tweede generatie, is digitaal erfgoed

Wikisage is op 1 na de grootste internet-encyclopedie in het Nederlands. Iedereen kan de hier verzamelde kennis gratis gebruiken, zonder storende advertenties. De Koninklijke Bibliotheek van Nederland heeft Wikisage in 2018 aangemerkt als digitaal erfgoed.

  • Wilt u meehelpen om Wikisage te laten groeien? Maak dan een account aan. U bent van harte welkom. Zie: Portaal:Gebruikers.
  • Bent u blij met Wikisage, of wilt u juist meer? Dan stellen we een bescheiden donatie om de kosten te bestrijden zeer op prijs. Zie: Portaal:Donaties.

Frederick Delius

Uit Wikisage
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Nootje.pngDit artikel valt onder beheer van Dorp:Luisterrijk. Nootje.png
rel=nofollow

Frederick Delius (Bradford, 29 januari 1862Grez-sur-Loing, 10 juni 1934) was een Engels componist en zoon van een succesvolle wolhandelaar van Duitse afkomst.
Frederick Delius begon op jonge leeftijd piano te spelen, als autodidact. Later kreeg hij van zijn vader toestemming om vioolles en pianolessen te volgen, maar maar deze vond het beroep van musicus eigenlijk beneden zijn stand. Hij benadrukte ook sterk, dat muziek enkel geschikt was voor ontspanning en plezier en dat er geen geld mee viel te verdienen.

Soort muziek

De nogal ingetogen muziek van Delius is niet voor iedereen toegankelijk. Om die reden werd hij dan ook pas laat in zijn leven in Engeland gewaardeerd. In Delius's vaderland - Groot-Brittannië – werd zijn muziek pas na 1907 geregeld in concertprogramma's vermeld, nadat de dirigent Thomas Beecham (later sir Thomas Beecham) het voor hem opnam. Thomas Beecham zette zich zijn gehele dirigentencarrière onvermoeibaar in om werken van Delius uit te voeren.
De muziek van Delius is slechts af en toe populair geweest en vaak onderhevig aan kritieke aanvallen.
Ook in Duitsland en andere landen werden en worden zijn werken bijna niet uitgevoerd: slechts enkele klassieke liefhebbers kennen ze.
Een kenmerkend element in zijn werk is de schoonheid - vooral van de natuur, weelderige bloemen en tuinen – speciaal gezien in het licht van vergankelijkheid, herfst, verval en verwelking.
Zijn meest bekende orkestwerk, dat vrij vaak te horen valt is:

On hearing the First Cuckoo in Spring.

Muzikale ontwikkeling

Dit is een artikel uit de serie:
Bekende melodie,
onbekende componist
Si j'etais Roi
Menuet, Kwintet opus 13, nr. 5
Le Calife de Bagdad
On hearing the first Cukoo in Spring
Berceuse de Jocelyn
Plaisir d' Amour
Die lustigen Weiber von Windsor
De Urendans, La Giaconda
Dona Diana, Moretto

Delius werkte enige tijd in de wolhandel maar had daar een grondige hekel aan. Zijn vader kocht daarop voor hem een sinaasappelplantage in Florida. Daar leerde hij de organist Thomas Ward kennen, die hem tijdje uitgebreid les in compositie gaf. Hier kwamen ook zijn eerste composities tot stand. Daarna bracht hij een paar maanden door in Danville, Virginia, waar hij geld verdiende met orgelspelen, zingen en lesgeven.
Uiteindelijk lukte het hem dan ook zijn vader te overtuigen, dat muziek zijn richting was. In 1886 stond zijn vader hem toe gedurende anderhalf jaar een muziekcursus te volgen in Duitsland aan het Leipziger Konservatorium. Daar ontmoette hij onder meer Edvard Grieg , die zijn familie ook nog eens duidelijk maakte, dat Frederick voor de muziek bestemd was.

Zelfstandig componist

Na zijn studie vestigde Delius zich in Parijs en begon hij aan een fulltime carrière als componist. Gedurende zijn verblijf in Parijs werd zijn werk echter weinig uitgevoerd. Hij werd onderhouden door zijn vader, die hem geregeld geld opstuurde. Wel werden zijn eerste werken uitgegeven, zoals de Suite Florida, twee strijkkwartetten en enige liederen.
In 1897 In 1897 ontmoette Delius de Duitse kunstenares Jelka Rosen 1). Ze was een professionele schilder, een vriend van de beeldhouwer Auguste Rodin, en een vaste exposant in de Salon des Indépendants. Jelka liet al snel haar bewondering blijken voor de muziek van de jonge componist en het paar groeide verder naar elkaar. Dit werd nog versterkt door een gedeelde passie voor het werk van de Duitse filosoof Friedrich Nietzsche en de muziek van Edvard Grieg.
Delius trouwde met Jelka Rosen, waarna ze intrek namen in Grez-sur-Loing bij Fontainebleau, waar ze tot hun dood zouden blijven wonen.

Koekoek.jpg

Delius vermeed de omgang met andere musici, maar was wel bevriend met de schrijver August Strindberg en de schilders Paul Gauguin en Edvard Munch.
In 1913 ging zijn compositie On Hearing the First Cuckoo in Spring met veel succes in première.
Van alle werken die Delius geschreven heeft, is dit wel het meest bekend geworden.

De compositie On Hearing the First Cuckoo in Spring is een symfonisch gedicht gecomponeerd in 1912 door Frederick Delius, en is een puur instrumentaal werk.
Het geeft de vreugde weer bij het begin van een nieuwe lente.
Het stuk wordt geopend met een langzame reeks van drie maten; het eerste thema is een uitwisseling van koekoeksoproepen, eerst voor de klarinet, daarna door de diverse strijkers. Het tweede thema wordt gespeeld door de eerste violen en is afkomstig van een Noors volkslied. De klarinet komt terug met de roep van de koekoek voordat het stuk op pastorale wijze eindigt.
Het werk ging in prèmiere in Leipzig op 23 oktober 1913 en bleef een geliefd werkje van de componist.

Eerste successen

In het begin van 1900 kwam Delius tot een vruchtbare samenwerking met Duitse liefhebbers van zijn muziek, namelijk de dirigenten Hans Haym, Fritz Cassirer, Alfred Hertz in Elberfeld, en Julius Buths in Düsseldorf.
Hans Haym dirigeerde het orkestwerk Over the Hills and Far Away, die hij op 13 november 1897 onder de Duitse titel Über die Berge in die Ferne gaf. Dit was de eerste keer dat Delius's muziek in Duitsland werd gehoord. In 1899 gaf Alfred Hertz een concert van muziek van Delius in de St. James's Hall in Londen, waaronder ook weer Over the Hills and Far Away, een koorwerk en fragmenten uit de opera Koanga.
Het was uitzonderlijk, dat een onbekende componist - in een tijd waarin een orkestconcert een zeldzame gebeurtenis was in Londen - die gelegenheid kreeg. Ondanks bemoedigende kritieken, werd de orkestrale muziek van Delius tot 1907 niet in een Engels concertgebouw meer gehoord. De meeste premières van Delius uit deze periode werden gegeven door Hans Haym en andere Duitse dirigenten.
Rond 1907, was - dankzij de uitvoeringen van zijn werken in veel Duitse steden - Delius, zoals Thomas Beecham zei, "veilig ronddrijvend op een golf van succes die toenam naarmate de tijd vorderde".

Moeilijke tijden

Vanaf 1914 begon een slechte tijd voor Delius toen het Verenigd Koninkrijk aan Duitsland de oorlog verklaarde. Zijn werken werden in Duitsland - waar veel van zijn werken hun eerste uitvoering kregen - niet meer gespeeld en zo verloor hij een groot deel van zijn inkomsten. Zij besloten toen naar Engeland te emigreren, naar een tijdelijk verblijf in het zuiden van Engeland.
Uit die tijd stammen een vioolsonate, een strijkkwartet, het vioolconcert, het celloconcert en het dubbelconcert voor viool en cello. Andere werken van deze jaren, zoals het Requiem (1914-1916), waren minder succesvol.

Ziekte

In de jaren 20 kwam de syfilis – opgelopen tijdens zijn periode in Parijs - in een stadium, waarbij verschillende organen werden aangetast, waardoor Delius voor zijn verdere leven verlamd werd en blind werd. Zijn tweede vioolsonate (1923) moest zijn vrouw Jelka opschrijven. Daarna stond zijn compositorische activiteit enkele jaren stil.
In 1928 leerde hij de jonge musicus en bewonderaar Eric Fenby 2) kennen, die vanaf toen de ernstig zieke componist muzikaal maar ook verder bijstond tot aan zijn dood. Hij had waargenomen, dat Delius probeerde te componeren door te dicteren aan Jelka, waarop hij zijn diensten aanbood als een onbetaalde amanuensis. Gedurende vijf jaar werkte hij samen met Delius, zette zijn nieuwe composities op papier - waaronder de derde vioolsonate - en hielp hem zijn eerdere werken te herzien.

Laatste jaren

Graf van Frederick Delius en Jelka Rosen bij de St Peter's Church in Limpsfield, Surrey, England.

Frederick Delius overleed in Grez-sur-Loing op 10 juni 1934, 72 jaar oud. Hij wilde in zijn eigen tuin worden begraven, maar dat werd verhinderd door de Franse autoriteiten. Zijn alternatieve wens was, - ondanks zijn atheïsme – dat hij zou begraven worden "op een of ander kerkhof in het zuiden van Engeland, waar mensen wilde bloemen kunnen planten". Zijn vrouw Jelka was te ziek om de reis over het kanaal te maken, zodat Delius tijdelijk werd begraven op de plaatselijke begraafplaats in Grez-sur-Loing.
In mei 1935 vond Jelka dat ze genoeg kracht had om de oversteek te maken teneinde een herbegrafenis in Engeland bij te wonen. Ze koos St. Peter's Church, Limpsfield, Surrey als de plek voor het graf. Ze voer naar Engeland voor de dienst, maar werd onderweg ernstig ziek en moest bij aankomst naar het ziekenhuis in Londen worden gebracht, en miste op die manier de herbegrafenis op 26 mei. Jelka stierf twee dagen later op 28 mei. Ze werd begraven in hetzelfde graf als Delius.

Bronnen, noten en/of referenties

Bronnen, noten en/of referenties:

  • On hearing the first Cuckoo in Spring van Frederick Delius op YouTube
  • Delius Society. De Delius Society, opgericht in 1962 door zijn toegewijde volgelingen, blijft de kennis van het leven en werken van de componist bevorderen en sponsort de jaarlijkse The Delius Prize voor jonge muzikanten.
  • 1)Hélène Sophie Emilie Rosen - bekend als Jelka - werd in 1868 in Belgrado geboren. Ze was de jongste van vijf kinderen, sprak diverse talen en was uitermate kunstzinnig van aanleg.
In 1891 ging Jelka naar Parijs en studeerde daar aan de Académie Colarossi, een privéschool voor jonge vrouwen in de kunst. Ze woonde in de Parijse wijk Montparnasse en maakte daar kennis met de componisten Gabriel Fauré, Maurice Ravel , de schilders Auguste Rodin, Paul Gauguin, Edvard Munch en de beeldhouwster Camille Claudel.
  • 2)Eric William Fenby (22 april 1906 – 18 februari 1997) was een Engelse componist, dirigent, organist, pianist en docent. Op zijn twaalfde was hij al organist. Als componist was hij grotendeels autodidact. Hij werd in 1962 bevorderd tot Officer of the Order of the British Empire, voor zijn artistieke leiding van het Delius Centenary Festival in 1962 in Bradford.