Wikisage, de vrije encyclopedie van de tweede generatie, is digitaal erfgoed

Wikisage is op 1 na de grootste internet-encyclopedie in het Nederlands. Iedereen kan de hier verzamelde kennis gratis gebruiken, zonder storende advertenties. De Koninklijke Bibliotheek van Nederland heeft Wikisage in 2018 aangemerkt als digitaal erfgoed.

  • Wilt u meehelpen om Wikisage te laten groeien? Maak dan een account aan. U bent van harte welkom. Zie: Portaal:Gebruikers.
  • Bent u blij met Wikisage, of wilt u juist meer? Dan stellen we een bescheiden donatie om de kosten te bestrijden zeer op prijs. Zie: Portaal:Donaties.
rel=nofollow

Maarten van Rossum: verschil tussen versies

Uit Wikisage
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
(Nieuwe pagina aangemaakt met ''''Maarten Van Rossem''' (ook Marten of Van Rossum) (Zaltbommel a. 1478 - Antwerpen 7 juni 1555 was een Nederlands veldheer. Hi...')
 
(https://nl.wikipedia.org/w/index.php?title=Maarten_van_Rossum&oldid=48723260)
Regel 1: Regel 1:
'''Maarten Van Rossem''' (ook Marten of Van Rossum) ([[Zaltbommel]] a. [[1478]] - [[Antwerpen (stad)|Antwerpen]] [[7 juni]] [[1555]] was een Nederlands veldheer. Hij verwierf de titels titels van heer van Poederoijen, pandheer van Bredevoort, heer van Cannenburgh, heer van Lathum en Baer, was maarschalk van Gelre en later keizerlijk stadhouder van Luxemburg.
{{Zie artikel|Dit artikel gaat over de militair Maarten van Rossum. Zie [[Maarten van Rossem]] voor de historicus.}}
{{Infobox dynastie
| naam = Maarten van Rossum
| leven = ca. 1490 - 1555
| afbeelding =
| functie1 = [[Lijst van stadhouders in de Nederlanden#Friesland|Stadhouder van Friesland]]<ref name="Kuys">{{aut|Jan Kuys}}, "[http://www.biografischwoordenboekgelderland.nl/bio/5_Maarten_van_Rossem Maarten van Rossem]" in ''Biografisch Woordenboek Gelderland''. Geraadpleegd op 22 december 2012.</ref><ref>Maarten van Rossum werd op een landdag te Sneek op 1 augustus 1518 gekozen tot stadhouder van Friesland namens Karel van Gelre, ter vervanging van Hendrik de Groiff, erfvoogd van Erkelenz. {{aut|Johan Frieswijk}}, ''[http://books.google.nl/books?id=r_EU2Q4mDHAC&pg=114 Fryslân, staat en macht 1450-1650: bijdragen aan het historisch congres te Leeuwarden van 3 tot 5 juni 1998]'' (1999) 114-115.</ref>
| periode1 = 1518 - 1519
| voorganger1 = [[Hendrik de Groiff]]
| opvolger1 = [[Christoffel van Meurs]]
| functie2 = Maarschalk van Gelre<ref name="Kuys"/>
| periode2 = 1524 - 1543
| voorganger2 = [[Willem van Ooy]]
| opvolger2 =
| functie3 = [[Lijst van stadhouders in de Nederlanden#Luxemburg|Stadhouder van Luxemburg]]<ref name="Kuys"/>
| periode3 = 1553 - 1555
| voorganger3 = [[Peter Ernst I van Mansfeld]]
| opvolger3 = [[Karel van Brimeu]]
| vader = Johan van Rossum
| moeder = Johanna van Hemert
}}


'''Maarten van Rossum''' (ook ''Maarten van Rossem'' en ''Marten van Rossem'' genoemd; [[Zaltbommel (stad)|Zaltbommel]]<ref>Er zijn geen bronnen nagelaten dat hij daadwerkelijk in Zaltbommel is geboren. Deze plaats wordt echter al eeuwen aangegeven als zijn geboorteplaats. Mogelijk bestonden die bronnen nog wel toen de eerste biograaf dit schreef.</ref>, [[1490|waarschijnlijk kort voor 1490]]<ref>Hoewel men sinds al sinds vele eeuwen schrijft dat van Maarten van Rossum in 1478 in Zaltbommel is geboren bestaan daar geen bronnen voor. Het is goed mogelijk dat een eerder auteur bij gebrek aan verdere gegevens heeft aangegeven dat hij na 1478 (huwelijk van zijn ouders) is geboren, waarna dit jaar een eigen leven is gaan leiden als geboortejaar. Zijn ouders hadden echter vier kinderen. Al hij het derde of vierde kind is geweest, lijkt een geboortejaar kort voor 1490 mogelijk. Een later geboortejaar past verder ook beter bij zijn militaire carrière. Men zou verwachten dat een man met zijn gebleken capaciteiten al eerder dan op 36-jarige leeftijd op de voorgrond was getreden. Ook was het in de 16e eeuw vrij ongehoord dat een 77-jarige nog aanvoerder is in een veldslag. Een geboortejaar van 1490 of enige jaren eerder is daarom aannemelijk. zie ook {{aut|Jan Kuys}} [http://www.biografischwoordenboekgelderland.nl/bio/5_Maarten_van_Rossem Biografisch woordenboek Gelderland]</ref> – [[Antwerpen (stad)|Antwerpen]], [[7 juni]] [[1555]]) was een [[Hertogdom Gelre|Gelderse]] legeraanvoerder, die buiten zijn vaderland zeer werd gevreesd voor de nietsontziende manier waarop hij oorlog voerde. In een lange carrière bracht hij zijn lijfspreuk "Blaken en branden is het sieraad van de oorlog" veelvuldig in de praktijk. Zijn manier van oorlog voeren is goed te vergelijken met die van zijn Italiaanse collega's de [[condottieri]] en kenmerkte zich door [[guerrilla]]-achtige tactieken, waarbij de burgerbevolking nog minder werd ontzien dan in zijn tijd gewoon was.


Van Rossem stond in dienst van [[hertog]] [[Karel van Gelre]]. De hertog wilde de [Huis Habsburg|Habsburgers]] uit [[Gelre]] houden, opdat Gelre zelfstandig kon blijven ([[Gelderse Oorlogen]]).
Gedurende dertig jaar diende hij de belangen van de hertogen van [[Hertogdom Gelre|Gelderland]] [[Karel van Gelre|Karel van Egmont]] en diens opvolger [[Willem V van Kleef|Willem van Gulik, Berg en Kleef]] in hun strijd om de onafhankelijkheid van Gelderland veilig te stellen tegen de [[Habsburgse Nederlanden]] van [[keizer Karel V]]. Van Rossum bracht een lange lijst van wapenfeiten op zijn naam, waaronder de verovering van [[Arnhem]] en [[Rhenen]] door het toepassen van [[De 36 Krijgslisten|krijgslist]]en, plundertochten in Holland, de verovering van [[Utrecht (stad)|Utrecht]] in [[1527]], zijn opzienbarende aanval op [[Den Haag]] in [[1528]] en zijn veldtocht tegen [[hertogdom Brabant|Brabant]] (1542-43). Na de ondergang van het [[hertogdom Gelre]] vocht hij de laatste jaren van zijn leven in dienst van zijn oude vijand [[keizer Karel V]] tegen [[Frankrijk]].


Van Rossem voerde als legeraanvoerder een guerrillaoorlog waarbij hij ook de hurgerbevolking aanviel. Naar verluidt hanteerde hij het motto "Branden en blaken is het sieraad van de oorlog".  
==Leven==
=== Afkomst en opleiding ===
Zijn ouders, Johan van Rossum, heer van [[Rossum (Gelderland)|Rossum]], [[Kasteel Broekhuizen (Broekhuizen)|Broekhuizen]], [[Poederoijen]], [[Huis Oijen|Oijen]] en [[Heerlijkheid Meinerswijk|Meinerswijk]] († 1512), en Johanna van Hemert († na 1523) trouwden vermoedelijk kort vóór 1478. Zij behoorden tot de Gelderse adel. Zijn vader had zowel bezittingen in de [[Betuwe]] (in de [[Bommelerwaard]]) als in [[Opper-Gelre]], twee van de vier [[Staten van de Kwartieren|Gelderse kwartieren]]. Uit dit huwelijk werden vier kinderen geboren; twee zonen en twee dochters. Maarten van Rossum was de tweede zoon. Zijn oudste broer heette Johan. Een van zijn zusters, Margaretha van Rossem, was getrouwd met [[Johan van Isendoorn]]. Van Rossum zou zelf geen wettelijke kinderen nalaten. Zijn uit het huwelijk van zijn zuster geboren neef [[Hendrik van Isendoorn]] zou zijn erfgenaam worden.  


Van Rossem veroverde in 1514 en 1527 respectievelijk [[Arnhem]] en [[Rhenen]]. In Arnhem smokkelde hij soldaten de stad binnen door ze te verstoppen onder hooi en in Rhenen maakte hij gebruik van in het struikgewas verstopte soldaten die gebruik maakten van een hooiwagen die in een van stadspoorten bleef steken.  
Over Maarten zijn jeugd en de door hem gevolgde opleiding is zo goed als niets bekend.  


In 1516 brandde hij dorpen in de [[Alblasserwaard]] plat (onder andere [[Bleskensgraaf]]). In deze fase van de Gelderse oorlogen werkte hij samen met de [[Friesland&Friese]] opstandelingenleider [[Grote Pier]]. Later werkt hij ook tot op zekere hoogte samen met het Franse leger om een tweefrontenoorlog tegen de Habsburgse machthebbers in [[Brussel (stad)|Brussel]] te kunnen voeren.
====Familiewapen====
[[Bestand:Maarten van Rossum wapen.svg|thumb|right|99px]]
Het familiewapen bestaat uit drie rode vogels op een zilveren schild. Het is niet duidelijk of het hier om valken of papegaaien gaat. Verschillende wapenbeschrijvingen gebruiken beide omschrijvingen. Ook onduidelijk is het [[helmteken]]. Gaat het nu om een [[satyr]] of een mansfiguur met ezelsoren? De wapenspreuk is ''TERROR TERRORIS''.<ref>[http://194.171.109.12/index.php?registratiecode=HDATNL014911&status=D&exact=JA&cat=HDAT&zoekterm=Rossum,%20van Centraal Bureau voor Genealogie] ''Het Familiewapen van Rossum''</ref> Het familiewapen is later het gemeentewapen van Rossum geworden.


In 1519 werd Van Rossem door Karel van Gelre tot bevelhebber van het Gelders leger benoemd.
===Titels===
In 1524 werd hij door de [[Hertogdom Gelre|hertog van Gelre]] tot [[maarschalk]] van Gelre benoemd. In de laatste jaren van zijn leven was hij enige tijd keizerlijk [[stadhouder]] van het [[hertogdom Luxemburg]]. Verder verwierf van Rossum zich in zijn leven de titels van heer van [[Poederoijen]], [[Lijst van heren van Bredevoort|pandheer]] van [[Heerlijkheid Bredevoort|Bredevoort]], heer van [[Kasteel De Cannenburgh|Cannenburgh]] en heer van [[Lathum]] en [[Bahr|Baer]]


In 1527 veroverde hij [[Utrecht (stad)|Utrecht]]
=== Overlijden ===
In het voorjaar van [[1555]] werd Maarten ziek, mogelijk raakte hij besmet met de [[Pest (ziekte)|pest]] of de [[Vlektyfus|tyfus]]. Hij bevond zich in de vesting Charlemont in het stadje [[Givet]], in de [[Ardennen]]. Op 7 juni 1555 overleed Maarten van Rossum in [[Antwerpen (stad)|Antwerpen]], waar hij heen was gebracht voor de beste medische behandeling. Zijn lichaam werd overgebracht naar [[Rossum (Gelderland)|Rossum]] en werd daar in de kerk begraven. Hij had er een marmeren tombe laten maken.


== Historische context ==
Aan het eind van 15e en het begin van de 16e eeuw probeerden de [[hertogdom Bourgondië|hertogen van Bourgondië]] (onder andere [[Karel de Stoute]]) en hun opvolgers de [[Habsburg|Habsburgse]] keizers [[keizer Maximiliaan I|Maximiliaan I van Oostenrijk]] en Karel V) hun erfgrondgebied in de Nederlanden verder uit te breiden. Zij hadden in de noordelijke Nederlanden reeds lange tijd Brabant, Holland en Zeeland in bezit, maar trachtten nu ook de rest van het gebied definitief onder hun controle te krijgen. Dat leverde strijd op met de bisschop van Utrecht, die heerste over het [[Sticht Utrecht|Sticht]] (Utrecht) en het [[Oversticht]] (Overijssel, Drenthe en Groningen), met de [[Hertogdom Gelre|hertog van Gelre]] (Gelderland), en met het min of meer “vrije” [[Friesland]]. Vanuit hun kerngebieden in het huidige België en Luxemburg ([[hertogdom Brabant]], [[graafschap Henegouwen]], [[graafschap Vlaanderen]] en [[hertogdom Luxemburg]]), Noord-Frankrijk ([[Frans Vlaanderen]] en de [[Graafschap Artesië|Artois]]) en Nederland ([[graafschap Holland]], [[graafschap Zeeland]] en het huidige Noord-Brabant, toen een onderdeel van het hertogdom Brabant) ondernamen de Habsburgers geregeld militaire campagnes in deze gebieden, die met name vanuit Gelre militair werden beantwoord. Zo werden in deze jaren de [[Gelderse Onafhankelijkheidsoorlog]] (1477-1482) en (1494-1499) en de [[Gelderse oorlogen]] (1502-1543) uitgevochten. Deze laatste oorlog viel enige tijd samen met de [[Fries-Hollandse oorlogen#De laatste oorlog|Fries-Hollandse oorlog]] (1515-1524).


TO DOOOOOOOOOOOOOOOOOOOO
== Militaire loopbaan ==
=== Periode voor 1530 ===
[[File:Maarten van Rossum in Den Haag 1528.gif|thumb|Maarten van Rossum en zijn Gelderse en Utrechtse soldaten brandschatten Den Haag in mei 1528]]


Door krijgslisten wist hij in 1514 en 1527 respectievelijk [[Arnhem]] en [[Rhenen]] te veroveren. In Arnhem wist hij een deel van zijn soldaten verborgen onder het hooi de stad binnen te smokkelen en in Rhenen verstopte hij soldaten in het struikgewas, die vervolgens gebruik makend van de geboden dekking van een in het complot zittende [[hooiwagen (voertuig)|hooiwagen]], die men in een van stadspoorten liet vastlopen, zonder veel hinder de stad binnen konden komen. Met deze krijgslisten liep hij vooruit op soortgelijke escapades zeventig jaar later door de prinsen [[Maurits van Oranje|Maurits]] en [[Willem Lodewijk van Nassau-Dillenburg|Willem Lodewijk]] (zie bijvoorbeeld het [[Turfschip van Breda]]).


. Van daaruit voerde hij begin maart 1528 met 1.500 tot 2.000 man troepen een raid uit op Den Haag. Hij brandschatte het niet ommuurde "dorp" en plunderde de omgeving. Omdat de burgers van de stad het door van Rossum geëiste bedrag van naar verluidt 28.000 gulden niet konden opbrengen nam hij genoegen met 8.000 gulden. Wel voerde hij een aantal aanzienlijke Haagse burgers, die niet naar Delft of de duinen hadden weten te onstappen, als gijzelaar mee naar Utrecht en Arnhem, waar sommigen van hen naar men zegt twee jaar gevangen zaten. Sommige families kregen belastingvrijstelling om de losgelden te kunnen betalen. Deze raid op Den Haag baarde groot opzien en was voor Holland en Brabant het sein om de verdediging serieus ter hand te nemen, te meer daar van Rossum bij zijn overval geen echte tegenstand had ontmoet.
In een vroege fase van de [[Gelderse Oorlogen]] werkte hij enige tijd samen met de legendarische [[Friesland|Friese]] vrijheidsstrijder [[Pier Gerlofs Donia|Grote Pier]]. In 1516 brandde hij dorpen in de [[Alblasserwaard]] plat, onder andere [[Bleskensgraaf]].


Ook in 1528 werd hij door de hertog van Gelre tot maarschalk van Gelderland benoemd.
Als ritmeester [[1523]] pleegde hij een aanslag op [[Oldenzaal]], meteen gevolgd door de [[Inname van Steenwijk (1523)|Inname van Steenwijk]] dat ten prooi viel aan een [[stadsbrand]].<ref>{{aut|Lambertus Eduardus Lentin}} in ''Gedenkwaardigheden uit de geschiedenis van Gelderland'', blz. 126</ref>


In 1542 voerde van Rossum in een bondgenootschap met de koningen van Frankrijk en Denemarken een serieuze veldtocht tegen de Habsburgers. Hij had de beschikking over een leger van ruim 15.000 man. Daarmee belegerde hij Antwerpen. In een veldslag voor de poorten van de stad Antwerpen versloeg hij een leger onder aanvoering van de René van Chalon, de Prins van Oranje. Daarbij vielen aan Habsburgse kant ongeveer 2000 slachtoffers. Van Rossum had zijn infanterie achter zijn "Zwarte ruiters" opgesteld. Dit werd door door Habsburgers niet opgemerkt, waardoor zij te overmoedig de aanval inzetten op van Rossums cavalerie. Voor en na zijn overwinnig brandde van Rossum de omgeving van Antwerpen en Leuven geheel plat. Volgens tijdgenoten bleef de omgeving van Antwerpen hierdoor de hele zestiende eeuw, in tegenstelling tot vorige eeuwen, een landelijk karakter houden. Van Rossum slaagde er echter niet in om de grote door hem belegerde steden Antwerpen en Leuven daadwerkelijk in te nemen. Een aanval op de muren van Antwerpen werd afgeslagen. Deze Brabantse veldtocht leidde in 1543 tot een stroom van pamfletten die van de Antwerpse persen rolden. In deze pamfletten vroeg met zich af wie van de twee '"Maartens" nu erger is, Maarten Luther of Maarten van Rossum. Niet verwonderlijk dat de direct betrokkenen Maarten van Rossum als het grotere kwaad zagen. De Antwerpse dichteres Anna Bijns daarentegen was van mening dat het optreden van Maarten Luther veel schadelijker was. Van Rossem kwelt lichamen, maar Luther richt zielen te gronde.
In het najaar van 1524 moet Van Rossum zijn bevorderd tot veldmaarschalk, door Karel van Gelre, waarmee hij het opperbevel van het Gelders leger verwierf. Hij was toen gelegerd in [[Wageningen (Nederland)|Wageningen]].<ref name="ReferenceA">{{aut|J.A.E. Kuys}}, ''Biografisch woordenboek Gelderland: bekende en onbekende mannen en vrouwen uit de Gelderse geschiedenis, Volume 5'' Blz. 106 Uitgeverij Verloren, Mar 20, 2006</ref>


Onder zijn opvolger Willem van Kleef valt het doek voor de Gelderse zaak. Als de Gelderse schatkist weer eens leeg is en de Habsburgers een nieuw leger onder Lamoraal van Egmont (dezelfde graaf van Egmont die later op de grote markt van Brussel wordt onthoofd) in de strijd werpen dat in 1543 de onder Gelders gezag staande stad Düren platbrandt en gedeeltelijk uitroeit geven de andere Gelderse steden zich over. Deze intimidatie (een "shock-and-awe" tactiek avant le lettre) zou volgens sommigen vijfentwintig jaar later de Hertog van Alva hebben geïnspireerd om aan het begin van de Tachtigjarige Oorlog de steden Naarden, Zutphen en Mechelen uit te roeien, met als doel door angst de opstand neer te slaan.
In 1527 veroverde hij Utrecht. Van daaruit voerde hij begin maart 1528 met 1.500 tot 2.000 man troepen een plundertocht uit op [[Den Haag]]. Hij [[Brandschatting|brandschatte]] het niet-ommuurde 'dorp' en plunderde de omgeving. Omdat de burgers van de stad het door Van Rossum geëiste bedrag van naar verluidt 28.000 gulden niet konden opbrengen nam hij genoegen met 8.000 gulden. Wel voerde hij een aantal aanzienlijke Haagse burgers, die niet naar Delft of de duinen hadden weten te ontsnappen, als gijzelaar mee naar [[Utrecht (stad)|Utrecht]] en [[Arnhem]], waar sommigen van hen naar men zegt twee jaar gevangen zaten. Sommige families kregen belastingvrijstelling om de losgelden te kunnen betalen. Deze plundertocht op Den Haag baarde groot opzien en was voor Holland en Brabant het sein om de verdediging serieus ter hand te nemen, temeer daar Van Rossum bij zijn overval geen echte tegenstand had ontmoet.


Als competent beroepsmilitair wordt Maarten gevraagd dienst te nemen in het leger van zijn voormalige vijand, keizer Karel V. In keizerlijke dienst werd hij stadhouder van Luxemburg.
Als een van de ondertekenaars was Van Rossum aanwezig bij de [[Vrede van Gorinchem]] in 1528.


In het voorjaar van 1555 werd Maarten ziek, mogelijk raakte hij besmet met de pest of de tyfus. Hij bevindt zich dan in Charlemont, in wat nu Frankrijk is. Op 7 juni 1555 overleed Maarten van Rossum in Antwerpen, waar hij heen was gebracht voor de beste medische behandeling. Zijn lichaam werd overgebracht naar Rossum, alwaar hij in de kerk werd begraven. Hij had daar een marmeren tombe laten maken, die echter weer tijdens de beeldenstorm verwoest werd. Het gebeente werd in 1599 na het Beleg van Zaltbommel overgebracht naar de Sint-Janskathedraal in 's-Hertogenbosch. In zowel Rossum als in 's-Hertogenbosch is echter geen spoor meer te vinden van zijn tombe. Het verhaal gaat dat zijn schedel naar Kasteel De Cannenburgh werd gebracht, en in 1883 naar het gemeentemuseum van Arnhem. Daar zou hij door oorlogshandelingen in 1944 defintief verloren zijn gegaan.
===De jaren 1530===
In 1531 was hij actief in [[Wisch (Gelderland)|Wisch]] en [[Terborg]], waar hij in opdracht van de hertog van Gelre graaf [[Oswald II van den Bergh]] steunde in diens strijd tegen [[Joachim van Wisch]].


In Zaltbommel staat het Maarten van Rossumhuis. Dit prachtige 'stadskasteeltje' dateert uit omstreeks 1535. In het gebouw is sinds 1937 het Maarten van Rossummuseum gevestigd. Een ander "Huis van Rossum" staat in Arnhem, ook wel het Duivelshuis genoemd.
In de jaren 1532-34 hield hij zich bezig met militair en bestuurlijk gezag in Groningen en de [[Ommelanden (Groningen)|Ommelanden]]. In die hoedanigheid streed hij in [[Oost-Friesland]] tegen Habsburgse troepen onder leiding van [[Georg Schenck van Toutenburg]].


======================================================
Nadien vocht hij in de [[Betuwe]] tegen troepen van [[Hendrik van Beieren (bisschop)|Hendrik van Beieren]], bisschop van Utrecht, die het [[Kwartier van Nijmegen]] waren binnengevallen. Vanaf 1534 hield hij zich bezig met de militaire verdediging van het [[graafschap Zutphen]] vanuit [[heerlijkheid Bredevoort]].


Is een legendarische Gelderse veldheer Maarten van Rossum (ca.1490 - 1555).
=== Brabantse veldtocht 1542-1543 ===
Na de dood van hertog [[Karel van Gelre]] zwoer Van Rossum trouw aan diens opvolger [[Willem V van Kleef]]. Die wist in de derde en laatste fase van de [[Gelderse oorlogen]] een bondgenootschap van het hertogdom Gelre met de koningen van [[Frankrijk]] ([[Frans I van Frankrijk|Frans I]]) en [[Denemarken]] ([[Christiaan III van Denemarken]]) te bewerkstelligen. Dit stelde van Rossum in de gelegenheid een serieuze veldtocht tegen de Habsburgers te voeren. Het kwam tot een aanval op het Hertogdom Brabant, het toenmalige kernland van de Nederlanden van Karel V en [[Maria van Hongarije (1505-1558)|Maria van Hongarije]]. Van Rossum verzamelde een legermacht van ruim 15.000 man in het zuiden van Gelderland. Op 15 juli 1542 werd de oorlog verklaard.<ref name="ReferenceA"/> Vervolgens trok hij Brabant binnen, waar hij een groot deel van het platteland platbrandde.


Maarten van Rossum is vooral bekend geworden door de tochten vanaf 1517 voor de onafhankelijkheid in opdracht van Karel van Egmond, de Hertog van Gelre. Al plunderend en branden stichtend trok hij door Friesland, Luxemburg en alle gebieden daartussen.
Van Rossum was aanvankelijk van plan geweest om bij Maastricht de Maas over te steken om vandaar via Leuven naar het westen te trekken. Deze plannen vielen echter in handen van Maria van Hongarije. Hierdoor werd de Geldersen gedwongen om de Maas in de buurt van Nijmegen over te steken. Plunderend en brandschattend trok het Gelderse leger door [[Peel (Nederland)|De Peel]]. Op weg naar het zuiden plunderde hij het toenmalige Rode (tegenwoordig [[Sint-Oedenrode]]). Daarbij werd de parochiekerk niet ontzien. Daarna werd het dorp platgebrand. Op 26 juli 1543 overviel hij Vught. 215 huizen gingen door brand verloren en de daar wonende Kartuizers moesten een [[brandschatting]] van 700 gulden aan de Geldersen betalen om verwoesting te voorkomen. Het dorp Vught bleef berooid achter en vele inwoners trokken naar Tilburg om daar hun heil te zoeken. Uit hetzelfde jaar is uit [[Maarheeze]] een vrijgeleidebrief van Maarten van Rossum bewaard gebleven met daarop het wapen van [[Willem V van Kleef]]. Maarheeze betaalde toen geld aan hem om verwoestingen te voorkomen, waarvoor zij een vrijgeleidebrief ontvingen.<ref>Website: [http://www.omroepbrabant.nl/?news/142861832 /Middeleeuws+Maarheeze+kocht+verwoestingen+af.aspx omroepbrabant.nl], ''Middeleeuws Maarheeze kocht verwoestingen af''</ref>


In 1523 voerde Maarten van Rossum vanuit Wageningen een aanval uit op Steenwijk. Het allerberoemdst werd Maarten van Rossum door zijn 3-daagse aanval (5 - 10 Maart 1528) op 's-Gravenhage, uitgevoerd door 200 cavaleristen en 1500 infanteristen, 's-Gravenhage zou het zich nog lang heugen... Maarten van Rossum kreeg hierdoor de bijnaam De Gelderse Attila
Na de vruchteloze belegeringen van [[Lier (België)|Lier]] en Leuven trokken de Geldersen verder naar Antwerpen. Eenmaal in [[Antwerpen (stad)|Antwerpen]] aangekomen belegerde van Rossum deze stad, op dat moment de belangrijkste handelstad van West-Europa. In een veldslag voor de poorten van Antwerpen, in de buurt van het huidige [[Brasschaat]] versloeg hij een leger onder aanvoering van [[René van Chalon]], de toenmalige [[prins van Oranje]]. Daarbij vielen aan Habsburgse kant ongeveer 2.000 slachtoffers. Van Rossum had zijn infanterie achter zijn 'Zwarte ruiters' opgesteld. Dat werd door de Habsburgers niet opgemerkt, waardoor zij overmoedig de aanval inzetten op van Rossums cavalerie. Voor en na zijn overwinning brandde van Rossum de omgeving van Antwerpen en [[Leuven]] geheel plat. Daardoor bleef, volgens tijdgenoten, de omgeving van Antwerpen gedurende de hele 16e eeuw een landelijk karakter houden, in tegenstelling tot vorige eeuwen. Van Rossum slaagde er echter niet in om de grote steden Antwerpen en Leuven daadwerkelijk in te nemen. Een aanval op de muren van Antwerpen werd afgeslagen.


De laatste aanval vanuit Gelre door Maarten van Rossum werd uitgevoerd in 1542, toen Maarten van Rossum Brabant introk en dat was de bekende druppel. Prompt verzamelde Karel V een leger van meer dan 40.000 man en slaagde erin om Gelre te onderwerpen door de stad Düren al na 2 dagen te veroveren en te laten plunderen, het grote voorbeeld voor Alva: je plundert een stad grondig en prompt geeft de hele landstreek zich over.
====Anti van Rossum-pamfletten====
Deze Brabantse veldtocht leidde in 1542/43 tot een stroom van pamfletten die van de Antwerpse persen rolden. Daarin werd de vraag gesteld wie van de twee 'Maartens' nu erger was, [[Maarten Luther]] of Maarten van Rossum. Uiteraard zagen de direct betrokkenen Maarten van Rossum als het grotere kwaad. De Antwerpse dichteres [[Anna Bijns]] daarentegen was van mening dat het optreden van Maarten Luther veel schadelijker was: ''Van Rossem kwelt lichamen, maar Luther richt zielen te gronde''<ref>{{aut|H. Pleij}}, ''Het gevleugelde woord. Geschiedenis van de Nederlandse literatuur 1400 - 1560'', Amsterdam, 2007, blz. 377.</ref>.


En wat gebeurde met Maarten van Rossum na de verovering van Gelre door Karel V? Hij kwam onder diens leiding en kon gewoon doorgaan met plunderen. Maarten van Rossum, de Gelderse Attila, werd benoemd tot gouverneur van Luxemburg en aangesteld als opperbevelhebber van het Maasleger.
===Definitieve einde van het hertogdom Gelre===
Kort daarna viel het doek voor de Gelderse zaak. Een serieuze reactie van de Brusselse machthebbers kon niet uitblijven en de Gelderse schatkist was weer eens leeg. De [[Habsburg]]ers wierpen een nieuw leger onder [[Lamoraal van Egmont]] in de strijd. In 1543 werd de onder Gelders gezag staande stad [[Düren (stad)|Düren]] (ruim 50 kilometer ten oosten van Maastricht) belegerd, platgebrand en bijna volledig uitgemoord, waarna de andere Gelderse steden zich kort daarna overgaven. De nederlaag van het hertogdom Gelre werd in 1543 vastgelegd in het [[traktaat van Venlo]]. Hertog Willem van Kleef moest het [[hertogdom Gelre]] en het [[graafschap Zutphen]] aan Karel V laten, een zeer belangrijke stap in de vorming van het latere Nederland.


Uiteindelijk overleed hij aan de pest. Een commandant van de cavalerie werd na de dood van Maarten van Rossum benoemd tot opvolger van Maarten van Rossum. Zijn naam? Willem van Oranje....
===Jaren 1550 - in Habsburgse dienst===
In 1550 werd van Rossum gevraagd om dienst te nemen in het leger van zijn oude vijand, [[keizer Karel V]]. Die maakte gebruik van Van Rossums talenten in zijn oorlogen tegen [[Frankrijk]]. Ook in Habsburgse dienst spreidde hij zijn gebruikelijke efficiëntie ten toon in de strijd tegen [[Hendrik II van Frankrijk|Hendrik II]]. Onder andere in [[graafschap Artesië|Artesië]], het [[Île-de-France]], de [[graafschap Champagne|Champagne]] en [[Hertogdom Lotharingen|Lotharingen]] bediende van Rossum zich van dezelfde tactieken, die hij eerder in Holland en Brabant had toegepast. Hoewel intussen bejaard, verwierf hij zich ook in Frankrijk een angstaanjagende reputatie. Een van zijn bijnamen was de ''Gelderse [[Attila de Hun|Attila]]''. Zelfs in de stad [[Parijs]] sloeg bij de nadering van het leger van Maarten van Rossum de paniek toe, wat velen ertoe aanzette deze stad tijdelijk te ontvluchten.


Bron: www.maartenvanrossummuseum.nl
In 1553 werd hij benoemd tot [[stadhouder]] van [[Hertogdom Luxemburg|Luxemburg]], waar hij enkele [[Bolwerk (bouwwerk)|bolwerk]]en versterkte, onder andere dat van de [[Luxemburg (stad)|stad Luxemburg]] zelf. Zijn laatste wapenfeit was de [[slag bij Gimnée]]. Kort daarna werd hij besmet met de [[Pest (ziekte)|pest]] en overleed hij.


Het Maarten van Rossum Museum is vernoemd naar de bouwer van het statige pand waarin het gehuisvest is, de legendarische Gelderse veldheer Maarten van Rossum. Het versterkte huis of stadskasteeltje is omstreeks 1535 gebouwd.
==Nalatenschap==
Het plunderen maakte Maarten van Rossum Museum er niet armer op, verschillende kastelen waren zijn eigendom, zoals het Oude Loo en de Cannenburg te Vaassen.
===Graf===
Zijn graf werd tijdens de [[beeldenstorm]] verwoest. Van Rossums gebeente werd in [[1599]] na het [[Beleg van Zaltbommel (1599)|Beleg van Zaltbommel]] overgebracht naar de [[Sint-Janskathedraal ('s-Hertogenbosch)|Sint-Janskathedraal]] in [['s-Hertogenbosch]]. Noch in Rossum noch in 's-Hertogenbosch is echter enig spoor meer te vinden van zijn tombe. Het verhaal gaat dat zijn schedel naar [[Kasteel De Cannenburgh]] werd gebracht, en in 1883 naar het gemeentemuseum van [[Arnhem]]. Daar zou zijn schedel door de oorlogshandelingen in [[Operatie Market Garden|september 1944]] definitief verloren zijn gegaan.


=== Bredevoort ===
In 1534 werd Maarten van Rossem door hertog [[Karel van Gelre]] als drost van [[Bredevoort]] aangesteld. Tussen 1545 en 1555 begon hij met verbeteringen aan de [[vestingwerken van Bredevoort]]. Hij laat de stad versterken, en plaatst nieuwe [[stadspoort]]en, en Bredevoort krijgt een [[Halve maan (vesting)|Halve Maan]] voor de [[Aalterpoort]], en een [[Bastei (vesting)|bastei]] met [[Rondeel (vesting)|rondeel]] voor de [[Misterpoort]]. Hij verbreedde de [[gracht]] en verlegde een deel van de oostmuur, liet aarden wallen opwerpen tegen de stadsmuren om deze ook tegen kanonvuur bestendig te maken. Onder zijn leiding werd in [[Winterswijk (plaats)|Winterswijk]] een rechtszaak gevoerd door [[Tegeder]]s uit dat gebied naar aanleiding van misstanden rondom zijn voorganger, [[drost]] [[Jacob ten Starte]]. Het huis [[Kasteel De Cannenburgh|De Cannenburg]] kocht hij in 1543, de Kleefse heerlijkheid Hulhuizen in 1544, de heerlijkheid [[Lathum]] in 1546, waaraan hij in 1555 nog het huis [[Bahr|Baer]] toevoegde. Vanaf 1548 werden zijn taken in de [[heerlijkheid Bredevoort]] waargenomen door zijn zwager [[Johan van Isendoorn]].<ref>[http://www.biografischwoordenboekgelderland.nl/bio/5_Maarten_van_Rossem biografischwoordenboekgelderland.nl]</ref>


=== Stadskasteel Zaltbommel ===
Omstreeks 1535 liet van Rossum een stadskasteel in [[Zaltbommel (stad)|Zaltbommel]] bouwen, dat later ook wel het [[Maarten van Rossumhuis]] werd genoemd (niet te verwarren met het [[Duivelshuis (Arnhem)|Maarten van Rossemhuis]] in Arnhem, dat ook wel het ''Duivelshuis'' wordt genoemd). Het gebouw is versierd met [[Renaissance]]-beeldhouwwerk. Door het uiterlijk met torentjes en kantelen wordt het ook wel een stadskasteel genoemd. Dit komt terug in '[[Stadskasteel Zaltbommel]]', de naam die in 2008 werd gegeven aan het museum dat sinds 1937 in het pand gevestigd is. Voorheen heette dit het Maarten van Rossummuseum.


=== Kasteel Het Oude Loo ===
In 1538 verwierf hij het jachtslot [[Kasteel Het Oude Loo]]. Hij liet het grondig verbouwen en verkocht het goed daarna aan de [[Bentinck]]s.<ref>Website: [http://www.maartenvanrossum.com/aflevering33.htm maartenvanrossum.com]</ref>


=== Duivelshuis ===
In 1539 kocht van Rossum het [[Duivelshuis (Arnhem)|Duivelshuis]] in [[Arnhem]] na de dood van de vorige eigenaar [[Karel van Gelre]]. Hij liet het woonhuis in 1543 verbouwen waardoor het zijn officiële naam kreeg: 'Huis van Maarten van Rossum'. Hij bouwde een vroeg-renaissancistische pronkgevel versierd met beelden van [[Satyr|saters]] en liet grote overwelfde kelders onder het huis aanleggen. Na van Rossums dood verkochten erfgenamen het huis.<ref>Website: [http://www.arneym.nl/monumentenbinnenstad/duivelshuis/index.html#00000097a9099d218 arneym.nl], over de geschiedenis en de monumenten van de stad Arnhem.</ref> Omdat de saters voor [[duivel]]s werden aangezien en vanwege de [[mythe]]vorming rond van Rossum kreeg het huis in de volksmond de bijnaam 'Duivelshuis'.


{{Appendix}}
=== Kasteel De Cannenburgh ===
In 1543 kocht van Rossum de restanten van [[Kasteel De Cannenburgh]]. Op de ruïne werd een statig slot van drie verdiepingen gebouwd. De naar voren springende ingangstoren werd van natuurstenen ornamenten voorzien, waarmee van Rossum de [[Renaissance (stijlperiode)|renaissance]] in Gelderland introduceerde. In de kelderverdieping zijn nog sporen van het middeleeuwse complex bewaard. In 1555 voltooide zijn neef en erfgenaam [[Hendrik van Isendoorn]], zoon van zijn zus Margaretha van Rossem en lid van de familie [[D'Isendoorn à Blois]], het bouwplan dat van Rossum was begonnen.<ref>Website: [http://www.mooigelderland.nl/index.php?pageID=3281&n=&categoryID=1869&itemID=361714&show_history=true mooigelderland.nl] stichting ''Geldersch Landschap en Geldersche Kasteelen''</ref>
 
{{Appendix|1=alles|2=
'''Voetnoten'''
{{References|85%}}
 
'''Referenties'''
*{{aut|M. Witteveen, P. Schipper en S. van Doornmalen}}, ''Een pronkstuk in Zaltbommel. Maarten van Rossem, zijn huis en het museum'', Zaltbommel/Uitgeverij Aprilis, 2005.
*{{aut|[[Jan Romein]]}} & {{aut|[[Annie Romein-Verschoor]]}}, De lage landen bij de zee, Amsterdam, 1976 (6e dr.), blz 185.
*{{aut|[[Jonathan Israel|J.I.Israel]]}}, De Republiek 1477-1806, Franeker, 2001 (5e dr.), blz. 66-67 en blz 71.
 
'''Externe links'''
* Artikel in [http://books.google.com/books?id=cxI78B9rxxYC&pg=PA42&dq=%22maarten+van+rossum%22+%221478%22&ei=xnEKSqWJGoTyzQTC0bmqCw#v=onepage&q=%22maarten%20van%20rossum%22%20%221478%22&f=false Verzameld Verleden],
* Artikel in [http://www.biografischwoordenboekgelderland.nl/bio/5_Maarten_van_Rossem Biografisch Woordenboek Gelderland]
}}
 
{{StartOpvolging}}
{{OpvolgingCombi|
| lijst = [[Lijst van drosten van Bredevoort|Drost van Bredevoort]]<br />1534-1555     
| vorige = [[Jacob ten Starte]]
| volgende = [[Johan van Isendoorn]]
}}
{{EindOpvolging}}
 
{{DEFAULTSORT:Rossum, Maarten}}
[[Categorie:Gelders legeraanvoerder]]
[[Categorie:Nederlandse adel]]
[[Categorie:Persoon in de Nederlanden in de 16e eeuw]]
[[Categorie:Nederlands maarschalk]]
[[Categorie:Stadhouder voor de vorst in Friesland]]
[[Categorie:Stadhouder van Luxemburg]]
[[Categorie:Drost van Bredevoort]]
[[Categorie:Pandheer van Bredevoort]]

Versie van 22 apr 2017 11:05

Dit artikel gaat over de militair Maarten van Rossum. Zie Maarten van Rossem voor de historicus.
rel=nofollow

Maarten van Rossum (ook Maarten van Rossem en Marten van Rossem genoemd; Zaltbommel[3], waarschijnlijk kort voor 1490[4]Antwerpen, 7 juni 1555) was een Gelderse legeraanvoerder, die buiten zijn vaderland zeer werd gevreesd voor de nietsontziende manier waarop hij oorlog voerde. In een lange carrière bracht hij zijn lijfspreuk "Blaken en branden is het sieraad van de oorlog" veelvuldig in de praktijk. Zijn manier van oorlog voeren is goed te vergelijken met die van zijn Italiaanse collega's de condottieri en kenmerkte zich door guerrilla-achtige tactieken, waarbij de burgerbevolking nog minder werd ontzien dan in zijn tijd gewoon was.

Gedurende dertig jaar diende hij de belangen van de hertogen van Gelderland Karel van Egmont en diens opvolger Willem van Gulik, Berg en Kleef in hun strijd om de onafhankelijkheid van Gelderland veilig te stellen tegen de Habsburgse Nederlanden van keizer Karel V. Van Rossum bracht een lange lijst van wapenfeiten op zijn naam, waaronder de verovering van Arnhem en Rhenen door het toepassen van krijgslisten, plundertochten in Holland, de verovering van Utrecht in 1527, zijn opzienbarende aanval op Den Haag in 1528 en zijn veldtocht tegen Brabant (1542-43). Na de ondergang van het hertogdom Gelre vocht hij de laatste jaren van zijn leven in dienst van zijn oude vijand keizer Karel V tegen Frankrijk.

Leven

Afkomst en opleiding

Zijn ouders, Johan van Rossum, heer van Rossum, Broekhuizen, Poederoijen, Oijen en Meinerswijk († 1512), en Johanna van Hemert († na 1523) trouwden vermoedelijk kort vóór 1478. Zij behoorden tot de Gelderse adel. Zijn vader had zowel bezittingen in de Betuwe (in de Bommelerwaard) als in Opper-Gelre, twee van de vier Gelderse kwartieren. Uit dit huwelijk werden vier kinderen geboren; twee zonen en twee dochters. Maarten van Rossum was de tweede zoon. Zijn oudste broer heette Johan. Een van zijn zusters, Margaretha van Rossem, was getrouwd met Johan van Isendoorn. Van Rossum zou zelf geen wettelijke kinderen nalaten. Zijn uit het huwelijk van zijn zuster geboren neef Hendrik van Isendoorn zou zijn erfgenaam worden.

Over Maarten zijn jeugd en de door hem gevolgde opleiding is zo goed als niets bekend.

Familiewapen

Bestand:Maarten van Rossum wapen.svg

Het familiewapen bestaat uit drie rode vogels op een zilveren schild. Het is niet duidelijk of het hier om valken of papegaaien gaat. Verschillende wapenbeschrijvingen gebruiken beide omschrijvingen. Ook onduidelijk is het helmteken. Gaat het nu om een satyr of een mansfiguur met ezelsoren? De wapenspreuk is TERROR TERRORIS.[5] Het familiewapen is later het gemeentewapen van Rossum geworden.

Titels

In 1524 werd hij door de hertog van Gelre tot maarschalk van Gelre benoemd. In de laatste jaren van zijn leven was hij enige tijd keizerlijk stadhouder van het hertogdom Luxemburg. Verder verwierf van Rossum zich in zijn leven de titels van heer van Poederoijen, pandheer van Bredevoort, heer van Cannenburgh en heer van Lathum en Baer

Overlijden

In het voorjaar van 1555 werd Maarten ziek, mogelijk raakte hij besmet met de pest of de tyfus. Hij bevond zich in de vesting Charlemont in het stadje Givet, in de Ardennen. Op 7 juni 1555 overleed Maarten van Rossum in Antwerpen, waar hij heen was gebracht voor de beste medische behandeling. Zijn lichaam werd overgebracht naar Rossum en werd daar in de kerk begraven. Hij had er een marmeren tombe laten maken.

Historische context

Aan het eind van 15e en het begin van de 16e eeuw probeerden de hertogen van Bourgondië (onder andere Karel de Stoute) en hun opvolgers de Habsburgse keizers Maximiliaan I van Oostenrijk en Karel V) hun erfgrondgebied in de Nederlanden verder uit te breiden. Zij hadden in de noordelijke Nederlanden reeds lange tijd Brabant, Holland en Zeeland in bezit, maar trachtten nu ook de rest van het gebied definitief onder hun controle te krijgen. Dat leverde strijd op met de bisschop van Utrecht, die heerste over het Sticht (Utrecht) en het Oversticht (Overijssel, Drenthe en Groningen), met de hertog van Gelre (Gelderland), en met het min of meer “vrije” Friesland. Vanuit hun kerngebieden in het huidige België en Luxemburg (hertogdom Brabant, graafschap Henegouwen, graafschap Vlaanderen en hertogdom Luxemburg), Noord-Frankrijk (Frans Vlaanderen en de Artois) en Nederland (graafschap Holland, graafschap Zeeland en het huidige Noord-Brabant, toen een onderdeel van het hertogdom Brabant) ondernamen de Habsburgers geregeld militaire campagnes in deze gebieden, die met name vanuit Gelre militair werden beantwoord. Zo werden in deze jaren de Gelderse Onafhankelijkheidsoorlog (1477-1482) en (1494-1499) en de Gelderse oorlogen (1502-1543) uitgevochten. Deze laatste oorlog viel enige tijd samen met de Fries-Hollandse oorlog (1515-1524).

Militaire loopbaan

Periode voor 1530

Bestand:Maarten van Rossum in Den Haag 1528.gif
Maarten van Rossum en zijn Gelderse en Utrechtse soldaten brandschatten Den Haag in mei 1528

Door krijgslisten wist hij in 1514 en 1527 respectievelijk Arnhem en Rhenen te veroveren. In Arnhem wist hij een deel van zijn soldaten verborgen onder het hooi de stad binnen te smokkelen en in Rhenen verstopte hij soldaten in het struikgewas, die vervolgens gebruik makend van de geboden dekking van een in het complot zittende hooiwagen, die men in een van stadspoorten liet vastlopen, zonder veel hinder de stad binnen konden komen. Met deze krijgslisten liep hij vooruit op soortgelijke escapades zeventig jaar later door de prinsen Maurits en Willem Lodewijk (zie bijvoorbeeld het Turfschip van Breda).

In een vroege fase van de Gelderse Oorlogen werkte hij enige tijd samen met de legendarische Friese vrijheidsstrijder Grote Pier. In 1516 brandde hij dorpen in de Alblasserwaard plat, onder andere Bleskensgraaf.

Als ritmeester 1523 pleegde hij een aanslag op Oldenzaal, meteen gevolgd door de Inname van Steenwijk dat ten prooi viel aan een stadsbrand.[6]

In het najaar van 1524 moet Van Rossum zijn bevorderd tot veldmaarschalk, door Karel van Gelre, waarmee hij het opperbevel van het Gelders leger verwierf. Hij was toen gelegerd in Wageningen.[7]

In 1527 veroverde hij Utrecht. Van daaruit voerde hij begin maart 1528 met 1.500 tot 2.000 man troepen een plundertocht uit op Den Haag. Hij brandschatte het niet-ommuurde 'dorp' en plunderde de omgeving. Omdat de burgers van de stad het door Van Rossum geëiste bedrag van naar verluidt 28.000 gulden niet konden opbrengen nam hij genoegen met 8.000 gulden. Wel voerde hij een aantal aanzienlijke Haagse burgers, die niet naar Delft of de duinen hadden weten te ontsnappen, als gijzelaar mee naar Utrecht en Arnhem, waar sommigen van hen naar men zegt twee jaar gevangen zaten. Sommige families kregen belastingvrijstelling om de losgelden te kunnen betalen. Deze plundertocht op Den Haag baarde groot opzien en was voor Holland en Brabant het sein om de verdediging serieus ter hand te nemen, temeer daar Van Rossum bij zijn overval geen echte tegenstand had ontmoet.

Als een van de ondertekenaars was Van Rossum aanwezig bij de Vrede van Gorinchem in 1528.

De jaren 1530

In 1531 was hij actief in Wisch en Terborg, waar hij in opdracht van de hertog van Gelre graaf Oswald II van den Bergh steunde in diens strijd tegen Joachim van Wisch.

In de jaren 1532-34 hield hij zich bezig met militair en bestuurlijk gezag in Groningen en de Ommelanden. In die hoedanigheid streed hij in Oost-Friesland tegen Habsburgse troepen onder leiding van Georg Schenck van Toutenburg.

Nadien vocht hij in de Betuwe tegen troepen van Hendrik van Beieren, bisschop van Utrecht, die het Kwartier van Nijmegen waren binnengevallen. Vanaf 1534 hield hij zich bezig met de militaire verdediging van het graafschap Zutphen vanuit heerlijkheid Bredevoort.

Brabantse veldtocht 1542-1543

Na de dood van hertog Karel van Gelre zwoer Van Rossum trouw aan diens opvolger Willem V van Kleef. Die wist in de derde en laatste fase van de Gelderse oorlogen een bondgenootschap van het hertogdom Gelre met de koningen van Frankrijk (Frans I) en Denemarken (Christiaan III van Denemarken) te bewerkstelligen. Dit stelde van Rossum in de gelegenheid een serieuze veldtocht tegen de Habsburgers te voeren. Het kwam tot een aanval op het Hertogdom Brabant, het toenmalige kernland van de Nederlanden van Karel V en Maria van Hongarije. Van Rossum verzamelde een legermacht van ruim 15.000 man in het zuiden van Gelderland. Op 15 juli 1542 werd de oorlog verklaard.[7] Vervolgens trok hij Brabant binnen, waar hij een groot deel van het platteland platbrandde.

Van Rossum was aanvankelijk van plan geweest om bij Maastricht de Maas over te steken om vandaar via Leuven naar het westen te trekken. Deze plannen vielen echter in handen van Maria van Hongarije. Hierdoor werd de Geldersen gedwongen om de Maas in de buurt van Nijmegen over te steken. Plunderend en brandschattend trok het Gelderse leger door De Peel. Op weg naar het zuiden plunderde hij het toenmalige Rode (tegenwoordig Sint-Oedenrode). Daarbij werd de parochiekerk niet ontzien. Daarna werd het dorp platgebrand. Op 26 juli 1543 overviel hij Vught. 215 huizen gingen door brand verloren en de daar wonende Kartuizers moesten een brandschatting van 700 gulden aan de Geldersen betalen om verwoesting te voorkomen. Het dorp Vught bleef berooid achter en vele inwoners trokken naar Tilburg om daar hun heil te zoeken. Uit hetzelfde jaar is uit Maarheeze een vrijgeleidebrief van Maarten van Rossum bewaard gebleven met daarop het wapen van Willem V van Kleef. Maarheeze betaalde toen geld aan hem om verwoestingen te voorkomen, waarvoor zij een vrijgeleidebrief ontvingen.[8]

Na de vruchteloze belegeringen van Lier en Leuven trokken de Geldersen verder naar Antwerpen. Eenmaal in Antwerpen aangekomen belegerde van Rossum deze stad, op dat moment de belangrijkste handelstad van West-Europa. In een veldslag voor de poorten van Antwerpen, in de buurt van het huidige Brasschaat versloeg hij een leger onder aanvoering van René van Chalon, de toenmalige prins van Oranje. Daarbij vielen aan Habsburgse kant ongeveer 2.000 slachtoffers. Van Rossum had zijn infanterie achter zijn 'Zwarte ruiters' opgesteld. Dat werd door de Habsburgers niet opgemerkt, waardoor zij overmoedig de aanval inzetten op van Rossums cavalerie. Voor en na zijn overwinning brandde van Rossum de omgeving van Antwerpen en Leuven geheel plat. Daardoor bleef, volgens tijdgenoten, de omgeving van Antwerpen gedurende de hele 16e eeuw een landelijk karakter houden, in tegenstelling tot vorige eeuwen. Van Rossum slaagde er echter niet in om de grote steden Antwerpen en Leuven daadwerkelijk in te nemen. Een aanval op de muren van Antwerpen werd afgeslagen.

Anti van Rossum-pamfletten

Deze Brabantse veldtocht leidde in 1542/43 tot een stroom van pamfletten die van de Antwerpse persen rolden. Daarin werd de vraag gesteld wie van de twee 'Maartens' nu erger was, Maarten Luther of Maarten van Rossum. Uiteraard zagen de direct betrokkenen Maarten van Rossum als het grotere kwaad. De Antwerpse dichteres Anna Bijns daarentegen was van mening dat het optreden van Maarten Luther veel schadelijker was: Van Rossem kwelt lichamen, maar Luther richt zielen te gronde[9].

Definitieve einde van het hertogdom Gelre

Kort daarna viel het doek voor de Gelderse zaak. Een serieuze reactie van de Brusselse machthebbers kon niet uitblijven en de Gelderse schatkist was weer eens leeg. De Habsburgers wierpen een nieuw leger onder Lamoraal van Egmont in de strijd. In 1543 werd de onder Gelders gezag staande stad Düren (ruim 50 kilometer ten oosten van Maastricht) belegerd, platgebrand en bijna volledig uitgemoord, waarna de andere Gelderse steden zich kort daarna overgaven. De nederlaag van het hertogdom Gelre werd in 1543 vastgelegd in het traktaat van Venlo. Hertog Willem van Kleef moest het hertogdom Gelre en het graafschap Zutphen aan Karel V laten, een zeer belangrijke stap in de vorming van het latere Nederland.

Jaren 1550 - in Habsburgse dienst

In 1550 werd van Rossum gevraagd om dienst te nemen in het leger van zijn oude vijand, keizer Karel V. Die maakte gebruik van Van Rossums talenten in zijn oorlogen tegen Frankrijk. Ook in Habsburgse dienst spreidde hij zijn gebruikelijke efficiëntie ten toon in de strijd tegen Hendrik II. Onder andere in Artesië, het Île-de-France, de Champagne en Lotharingen bediende van Rossum zich van dezelfde tactieken, die hij eerder in Holland en Brabant had toegepast. Hoewel intussen bejaard, verwierf hij zich ook in Frankrijk een angstaanjagende reputatie. Een van zijn bijnamen was de Gelderse Attila. Zelfs in de stad Parijs sloeg bij de nadering van het leger van Maarten van Rossum de paniek toe, wat velen ertoe aanzette deze stad tijdelijk te ontvluchten.

In 1553 werd hij benoemd tot stadhouder van Luxemburg, waar hij enkele bolwerken versterkte, onder andere dat van de stad Luxemburg zelf. Zijn laatste wapenfeit was de slag bij Gimnée. Kort daarna werd hij besmet met de pest en overleed hij.

Nalatenschap

Graf

Zijn graf werd tijdens de beeldenstorm verwoest. Van Rossums gebeente werd in 1599 na het Beleg van Zaltbommel overgebracht naar de Sint-Janskathedraal in 's-Hertogenbosch. Noch in Rossum noch in 's-Hertogenbosch is echter enig spoor meer te vinden van zijn tombe. Het verhaal gaat dat zijn schedel naar Kasteel De Cannenburgh werd gebracht, en in 1883 naar het gemeentemuseum van Arnhem. Daar zou zijn schedel door de oorlogshandelingen in september 1944 definitief verloren zijn gegaan.

Bredevoort

In 1534 werd Maarten van Rossem door hertog Karel van Gelre als drost van Bredevoort aangesteld. Tussen 1545 en 1555 begon hij met verbeteringen aan de vestingwerken van Bredevoort. Hij laat de stad versterken, en plaatst nieuwe stadspoorten, en Bredevoort krijgt een Halve Maan voor de Aalterpoort, en een bastei met rondeel voor de Misterpoort. Hij verbreedde de gracht en verlegde een deel van de oostmuur, liet aarden wallen opwerpen tegen de stadsmuren om deze ook tegen kanonvuur bestendig te maken. Onder zijn leiding werd in Winterswijk een rechtszaak gevoerd door Tegeders uit dat gebied naar aanleiding van misstanden rondom zijn voorganger, drost Jacob ten Starte. Het huis De Cannenburg kocht hij in 1543, de Kleefse heerlijkheid Hulhuizen in 1544, de heerlijkheid Lathum in 1546, waaraan hij in 1555 nog het huis Baer toevoegde. Vanaf 1548 werden zijn taken in de heerlijkheid Bredevoort waargenomen door zijn zwager Johan van Isendoorn.[10]

Stadskasteel Zaltbommel

Omstreeks 1535 liet van Rossum een stadskasteel in Zaltbommel bouwen, dat later ook wel het Maarten van Rossumhuis werd genoemd (niet te verwarren met het Maarten van Rossemhuis in Arnhem, dat ook wel het Duivelshuis wordt genoemd). Het gebouw is versierd met Renaissance-beeldhouwwerk. Door het uiterlijk met torentjes en kantelen wordt het ook wel een stadskasteel genoemd. Dit komt terug in 'Stadskasteel Zaltbommel', de naam die in 2008 werd gegeven aan het museum dat sinds 1937 in het pand gevestigd is. Voorheen heette dit het Maarten van Rossummuseum.

Kasteel Het Oude Loo

In 1538 verwierf hij het jachtslot Kasteel Het Oude Loo. Hij liet het grondig verbouwen en verkocht het goed daarna aan de Bentincks.[11]

Duivelshuis

In 1539 kocht van Rossum het Duivelshuis in Arnhem na de dood van de vorige eigenaar Karel van Gelre. Hij liet het woonhuis in 1543 verbouwen waardoor het zijn officiële naam kreeg: 'Huis van Maarten van Rossum'. Hij bouwde een vroeg-renaissancistische pronkgevel versierd met beelden van saters en liet grote overwelfde kelders onder het huis aanleggen. Na van Rossums dood verkochten erfgenamen het huis.[12] Omdat de saters voor duivels werden aangezien en vanwege de mythevorming rond van Rossum kreeg het huis in de volksmond de bijnaam 'Duivelshuis'.

Kasteel De Cannenburgh

In 1543 kocht van Rossum de restanten van Kasteel De Cannenburgh. Op de ruïne werd een statig slot van drie verdiepingen gebouwd. De naar voren springende ingangstoren werd van natuurstenen ornamenten voorzien, waarmee van Rossum de renaissance in Gelderland introduceerde. In de kelderverdieping zijn nog sporen van het middeleeuwse complex bewaard. In 1555 voltooide zijn neef en erfgenaam Hendrik van Isendoorn, zoon van zijn zus Margaretha van Rossem en lid van de familie D'Isendoorn à Blois, het bouwplan dat van Rossum was begonnen.[13]

Bronnen, noten en/of referenties

Bronnen, noten en/of referenties

Voetnoten

  1. 1,0 1,1 1,2 Jan Kuys, "Maarten van Rossem" in Biografisch Woordenboek Gelderland. Geraadpleegd op 22 december 2012.
  2. º Maarten van Rossum werd op een landdag te Sneek op 1 augustus 1518 gekozen tot stadhouder van Friesland namens Karel van Gelre, ter vervanging van Hendrik de Groiff, erfvoogd van Erkelenz. Johan Frieswijk, Fryslân, staat en macht 1450-1650: bijdragen aan het historisch congres te Leeuwarden van 3 tot 5 juni 1998 (1999) 114-115.
  3. º Er zijn geen bronnen nagelaten dat hij daadwerkelijk in Zaltbommel is geboren. Deze plaats wordt echter al eeuwen aangegeven als zijn geboorteplaats. Mogelijk bestonden die bronnen nog wel toen de eerste biograaf dit schreef.
  4. º Hoewel men sinds al sinds vele eeuwen schrijft dat van Maarten van Rossum in 1478 in Zaltbommel is geboren bestaan daar geen bronnen voor. Het is goed mogelijk dat een eerder auteur bij gebrek aan verdere gegevens heeft aangegeven dat hij na 1478 (huwelijk van zijn ouders) is geboren, waarna dit jaar een eigen leven is gaan leiden als geboortejaar. Zijn ouders hadden echter vier kinderen. Al hij het derde of vierde kind is geweest, lijkt een geboortejaar kort voor 1490 mogelijk. Een later geboortejaar past verder ook beter bij zijn militaire carrière. Men zou verwachten dat een man met zijn gebleken capaciteiten al eerder dan op 36-jarige leeftijd op de voorgrond was getreden. Ook was het in de 16e eeuw vrij ongehoord dat een 77-jarige nog aanvoerder is in een veldslag. Een geboortejaar van 1490 of enige jaren eerder is daarom aannemelijk. zie ook Jan Kuys Biografisch woordenboek Gelderland
  5. º Centraal Bureau voor Genealogie Het Familiewapen van Rossum
  6. º Lambertus Eduardus Lentin in Gedenkwaardigheden uit de geschiedenis van Gelderland, blz. 126
  7. 7,0 7,1 J.A.E. Kuys, Biografisch woordenboek Gelderland: bekende en onbekende mannen en vrouwen uit de Gelderse geschiedenis, Volume 5 Blz. 106 Uitgeverij Verloren, Mar 20, 2006
  8. º Website: /Middeleeuws+Maarheeze+kocht+verwoestingen+af.aspx omroepbrabant.nl, Middeleeuws Maarheeze kocht verwoestingen af
  9. º H. Pleij, Het gevleugelde woord. Geschiedenis van de Nederlandse literatuur 1400 - 1560, Amsterdam, 2007, blz. 377.
  10. º biografischwoordenboekgelderland.nl
  11. º Website: maartenvanrossum.com
  12. º Website: arneym.nl, over de geschiedenis en de monumenten van de stad Arnhem.
  13. º Website: mooigelderland.nl stichting Geldersch Landschap en Geldersche Kasteelen
rel=nofollow

Referenties

  • M. Witteveen, P. Schipper en S. van Doornmalen, Een pronkstuk in Zaltbommel. Maarten van Rossem, zijn huis en het museum, Zaltbommel/Uitgeverij Aprilis, 2005.
  • Jan Romein & Annie Romein-Verschoor, De lage landen bij de zee, Amsterdam, 1976 (6e dr.), blz 185.
  • J.I.Israel, De Republiek 1477-1806, Franeker, 2001 (5e dr.), blz. 66-67 en blz 71.

Externe links

rel=nofollow
Voorganger:
Jacob ten Starte
Drost van Bredevoort
1534-1555
Opvolger:
Johan van Isendoorn