Wikisage, de vrije encyclopedie van de tweede generatie, is digitaal erfgoed

Wikisage is op 1 na de grootste internet-encyclopedie in het Nederlands. Iedereen kan de hier verzamelde kennis gratis gebruiken, zonder storende advertenties. De Koninklijke Bibliotheek van Nederland heeft Wikisage in 2018 aangemerkt als digitaal erfgoed.

  • Wilt u meehelpen om Wikisage te laten groeien? Maak dan een account aan. U bent van harte welkom. Zie: Portaal:Gebruikers.
  • Bent u blij met Wikisage, of wilt u juist meer? Dan stellen we een bescheiden donatie om de kosten te bestrijden zeer op prijs. Zie: Portaal:Donaties.

Verslaving

Uit Wikisage
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Verslaving is een toestand waarin een persoon fysiek en/of mentaal van een gewoonte of stof afhankelijk is, zodanig dat hij/zij deze gewoonte of stof niet, of heel moeilijk los kan laten. Het gedrag van de persoon is voornamelijk gericht op het verkrijgen en innemen van het middel, of het handelen naar de gewoonte, ten koste van de meeste andere activiteiten. Als het lichaam deze stof of gewoonte dan moet loslaten kunnen er ernstige ontwenningsverschijnselen optreden bij deze persoon.

Soorten

Zoals uit de bovenstaande definitie blijkt kan een verslaving bestaan uit een verslaving aan een gewoonte, gebruik of handeling, of aan een middel.

Gewoonteverslaving

Een gewoonteverslaving is een verslaving aan een handeling die voor een persoon van belang zijn om zich goed te voelen of een kick te krijgen. Enkele voorbeelden van een verslaving aan een handeling of gewoonte:

Middelenverslaving

Een middelenverslaving is een verslaving die instandgehouden wordt door het gebruik van een middel of substantie, die opzichzelf verslavend is doordat het een directe werking in de hersenen heeft. Dit noemt men een psychoactief middel of drug. Er bestaan grof gezien 3 verschillende soorten psychoactieve middelen, namelijk:

  • De stimulerende middelen als amfetamine, cocaïne en nicotine
  • De verdovende middelen, bijvoorbeeld alcohol en opium
  • en verder bestaan er nog bewustzijnsveranderende of in de volksmond geestveruimende middelen, bijvoorbeeld THC (de werkzame stof in marihuana) of LSD.

Verslavende medicijnen vallen vaak onder de eerste categorie, de stimulerende middelen, of de verdovende middelen, zoals valium. Bij deze drie categorieën bestaat eigenlijk nog een vierde categorie, namelijk die van de partydrugs, zoals XTC en GHB, maar deze vallen op zichzelf ook weer binnen de drie categorieën. Verder zijn er ook nog drugs bekend onder de noemer verkrachtingsdrugs of date rape drugs bekend staan, waarvan GHB er een is, of Rohypnol. Uiteraard zijn weinig mensen aan deze laatst genoemde drugs verslaafd, maar in principe zou men eraan verslaafd kunnen raken.

Geestelijk of Lichamelijk verslaafd

Binnen de verslaving aan een stof wordt er ook gesproken over een lichamelijke en geestelijke verslaving. Een lichamelijke verslaving houdt in dat het menselijk lichaam gewend is geraakt aan de stof die intensief gebruikt wordt, en zich aangepast heeft aan die stof. Wordt er in zo'n geval gestaakt met het gebruiken van die stof, dan ontstaan er ziekteverschijnselen zoals koorts, slapeloosheid en braken. Dit noemt men onthoudingsverschijnselen. Het steeds meer nodig hebben van een verslavende stof om hetzelfde effect te bereiken noemt men tolerantie, wat vrijwel altijd voorkomt bij een verslaving.

Geestelijke verslaving betekent dat iemand een stof denkt nodig te hebben of denkt lekker te vinden en niet meer zonder kan. Deze vorm van verslaving is persoonsgebonden, omdat verschillende mensen verschillende dingen 'lekker' vinden. Bij geestelijke verslaving kan iemand zodanig naar een stof verlangen dat alle gedachten draaien om het gebruiken en verkrijgen van die stof.

Een verslaving die vaak onopgemerkt blijft is die aan medicatie zoals benzodiazepinen, de zogenaamde angstdempers en slaapmiddelen als diazepam, oxazepam en alprazolam. Stilzwijgend worden vaak jarenlang herhalingsrecepten opgehaald totdat de arts ingrijpt of de patiënt niet meer genoeg heeft aan zijn dosis en meer van de huisarts probeert te krijgen of andere wegen gaat zoeken om de verslaving in stand te houden.

Problematiek

Verslaving wordt in de hulpverlening vaak aangeduid met 'problematisch middelengebruik'. Dat duidt erop dat er ook middelengebruik is dat minder of helemaal geen problemen veroorzaakt.

De meerderheid van de bevolking gebruikt 'roeswekkende middelen', waaronder drugs, zonder zichzelf of anderen schade te berokkenen. Zo is sociaal drinken, gematigd en verantwoorde alcoholconsumptie, ingeburgerd. Voor illegale middelen is, met uitzondering van cannabis, maatschappelijk aanvaard en geïntegreerd gebruik veeleer minimaal (en dus marginaal).

Bij een minderheid van de bevolking is middelengebruik een probleem bij het uitvoeren van dagelijkse taken en het leiden van wat de meerderheid van de bevolking een 'normaal' leven noemt.

De impact van het problematisch gebruik van deze minderheid op onze samenleving is groot. Het gaat niet alleen om de gebruiker van drugs die zelf fysieke schade ondervindt. Middelenmisbruik leidt onder meer tot verhoogde kosten in de ziektekostenverzekering, tot veiligheidsproblemen en tot (intra-familiaal) geweld. Wel moet voor de volledigheid vermeld worden dat het algemeen heersende "zwart/wit"-beeld dat bestaat over middelengebruik en -gebruikers ten opzichte van mensen die enkel alcohol (specifiek) consumeren niet geheel terecht is.[1]Statistisch is het een gegeven dat per jaar een x-voudig aantal mensen overlijdt aan de gevolgen van alcohol, (inclusief de hele problematiek daar aan voorafgaand) dan dat van alle andere (illegale) middelen bij elkaar.[2] Hoewel hier niet een risico-factor kan worden afgeleid, kan wel worden geconstateerd dat het aantal alcoholisten in Nederland aanzienlijk groter is. Dit lijkt de theorie dat sociale acceptatie zou bijdragen aan de situatie, onderuit te halen. (Een argument dat veel gehoord wordt onder de coffeeshop-bezoekers wanneer gevraagd wordt naar de mening omtrent het gedoogbeleid.) Aan de andere kant is ook wel door verslavingsdeskundigen vastgesteld dat een significant percentage van het aantal doden door middelen gebruik "per ongeluk" ergo: een onbedoeld neveneffect was; wat mede kan worden toegeschreven aan beperkte voorlichting en verificatie (test) mogelijkheden beschikbaar voor illegale middelen. Een opzettelijke overdosis met als doel zelfdoding, slaagt in nog geen derde van de gevallen; hoewel de lichamelijke schade soms aanzienlijk kan zijn. (zie Toxicologie)

DSM-IV Criteria

Hoewel er in het DSM-IV niet gesproken wordt van verslaving, maar altijd van middelenafhankelijkheid, kan men toch aan de hand van de verschillende criteria een diagnose stellen die overeenkomt met wat men verslaving noemt. In het DSM-IV staan de middelen-gerelateerde stoornissen beschreven op As-1, van Clinische stoornissen. Middelenafhankelijkheid wordt gediagnosticeerd als 3 of meer van de volgende symptomen zich tegelijkertijd voordoen binnen 12 maanden:

  1. Tolerantie treedt op, dat wil zeggen dat er steeds meer van het verslavende middel nodig is om het gewenste effect te bereiken of dat steeds minder effect optreed bij het gebruik van eenzelfde hoeveelheid van het verslavende middel
  2. Er treden ontwenningsverschijnselen op, specifiek voor dat middel, of er worden gelijksoortige middelen genomen om de ontwenningsverschijnselen het hoofd te bieden.
  3. Het middel wordt in steeds grotere hoeveelheden genomen, over een langere tijd dan eigenlijk de bedoeling was
  4. Er is de drang om te stoppen met het middel, verschillende (mislukte) pogingen zijn ondernomen om te stoppen, te minderen
  5. Veel tijd wordt gestoken in het verkrijgen van het middel en/of het gebruiken van het middel
  6. Belangrijke sociale activiteiten, werk en/of vrijetijdsbesteding worden opgegeven of verminderd voor het middelengebruik
  7. Ook al weet de persoon dat het middel dat wordt genomen zorgt voor fysieke of psychologische aandoeningen of verslechtering daarvan, hij of zij blijft doorgaan met het gebruik ervan.

Tevens wordt in het DSM-IV onderscheid gemaakt tussen of het middel zorgt voor lichamelijke afhankelijkheid of niet.

Zoals men kan zien is het niet noodzakelijk dat er zowel tolerantie als ontwenningsverschijnselen optreden, zolang er maar 3 andere criteria zijn. Dit is wat men vaak ziet bij een handelingenverslaving, en hoewel het DSM-IV geen gewoonteverslavingen bevat (er is altijd een middel nodig om tot afhankelijkheid te komen volgens het DSM), kan men met enige creativiteit een gewoonteverslaving of afhankelijkheid wel hetzelfde diagnosticeren. Anders zou een gewoonteverslaving als pathologisch gokken vallen onder de stoornis in de impulsbeheersing.

Oorzaken

Problematisch middelengebruik wordt in de hulpverlening soms evolutief, complex, meervoudig, chronisch en langdurig genoemd. Het evolueert, hoewel niet altijd van kwaad naar erger. Het is complex omdat er zoveel verschillende invloeden op elkaar inwerken. En het is veelal slechts een stukje van een grote puzzel (zelden alleen een verslaving). Voorts is het chronisch en langdurig, het houdt niet van vandaag op morgen op.

Eigenheid

Een persoon kan door zijn eigenheid op biologisch, psychologisch of genetisch vlak een bepaalde gevoeligheid hebben voor (problematisch) middelengebruik.

Omgeving

Middelengebruikers staan bovendien onder invloed van hun directe omgeving, hun familie, school, vrienden... Vooral mensen met een afhankelijke persoonlijkheid worden sneller beïnvloed door hun omgeving. Ook speelt vaak nieuwsgierigheid een grote rol.

Structurele factoren

Ook structurele factoren zoals de woonomgeving, socio-economische invloeden of de beschikbaarheid van middelen op de markt in een bepaalde buurt of in het algemeen kunnen ertoe leiden dat iemand sneller overdadig middelen gaat gebruiken. Ook terugkerende problematiek met het in stand houden van de maatschappelijke functie en zelfstandigheid kan leiden tot hernieuwd middelengebruik. Hoewel er minder drugsverslaafden als problematisch alcoholisten zijn, is het toch een ernstig en zeer belastend probleem voor de betreffende persoon om, op vooral de langere termijn, een goed en als "normaal" beschouwd leven op te bouwen zonder contacten / gebruikers & dealers. Dit terugkeren van de verslavingssituatie noemt men recidiveren en is meestal gevolg van aanhoudende problematiek rond de maatschappelijke rol na een periode van verslaving. Er wordt soms, niet altijd onterecht maar toch stigmatiserend, gekeken naar drugsgebruikers alsof ze per definitie dus ook wel zullen dealen. Dit kan dermate sociale ontwrichting doen ontstaan dat de betreffende persoon een compleet andere levensstijl en plek zal moeten zoeken om het probleem te bestrijden. Er zijn ook (zeldzame) gevallen bekend waarin het staken van (illegaal) middelengebruik eigenlijk niet meer gewenst en mogelijk was. (40 jaar heroïnegebruik kan dodelijk aflopen bij het afkicken.)

Het wettelijk kader

Het wettelijk kader is een belangrijke structurele factor, die vaker een weerspiegeling is van economische, politieke en sociaal-historische verhoudingen dan gebaseerd op de aard en het misbruik van de producten. De productkennis van middelen loopt traditioneel achter, en parallel ook het wettelijk kader. Bovendien bepaalt het al dan niet verbieden van een bepaald middel sterk het gebruik of misbruik.

Culturele factoren

De gemedicaliseerde maatschappij, de reclame voor tabak en alcohol en de eerder tolerante houding tegenover middelengebruik in de werksfeer spelen een rol bij wat men in het algemeen verslaving noemt.

Andere factoren

De afgelopen 3 decennia is steeds meer bekend geworden over de neurobiologie en genetische factoren die een rol spelen bij verslaving. Dit kan met zich meebrengen dat men zich hierachter zou kunnen verschuilen en redeneert: "Ja maar ik heb toch afwijkend functionerende hersenen of een genetische aanleg." Verslaafden worden hierin ook door medici bevestigd: de verslaving wordt soms op medische gronden in stand gehouden, bijvoorbeeld doordat men methadon voorgeschreven krijgt. Dit soort patronen kan mogelijk doorbroken worden, indien verslaving als een keuze ervaren wordt, vergelijkbaar met het aansteken van sigaretten of het heffen van een glas drank. Om te stoppen zijn uiteraard een aantal randvoorwaarden van belang. De belangrijkste is wellicht een verandering van omgeving, waarbij voldoende perspectief geboden wordt en waarin men zich een andere levensstijl kan aanmeten, zo nodig ondersteund door psychotherapie.

Verwante onderwerpen

Externe links