Wikisage, de vrije encyclopedie van de tweede generatie, is digitaal erfgoed

Wikisage is op 1 na de grootste internet-encyclopedie in het Nederlands. Iedereen kan de hier verzamelde kennis gratis gebruiken, zonder storende advertenties. De Koninklijke Bibliotheek van Nederland heeft Wikisage in 2018 aangemerkt als digitaal erfgoed.

  • Wilt u meehelpen om Wikisage te laten groeien? Maak dan een account aan. U bent van harte welkom. Zie: Portaal:Gebruikers.
  • Bent u blij met Wikisage, of wilt u juist meer? Dan stellen we een bescheiden donatie om de kosten te bestrijden zeer op prijs. Zie: Portaal:Donaties.

Woeste grond

Uit Wikisage
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Woeste grond was van de 19e eeuw tot 1970 de benaming voor terreinen die geen direct nut opleverden, zoals heide, veengebieden en moerassen. Daarbij moet worden opgemerkt dat ze voor het landbouwsysteem tot aan het eind van de 19e eeuw (tot aan het gebruik van guano en de uitvinding van de kunstmest) wel degelijk van groot nut waren. Woeste gronden leverden strooisel en plaggen die gemengd met dierlijke mest op het akkerland werd gebracht als grondverbeteraar en bemesting. Daarnaast stonden er bijenkasten, stak men er turf voor gebruik als brandstof en liet men er schapen en koeien weiden.

Het CBS rekende ook pas drooggevallen land tot de woeste gronden. Het ontginnen van woeste grond tot productiebos en landbouwgebied werd aan het eind van de 19e en het begin van de 20e eeuw als een belangrijk doel gezien dat door organisaties als Staatsbosbeheer en de Heidemij krachtig ter hand genomen werd. Tegenwoordig wordt het grootste deel van de overgebleven woeste grond als natuurgebied beschermd, het is meestal in beheer bij Staatsbosbeheer of Natuurmonumenten.

Tot de 19e eeuw waren veel woeste gronden in gemeenschappelijk bezit, aangeduid met verschillende namen, zoals Meent, in Brabant en Limburg als gemeynt(e). Dit betrof namelijk gronden die in gemeenschappelijk gebruik waren voor de begrazing door schapen, het steken van turf en plaggen, het houden van bijen enzovoort. Met de Markewetten in de 19e eeuw werden deze grootschalig opgedeeld. Grote delen ervan werden aan grootgrondbezitters en beleggers verkocht, die ze omzetten in productiebos en landbouwgebied, soms ook werden ze door de gemeenten zelf ontgonnen, waardoor gemeentebossen ontstonden. Delen ervan met hoge natuurwaarden werden in de loop van de 20e eeuw door natuurbeschermingsorganisaties aangekocht.

Zie ook