Wikisage, de vrije encyclopedie van de tweede generatie, is digitaal erfgoed

Wikisage is op 1 na de grootste internet-encyclopedie in het Nederlands. Iedereen kan de hier verzamelde kennis gratis gebruiken, zonder storende advertenties. De Koninklijke Bibliotheek van Nederland heeft Wikisage in 2018 aangemerkt als digitaal erfgoed.

  • Wilt u meehelpen om Wikisage te laten groeien? Maak dan een account aan. U bent van harte welkom. Zie: Portaal:Gebruikers.
  • Bent u blij met Wikisage, of wilt u juist meer? Dan stellen we een bescheiden donatie om de kosten te bestrijden zeer op prijs. Zie: Portaal:Donaties.

Cradle to Cradle

Uit Wikisage
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
rel=nofollow

Cradle to Cradle: Remaking the Way We Make Things is een boek uit 2002 over duurzaam ontwerpen van William McDonough en Michael Braungart. Duurzame ontwikkeling is in 1987 in het Brundtland-rapport gedefinieerd als de ontwikkeling waarbij de huidige generatie in haar noden voorziet, zonder de mogelijkheden daartoe voor de volgende generatie te beperken. Het streven van Cradle to Cradle (C2C) gaat verder; het voorzien in onze eigen noden en de toekomstige generaties van meer mogelijkheden voorzien.

Het boek is in het Nederlands vertaald onder de titel Cradle to Cradle – Afval = voedsel.[1]

Cradle to Cradle (C2C)

De huidige methoden voor duurzame productontwikkeling, zoals o.a. een levenscyclusanalyse (LCA), richten zich op het beperken van de schadelijkheid van het product. Het product wordt hier gezien als de keten van ontstaan (winning van grondstoffen, productie), gebruik (energieverbruik en verbruik van hulpstoffen zoals waspoeder en benzine) en afdanking (hergebruik en stort). Het "minder slecht maken" van het product bestaat uit het kiezen van schonere grondstoffen, het zuiniger maken van het product in gebruik, en het optimaliseren voor recycling. Dit kan, ondanks wat de term recycling doet vermoeden, gezien worden als ontwerpen van wieg tot graf. De centrale gedachte van de cradle to cradle (wieg tot wieg) filosofie, is dat alle gebruikte materialen na hun leven in het ene product, nuttig kunnen worden ingezet in een ander product. Het eerste verschil met conventioneel hergebruik is dat er geen kwaliteitsverlies is, en geen restproducten die alsnog gestort worden. Deze kringloop wordt bedoeld met het motto: waste equals food.

Waste equals food (Afval is voedsel)

In het boek wordt de kersenboom als metafoor gebruikt om de ideale hergebruikcyclus te beschrijven. Het doel van de kersenboom is te voorzien in zijn eigen onderhoud en voedingsstoffen en het maken van nakomelingen. De mens doet dit sinds de industrialisatie door bedreigingen vanuit de natuur te verdringen, de grond en fauna uit te putten voor consumptie en het produceren van schadelijke bijproducten. De kersenboom biedt daarentegen habitat en voeding voor insecten en vogels, voedt de grond en zuivert de lucht. Om in onze behoeften te voorzien hebben we technische grondstoffen nodig zoals metalen, verdunners en andere stoffen die inherent niet in zo'n biologische cyclus terecht mogen komen. Enerzijds omdat het de biologische processen beschadigt, anderzijds omdat biologisch materiaal de kwaliteit van de technische grondstof vermindert. Om "waste equals food" te laten werken, moeten biologische en technische voedingsstoffen te scheiden zijn, en elk in een eigen cyclus worden herverwerkt.

Upcycling/downcycling

Downcycling is de term die Braungart en McDonough gebruiken voor de meeste voorbeelden van recycling. Bij downcycling van een product verliest het product zijn oorspronkelijke waarde. Hierdoor gaat m.a.w. een stuk waarde van het product verloren. Het product komt terug als een minder product dan het oorspronkelijk was. Dit in tegenstelling tot waar Braungart en McDonough toe proberen te komen, zij proberen namelijk dingen te verbeteren door middel van recycling, of zoals zij dat noemen: upcycling. De dingen moeten op z'n minst hun oorspronkelijke waarde terug krijgen. Een krant is bijvoorbeeld hergebruikt papier, maar er kan niet worden gesproken van een cyclus waar het papier nog eens doorheen gaat. De krant is van grijzig papier dat snel slijt. Het grijzige is inkt die eerder op wit papier zat. Het witte papier is gebleekt met chloor en de inkt is gekleurd met zware metalen. Door het slijten van het krantenpapier komen deeltjes met chloor en zware metalen in de lucht. Na als krant te zijn verwerkt is het papier te vuil en giftig om nog eens als papier dienst te doen. Het is beter voor het milieu om het te storten en een nieuwe boom te vellen. Een ander voorbeeld is het reflectorpaaltje langs de weg, afwisselend gemaakt van oude petflessen of autobanden. De materialen waren op weg naar de stort, maar krijgen een tweede leven. Klinkt goed, maar in dat leven sijpelen zwavel en andere schadelijke stoffen de bodem in. Door de snelle degradatie van het laagwaardige materiaal onder UV-licht wordt het paaltje bros en vaal. Na enige tijd moet het paaltje worden vervangen en alsnog gestort. Het resultaat is dus niet de terugwinning van nuttig materiaal, maar de verspreiding van gifstoffen en het onbruikbaar maken van hoogwaardig materiaal. Een paaltje van hoogwaardige, hernieuwbare grondstoffen bestaat. Het lekt geen gif maar voedt de grond. Na gebruik hoeft het niet te worden opgehaald, het kan als voedsel worden ontleed door de berm. Dit paaltje is van hout.

Voorbeelden van Cradle to Cradle-projecten/producten

Op de website van William McDonough zijn meer voorbeelden van de geslaagde toepassing van C2C-design, maar hieronder twee opvallende cases.

  • Het originele Engelstalige boek Cradle to Cradle is niet van papier maar van een recyclebare kunststof die na een eenvoudig proces opnieuw als glossy, helderwit papier kan worden gebruikt. In warm water lost de inkt op, zodat er schoon kunststof achterblijft. Ook de inkt kan opnieuw als inkt dienstdoen.
  • De River Rouge-autofabriek van Ford moest verlaten worden omdat de grond te ernstig vervuild was. Op deze plek hebben Braungart en McDonough een nieuwe fabriek neergezet die de grond en de rivier zuivert, habitat voor vogels creëert en toch auto's maakt.
  • Een auto die daar gemaakt zou kunnen worden is de Ford Model U. Alle materialen in deze auto zijn biologisch afbreekbaar of zonder kwaliteitsverlies herbruikbaar in technische producten. De banden trekken schadelijke deeltjes aan op de weg, en geven bij slijtage voeding af voor de berm. Uit de uitlaat komt schoon water. Deze auto is (nog) niet in productie.

Cradle to Cradle-ontwerpmethode

Op de website van McDonough is een stappenplan voor het maken van betere producten te vinden. Via de C2C-community kunnen ontwerpers elkaar helpen deze methode in de praktijk te brengen. Voor materialen die aan het paradigma van cradle to cradle voldoen, is het C2C-keurmerk in het leven geroepen.

Cradle to Cradle Certificeringen

De standaard voor Cradle to Cradle gecertificeerde producten helpt ontwerpers en producenten hun producten continu te blijven verbeteren, van Basic-niveau tot aan het Platinum-niveau. Door op deze manier te werken, ontstaan er producten die goed zijn en steeds beter worden, in plaats van alleen minder slecht. De kwaliteitsaspecten zijn onderverdeeld in 5 kernthema's: veilig en gezond materiaal gebruik, hergebruik van materialen, hernieuwbare energie en CO2- management, verbetering van de waterkwaliteit en sociale aspecten.

Het Cradle to Cradle Products Innovation Institute

Het Cradle to Cradle Products Innovation Institute is een non-profit organisatie, is de beheerder van de Cradle to Cradle gecertificeerde productstandaard. Het werd opgericht met als doel een nieuwe industriële revolutie op gang te brengen die het maken van producten een positieve uitwerking op onze gemeenschap, onze economie en onze planeet laat hebben. Het instituut staat onder leiding van een onafhankelijke raad van bestuur en heeft zijn hoofdkwartier in San Francisco, Californie, met nevenvestigingen in Venlo en Amsterdam.

Documentaire Tegenlicht

Het VPRO-programma Tegenlicht zond op 2 oktober 2006 een documentaire uit waarin voorbeelden van C2C-projecten en de ideologie uiteen worden gezet[2]. In augustus 2007 werd deze ook getoond op Canvas.

Op 26 november 2007 zond Tegenlicht een vervolg uit van deze documentaire, met vooral aandacht voor de invloed die de documentaire van oktober 2006 in Nederland heeft gehad. In de documentaire komen enkele Limburgse C2C-initiatieven aanbod zoals: De Floriade 2012, Greenport Venlo.[3].

De Tegenlichtdocumentaire heeft samen met een aantal andere initiatieven een storm van activiteiten rond Cradle to Cradle veroorzaakt in Nederland.

Op 11 oktober 2008 ontving de documentaire de le Prix de la Terre van het wetenschappelijk filmfestival Pariscience in Parijs.

Kritiek

De meeste besprekingen van Cradle to Cradle vinden het boek erg interessant en inspirerend. Het maakt mensen bewuster van de gevolgen van hun consumptiegedrag.[4][5][6][7][8][9] De volgende negatieve kritiekpunten komen naar voren:

  • Cradle to Cradle is voor een groot deel oude wijn in nieuwe zakken: het is een uitwerking van het ‘oude’ ideaal van de stationaire economie (steady state economy), geïntroduceerd door Herman Daly.
  • Het boek richt zich specifiek op ontwerpers, voor 'gewone' lezers geeft het geen concrete aanwijzingen.
  • De voorbeelden in het boek gaan uitsluitend over praktijken die de schrijvers erg verafschuwen.
  • De 'Cradle to Cradle'-wereld ligt wel erg ver weg van de huidige werkelijkheid.
  • Het concept suggereert dat er ongeremde economische groei en bevolkingsgroei mogelijk is, als dat maar op de juiste manier gebeurt. Het is maar de vraag of dat echt wel kan.
  • Het boek heeft een anti-overheidfilosofie. Het is echter niet waarschijnlijk dat het 'Cradle-to-Cradle'-ontwerpen gemeengoed wordt zonder een sterke overheid. Er zijn in het huidige economische systeem maar weinig prikkels die C2C-ontwerpen aantrekkelijk maken, omdat recycling meestal te duur is.
  • De gevolgen van C2C-systemen voor transport (demontage en hergebruik van producten leiden tot meer vervoer) en energiegebruik (recycling kost veel energie) blijven onderbelicht.
  • C2C is een 'technische' oplossing en suggereert dat we onze levensstijl niet hoeven te veranderen.
  • Niet alle producten zullen 100% biologisch afbreekbaar zijn. Dit restproduct zal dan in de technosfeer belanden, met als gevolg dat de technosfeer zal blijven groeien ten opzichte van de biosfeer.
  • C2C misleidt ons, het brengt ons (in de westerse wereld) op een dwaalspoor, namelijk de monomane focus op afvalvermijding.
  • C2C heeft te weinig oog voor de gevolgen die de toepassing heeft voor echte duurzaamheidskwesties, die bijvoorbeeld in gebiedsontwikkeling spelen zoals energieverbruik en water, maar ook natuur en mobiliteit.
  • C2C heeft te veel te lijden van certificeringsprocedures en goeroegedoe. Met een publiek-private samenwerking (PPS) zou C2C veel meer tot bloei kunnen komen en de belemmeringen weggenomen kunnen worden.
  • De C2C-criteria v.w.b. de te gebruiken ingrediënten zijn niet transparant, de mogelijkheid van "willekeur" is onwenselijk.
  • C2C-consultancy bij productontwikkeling en C2C-certificering zijn nu in de hand van dezelfde commerciële partij. Dit beperkt de toegang tot C2C tot een beperkt aantal partijen die in staat zijn branche exclusiviteit zeker te stellen. C2C zou een breder positief effect kunnen hebben op duurzame innovatie indien de criteria transparant worden, consultancy en certificering losgekoppeld en op gecontroleerde wijze breed toegankelijk worden.

Voorlopers

Een aantal concepten en personen hebben principes die ook voorkomen in het Cradle to Cradle concept, al eerder gepubliceerd.

Walter R. Stahel is een alumnus van de Eidgenössische Technische Hochschule (ETH) in Zürich, waar hij zijn architectendiploma kreeg in 1971. Hij is een van de oprichters van het Product-Life Instituut (sinds 1983). Hij zette zich af tegen het "cradle to grave" beginsel omdat dit nog steeds op end-of-pipe berustte. Stahel stond erop dat een echt duurzame oplossing gevonden moest worden om duurzame goederen in een kringloop van "cradle back to cradle" te laten bestaan.

Prof. dr. ir. Taeke M. de Jong publiceerde in 1996 Milieuwinst en -verlies (herziene versie in 2002) met daarin zijn positieve, in plaats van negatieve, benadering van de milieuproblemen. Net als in het Cradle to cradle-concept stelt de Jong dat door te bouwen, er juist milieuwinst kan ontstaan en dat er vanuit deze kansen moet worden ontworpen.

Er zijn een aantal duurzaamheidsconcepten als industriële ecologie, integraal ketenbeheer (de milieutechnische stofkringloop analyse en niet het business model Supply chain management) die (deels) dezelfde principes als het C2C-concept hebben.

Externe links

Bronnen, noten en/of referenties

Bronnen, noten en/of referenties