Wikisage, de vrije encyclopedie van de tweede generatie, is digitaal erfgoed

Wikisage is op 1 na de grootste internet-encyclopedie in het Nederlands. Iedereen kan de hier verzamelde kennis gratis gebruiken, zonder storende advertenties. De Koninklijke Bibliotheek van Nederland heeft Wikisage in 2018 aangemerkt als digitaal erfgoed.

  • Wilt u meehelpen om Wikisage te laten groeien? Maak dan een account aan. U bent van harte welkom. Zie: Portaal:Gebruikers.
  • Bent u blij met Wikisage, of wilt u juist meer? Dan stellen we een bescheiden donatie om de kosten te bestrijden zeer op prijs. Zie: Portaal:Donaties.
rel=nofollow

Willem II van der Marck Lumey

Uit Wikisage
Versie door Lidewij (overleg | bijdragen | blokkeren) op 4 mrt 2022 om 11:54
(wijz) ← Oudere versie | Huidige versie (wijz) | Nieuwere versie → (wijz)
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Willem II van der Marck, heer van ’Lummen’ (Lummen) (Frans: Guillaume II de la Marck, seigneur de Lumey, Lummen, (Prinsbisdom Luik, nu Belgische provincie Limburg), 1542Luik, 1 mei 1578) is vooral bekend gebleven als een wrede leider van de watergeuzen.

Hij behoorde tot de eersten die de wapens opnamen in de strijd tegen de Spanjaarden. Hij werd daarom door de hertog van Alva ter dood veroordeeld.

Willem van Oranje zette hem als admiraal aan het hoofd van de watergeuzen. Met hen veroverde van der Marck op 1 april 1572 Den Briel. Hij benoemde de geuzenkapitein Lenaert Jansz de Graeff tot gouverneur van Holland en veroverde Schoonhoven, Rotterdam, Delft en andere steden. Amsterdam belegerde hij tevergeefs. Hij was verantwoordelijk voor verschillende moorden zoals de executie zonder rechtszaak van de 19 martelaren van Gorcum op 9 juli 1572. De watergeuzen hielden ook Cornelis Muys (Cornelius Musius) uit Delft aan, een persoonlijke vriend van Willem van Oranje. Zij brachten hem naar Leiden, waar zij hem martelden en voor het stadhuis ophingen.

Willem van der Marck viel wegens zijn gewelddaden in ongenade en werd in 1573 afgezet als stadhouder. Hij werd achtereenvolgens opgesloten in het slot Honingen in Delft en in het kasteel van Gouda, waar hij in 1572 had gewoond. In 1574 werd hij vrijgelaten en verbannen. Vanuit het prinsbisdom Luik zette hij zijn strijd tegen de Spanjaarden op eigen houtje verder. Hij overleed op 1 mei 1578 in zijn residentie op de Sint-Maartensberg (de heuvel Publémont of Mont Saint-Martin) in Luik, waarschijnlijk door vergiftiging. Vaak werd verteld dat hij zou zijn gestorven aan de beet van een dolle hond.

Hij werd begraven in Edingen (provincie Henegouwen).