Wikisage, de vrije encyclopedie van de tweede generatie, is digitaal erfgoed

Wikisage is op 1 na de grootste internet-encyclopedie in het Nederlands. Iedereen kan de hier verzamelde kennis gratis gebruiken, zonder storende advertenties. De Koninklijke Bibliotheek van Nederland heeft Wikisage in 2018 aangemerkt als digitaal erfgoed.

  • Wilt u meehelpen om Wikisage te laten groeien? Maak dan een account aan. U bent van harte welkom. Zie: Portaal:Gebruikers.
  • Bent u blij met Wikisage, of wilt u juist meer? Dan stellen we een bescheiden donatie om de kosten te bestrijden zeer op prijs. Zie: Portaal:Donaties.

Frank Philippi

Uit Wikisage
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
rel=nofollow

Frank Philippi (Schelle, 1921 - Oostende, 2010) was een Vlaamse fotograaf.

Phillippi volgde een opleiding aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten van Antwerpen, Hijkoos om financiele redenen niet voor het beoogde kunstenaarschap maar voor het beroep van fotograaf. Hij zag, net als veel tijdgenoten-collega's, hierin een bezigheid waarbij tegelijk creatief en commercieel kon worden gewerkt. Behalve fotograaf was hij (van 1978 tot 1986) docent aan het Sint-Lukasinstituut in Brussel. Frank Philippi overleed op 89-jarige leeftijd aan de gevolgen van een hersenbloeding.

Werk en leven

Jaren 1940

Philippi begon zijn loopbaan in de vroege jaren 1940 met de hulp van de Antwerpse fotograaf Robert Reusens, die tal van jonge talenten met praktische aanwijzingen en mentaal ondersteunie. Na verplichte tewerkstelling in nazi-Duitsland, waar Philippi in een firma voor reprografie en drukwerk de technische kneepjes van het vak leerde, opende hij in 1945 een fotostudio aan de Kioskplaats in Hoboken-Antwerpen. In deze voorstad profileerde hij zich in vele genres: portret, reportage, industrie, mode, publiciteit en naakt. Hij maakte snel naam in het Antwerpse met studioportretten en reportages, waaronder vernieuwende huwelijksreportages en modefoto's voor de ontluikende confectie-industrie. Hij werkte ook mee aan de Expo. Kenmerkend voor Philippi waren esthetiek, verleidelijkheid en sensualiteit. In de portrettering van vrouwen is een verschuiving waarneembaar in de periode van 1950 tot 1970: van bekoorlijke, gedistingeerde dames, voluptueuze huisvrouwen of 'meisjes' met 'potentieel' tot ogenschijnlijk naïeve lolita's en zelfbewuste vrouwen die zich 'beschikbaar' opstellen, maar tegelijk 'onbereikbaar' blijven en bijgevolg de 'regels' bepalen in het spel van aantrekking, afstoting en (vrije) liefde.

Jaren 1950

Philippi werd in de de vroege jaren 1950 opgemerkt door medewerkers van de firma Gevaert-Photoproducten uit Mortsel-Oude God, voor wie hij commerciële opdrachten vervulde. Het betrof straat- en societyfotografie in het Antwerpse die qua stijl en benadering aansloten bij het werk van voorbeelden zoals Brassaï, Robert Doisneau en Willy Ronis[bron?]. De resultaten daarvan werden gebruikt in reclames en het door Gevaert uitgegeven tijdschrift Fotorama (1951-1958), waarin zowel jonge talenten als gevestigde waarden in woord en beeld in aan bod kwamen. De bedoeling was vooral de deugdelijkheid te bewijzen van de nieuwste fotografische Gevaertproducten, waarmee de amateur op een eenvoudige wijze goede, technisch uistekende foto's maken kon. Zo fotografeerde Philippi uitgebreid 'Antwerp by night', waarin de verlichte cinema's, Amerikaanse sleeën en elektrisch verlichte straten en pleinen dankbare onderwerpen vormden om de kwaliteit van de nieuwste, hooggevoelige films aan te tonen. Momenteel zijn het historische en nostalgische documenten van een metropool die zich op de drempel van de moderniteit begaf.

Zijn verlangen om aansluiting te vinden in kunstenaarsmilieus werd in 1958 realiteit toen Philippi betrokken werd bij de oprichting van het Antwerps kunstenaarscollectief G 58. In het historische pakhuis Hessenhuis realiseerde het tot en met 1962 tal van opmerkelijke tentoonstellingen met moderne kunst die de Scheldestad op het voorplan van de moderne kunst wisten te brengen.

In 1955 had Philippi samen met zijn broer August meegewerkt aan de Belgische film Meeuwen sterven in de haven, die in Antwerpen werd gedraaid. In 1959 organiseerde hij een fototentoonstelling met Belgische avant-gardefotografie van o.a. Julien Coulommier, Filip Tas, Suzy Embo, Robert Bésard en Marcel Permantier. In die jaren bedreef hij een vorm van poëtische, humanistische reportagefotografie, een genre dat niet gerekend kan worden tot de persfotografie met naakte feiten, noch tot de louter vervreemdende existentiële fotografie. In zijn foto's was aandacht voor banale situaties uit het dagelijks leven die soms een surrealistisch karakter kregen.

Jaren 1960

Philippi ging zich rond 1965 toeleggen op de abstracte fotografie, die op dat moment al over haar hoogtepunt heen was. Philippi vond in de jaren 1960, net als Filip Tas, aansluiting bij de activiteiten rond de avant-gardekring Celbeton in Dendermonde (1957-1975). Zijn vriendschap met kunstschilder Jef Verheyen bracht hem in 1959 in Milaan, waar hij kennismaakte met kunstenaars zoals Lucio Fontana, Piero Manzoni en Gianni Dova. De contacten met beeldende kunstenaars resulteerden in reeksen die nu getuigenis afleggen van de avant-gardekunstenaarsmilieus uit de jaren 1950. Vooral het conceptuele optreden van Yves Klein tijdens Vision in motion / Motion in vision in het Hessenhuis van 1959 is van onschatbare waarde gebleken. De reeks wordt nu geregeld gereproduceerd in catalogi en boeken over moderne kunst.[bron?]

Nadat het doek gevallen was over G 58 ging Philippi zich vrijwel uitsluitend richten op de lucratieve reclame- en modefotografie in Brussel, in dienst van reclamebureaus en ketens zoals à l'innovation, Delhaize en Au Bon Marché of postorderbedrijven zoals 3-Suisses uit Doornik. Het artistieke aspect van de fotografie werd echter niet verlaten. De hiërarchie tussen opdrachtgevers, art-directors, ontwerpers en fotografen viel hem steeds zwaarder. Desondanks werden met grafische vormgevers (en vrienden) zoals Paul Ausloos, Julian Key (Julien Keymolen) en Paul Ibou bevredigende resultaten geboekt.

Philippi ging zich in de jaren 1960 ook toeleggen op het fotograferen van eieren, in de meest surrealistische constellaties, waarin hij een symbool van het leven zag en waarmee hij veel bijval kreeg. Ze waren een voortzetting van formalistische experimenten en studies uit de jaren 1950 die vooral in functie stonden van de promotie van zijn fotostudio. Zijn foto's werden tentoongesteld in culturele centra, galerieën en musea in binnen- en buitenland en aangekocht door het Ministerie van Nederlandse Cultuur. In die jaren maakte Philippi ook abstraherende studies van naakten, groenten, fruit en materie waarmee hij de basis legde voor een genre waarmee vooral zijn leerling foodfotograaf Tony Leduc furore heeft gemaakt.[bron?]

Erkenning

In 1987 kreeg Philippi een medaille van het ministerie voor Nederlandse Cultuur voor zijn gehele artistieke oeuvre. In 2011 werd in het FotoMuseum te Antwerpen hulde betuigd aan de fotograaf met een tentoonstelling en publicatie, waarin een selectie uit het in het museum opgenomen archief van hem (circa 500.000 foto's) werd gepresenteerd.

Bronnen

  • BOSTYN BRECHT, De Gouden jaren van Frank Philippi, Antwerpen: FotoMuseum Provincie Antwerpen 2011, 128 p.
  • BOSTYN BRECHT, De Wereld van Filip Tas, in: Extra 05, zomer 2010, FotoMuseum Provincie Antwerpen

Zoek op Wikidata

rel=nofollow